‘Ontworteling’ verbindt Oekraïne en Nederland in expositie
Door: Jan Dreschler. Hoe is het om vluchteling te zijn: ontworteld, tijdelijk, maar het duurt maar en het duurt maar. In woorden is dat nauwelijks te omschrijven; met kunst kan dat wel. En dat is precies wat de nieuwe expositie van KCA in het Oude Raadhuis doet, met als titel ‘A State of Temporality’ (een staat van tijdelijkheid). Centraal in de expositie staat Mariana Dzhulai (50), een curator en galeriehouder uit Oekraïne die een indringende tentoonstelling samenstelde.
‘Naast ellende heb je behoefte aan schoonheid’
Mariana werd geboren in Kiev. Als je vraagt hoe het daar in haar jeugd was, zegt ze: “Het was de mooiste stad ter wereld. Ik heb veel gereisd en gezien en ben zelfs drie maanden lang in Nederland geweest, maar ik was altijd weer blij dat ik terug was. Nu is het eerste wat ik ’s morgens raadpleeg het nieuws, om te zien waar de bommen in Kiev gevallen zijn en of mijn familie en bekenden buiten gevaar zijn. Overigens doet mijn, van origine Israëlische, man op dit moment hetzelfde voor zijn land.”
Mariana studeerde na het basisonderwijs kunstgeschiedenis en cultureel management aan de kunstacademie in Oekraïne. Tijdens haar studie was ze al van plan curator te worden en als twintigjarige was ze al buitengewoon ondernemend: ze vond sponsors, huurde een ruimte en had haar eerste tentoonstelling. Later volgde een eigen galerie, eerst op kleine schaal en daarna groter.
Dertig uur voor de grens bij min tien
COVID was een ingewikkelde periode, maar toen het weer kon reisde ze ook weer buitenslands. De laatste reis eindigde twee dagen voor de oorlog. Ze voelde het aankomen, maar kwam wel terug in Oekraïne, waar haar oudste van haar drie kinderen nog waren. Meteen daarna moesten ze vluchten voor het geweld. Wat ze mee konden nemen was minimaal. Bijna dertig uur stonden ze voor de grens te wachten bij een temperatuur van tien graden onder nul. Ze vond een gastvrij gastgezin in Amstelveen waar ze drie maanden verbleven, en daarna vonden ze een appartement in Amsterdam-Oost. “Wij dachten dat het voor een paar maanden zou zijn. Dan zet je je leven even in de pauzestand, want je gaat immers weer terug zodra de oorlog voorbij is. Maar op den duur komt er een enorm gevoel van uitzichtloosheid.”
Russisch frame
In vrijwel alle gesprekken die Mariana heeft met Nederlanders komen pijnlijke vragen aan de orde, zoals: wanneer ga je terug? Ze vindt het opmerkelijk hoe weinig kennis er is met betrekking tot de verschillen tussen Oekraïne en Rusland. “Het lijkt alsof het één groot volk is en dat er nu sprake is van een soort burgeroorlog, maar dat is een Russisch frame. Het tegendeel waar. Oekraïne heeft een geheel eigen, zeer oude cultuur en Rusland, dat veel jonger is, heeft het land min of meer leeggezogen wat betreft welvaart en talent. Ik dacht: hoe kan ik iets doen om enerzijds te helpen uitleggen waar mijn land voor staat en anderzijds iets terug te doen voor dit gastvrije land waar men ons helpt?”
Verschillen overbruggen
Ze besloot tot de oprichting van het Nederlands-Oekraïens Cultureel Centrum en gaf het de naam ‘Kastanje’. De kastanje is het beeldmerk van Kiev. De zoektocht naar een eigen locatie mislukte en dus doet ze nu allerlei verschillende projecten in Nederland, zoals het verzorgen van exposities en het geven van lezingen. De doelstelling is om de verschillen tussen Nederland en Oekraïne te overbruggen. Vanuit haar dertigjarige ervaring als curator en samensteller van exposities heeft ze veel contacten in het veld. Voor de expositie in Aalsmeer zijn werken van negen vrouwelijke kunstenaars uitgekozen, twee afkomstig uit Nederland en zeven uit Oekraïne. De keuze van de werken heeft veel te maken met haar eigen persoonlijke geschiedenis. Zoals veel Oekraïners kampt Mariana met eenzaamheid en een verlangen naar haar land.
‘Je moet een kasteel zijn’
“In Oekraïne genoot ik bekendheid als curator en werkte als zodanig met verschillende instellingen. Ook leverde ik een bijdrage aan een kunstmagazine. Als je dan gevlucht bent, ben je ineens niemand meer. En dan moet je, zeker als vrouw, sterk zijn. Je hebt zorgtaken voor je gezin, je moet dealen met de stress, je hebt een hoop verantwoordelijkheden en een hoop bureaucratie waar je als vluchteling mee te maken hebt. Je moet als het ware een ‘kasteel’ zijn om dat alles te weerstaan.”
Om het vol te houden moest ze ook iets moois of positiefs in zichzelf vinden. Voor haar was dat iets wat ze in Oekraïne nooit deed: verse bloemen in huis halen en veel kaarsen branden. “Naast alle ellende heb je gewoon behoefte aan wat schoonheid. Vooral van tulpen word ik blij. In Oekraïne zijn veel tulpen. Zodra de sneeuw weg is, steken de tulpen hun koppen boven de grond.”

Gevelde bomen
De twee ruimtes in het Oude Raadhuis zijn verschillend van sfeer. In de ene ruimte gaat het over wat een mens beleeft als hij vluchteling is, dus vooral over het gevoel; in de andere ruimte worden meer politieke statements gemaakt. Er zijn kunstwerkjes, geschilderd op een ondergrond van de vele documenten waar je als vluchteling mee te maken krijgt. Ook zijn er politiek getinte tekeningen waarop statements staan. Opvallend zijn foto’s van gevelde bomen in het Vondelpark die zo snel mogelijk weggehaald worden, “want mensen vinden het niet prettig om afbraak en onvolmaaktheid te zien. Zo voelen Oekraïners dat ook: mensen willen niet graag met ons probleem geconfronteerd worden.”
Er is ook zwarte humor, zoals het schilderij met als titel ‘Op de laatste halte’, gemaakt naar aanleiding van een raketinslag bij een bushalte die alle wachtenden wegvaagde. Zo is het leven in Oekraïne. Elke halte kan de laatste zijn. In een vitrine staan twee voeten, gehuld in sokken, op de kale grond, die de enorme ontworteling aangeven waarmee mensen geconfronteerd worden als ze van huis en haard verdreven zijn. Alles liet je achter, bij wijze van spreken zelfs je schoenen.
Het bericht ‘Ontworteling’ verbindt Oekraïne en Nederland in expositie verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.






