Normale weergave

Ontvangen — 9 Mei 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Wat een bak…’

Door: Arjen Vos
9 Mei 2026 om 09:00

Door: Dick Piet. “Wat sta jij daar nou te gluren?”

Mijn buurvrouw van even verderop kwam met haar hondje de poort ingelopen. Precies op het moment dat ik door het hek haar tuin in stond te koekeloeren. Wat ik eerder al stiekem bij mijn andere buren had gedaan.

“Ik zoek mijn groene gft-container,” zei ik. “Die heb ik vanmorgen aan de weg gezet, maar is nu pleite. Vermoedelijk heeft iemand hem per ongeluk meegenomen.” Ik zei nadrukkelijk ‘per ongeluk’, om niet kwaaddenkend over te komen. Blijkbaar klonk het weinig overtuigend, want mijn buurvrouw haastte zich te melden, dat zij mijn groene bak écht niet had.

“Nou ja,” zei ik, “degene die mijn bak heeft meegenomen komt vast snel achter zijn vergissing en staat hij straks weer aan de weg.” Overigens moet die persoon dan stront in zijn ogen hebben gehad, dacht ik. Ons huisnummer staat namelijk met koeienletters op de minicontainer. Mijn buurvrouw van even verderop, beloofde dat zij goed rond zou kijken als zij haar hondje weer ging uitlaten.

Ik had geen rust meer in mijn kont. Om de haverklap ging ik bij de verzamelplek kijken of de verloren vuilnisbak was teruggeplaatst. Telkens tevergeefs. Ik hoopte dat er uiteindelijk één container zou blijven staan. Want die moest dan van de bewoner zijn, die ‘per ongeluk’ mijn bak had meegenomen. Leek mij logisch. ’s Avonds laat stonden nog twee bakken aan de weg.

Er zat niks anders op dan de volgende ochtend opnieuw te gaan kijken. Ik kon er slecht van slapen. Wíe had het in zijn hoofd gehaald om mijn bak mee te nemen? Opzettelijk natuurlijk. Niks per ongeluk, daar geloofde ik niet meer in. Ongetwijfeld door iemand die in zijn tuin bezig is met snoeien en aan zijn eigen minicontainer niet genoeg heeft om zijn takkenbende in te dumpen.

Uiteraard was ik vroeg op. Gauw kijken. Alle bakken waren weg. Niet één omgeruild voor die van mij. Wat nu? Wachten tot Meerlanden weer langskomt om de vuilnisbakken te legen, leek mij de enige optie. Wie weet zou die van mij dan weer aan de weg staan. Tot de nok gevuld met tuinafval. Ik zou dan gaan uitzoeken wie dat had gedaan. Om vervolgens de bak bij hem voor de deur leeg te kieperen.

De ontknoping nadert…

Twee weken later. Het liefst had ik een camera bij de verzamelplek geplaatst. Kon ik goed in de gaten houden wie een bak kwam plaatsen. De dader op heterdaad betrappen. Nu had ik net werk om ter plekke poolshoogte te nemen. Bewoners moesten vast denken dat ik het heen en weer had. Kon mij niks schelen. Ik moest en zou er achter komen wie mijn geliefde groene bak had gejat.

De straat stond ‘vol’ met containers. Goed beschouwd zijn de bewoners daar mooi klaar met zo’n verzamelplek voor hun huis. Dagenlang tegen een rij bakken aan zitten kijken. Dat niet alleen. Als ze geleegd zijn, ligt er altijd een aantal ondersteboven op het trottoir. En ’s zomers stinken ze een uur in de wind. Maar goed, daar gaat het nu niet om. Mijn bak was er in geen velden of wegen te bekennen.

Ik gaf het op en besloot Meerlanden te bellen. Een vriendelijke vrouw hoorde mijn verhaal geduldig aan. Zonder enige discussie beloofde ze mij een nieuwe minicontainer. Die zou over een week in mijn voortuin worden geplaatst. “U hoeft er niet voor thuis te blijven, hoor,“ drukte ze mij op het hart. “U heeft uw best gedaan voor ons om de container terug te vinden, dus doen wij nu ons best voor u.”

Nu komt het…

Ze raadde me aan voortaan geen weken meer te wachten om een nieuwe container aan te vragen. “Moet ik dan niet eerst afwachten of mijn bak misschien weer boven water komt,” vroeg ik. “Nee hoor,” antwoordde ze, “dat gebeurt toch niet. Een vermiste container is zo goed als zeker bij het legen in de vuilniswagen gevallen.”

“Hó, wacht even. U gaat me toch niet vertellen dat mijn bak door de vuilniswagen is opgeslokt?”  “Ja, dat is zo goed als zeker. Dat komt regelmatig voor. Vooral de wat oudere minicontainers tuimelen nog al eens uit de grijper.” Ik ben verbijsterd, met stomheid geslagen. Bij het legen in de vuilniswagen gevallen… Wat een bak.

Dick Piet is journalist. Geeft zijn nieuwsgierigheid al meer dan een halve eeuw de vrije loop in de schrijverij. Schopte het tot hoofdredacteur van de Aalsmeerder Courant. Graaft op papier graag dieper dan anderen in naoorlogs Aalsmeer. Pleziert Aalsmeerders veelvuldig met foto’s van vroeger op platform ‘Je bent Aalsmeerder als…’ en met nostalgische filmavonden in de Feestweek waarvoor hij koninklijk onderscheiden werd.

Het bericht Column: ‘Wat een bak…’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 3 Mei 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Vrijheid voor mijn eigen’

Door: Arjen Vos
3 Mei 2026 om 07:00

Door: Pierre Tuning. Wat is ‘vrijheid’? Wat wordt er gevierd op ‘Bevrijdingsdag’? Waar hebben ‘wij’ voor gevochten, in ‘de oorlog’? Jan Terlouw schreef een gedicht over wat en wie ‘de vijand’ was:

Dictatuur
Domheid en macht, doodenge vrienden,
aartsvijanden van rede en recht.
Grote hekel aan openbaarheid,
want die verdraagt onwaarheden slecht.
Domheid en macht, eenmaal tezamen,
is het een kracht die je moeilijk doorbreekt.
Die, dat is zo dikwijls gebleken,
continu onrechtvaardigheid kweekt.

Zorg dat die twee elkaar niet omarmen,
en bewaak met veel energie,
met alle middelen die je kunt vinden,
de rechtsstaat, de grondwet, de democratie.

Er zijn steeds meer mensen die het vertrouwen in de overheid hebben verloren. De politicoloog Catherine de Vries schrijft in haar boek De symfonie van onvrede: ‘De opeenstapeling van crises in de laatste jaren heeft Nederland veranderd. De toeslagenaffaire, de aardbevingsschade in Groningen, de stikstofimpasse en de toenemende woningnood hebben naast politieke ook emotionele gevolgen gehad. Ze hebben het vertrouwen ondermijnd in iets wat ooit vanzelfsprekend was: dat de overheid er is om te beschermen. Waar de staat ooit nabijheid bood, rest nu afstand. Nederland heeft zijn politieke identiteit lang gebouwd op vertrouwen en redelijkheid. De staat was nooit heroïsch, maar wel aanwezig; er was een overheid die werkte, die bereikbaar was, die beloftes nakwam zonder veel woorden. Juist die stille vanzelfsprekendheid is de voorbije decennia langzaam verdwenen.

Het gevaar van de ‘emocratie’
Het sluipende verlies van nabijheid heeft niet alleen burgers geraakt, maar het hele democratische weefsel. De Nederlandse democratie functioneert nog steeds, al is de manier waarop burgers haar beleven, wezenlijk veranderd. De politiek is minder een gespreksomgeving geworden en meer een emotionele arena. Vertrouwen, verontwaardiging en wantrouwen vormen de grondtoon van het publieke debat. We zijn beland in een ‘emocratie’: een democratie waarin emoties, meer dan argumenten, bepalen wat politiek overtuigt. In dat klimaat floreren rechts-radicale leiders. Zij hebben niet de oorzaak van het verlies geschapen, maar wel het vermogen om het te vertalen. Waar bestuurders spreken over procedures en verantwoordelijkheden, spreekt radicaal-rechts over gevoel, over ‘oneerlijkheid’, ‘verraad’ en ‘de gewone Nederlander die vergeten is’.

Dat is de kracht én het gevaar van de emocratie. De politiek wordt niet meer beoordeeld op de juistheid van beleid, maar op de intensiteit van gevoel. Bestuurders die redelijkheid en nuance nastreven, lijken kil tegenover leiders die boosheid durven te belichamen. Toch is het ongenoegen niet louter irrationeel. De verlieservaringen zijn echt. Het zijn de ouders die vastlopen in de bureaucratie van toeslagen, de Groningers die jaren wachten op herstel, de ouderen die verdwalen in digitale loketten. De woede over al deze zaken wordt steeds uitvergroot voor politiek gewin en daarmee niet opgelost, maar enkel versterkt.

Politiek van leegte
Wilders is de Nederlandse dirigent van onvrede. Hij zet gevoelens van verlies om in spektakel en schijnbare daadkracht: politiek als performance. De kracht van die stijl ligt niet in wat hij doet, maar in wat hij oproept: het gevoel dat er eindelijk iemand luistert, dat iemand woorden geeft aan het ongenoegen. De wilderiaanse politiek is een politiek van leegte. Een theater waarin gevoelens van vervreemding en afbraak worden uitvergroot en herschreven tot een moreel verhaal van ‘eigen volk eerst’. De ervaring van verschraling wordt niet verklaard door bezuinigingsbeleid of bestuurlijke keuzes, maar door de aanwezigheid van de ander. Die dynamiek maakt Nederland gevoelig voor democratische erosie. De staat blijft bestaan, maar verliest aan betekenis. Dat gat wordt niet gevuld met beleid, maar met sentiment. Radicaal-rechtse partijen floreren in dat vacuüm, niet door het vertrouwen dat verloren ging te herstellen, maar door het te exploiteren.’

Vrijheid
Als je vrij bent lijkt het vanzelfsprekend.
Je mist het pas als je het ontbeert,
en wie het je ontnam propageert
dat vrijheid gehoorzaamheid betekent.
Wie ademhaalt vindt dat niet bijzonder.
Bij ademnood ga je het pas waarderen,
het zuurstofapparaat kan het je leren.
Ongehinderd ademen dat is een wonder.

Wie vrijheid kent en koestert en behoedt,
die ademt waarlijk met gezonde longen.
De vreugde van de wet worde bezongen,
want vrijheid in gebondenheid is goed.
Je bent echt vrij wanneer je ongedwongen
naar eigen keuze doen kunt wat je moet.

De ‘vrijheid’ waar Jan Terlouw over schrijft, is niet de ‘vrijheid’ van de Partij voor de Vrijheid van Wilders. Zijn radicaal-rechtse aanhang heeft de overtuiging dat je pas echt vrij bent als je de macht hebt die aan andere mensen te ontzeggen.

Laten we daaraan denken op 4 en 5 mei.

Het bericht Column: ‘Vrijheid voor mijn eigen’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 2 Mei 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Belastingdruk’

2 Mei 2026 om 09:00

Door: Paul Bras. Misschien heeft u ook gekeken naar het tv programma ‘Wakker in Paraguay’. Een groep Nederlanders die zich in Paraguay willen vestigen om verschillende redenen, maar de voornaamste is toch wel dat het in Nederland domweg niet meer uit te houden valt. Teveel regelgeving, te hoge belastingdruk en vooral ook de niet te vertrouwen overheid die altijd over je schouder meekijkt. Ik zag twee categorieën Nederlanders die graag naar Paraguay willen emigreren. Enerzijds de slimme en ‘handige’ jongens die hun niet al te frisse ondernemersgeest in Nederland niet verder konden ontplooien, anderzijds de, in mijn ogen, naïeve geesten in Nederland die hier de nodige complotten ontwaren. Eenmaal in Paraguay aangekomen bleek dat ook daar de overheid wetten uitvaardigt en naleeft. Zo bleek dat ook daar de lockdown lang heeft geduurd, iets wat op voorhand anders was voorgespiegeld. Had iemand niet eens iets gezegd over het gras bij de buurman dat er altijd groener uitziet?

Over gras gesproken, het groenonderhoud binnen onze gemeente wordt piekfijn verzorgd. Ik kijk altijd met bewondering hoe de mannen (het zijn nooit vrouwen) op die forse grasmaaimachines met ware doodsverachting de grasveldjes om onze flat bijhouden. Ze slalommen routineus om de bomen heen, beurtelings een van de maaiers van de machine op het laatste moment optillend. In de lente komen ze bijna wekelijks de boel bijhouden. Wat heeft dat met Paraguay te maken hoor ik u denken, hou nog even vol.

Het oud papier in Kudelstaart werd altijd door de vrijwilligers van SSK opgehaald totdat het niet meer haalbaar bleek in verband met beperkingen vanuit de rijtijdenwet en de sportieve verplichtingen van de vrijwilligers in het weekend. Nu haalt Meerlanden het papier op.

Er zijn talloze ‘vanzelfsprekende zaken’ die de gemeente uitvoert waar wij niet dagelijks bij stilstaan. Dat ons water schoon blijft, dat de wegen worden onderhouden (herinrichting Bilderdammerweg), dat we kunnen sporten op sportvelden en in sporthallen en dat de jeugd in onze gemeente niet ontspoort enzovoort en zo verder. Daar betalen we belastingen voor. En wij kunnen als burger invloed uitoefenen op de besluiten waar belastinggeld voor wordt aangewend via de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook door te participeren in bijvoorbeeld de Dorpsraad Kudelstaart.

Kom daar in Paraguay maar eens om.

Misschien is het zo vanzelfsprekend dat al die zaken worden geregeld dat wij de connectie met het betalen van belastingen niet meer leggen. Het heeft me altijd verbaasd dat het vooral de superrijken zijn die als eerste de wijk naar een buitenland nemen met een gunstig belastingklimaat. Natuurlijk begrijp ik dat ze procentueel meer belasting betalen dan de minder bedeelden. Als rooie rakker juich ik dat toe, ik zie dat als de breedste schouders die de zwaarste lasten dragen. Dit principe raakt helaas steeds meer in onbruik.

Overigens, die mooie witte houten bruggen over de slootjes in onze wijk verkeren in slechte staat. De brugleuningen vallen bijna uit elkaar. In dit natte landje misschien een brug te ver. Misschien is dit een mooi onderwerp om aandacht voor te vragen.

Paul Bras is een geboren en getogen Amsterdammer die nooit gedacht had ooit een Kudelstaarter te worden. Totdat zijn woonplaats een café kreeg, toen was hij om. Zou zelfs van de daken kunnen schreeuwen dat hij daar ‘groos’ mee is. Muzikaal talent maar dat schreeuwt hij dan weer niet van de daken. Bescheiden en zachtmoedig.

 

 

 

Het bericht Column: ‘Belastingdruk’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 25 April 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Zondagmiddag Aalsmeer Centrum’

Door: Arjen Vos
25 April 2026 om 09:00

Door: Wilco Hoogeveen. Het was zondagmiddag. Het zonnetje scheen en ik had zojuist met een vriend geluncht bij Kimi’s. We bedachten dat het lekker zou zijn om met zijn drieën (mijn vriendin sloot ook aan) nog ergens anders een drankje in de zon te doen. We liepen eerst richting het Tuinhuis, maar dat was gesloten. Door een verlaten Zijdstraat liepen we daarna langs de Praam, die ook gesloten was. We passeerden een gesloten Jonge Heertjes, op weg naar de tevens gesloten tearoom Müller. Het terras van ijssalon Rembrandt zat stampvol, maar we hadden zin in een drankje. Ik wist dat Christiani pas om 16 uur zou openen, dus liepen we door richting de Oude Veiling die, je raadt het al – gesloten was. Vleghaar was het laatste schot in het duister, maar die was uiteraard ook niet geopend. En dus eindigden we binnen bij Joppe, waar vier andere gasten voetbal aan het kijken waren en waar de zon helaas nog niet op het ‘terras’ stond. En ik dacht; wat is dit zonde. Het was best druk geweest binnen bij Kimi’s en ook bij Rembrandt was het goed gevuld. Waarom is al die andere horeca dan gesloten? Er lijkt wel vraag te zijn?

Het past wat mij betreft wel in het beeld dat ik heb van Aalsmeer Centrum. Qua uitstraling en potentie doet het echt niet onder voor andere winkelgebieden om ons heen, maar het is er naar mijn gevoel te vaak verlaten. Op bandjesavond, Koningsdag, de Geraniummarkt of de braderie tijdens de feestweek zie ik hoe leuk het kan zijn. Maar de rest van het jaar vraag ik me af hoe de winkeliers overeind blijven. Ik denk dat daar niet 1 duidelijke reden voor aan te wijzen is, maar een combinatie van factoren:

  • Het kruispunt Zijdstraat/Uiterweg/Stationsweg/van Cleeffkade is verschrikkelijk, zeker met in de 150 meter daarna nog eens drie kruispunten (kruispunt oprit Lidl/ingang Raadhuisplein, inrit Drie Kolommenplein naast Rembrandt en inrit Drie Kolommenplein naast de Posterijen). Zowel met de fiets als met de auto’s is het een nogal frustrerend (en gevaarlijk) stukje asfalt.
  • Op zaterdagen ben je al snel vier rondjes aan het rijden over het Driekolommenplein, Raadhuisplein, Praamplein en bij de Lidl om een plekje te vinden. Maar ook doordeweeks is het vaak lastig om een plek te vinden.
  • In het algemeen lijkt al jaren te gelden; hoe verder je de Zijdstraat inloopt, hoe meer lege panden je tegenkomt. Dat staat niet zo gezellig.
  • De keus is zeer beperkt, zeker dus op zondagen. Maar anders dan in veel andere dorpskernen ontbreekt het ook aan een gezellig middelpunt vol met terrasjes en levendigheid. Twee jaar geleden opteerde ik al dat het Molenplein hier ideaal voor zou zijn. Gaat dat nu gebeuren met ‘Roots’?
  • Bekende winkelketens als H&M, Hema en Kruidvat vind je in de eerste 100 meter van de Zijdstraat; wie of wat lokt je dan om door te wandelen naar het eind?
  • Een aantal enthousiaste ondernemers organiseert de laatste tijd weer het een en ander, soms zelfs zonder erop te verdienen, wat ik enorm waardeer. Maar er kan meer; kerstmarkten, bierproeverijen, thema markten, live-muziek op straat, een ijsbaan op het plein in de winter, etc. Daarvoor moet er geld zijn en mensen die dit willen organiseren; dat is allebei niet makkelijk om te vinden helaas.

Voor wie vaker mijn columns heeft gelezen; ik hou niet zo van het benoemen van problemen zonder met oplossingen te komen. In dit geval is een concrete oplossing lastig want het is een veelzijdig probleem met heel veel verschillende belanghebbenden. Winkeliers schijnen geen voorstander te zijn van een ondergrondse betaalde parkeergarage omdat betalen voor parkeren klanten zou afschrikken, maar ik vraag me af of de huidige verkeerschaos niet juist klanten afschrikt? Mij wel, in ieder geval. Als je niet wilt betalen om te parkeren, parkeer je verderop of ga je op de fiets. Maar ik denk aan de parkeergarages in Hoofddorp die goed te betalen zijn (rond de €1,- per uur) en zorgen voor een makkelijk toegankelijk centrum. Daarnaast kun (kon?) je je parkeerkosten daar bij grote ketens zoals de Albert Heijn terugkrijgen boven bepaalde bestedingen. Ik geloof sterk in een mooi verstopte parkeergarage onder het Praamplein waardoor je ruimte bovengronds creëert voor terrasjes, groen en zelfs extra winkelpanden (met betaalbare appartementen erboven?) en tegelijkertijd de doorstroming van auto’s kunt optimaliseren.

Een levendig centrum zorgt voor een levendig centrum. Daarmee bedoel ik; hoe meer mensen er komen en het er fijn hebben, hoe waarschijnlijker het is dat zij nog eens terug zullen komen en anderen zullen aanraden om ook eens naar het centrum te gaan. Bijvoorbeeld om op zondagmiddag op een terrasje wat met elkaar te kunnen drinken!

Wilco Hoogeveen is geboren en getogen Aalsmeerder en met geboortejaar 1990 de junior van de columnistenclub. Met zijn technisch inzicht en creatieve geest schonk hij Aalsmeer escaperooms als Gold Creek, De Torenwachter en andere interactieve spellen. ‘Out of the box’ denken kan hij ook met de pen.

 

Het bericht Column: ‘Zondagmiddag Aalsmeer Centrum’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 18 April 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Geluk op wielen’

Door: Arjen Vos
18 April 2026 om 09:00

Door: Rinus Zuidervaart. Finland is opnieuw het gelukkigste land ter wereld. Dat las ik terwijl ik mijn stok zocht, die natuurlijk weer niet stond waar ik hem had achtergelaten. Geluk, dacht ik. Het begint al goed.

Ik stel me Finland voor als een soort wellnesscentrum met bossen. Mensen marineren hun lichamen zorgvuldig. Lopen daarna ontspannen door de sneeuw. Nemen een duik in steenkoud water. Daarna wat happend naar frisse lucht en af en toe een rendier aaien.

Ondertussen probeer ik hier mijn dag te plannen op basis van stoepen, drempels en hoe ver ‘even’ eigenlijk is.

Mijn wereld is kleiner geworden. Soms tot het stukje straat dat ik lopend red. Soms juist groter, want met mijn scootmobiel kom ik weer op plekken waar ik anders niet zou komen. Het is een wonderlijk soort vrijheid: je komt vooruit, maar altijd met een gebruiksaanwijzing.

Begrijp me goed, ik ben geen slachtoffer. Echt niet. Maar als ik heel eerlijk ben—en een column is een uitstekende plek voor dat soort eerlijkheid—had ik het graag anders gezien. Zonder stok. Zonder nadenken over elke stap alsof het een strategisch plan is.

En dan dat geluk. Blijkbaar kun je dat meten. Er zijn dus mensen die daar grafieken van maken. Lijstjes. Ranglijsten. Finland bovenaan, iedereen tevreden. Ik vraag me af of ze daar ook een categorie hebben voor ‘vandaag ging het best aardig, mits je de ochtend buiten beschouwing laat’.

Want waar zit geluk eigenlijk in? In het gemak waarmee je beweegt? In hoe vanzelfsprekend je lichaam meewerkt? Of zit het ergens anders, op plekken waar geen onderzoeker ooit komt?

Voor mij zit het soms in iets kleins. Een route die lukt zonder omdenken. Een dag waarop mijn lichaam zich gedeisd houdt, alsof het even vergeten is dat het verrekte moeilijk kan doen. Of gewoon: ergens aankomen zonder dat het een hele onderneming was.

Dat zijn geen spectaculaire geluksmomenten. Finland zou er waarschijnlijk niet van onder de indruk zijn. Maar ze tellen wel. Misschien zelfs meer, juist omdat ze niet vanzelfsprekend zijn.

Dus nee, ik sta niet bovenaan een lijstje. Mijn geluk is niet meetbaar en al helemaal niet constant. Het schommelt, het sputtert, het verrast me af en toe.

En misschien is dat maar goed ook. Want eerlijk is eerlijk: als geluk betekent dat alles altijd soepel gaat, dan zou ik me er waarschijnlijk ook snel mee gaan vervelen.

Al zou ik die stok soms best even willen ruilen voor een rendier.

Rinus Zuidervaart is parttime ‘bewoner’ van de gemeente Aalsmeer. Vermaakt zich als cliënt op de dagbesteding van Ons Tweede Thuis, locatie Mendel, met onder meer schaken en computerzaken. Heeft een neus voor taal en laat zich inspireren door Godfried Bomans. Verzamelt op zijn eigen tijd en in zijn eigen tempo columns van gebeurtenissen uit zijn leven.

Het bericht Column: ‘Geluk op wielen’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 11 April 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘A.E.D. ja of nee?’

Door: Arjen Vos
11 April 2026 om 09:00

Door: Maarten Alderden. We hebben net Pasen gehad, u weet, de stille week, het sterven, opstanding, het leven na dit leven. En, zo heb ik eens even na zitten denken over de A.E.D.-apparaten.

De afgelopen jaren is Nederland zo’n beetje vol gehangen met die dingen. Op zich een goede zaak want als je een hartaanval krijgt kun je, als er één in de buurt is en ook iemand met kennis van zaken, je leven redden. Vind ik allemaal prima. Moeten ze ook vooral mee doorgaan.

Alleen wil ik een kleine kanttekening maken bij het feit dat er A.E.D.-apparaten in kerken hangen. Ik weet geen eens of ze verplicht zijn of dat ze geplaatst zijn als service, voor het geval dat!

Maar goed, in de kerk wordt vaak gepreekt over vertrouwen, de blijde boodschap en ook vooruitzicht over het leven na dit leven. Dat laatste vooral in rouwdiensten. Ik hoor dat aan en luister ook naar de liederen die gezongen worden. En daar zitten best titels bij die tot nadenken stemmen. Ik noem er een paar:

  • Heer ik kom tot U!
  • Ga met God en Hij zal met je zijn!
  • Neem mijn leven!
  • Op die dag in de hemel!

En dan laat ik die teksten op mij in werken en denk wel eens: “Ik hoop niet dat er wat gebeurt tijdens de kerkdienst. Want wat gaan we dan doen?”

Met volle overtuiging die liedjes zingen. Wat als? Wil je nu wel of niet naar het gene waar je in gelooft, wat je achterna loopt en zo naar uitkijkt? Of toch aan het A.E.D.-apparaat? Soms lijkt het erop dat we in een maatschappij leven waarin we niet dood mogen.

25 Jaar geleden. Mijn vader was aan het werk op de kwekerij, seringen bossen. Hij voelde zich niet lekker en wilde nog even op bed gaan liggen. Ik heb hem nooit meer gesproken. De dag erop moesten we de bloemen naar de veiling brengen die hij gebost had.

Persoonlijk heb ik er wel moeite mee dat iemand, in dit geval mijn vader zo plotseling overleed. Na veel gesprekken met vrienden was er één die zijn arm om mij heen sloeg en zei: “Maart, wat denk je nou! Als God je roept, dan heb je maar te komen!” Kijk! Daar had ik wat aan, dat was het moment dat ik weer verder kon. Die, inmiddels ook overleden vriend ben ik tot op de dag van vandaag nog dankbaar.

Terug naar de A.E.D.

Voorstanders van het A.E.D.-apparaat zeggen: “We redden levens”. Okee, ben ik het mee eens, maar als dat echt het doel is en je weet wat die apparaten kosten. Doorgaans kost een A.E.D. tussen de duizend en drieduizend euro. Jaarlijks onderhoud rond de honderd euro. Wordt soms door vrijwilligers gedaan. Dan vind ik die kosten best wel fors. En als levens redden het doel is, dan kun je voor dat geld elders in de wereld misschien wel het honderdvoudige aantal levens redden, gewoon door te zorgen voor eenvoudige basisbehoeften. Bekruipt mij toch het gevoel dat wij het goed willen hebben en lang willen leven. Dat er een heleboel mensen in deze wereld zijn die pech hebben of op de verkeerde plek geboren zijn, ja, dat moet dan maar zo zijn. Wij eerst!

Nogmaals, moeten we levens redden? Ja!

Moeten we stoppen met A.E.D.? Dat zei ik niet!

Moeten ze in kerken blijven hangen? Weet ik niet!

Maar laten we alsjeblieft blijven nadenken over de dingen die we doen.

En zo op het eind van deze column schieten mij nog twee mooie liedjes te binnen die ik u niet wil onthouden: Go like Elijah en Oh, happy day

Maarten Alderden is een veelzijdige Aalsmeerder. Niet alleen als kweker van seringen en sneeuwballen, ook timmert hij aan de weg met zelfgemaakte decoratieve uilen. Actief en betrokken lid van de Oosterkerk waar hij al zijn hele leven pal naast woont.  

Aalsmeer Over Hoop is een platform waarin zes Aalsmeerse en Kudelstaartse kerken vertegenwoordigd zijn. Door het jaar heen worden evenementen georganiseerd waarmee de kerken hun liefde voor Jezus en de omgeving willen uitdragen. Met regelmaat verschijnen columns die tot nadenken stemmen.

Het bericht Column: ‘A.E.D. ja of nee?’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 4 April 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Bertus’

Door: Arjen Vos
4 April 2026 om 09:00

Door: Belle Fleur. Februari 1996. In vorige columns in Aalsmeer Vandaag sprak ik over twee broers van mijn vader. Over nog weer een andere zoon uit het gezin van veertien kinderen van waaruit mijn vader kwam, gaat het volgende verhaal. Daarna, ik beloof het u, stop ik ermee. Ik zal hem Bertus noemen.

Veel verhalen uit zijn mond heb ik niet gehoord. Wel weet ik veel uit overlevering. Bertus woonde met vrouw en kinderen in een uiterst klein, doch gezellig ingerichte arbeiderswoning met ‘goed wonen-meubels’, voor de tijd, waarover het hier gaat nogal vooruitstrevend. Zijn vrouw had een artistieke inslag, studeerde zang en muziek in Amsterdam. Bertus was tijdens de oorlog opsteker in de Centrale Aalsmeerse Veiling, de C.A.V. Het gezin had twee zonen eveneens studerend en er is , in die dagen nog een jonger zusje geboren, die het leven nog moest gaan ontdekken.

Vijf donkere jaren volgden.

Tijdens zijn werkzaamheden trof Bertus ‘s ochtends vroeg in de grote zaal van de veiling drie ronddolende joodse mensen aan. Tijdens het gesprek dat zij aangingen bleek, dat zij op zoek waren naar een veilig onderkomen. Afspraak was dat Bertus ze voorlopig op de grote zolder van het gebouw zou verstoppen en ’s avonds laat weer zou komen ophalen, als er een vertrouwd adres zou zijn gevonden.

En zo geschiedde.

Een contact van Bertus was ene Al Jongkind, marktkoopman van beroep op de Albert Cuyp. Hij kende veel mensen. Samen kwamen zij tot de conclusie, dat er geholpen diende te worden. Waar de drie naar toe zijn gebracht vertelt het verhaal niet. Dit was het begin van een moeilijke periode, waarin de vrouw van Bertus werd meegezogen. Overigens geheel vrijwillig en vol toewijding. Op papier bestonden de Joden niet. Maar eten moesten zij wel. Dus Bertus ging bij de boeren in de Haarlemmermeer langs om voedsel op te vergaren. Een risicovol karwei. Zo werd er op klaarlichte dag, met paard en wagen een volle karrevracht met zakken meel de straat in gereden. Achterom uitgeladen en weer door. Een godswonder, dat nooit iemand de zaak heeft verraden. Goede buren dus.

Op een na. Een gezin in de straat stond bekend om zijn NSB-sympathieën, maar van verraad is nooit sprake geweest. Het meel werd in zakjes verdeeld en door een zoon van Bertus rond gebracht. Tijdens een razzia vertelde haar moeder, toen er een Duitser aan de deur kwam, dat vader de Haarlemmermeer in was om voedsel te bemachtigen. Haar dochtertje trok aan moeders rokken en zei: “nee mam, pappa zit toch boven?” De Duitser keek haar aan en zei: “Ik heb er thuis ook zo een. Streek over haar bol en verdween uit het zicht.”

Na de oorlog kreeg Bertus diverse gezondheidsklachten en werd door – het verzet – samen met zijn vrouw voor een korte periode naar Zwitserland gestuurd. Na vijf jaren van relatieve stilstand voor wat betreft zijn werkzaamheden, herpakte hij zich om zijn plannen voor de toekomst een gezicht te kunnen geven. Hij kreeg een auto van het Stichting ’40’45 te leen en reed twee maal per week, met een auto vol bloemen richting Zwolle. Daar bezocht hij winkeliers om zijn vrachtje weer te kunnen verkopen. In tussentijd ging hij per trein kwekers in Duitsland bezoeken met een grote doos met diverse soorten anjers onder zijn arm, in de hoop zo anjerstekken te kunnen verkopen. Stapje voor stapje bouwde hij een kleine klantenkring op.

Het harde werken wierp zijn vruchten af. Samen met de bank volgde de aankoop van een kwekerij, van waaruit hij zijn bedrijf kon uitbreiden. Grote exporteurs uit Aalsmeer, die tijdens de oorlog met de Duitsers heulden, hadden hun bedrijf voort kunnen zetten en gingen vrolijk door waar mee ze bezig waren geweest. Jaren na dato bekijk ik mensen nog steeds of ze goed dan wel – fout- zijn geweest in de oorlog.

Nog kan ik ze met mijn neus aanwijzen. Of nazaten van hen.

Goedkeuren?

Allesbehalve natuurlijk!

Maar toch…

Belle Fleur houdt van de natuur, van wandelen, van buiten zijn. Elke dag. Bloemen spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Erover schrijven ook. Zingen, schilderen en lezen maken het leven compleet. Een Aalsmeerse in hart en nieren.

Het bericht Column: ‘Bertus’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 28 Maart 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘De bergen’

Door: Arjen Vos
28 Maart 2026 om 09:00

Door: Arjen Vos. Als er ergens in de buurt bouwactiviteiten waren, ging dat altijd gepaard met het verschijnen van ’bergen’. En waar de bergen verschenen daar klonterde binnen de kortste keren de jeugd samen. Gewapend met scheppen of ander gereedschap, kiepautootjes maar ook met cowboy-en indianenuitrusting waren we er niet weg te slaan. Totdat de kranen kwamen en de bouw startte, dan was het uit met de pret.

De eerste bergen in mijn herinnering waren die voor de bouw van het politiebureau op de hoek Dreef/Waterhoenstraat, de tweede bij het ‘Activiteitencentrum’ aan de Zwarteweg, het tegenwoordige OTT Mendel. ‘De bergen’ leenden zich voor talloze fantasiespellen waarbij we onze grenzen verlegden met het voeren van veldslagen, bouwen van schuilkelders en springen van grote hoogtes. Onze moeder stelde het vooral op prijs als we daarbij onze laarzen en overalls aandeden.

Ik moest daaraan denken toen ik recent enige keren langs het landje tussen Stommeerkade, Hoffscholteweg in aanleg en Spoorlijnpad wandelde. Op een zondag zwanger van lenteprikkels, waren kinderen hier druk in de weer. Op het verse asfalt werd er gerolschaatst en op ‘de bergen’ ernaast was een crossbaan gefabriceerd waarop fanatiek gefietst werd. Dit mini-mountainbikeparcours trok jonge veldrijders van heinde en verre. De enige andere plek in Aalsmeer waar ze dit konden doen was een strookje groen in de Bernhardstraat in Aalsmeer-Oost, zo vertelden ze, maar hier was het ‘veel vetter’.

Deze week kwam ik er opnieuw langs en bleken ook de bergen naast de crossbaan een bestemming te hebben gekregen. Twee knullen, Gijs en Thomas, bewaakten hier met scheppen en ander gereedschap de ingang van hun goudmijn. “Zitten jullie niet liever achter een scherm,” vroeg ik ze, waarna ze keken of ik soms gek geworden was. Dit was toch vele malen leuker, of ik dat niet kon begrijpen. “We zouden het echt heel jammer vinden als dit verdwijnt,” voegden ze eraan toe.

Ik dacht gelijk terug aan het gesprek dat ik vorige week had met huisarts Tilly Groot. Zij is een warm pleitbezorger voor het behouden van ruige buitenspeelgebieden. “De nieuwe speelvoorzieningen bij de Baccarastraat, de Waterlelie en het waterfront zijn heel mooi maar er moeten ook natuurlijke plaatsen en klimbossen zijn om te kunnen spelen. Een aantrekkelijke buitenruimte helpt om kinderen van het scherm te krijgen en weer verbinding te vinden met elkaar.”

Wat een geweldige kans daarvoor ligt hier onder aan de dijk. Blij met het zien van deze buiten spelende jeugd, kon ik me ook gelijk al zorgen maken over wat er mogelijk gebeuren gaat met dit stukje grond. Voordat ‘de bergen’ er kwamen was dit lange tijd een trapveldje waar vanwege de hobbels niet of nauwelijks gebruik van werd gemaakt. Dat de hobbels die er nu liggen, een grote aantrekkingskracht uitoefenen op kinderen laat hopelijk een belletje rinkelen bij de plannenmakers van de gemeente. Voor deze Gijs en Thomas en alle Gijsen en Thomassen die nog zullen volgen hoeft hier niet zoveel te veranderen. Dat doen ze zelf wel met hun eigen gereedschap.

Lees ook: ‘Benieuwd wat er (nog) speelt’

(Foto’s en film: Arjen Vos)

Arjen Vos hanteert sinds zijn middelbare schooltijd de camera, en later ook pen en toetsenbord. Mede-oprichter en thans hoofdredacteur van AalsmeerVandaag. Altijd geïnteresseerd in mensen. Chaotisch, jongensachtig, vader van vier kinderen en opa van twee kleinkinderen.

Het bericht Column: ‘De bergen’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 21 Maart 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Mismatch met een missie’

Door: Arjen Vos
21 Maart 2026 om 09:00

Door: Ilse Zethof. Vandaag draag ik twee verschillende sokken. Niet omdat ik vanochtend nog niet goed wakker was, maar vandaag ga ik voor een mismatch. Normaal sta ik voor mijn sokkenla en trek ik twee dezelfde aan. Dat doe je eigenlijk automatisch. Zonder erbij na te denken. Maar vandaag deed ik dat dus niet. Vandaag koos ik bewust voor anders: links een sok met hartjes, rechts een effen sok. Maar waarom voelt dit eigenlijk een beetje vreemd?

We leren van jongs af aan dat veel dingen bij elkaar moeten passen, want symmetrie is toch mooi? Gelijkheid geeft misschien rust, maar zelf zijn wij ook niet gelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het leven wel zo interessant. Dezelfde sokken dragen vindt iedereen normaal, maar wat is normaal? Saai is het eigenlijk wel.

Twee verschillende sokken is een kleine boodschap, maar met een groot verhaal: anders zijn mag! Anders is niet minder, anders is gewoon anders en speciaal. Het is vandaag 21 maart en Werelddownsyndroomdag. Overal op de wereld dragen mensen twee verschillende sokken. En dat gebaar waardeer ik als trotse moeder van een zoon met Downsyndroom zeer. Deze dag staat ook in het teken van bewustwording, diversiteit en inclusie. Ze kunnen veel, dus geef ze de kans en laat ze meedoen.

Het leven van mijn zoon is voor ons een kronkelige, maar interessante weg vol met ups en downs. En ook een kronkelige weg brengt je uiteindelijk ergens waar je wilt zijn. Het is voor ons een route van soms willen vasthouden, maar ook leren loslaten. Deze kanjer blijft ons verrassen, leert ons om minder te haasten (al lukt dat vaak niet) en echt te zijn. Want die puurheid die mensen met Downsyndroom hebben is ontzettend mooi. Soms ook best irritant, maar vooral met veel warmte en oprechte ongefilterde menselijkheid. Daar kunnen we allemaal nog wat leren.

Dus vandaag passen mijn sokken niet bij elkaar, maar ze passen wel bij een wereld die ik prachtig zou vinden. Accepteren dat we allemaal anders zijn. Dat hebben we vandaag de dag allemaal hard nodig. Leren kijken met andere onbevooroordeelde ogen en realiseren dat het leven niet perfect hoeft te passen om mooi te zijn.

Geniet van deze eerste lentedag!

Ilse Zethof is communicatieadviseur, tekstschrijfster en één van de oprichters van AalsmeerVandaag. Vanuit Brabant door de liefde in Kudelstaart beland en ingeburgerd. Eigen bureau. Sociaal en open type met zwak voor kinderen en gehandicapten. Doet veel vrijwilligerswerk.

Het bericht Column: ‘Mismatch met een missie’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 14 Maart 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: ‘Niet vergeten Kudelstaart te noemen!’

Door: Arjen Vos
14 Maart 2026 om 09:00

Door: Erik van Itterzon. In huis gaat het wel, maar eenmaal buiten ben ik zeer op mijn hoede. Schichtig, misschien is dat het wel. Want ze kunnen overal op je staan te wachten, de kandidaten van lokale politieke partijen. In weinig flatteuze jacks willen ze een praatje met je maken. In ruil voor een glimlach of zelfs een klein verrassinkje weten wat je vindt van Aalsmeer. En van Kudelstaart! Want laten we niet vergeten dat Kudelstaart er echt helemaal bijhoort.

Je zal in deze tijd maar een bedrijf hebben, waar je, nietsvermoedend, lekker aan het werk bent. Plots staat er een delegatie van een politieke partij op de stoep, die een rondleiding door je bedrijf wil en als we er toch zijn, een kopje koffie zou wel smaken. Dan nog even op de foto en met de boodschap dat men zeer onder de indruk is van de boten die je bouwt, de broden die je bakt of de start-up die je aan het start-uppen bent. En dan, op naar de volgende, als we Kudelstaart maar niet vergeten!

Weer veilig thuis zoek ik mijn heil bij de stemwijzer, Mijn Stem Aalsmeer. Jammer, is Kudelstaart  toch weer vergeten! De stemwijzer helpt me, een beetje. Van de zes partijen blijven er vier in de race voor mijn stem. Dat is deels te verklaren door mijn grijze muizigheid, maar zou kunnen meespelen dat de programma’s van de partijen niet zo heel veel verschillen? Was er nou maar een partij die een brug over de Westeinder wilde leggen, of van het Seringenpark een parkeerplaats wilde maken, nou dan wist ik het wel. Of, want laten we Kudelstaart niet uit het oog verliezen, een partij die voorstelt het openbaar onderwijs in Kudelstaart voor eeuwig de nek om te draaien, dát zou me helpen een standpunt te bepalen. Of wacht, dat is geloof ik geen goed voorbeeld, want het openbaar onderwijs in Kudelstaart ís de nek al omgedraaid.

Er is geen partij die voorstelt nog meer dozen in Aalsmeer te bouwen en toch komen er steeds meer dozen. Er is geen partij die voorstelt het fietsen in Aalsmeer te ontmoedigen door fietsroutes niet te onderhouden en toch worden fietsroutes niet onderhouden.

Allemaal de mond vol over goed onderwijs in Aalsmeer. “Minder reistijd, meer kansen dichtbij” lees ik, en ook dat er “veilige fiets- en looproutes naar alle scholen moeten komen, zodat kinderen zorgeloos en veilig kunnen deelnemen aan het verkeer”. Dat wordt nog een hele klus, veilige routes voor Kudelstaartse kinderen die straks openbaar onderwijs volgen in Aalsmeer-Dorp of in Oost.

Ook de woningen in de Spoorlaan duiken op in de campagne. Nieuwbouw, vierhoog, lelijk, het is een schande! Dat is het zeker. Maar het is ook een schande dat Eigen Haard al een jaar of twintig niet naar de huizen in de Spoorlaan heeft omgekeken en de toenmalige bewoners een jaar of vijf geleden heeft aangespoord nu snel te vertrekken, omdat de woningen gesloopt gingen worden.

Grote thema’s als zorg en arbeidsmigratie liggen misschien wel buiten het bereik van de gemeenteraad.  Ik lees: “Arbeidsmigranten: welkom, maar kleinschalig en fatsoenlijk, zonder massale complexen die wijken domineren”. Ik begrijp dat er vijfduizend arbeidsmigranten in Aalsmeer aan het werk zijn, ben zeer benieuwd naar de kleinschalige en fatsoenlijke voorstellen.

Dan de blik maar gericht op de eigen woonwijk, geneuzel wellicht in de ogen van sommigen.

Eind vorig jaar zijn er, in de zoveelste wanhopige poging de rotondes veilig te maken, drempels aangelegd. Goed voor de overlevingskansen van fietsers en voetgangers, maar kennelijk minder voor de veren van de auto, want in de Ophelialaan scheuren de auto’s nu over de fietsstrook om zo de drempel te vermijden. Meerdere mensen hebben dit gemeld en toch gebeurt er helemaal niets. Wachten op het volgende incident en vervolgens ach en wee roepen.

En waarom is er in Aalsmeer (en voor mijn part ook in Kudelstaart) altijd wel een wijk waar de straatverlichting het niet doet? FIXI vraagt je om niet binnen zes weken een nieuwe melding te doen als het nog niet verholpen is. Zes weken in het donker is kennelijk heel acceptabel.

Burgemeester Oude Kotte zegt “Stem je niet, zeur dan ook niet”.

Of ik het met hem eens ben en wat zeuren dan precies is, ik weet het niet.

Ik ga stemmen, neig sterk naar een blanco stem. Maar ik heb nog een dag of vijf.

Erik van Itterzon was jarenlang boekhandelaar in Hoofddorp. Literatuurliefhebber pur sang. Ook na zijn werkzame leven leest hij dat het een lieve lust is. Schrijven doet hij ook. Scherpe pen, gedrenkt in relativeringsvermogen en humor. Eigenwijze kerel.  

Het bericht Column: ‘Niet vergeten Kudelstaart te noemen!’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
Ontvangen — 7 Maart 2026 Aalsmeer Vandaag

Column: Verhoging BTW bedreigt Aalsmeer

Door: Arjen Vos
7 Maart 2026 om 09:00

Door: Hermen de Graaf. ‘Aalsmeer’ is in de wereldwijde bloemenmarkt als handelscentrum een begrip en Nederland een internationale koploper. Het nieuwe kabinet heeft daar, met het plan om de BTW op bloemen en planten te verhogen, geen oog voor. Sterker nog: dat plan belemmert de zo gewenste vergroening, want bloemen en planten worden duurder. Met uw stem bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart kunt u een handje helpen dit onzalige kabinetsplan te voorkomen…

‘Dat is iets voor jullie als partij’, kreeg ik een jaar of tien geleden te horen van een lokale Aalsmeerse politicus toen ik politiek actief was in Noord-Holland. ‘Want jullie zijn een landelijke partij’. Toen kon hij de contacten die we als CDA in Den Haag en Brussel hadden (en hebben) kennelijk goed gebruiken. Daar dacht ik aan toen ik over de plannen vernam om de BTW op onze mooie sierteeltproducten te verhogen.

‘Aan de slag’ wordt slagveld…
Die BTW-verhoging van 9 naar 21 procent staat niet in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ maar is weggemoffeld in de ‘budgettaire bijlage’. En dat ‘Aan de slag’ wordt een slagveld voor bloemisten, in eerste instantie in Nederland. Verwacht wordt dat zo’n 25 procent het loodje legt als een bosje bloemen zoveel duurder wordt. Wageningen Universiteit (WUR) heeft al eerder becijferd dat die verhoging de staatskas mogelijk niet ten goede komt. Integendeel: de bestedingen aan bloemen en planten lopen terug, de belastinginkomsten dus ook, terwijl de werkloosheidsuitkeringen door de faillissementen en ontslagen juist omhooggaan. Wég dus, die 328 miljoen die achter de Haagse burelen als opbrengst is bedacht. Bovendien wordt de zo gewenste vergroening om uw en onze leefomgeving te verbeteren tegengewerkt. Want sierteeltproducten worden duurder. En niet zo’n beetje ook, sowieso ruim 10 procent.

Bloemen en planten zijn trouwens geen producten die hoger kunnen worden belast, zoals andere luxeartikelen. Het zijn emotionele medicijnen bij vreugde en verdriet: bloemen maken mensen blij en planten bevorderen het welzijn.

Ondermijning positie
Van de Nederlandse bloemen- en plantenexport van 7 miljard loopt zo’n 75 procent via Aalsmeer en bijna 80 procent van die export is bestemd voor EU-landen. Met verbijstering hebben ze in die landen kennisgenomen van de Nederlandse plannen om de BTW te verhogen. Want Nederland bloemenland is ook bij de beleidsmakers in die afzetbestemmingen een gidsland. En als hier de BTW omhooggaat, dan daar mogelijk ook. Recent is Spanje en eerder Frankrijk al ijlings teruggekomen op verhoging van de BTW op bloemen en planten. Vanwege dezelfde gevolgen die in Nederland dreigen: minder consumptie, faillissementen in de detail- en groothandel en verlies aan arbeid.

Dat doemscenario hangt nu als een zwaard van Damocles boven het hoofd van Nederland als bloemenland en Aalsmeer als sierteeltcentrum, waarin zo’n duizend (!) bedrijven en tienduizenden (!!) mensen actief zijn. Vooral de kleinere, maar zeker niet minder mooie bedrijven zullen het loodje leggen. Die bedreiging is niet alleen acuut. Het is vooral op langere termijn een bijl aan de wortel van het kenniscentrum dat is verenigd in Greenport Aalsmeer en in Nederland tuinbouwland. Dat werd mij nog eens bevestigd na een telefoonrondje langs de al genoemde WUR en Royal FloraHolland, Glastuinbouw Nederland/Aalsmeer en Greenport Aalsmeer. Jaarlijks besteedt de sector zo’n 5 procent van de totale Nederlandse uitgaven aan Onderzoek en Ontwikkeling, dat komt neer op ruim 1 miljard euro. Dat willen we toch niet uitvlakken?

Corrigeer politieke grilligheid
Een stem op een landelijke partij bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart helpt een handje bij het corrigeren van de politieke grilligheid, vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’.

Grillig, want in november vorig jaar stemde een grote meerderheid van de Tweede Kamer nog tégen een motie om de BTW op sierteeltproducten te verhogen, ook D66, VVD en CDA.

De verhoging in de huidige plannen is ingestoken door ambtenaren en D66. Het stond zeker níet op het lijstje van de andere regeringspartijen VVD en CDA. Drie partijen dus, die veel betekenen voor de positie van Aalsmeer en van Nederland, zowel op korte als op lange termijn. Het is nog een plan en kan dus worden bijgesteld. En hoe sterker die drie landelijke partijen in Aalsmeer/Kudelstaart zijn, hoe krachtiger hun stem. Dus ook uw stem op 18 maart…

Hermen de Graaf is communicatieadviseur. Kudelstaarter – en bazuint dat ongegeneerd rond. Man van contacten, vooral in bloemenland. Twittert dat het een lieve lust is. Voormalig CDA-statenlid in provincie Noord-Holland. Jongleert graag met ‘duurzaamheid’ en ‘rentmeesterschap’. Eigenwijze kerel.

Het bericht Column: Verhoging BTW bedreigt Aalsmeer verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Column: ‘Lokale verhalen’

Door: Arjen Vos
28 Februari 2026 om 09:00

Door: Anna-Maria Giannattasio. Ik ben fan van lokaal nieuws. Ja, ik kan zelfs niet zonder. Het is fijn om het nieuws van om de hoek te volgen. ‘Wat is er aan de hand, met wie, waaróm en hoe dan?’ Dat leest lekker weg en weet je…de rest van de wereld is al moeilijk genoeg. Soms lees ik liever het wel en wee aan mijn kant van de Poel dan onoplosbaar gehannes aan de andere kant van de oceaan.

Lokaal nieuws raakt mij. Soms sprookjesachtig en soms meedogenloos. Vaak herkenbaar. Wie leeft zijn leven en bij wie is het gestopt? Waarom is die drempel? Wie heeft er in 2026 weer zin en hoe gaat het met de Aalsmeerse sjoelers?

Ik vroeg mij vandaag af: Wat is de reden dat lokaal nieuws zo goed werkt? Het antwoord vond ik in een Utrechts onderzoek. De vraag was: Waar kijken apen het liefste naar?

De uitkomst vond ik verrassend. Apen kijken namelijk het liefst naar andere apen! Extra leuk: apen smullen vooral van beelden van bekende andere apen in onverwachte sociale situaties.

Dus daarom raakt het lokale nieuws mij extra. De apen uit het onderzoek zien graag bekende apen bouwen, spelen, vechten, lief hebben, bakkeleien om status, stelen, elkaar afmaken én helpen. Dat vinden apen fascinerend. Dat vinden jij en ik ook fascinerend. Kwestie van na-apen.

We lezen graag over bouwers die onze Watertoren redden nadat er brokken in de poel vallen door betonrot. We verslinden verslagen op over ravottende Aalsmeerders die ballen in een net schoppen of gooien. Stoere brandweermannen en vrouwen die brandjes blussen.

We verheugen ons op de komende gemeenteraadsverkiezing stoelendans verslagen en perikelen. Alle politici inclusief prins Carnaval in de studio van Radio Aalsmeer is natuurlijk ook goud.

Lokale verhalen zijn leuk, vermakelijk en soms ook rauw. Zo leer ik mijn buurt beter kennen en weet ik of gebeurtenissen binnenkort mij persoonlijk gaan raken. Ja, zo ben ik dan ook weer.

Wie maken het nieuws? Lokale journalisten zijn eigenwijze, slimme, leuke, soms dwarse mensen die het heilige lokale nieuwsvuur brandende houden. Mooie mensen dus. En dan mogen we dankbaar zijn dat we in een land leven vol vrijheid en blijheid met nul censuur.

Fijn en veilig om mee te maken. Nepnieuws en haat ligt op de loer. Geloof niet alles wat je denkt en wat je op de socials leest. Een rondje Zijdstraat en langs de lijn bij FC Aalsmeer laat zien dat het hier een mooi dorp is met doeners en drammers. Hou ik van!

Lieve lezer, ik wens je een weekend vol tevredenheid, vrijheid, diepte en eerlijkheid. Nog maar een paar weekjes en dan is het lente. Hou vol!

Anna Maria Giannattasio is programmamaker en presentator bij Radio Aalsmeer. Ze bouwt op dit moment een podcast studio als broedplaats voor leuke mensen, presenteert de talkshow Uur van Puur. Daarnaast is ze actief bij de VVD en heeft een groot hart voor Stichting De Bovenlanden. Gedreven door haar motto doen en durven en samen sterk, zoekt ze altijd de verbinding tussen mensen en verhalen met haar eventbureau Puur Events.

(Foto: Bo Visions)

Het bericht Column: ‘Lokale verhalen’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Column: ‘Verkeerde plek’

Door: Arjen Vos
21 Februari 2026 om 09:00

Door: Rinus Zuidervaart. Verkeerde plek, verkeerde moment.

Sicilië brokkelt nog steeds af.

Maar ander nieuws overheerst.

Een Italiaan liep met dienblad met twee sterke koffie naar de kamer.

Achter hem verdween ondertussen de keuken 50 meter lager de afgrond in.

Persoonlijk was ik twee jaar geleden ook op het eiland met de meest actieve Europese vulkaan.

Ik kwam heelhuids terug. Heel, vanzelfsprekend. Maar is dat het eigenlijk wel? In datzelfde najaar 7 oktober 2023? Hoeveel mensen waren toen op de verkeerde plaats?

Astronomen hebben recent een hockeystick-achtig voorwerp in het onmetelijk heelal, ongeveer 50 kilometer lengte (astronomisch niets), gezien. Maar raakt dit object de aarde, dan is het gelijk het uitsterven van de dinosaurussen snel over met ons ondoorgrondelijk bestaan.

Maar als we allemaal gaan, wie blijft er over om verdrietig te zijn?

Ik drink mijn koffie op.

Smaakt als vanouds. Dat stelt mij gerust.

Onterecht misschien…

Rinus Zuidervaart is parttime ‘bewoner’ van de gemeente Aalsmeer. Vermaakt zich als cliënt op de dagbesteding van Ons Tweede Thuis, locatie Mendel, met onder meer schaken en computerzaken. Heeft een neus voor taal en laat zich inspireren door Godfried Bomans. Verzamelt op zijn eigen tijd en in zijn eigen tempo columns van gebeurtenissen uit zijn leven.

 

Het bericht Column: ‘Verkeerde plek’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Column: ‘Februari’

Door: Arjen Vos
14 Februari 2026 om 09:00

Door: Arjen Vos. Ineens had ik een stapel bankbiljetten in mijn hand waar ik me even geen raad mee wist. Lang nadenken over een bestemming van die honderdjes hoefde niet want de winkel die ik van jongs af aan al door mijn ouders leerde kennen, oefende op mij een enorme aantrekkingskracht uit. Foto De Boer was net zo’n soort snoepwinkel als Jamin een paar pandjes verderop. De glimmende camera’s en objectieven achter glas, de accubak met goudvissen, de karakteristieke zwarte krukjes. Maar ook: de knappe winkelmeisjes. Want ik was vijftien en dan krijg je oog voor schoonheid.

Mijn zuur verdiende centen, bij elkaar geknipt tussen de ‘leylandii’-coniferen bij Tupla hadden hun bestemming gevonden. Jaap Spaander liet mij plaatsnemen op zo’n zwart krukje voorin de winkel en presenteerde trots de starterskit van de Petri GX1 met 50 mm standaardlens. Ik was gelijk verkocht.

Fotografie liet me vanaf toen niet meer los en ik ving alles in mijn lens wat los en vast zat. Van bloemencorso tot klassenfeesten, van straatbeeld tot voetbalwedstrijden. Vooral voetbal. Wat was ik daar bezeten van.

Magisch was het moment waarop na dagen wachten het mapje met ontwikkelde foto’s werd overhandigd. Aan de balie van De Boer bladerde ik vol verwachting door het resultaat. Mislukte maar wel afgedrukte foto’s mochten van Jaap in het ’ronde archief’. Die werden niet berekend. Altijd jammer als een gehoopte droomfoto niet meer was geworden dan een onderbelicht gruizig en korrelig velletje papier dat rechtstreeks de prullenbak in kon. Wel fijn dat het de totaalprijs drukte want foto’s afdrukken was een dure grap.

Mijn camera en ik waren onafscheidelijk. Hij ging overal mee naartoe: tijdens het rondbrengen van de ochtendkrant, naar school, bij een potje voetbal na schooltijd of bij vrienden. Mijn vader gooide voor mij een balletje op bij de Nieuwe Meerbode en jawel: ze konden nog wel een ‘jonge hond’ gebruiken om in het weekend lokale sportwedstrijden en evenementen vast te leggen.

Met mijn Petri, voorzien met een rolletje Kodak T-max 400 in mijn schoudertas, stapte ik zondag 2 februari 1986 dapper het complex van VV Aalsmeer aan de Dreef op om mijn eerste voetbalwedstrijd voor ‘de krant’ te fotograferen. Direct na het weekend mijn film ingeleverd in de Kanaalstraat waar Bas Kreeft zorgde voor het ontwikkelen en afdrukken. Ik kon niet wachten tot het donderdag was om het resultaat in de krant te kunnen zien. En ik kon nauwelijks geloven dat ik daar op 6 februari míjn foto zag: bij een verslag van de zaterdagvoetballers… En zonder naamsvermelding. Dat was dan weer jammer.

Die februarimaand in 1986 markeert het begin van mijn loopbaan in de lokale media. De maand waarin Evert van Benthem voor de tweede maal de Elfstedentocht won en we bij Ruud van het Kaar de quickstep dansten op Feargal Sharkeys A Good Heart. In die maand begon het voor mij.

Na de Nieuwe Meerbode volgde een freelance traject langs onder meer de Aalsmeerder Courant en ruim twintig jaar het Witte Weekblad, waarin ik in woord en beeld verslag mocht doen van alles wat er in ons dorp en de omgeving speelde. En vanaf 2014 AalsmeerVandaag. Wie snel rekent, ziet dat er vanaf februari 1986 precies veertig jaren zijn verstreken. Een mooi moment om even bij stil te staan.

Dat dit jubileum vrijwel samenvalt met een andere memorabele maar droeve gebeurtenis, wil ik niet ongenoemd laten. We gedenken ook grondlegger van AalsmeerVandaag, Han Carpay die op 3 februari tien jaar geleden plotseling overleed. Zo glijden de jaren voorbij. En ondertussen blijven we zolang als we kunnen, doorgaan met het schrijven van geschiedenis. In woord en beeld.

Arjen Vos hanteert sinds zijn middelbare schooltijd de camera, en later ook pen en toetsenbord. Mede-oprichter en thans hoofdredacteur van AalsmeerVandaag. Altijd geïnteresseerd in mensen. Chaotisch, jongensachtig, vader van vier kinderen en opa van twee kleinkinderen.

Het bericht Column: ‘Februari’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
❌