Stolperdrempel bij ‘kleine sjoel’
Een van de pijnlijkste zwarte bladzijden uit de geschiedenis van Amstelveen, bleek uit de woorden van burgemeester Tkapko Poppens bij het plaatsen van een zogeheten stolperdrempel, dinsdagmiddag (21 april). Daarmee is de ‘kleine sjoel’ aan de Randwijcklaan 13 min of meer tot een herdenkingsplek geworden voor honderden Joodse inwoners die op 12 en 13 mei 1942 naar Amsterdam werden vervoerd en vandaar naar diverse vernietigingslampen. De kleine sjoel, in 1938 als zodanig ingewijd door opperrabijn Saploris, werd overigens op het nippertje gered. De gemeente kocht die terug van een projectontwikkelaar, die met de grond andere plannen had en daarvoor het houten gebouwtje wilde slopen.
Dat ging de buurt te ver en er ontstond een ‘sjoelgroep’ met Wim Born, Yuri Colman en Mart Benders.
Esther Veenboer
Die vond ook in de gemeenteraad aanhang. De ex-fractievoorzitter van de PvdA Esther Veenboer, die sprak tijdens de plechtigheid, werd initiatiefneemster voor het behoud van de ‘kleine sjoel’, hamerde erop dat herdenken meer bewustzijn is dan alleen het eren van helden en slachtoffers op vaste momenten en dat het lijkt of heel Nederland in het verzet heeft gezeten, terwijl dat in wezen maximaal vijf procent was. De zwijgende meerderheid keek weg en nam het onrecht om ‘lijf en goed’ te sparen, zei Veenboer. “De mensen die terugkeerden werden koud en kil ontvangen, vonden anderen in hun huizen en moesten daar soms nog achterstallige lasten over betalen. De huidige tijd toont dat we volgende generaties moeten blijven confronteren met deze gebeurtenissen en met dergelijke dilemma’s. Blijven uitdagen om na te blijven denken en blijven wijzen op hoe makkelijk het is om af te glijden naar onverdraagzaamheid, intolerantie en, nog erger, onverschilligheid.” Het ging in de Holocaust om 102.000 Joden, Roma en Sinti die nooit terugkeerden, waarvan ongeveer tweehonderd uit Amstelveen dat in die tijd 450 Joden bevatte. In 2017 was men bezig in Amsterdam bezig met het Holocaust Namen Project dat geld inzamelde om dit monument mogelijk te maken door namen van slachtoffers te adopteren tegen een financiële bijdrage.
Manuel
“In de weken voor mijn vaders overlijden sprak hij plotseling vaak en emotioneel over Manuel”, zei Esther Veenboer. Manuel was zijn beste Amsterdamse Joodse vriend geweest, die ook werd weggevoerd en nooit terugkwam. “Nadat mijn vader was overleden heb ik uit zijn naam Manuel en zijn familie geadopteerd. Zo waren ze toch weer een beetje bij elkaar”, zei Veenboer. “Toen ik daarmee bezig was, zag ik op de website www.holocaustnamenmonument.nl dat verschillende gemeenten in Nederland hadden besloten om de namen van uit hun gemeente weggevoerde slachtoffers te eren, door deze namen te adopteren en bedacht dat wil ik ook.” Als Amstelveens raadslid zag, toen het onderwerp verhogen historisch besef aan de orde kwam als onderdeel van het ‘Programma mensen maken Amstelveen’, zag zij haar kans schoon; zij diende per motie het verzoek in namens de gemeente de namen van uit Amstelveen weggevoerde inwoners te adopteren. “Het initiatief voor een Amstelveens namenmonument ontstond trouwens rond diezelfde tijd, maar stond los van mijn initiatief. Ze bestaan nu mooi naast elkaar. Verder verzocht ik, om het historisch besef nog meer te vergroten, in overleg met de betrokken organisaties te onderzoeken of, en op welke wijze, scholen zouden kunnen worden betrokken bij het adopteren van namen en het terugontvangen van de namen in Amstelveen.” Het betrekken van het onderwijs is volgens haar nog niet helemaal van de grond gekomen, al is er wel een educatieve functie gegeven aan het gebouw.
Tragedie
De burgemeester noemde het wegvoeren van Joden ‘de grootste tragedie’ van Amstelveen. Opnieuw zweeg de bevolking namelijk toen 23 Joodse kinderen niet meer op openbare basisscholen werden toegelaten en naar de ‘Jodenschool’ moesten aan de Randwijcklaan 13. Dat was ook een dependance van de Joodse Raad geweest en gesticht in 1931 als wijkgebouw van de Hervormde Kerk, die het in 1938 verhuurde als Joods onderkomen. Er liggen nu 51 stolperstenen in de gemeente, vertelde de burgemeester. De eerste stolperdrempel naar de Joodse gemeenschap.
Erfgoed
Joods erfgoed, daar draait het om. Daniël Metz, bestuurslid van de Stichting Netwerk Joods Erfgoed Nederland en lid werkgroep Randwijcklaan 13, wees daarop. De namen van Amstelveners die nooit terugkwamen staan ook op daarnaar genoemde monument aan de Prins Bernhardlaan; zij worden ook vermeld op het holocaustmonument in Amsterdam.



