Normale weergave
-
mijnAmstelveen
- Diwali Festival viert 18de editie: Amstelveen komt samen rond het Indiase Feest van het Licht
-
Amsterdamsche Voetbal
- KNVB VC1 | Kane-gitarist Dennis van Leeuwen vindt nieuwe passie langs de lijn: ‘Mijn droom om in een stadion te spelen heb ik al geleefd’
KNVB VC1 | Kane-gitarist Dennis van Leeuwen vindt nieuwe passie langs de lijn: ‘Mijn droom om in een stadion te spelen heb ik al geleefd’
Van uitverkochte (voetbal)stadions met Kane naar het jeugdvoetbal bij SDW. Dennis van Leeuwen (55) heeft als muzikant vrijwel alles meegemaakt, maar ontdekt tegenwoordig een heel andere kant van zichzelf. Als jeugdtrainer bij de Amsterdamse vereniging SDW behaalde hij deze week zijn KNVB VC1-diploma. Een bijzonder opleidingstraject, mogelijk gemaakt door de samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, de KNVB en Ajax. Het Amsterdamsche Voetbal sprak met de voormalig gitarist over zijn onverwachte ‘nieuwe’ (trainers)loopbaan, de lessen die hij leerde en waarom hij voorlopig liever met kinderen op het trainingsveld staat dan met een gitaar in een vol stadion.
Wie de naam Dennis van Leeuwen hoort, denkt vrijwel onmiddellijk aan Kane. Samen met zanger Dinand Woesthoff vormde hij jarenlang het gezicht van een van de bekendste Nederlandse rockbands. Grote concerten, volle stadions en een leven waarin muziek centraal stond. Voetbal speelde in die jaren vooral een rol als liefhebberij. Tegenwoordig staat Van Leeuwen zelf op het veld, niet als speler, maar als trainer en coach van jonge voetballers. Het is een ontwikkeling die hij enkele jaren geleden zelf waarschijnlijk niet had voorzien. De aanleiding was even eenvoudig als bijzonder: drie kinderen thuis die graag wilden voetballen. De twee kinderen van elf en van dertien spelen inmiddels bij SDW, maar hun eerste voetbalervaringen ontstonden buiten de georganiseerde sport.
Van Leeuwen voetbalde in zijn jeugd zelf bij een vereniging waar veel aandacht werd besteed aan techniek en individuele ontwikkeling. Een uitzonderlijk talent was hij naar eigen zeggen niet, maar zijn liefde voor het spel was groot. Rond zijn zestiende stopte hij met voetballen en koos hij steeds nadrukkelijker voor de muziek. “Ik vond voetbal fantastisch, maar op een gegeven moment ben ik de muziekkant opgegaan. Dat combineert niet altijd even gemakkelijk, zeker niet wanneer je ook in de weekenden bezig bent.”
De weg terug naar het voetbal liep via de Vrije School in Amsterdam, waar zijn kinderen onderwijs volgen. Van Leeuwen merkte dat veel kinderen graag wilden voetballen, maar niet direct de stap naar een vereniging wilden zetten. Samen met een andere vader besloot hij daarom zelf trainingen te organiseren in het Westerpark. Wat begon met een kleine groep kinderen uit dezelfde klas, groeide geleidelijk uit tot een vaste voetbalactiviteit op woensdagmiddag en zondagochtend. Ook meisjes en kinderen uit andere klassen sloten zich aan. Uiteindelijk stonden er regelmatig ongeveer dertig kinderen op het veld. “We deden wat oefeningen, speelden partijtjes en zorgden vooral dat iedereen plezier had. Het was eigenlijk heel eenvoudig begonnen, maar het werd steeds groter.”

Een compleet team meldt zich bij SDW
Na ongeveer een jaar veranderde de belangstelling van de kinderen. Waar zij aanvankelijk geen behoefte hadden aan verenigingsvoetbal, wilden ze inmiddels juist graag wedstrijden spelen. Van Leeuwen en de andere betrokken ouders besloten de groep bij elkaar te houden en zochten contact met SDW, de Amsterdamse vereniging die zich de afgelopen jaren sterk heeft ontwikkeld. Het voorstel was opmerkelijk: konden ze met een vrijwel compleet team lid worden en tegelijkertijd zelf de begeleiding verzorgen? SDW stond ervoor open. De groep werd aangevuld met andere spelers en Van Leeuwen begon vorig seizoen officieel als trainer en coach.
Daarmee veranderde ook zijn kijk op het vak. “Ik kwam er vrij snel achter dat trainen gewoon een vak is. In het Westerpark kon ik een beetje mijn eigen gang gaan. Maar bij een vereniging, waar je structureel met een team werkt, is dat niet voldoende.” De groeiende vereniging, die richting de 1.200 leden gaat, bood hem de mogelijkheid om deel te nemen aan de KNVB-opleiding Voetbalcoach 1. Dankzij de ondersteuning vanuit de gemeente Amsterdam en de club was de drempel om te beginnen laag. “Ik weet niet of ik die opleiding uit mezelf zo snel had gedaan. Maar het werd aangeboden en ik dacht: waarom eigenlijk niet? Een aantal mensen binnen SDW heeft zich aangemeld en ik was er één van.”

‘Ik ben best eigenwijs, dus in het begin moest ik echt omschakelen’
De opleidingsavonden vonden plaats bij RAP in Amstelveen. Daar maakte Van Leeuwen kennis met een trainingsvisie die op onderdelen behoorlijk verschilde van de manier waarop hij zelf had leren voetballen. In zijn jeugd lag het accent sterk op techniek. De trainer deed bewegingen voor, legde uit hoe een bal moest worden aangenomen of gepasst en liet spelers vervolgens oefenen. Die benadering, verwant aan de bekende Wiel Coerver-methode, was voor Van Leeuwen jarenlang een vanzelfsprekend uitgangspunt.
Tijdens de VC1-opleiding ontdekte hij dat de KNVB veel nadruk legt op voetbalgerichte trainingsvormen, waarin spelers zoveel mogelijk leren door het spel daadwerkelijk te spelen. Dat vroeg om een andere manier van denken. “Ik ben best een eigenwijze man. In het begin had ik er moeite mee dat je een training niet voortdurend moet stilleggen om iets uit te leggen. Ik dacht regelmatig: ik wil nu stoppen en vertellen hoe het moet. Maar de bedoeling was juist dat het spel zoveel mogelijk doorging.”
Zijn eerste reactie was dan ook kritisch. Hij moest afleren wat hij jarenlang als logisch had beschouwd. Pas na enkele bijeenkomsten begon hij de nieuwe werkwijze bewust toe te passen. Dat leverde verrassende inzichten op.
Geen twaalf minuten wachten, maar onmiddellijk voetballen
Van Leeuwen noemt een voorbeeld dat voor veel jeugdtrainers herkenbaar zal zijn. Voorheen liet hij zijn spelers bij aankomst met een bal het veld opgaan. De kinderen schoten op doel, maakten plezier en wachtten totdat de training officieel begon. Vervolgens pakte hij zijn fluit, riep iedereen bij elkaar en begon met de uitleg. “Voordat iedereen bij elkaar stond en ik mijn verhaal had gedaan, waren we soms twaalf minuten verder. Eigenlijk was er nog helemaal niet getraind.”
De KNVB-benadering door docent Rene Koster liet hem zien dat het anders kon. Wanneer de spelers arriveren, staan de doelen al klaar en ligt de bal op het veld. Ze kunnen onmiddellijk beginnen met voetballen. Vanuit dat partijtje kan de trainer vervolgens geleidelijk een oefenvorm ontwikkelen. “De kinderen hebben soms nauwelijks in de gaten dat ze iets aan het leren zijn. Je verandert het spel, past iets aan en laat ze zelf ontdekken wat er gebeurt. Dat vond ik echt een openbaring.”
Het betekent volgens Van Leeuwen overigens niet dat technische oefeningen overbodig zijn geworden. Integendeel. Hij is nog altijd enthousiast over de Coerver-methode en de aandacht voor balbeheersing, passeerbewegingen en tweebenigheid. Juist de combinatie van verschillende trainingsmethoden spreekt hem aan. “Ik vind het prachtig wanneer kinderen ontdekken op hoeveel manieren je een bal kunt raken of een tegenstander kunt passeren. Dat blijft ontzettend waardevol. Maar ik begrijp nu ook veel beter waarom je bepaalde oefeningen doet en wanneer je welke vorm gebruikt.”

Meer dan pionnen, ballen en doelpunten
Misschien wel de belangrijkste ontdekking tijdens de opleiding was dat jeugdtraining veel verder gaat dan voetbaltechniek en tactiek. Van Leeuwen kreeg te maken met leeftijdsspecifieke kenmerken, groepsdynamiek, communicatie en de psychologische ontwikkeling van kinderen. Onderwerpen waar hij als vader vanzelfsprekend ervaring mee had, maar die hij nog niet eerder zo bewust vanuit het trainerschap had bekeken. Een ogenschijnlijk klein voorbeeld maakte grote indruk. “Stel dat je een jongen even apart moet aanspreken omdat hij lastig gedrag vertoont. Wanneer je dat doet terwijl al zijn teamgenoten kunnen meekijken, ontstaat er een heel andere situatie dan wanneer je zo gaat staan dat hij alleen jou ziet. Dan wordt het gesprek meteen anders.”
Volgens Van Leeuwen zijn het juist dergelijke inzichten die een beginnende trainer verder helpen. “Het klinkt allemaal heel logisch als iemand het uitlegt. Maar je moet er wel even op gewezen worden. Er zijn honderden van dat soort kleine dingen die je kunt toepassen.” Daarnaast leerde hij bewuster gebruik te maken van de voetbalterminologie. Begrippen rondom aanvallen, verdedigen, het verkleinen van ruimtes en het samenwerken binnen een team kregen meer betekenis. Dat helpt niet alleen tijdens trainingen, maar ook in gesprekken met andere trainers. “Je gaat dezelfde taal spreken. Daardoor kun je veel gemakkelijker over voetbal praten en ervaringen uitwisselen. Je merkt dat je jezelf ontwikkelt en professioneler wordt.”

Ook buiten het veld ontstaan nieuwe verbindingen
Een ander waardevol onderdeel van de opleiding was volgens Van Leeuwen het contact met trainers van andere verenigingen. Tijdens de praktijkbijeenkomsten werkten de deelnemers met jeugdspelers die niet noodzakelijk tot hun eigen teams behoorden. Dat maakte de omstandigheden soms onvoorspelbaar. Niet ieder kind was even gemotiveerd, de groepssamenstelling wisselde en het weer werkte lang niet altijd mee. Juist daardoor werd de opleiding realistisch. “Je staat niet iedere keer met je eigen jongens op het veld. Soms heb je kinderen die er enorm veel zin in hebben, soms wat minder. Dan regent het, waait het hard of komt iemand niet opdagen. Dat is eigenlijk precies hoe het in de praktijk ook gaat.”
Ook het onderlinge contact tussen de cursisten bleek waardevol. Er ontstonden gesprekken over verenigingsculturen, trainingsmethoden en de dagelijkse uitdagingen van vrijwilligers. Inmiddels onderhouden verschillende deelnemers nog contact met elkaar. Ze wisselen ervaringen uit en nodigen elkaar zelfs uit voor jeugdtoernooien. “Er zit ook een heel mooie sociale kant aan zo’n opleiding. Je ontmoet mensen die allemaal met hetzelfde bezig zijn. Dat levert contacten op die ook na de cursus blijven bestaan.”
Van Leeuwen spreekt dan ook met waardering over het initiatief van de betrokken organisaties. “Het is een prachtig initiatief vanuit de club, de KNVB en de gemeente Amsterdam. Je zegt als vrijwilliger ja tegen het trainen van een team en vervolgens krijg je de mogelijkheid om jezelf verder te ontwikkelen. Dat voelt bijna als een cadeautje aan jezelf.”
Een stormachtig examen in Amstelveen
Dat Van Leeuwen inmiddels zijn diploma heeft behaald, betekent niet dat alles tijdens het opleidingstraject vanzelf ging. Vooral zijn praktijkexamen zal hem nog lang bijblijven. Op de examendag in Amstelveen waren de weersomstandigheden verre van ideaal. Het stormde, de wind joeg over de velden en overvliegende vliegtuigen maakten communiceren lastig. De jeugdspelers waren bovendien bijzonder onrustig. De eerste twee trainingen van andere cursisten verliepen moeizaam. De omstandigheden maakten het vrijwel onmogelijk om de groep op de gebruikelijke manier aan het werk te krijgen.
Een andere aanwezige KNVB-docent sprak Van Leeuwen daarop aan. “Hij zei tegen mij dat het echt knap zou zijn als ik die jongens aan het voetballen kreeg. Toen dacht ik: dat zal ik je eens laten zien.” Wat volgde, was volgens de muzikant misschien wel het meest leerzame moment van zijn opleiding. In plaats van zich krampachtig vast te houden aan alle aangeleerde uitgangspunten, besloot hij zijn eigen persoonlijkheid nadrukkelijker te gebruiken. Hij sprak de spelers stevig toe, maakte duidelijk wat hij van hen verwachtte en bracht structuur aan. Binnen korte tijd had hij de aandacht van de groep. “Ik moest even duidelijk maken dat we gingen beginnen en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Vanaf dat moment liep het eigenlijk prima.”
De docent reageerde verrast en wilde weten hoe Van Leeuwen dat had aangepakt. Voor de trainer was het een bevestiging dat een opleiding richting geeft, maar dat persoonlijkheid en natuurlijk overwicht minstens zo belangrijk kunnen zijn. “Ik was heel erg bezig om alles precies volgens de methode te doen. Maar op dat moment werkte dat gewoon niet. Dan moet je kunnen schakelen. Je moet soms ook durven vertrouwen op jezelf.” Het examen werd daarmee niet alleen een toets van zijn opgedane kennis, maar ook een bevestiging van zijn eigen kwaliteiten als begeleider.
‘Ik heb mijn droom om in een stadion te spelen al geleefd’
Met het VC1-diploma op zak ligt in theorie een vervolgopleiding voor de hand. Via VC2 en eventueel VC3 zou Van Leeuwen zich verder kunnen ontwikkelen als trainer. Maar heeft de man die jarenlang voor duizenden mensen optrad inmiddels de ambitie om ooit bij bijvoorbeeld Ajax voor de groep te staan? Hij moet lachen om de gedachte. “Natuurlijk gaat dat weleens door je hoofd. Als je een staatslot koopt, denk je ook even dat je gaat winnen. Dus ja, misschien denk je heel kort: straks word ik nog trainer van Ajax.”
Toch ligt zijn ambitie ergens anders. Van Leeuwen heeft als muzikant al opgetreden in de stadions van Ajax, Feyenoord en PSV. De bijzondere ervaring om in een groot voetbalstadion centraal te staan, heeft hij dus allang meegemaakt. “Ik heb mijn droom om in een stadion te spelen al geleefd. Alleen was dat als muzikant.” Het verklaart waarom hij niet nadrukkelijk bezig is met een volgende stap richting het professionele voetbal. Hij heeft zijn werk, zijn muzikale achtergrond en vooral veel plezier in het begeleiden van kinderen. “Ik vind het geweldig om met die jongens te werken. Ze zitten in een leeftijd waarin ontzettend veel gebeurt. Samenwerken, sporten, winnen, verliezen, omgaan met elkaar. Daar zit gewoon iets heel moois in. Dat is voor mij eigenlijk al genoeg.”

Vijfenveertig minuten partijtje
Ook bij SDW staat voetbalplezier hoog in het vaandel. Van Leeuwen probeert die gedachte nadrukkelijk in zijn trainingen terug te laten komen. Dat betekent niet dat hij geen aandacht besteedt aan techniek, spelprincipes of tactische afspraken. Maar hij houdt ook rekening met wat zijn spelers zelf het liefste doen. En dat blijkt verrassend eenvoudig. “Als de jongens op het veld komen, vragen ze meteen of we alsjeblieft veel partijtjes gaan doen. Dat vinden ze gewoon het allerleukste.”
Van zijn training van anderhalf uur besteedt Van Leeuwen daarom regelmatig ongeveer drie kwartier aan partijvormen. Daarbinnen probeert hij de opgedane kennis van zijn opleiding te verwerken. Spelers leren samenwerken, ruimtes herkennen, aanvallen opbouwen en verdedigen, zonder dat het plezier uit de training verdwijnt. “Je kunt allerlei systemen, strategieën en technieken behandelen, maar uiteindelijk willen die kinderen gewoon voetballen. En daar hebben ze natuurlijk ook gelijk in.”
De gitarist ziet het trainerschap niet als een tijdelijke bezigheid die vooral voortkomt uit de sportieve belangstelling van zijn eigen kinderen. Hij heeft inmiddels ontdekt hoeveel voldoening het geeft om een groep jonge spelers te begeleiden. Daarbij wil hij zich blijven ontwikkelen, zonder zijn eigen karakter of ideeën uit het oog te verliezen.
Een diploma als waardering voor vrijwilligers
Het verhaal van Van Leeuwen laat zien wat de trainersopleidingen binnen de Amsterdamse Voetbalagenda kunnen betekenen voor het amateurvoetbal. Niet iedere deelnemer begint aan een opleiding met de ambitie om hogerop te komen. Voor veel vrijwilligers draait het om de wens om de kinderen bij hun eigen vereniging beter te begeleiden. Juist voor die groep is een laagdrempelige opleiding van grote waarde. Verenigingen hebben behoefte aan enthousiaste ouders en vrijwilligers, maar enthousiasme alleen is niet altijd voldoende om een goede training te verzorgen. Van Leeuwen ondervond dat zelf toen hij met zijn groep vanuit het Westerpark de overstap naar SDW maakte. Wat begon als een spontaan initiatief van twee vaders, groeide uit tot een serieuze verantwoordelijkheid binnen een voetbalvereniging.
Zijn advies aan andere Amsterdamse jeugdtrainers is dan ook duidelijk: maak gebruik van de mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. “Bij de KNVB en de mensen die deze opleidingen verzorgen, zit ontzettend veel ervaring. Je hoeft niet alles klakkeloos over te nemen. Je mag je eigen manier van werken hebben. Maar het is ontzettend leerzaam om te begrijpen waarom bepaalde dingen werken.” Het diploma dat hij deze week ontving, is voor hem vooral een erkenning van die ontwikkeling. En hoewel de vergelijking tussen muziek en voetbal zich gemakkelijk opdringt, zijn de verschillen misschien wel groter dan de overeenkomsten. Op het podium stond Van Leeuwen jarenlang zelf in het middelpunt van de belangstelling. Als jeugdtrainer draait het om de kinderen.
Niet hij, maar de kinderen moeten schitteren. Van Leeuwen lijkt zich uitstekend thuis te voelen in die nieuwe rol. Zijn grote muzikale dromen heeft hij al verwezenlijkt. Tegenwoordig zit de voldoening in een geslaagde training, een speler die iets nieuws ontdekt of een groep kinderen die na afloop met plezier van het veld stapt. “Het wordt ook leuker als je ergens beter in wordt. Dat geldt voor die kinderen, maar net zo goed voor mij als trainer.” En daarmee heeft de nieuwbakken jeugdtrainer misschien wel de belangrijkste les van zijn VC1-opleiding te pakken: een goede trainer hoeft niet voortdurend op de voorgrond te staan. Soms is het voldoende om de juiste voorwaarden te scheppen, de bal te laten rollen en kinderen zelf het spel te laten ontdekken.
Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam.Klik hier. Samen vormen de drie jeugdteams een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien – op én naast het veld.
Lees ook:VOETBALAGENDA | VC1-opleidingen najaar 2026 van start: inschrijving geopend, belangstelling groot
Foto’s: Jacques Kattenburg
Tekst: Harold van Ineveld
Het bericht KNVB VC1 | Kane-gitarist Dennis van Leeuwen vindt nieuwe passie langs de lijn: ‘Mijn droom om in een stadion te spelen heb ik al geleefd’ verscheen eerst op Het Amsterdamsche Voetbal.
Verkeersdeelnemers in Amstelveen verrast met complimenten
Pietspaden tijdelijk afgesloten in Diemerbos
![]()
Van 29 oktober tot en met 13 november 2026 zijn een aantal fietspaden in het Diemerbos afgesloten vanwege de aanleg van een nat klimaatbos.
P 1 Ongeval Wegvervoer Letsel Dr. Willem Dreesweg Amstelveen
Meer premiumcapaciteit op KLM-vluchten naar Aruba en Bonaire deze winter
KLM biedt reizigers naar Aruba en Bonaire deze winter meer mogelijkheden voor extra comfort. Vanaf 25 oktober zet de luchtvaartmaatschappij op de route naar Aruba en Bonaire haar Boeing 777 en Boeing 787-10 in. Deze toestellen beschikken over meer capaciteit in zowel World Business Class als Premium Comfort Class, waardoor reizigers kunnen profiteren van een nog comfortabelere reiservaring naar beide Caribische eilanden.
Met de inzet van de Boeing-vloot speelt KLM in op de groeiende vraag naar premium reizen.Voorheen zette KLM de Airbus 330 in naar Aruba en Bonaire, met een capaciteit van circa 30 stoelen in de World Business Class. De Boeing 777 en 787-10 bieden circa 35 stoelen in World Business Class én circa 24 stoelen in de Premium Comfort Class, dus aanzienlijk meer capaciteit in het hogere segment. In de overige reisklassen blijft het aantal stoelen vergelijkbaar.
Meer dan 90 jaar verbonden
De uitbreiding van de capaciteit valt samen met een bijzonder jubileumjaar. Negentig jaar geleden, op 31 mei 1936, voerde KLM de eerste officiële passagiersvlucht naar Bonaire uit. KLM was de eerste Europese luchtvaartmaatschappij die een lijndienst tussen Amsterdam en Bonaire introduceerde. Naar Aruba vliegt KLM al sinds 1934.
“Al vele jaren verbinden we Aruba en Bonaire met Nederland en de rest van de wereld. We blijven deze route ontwikkelen, waarbij we inspelen op de wensen van onze reizigers,” zegt Frédérique Pelger, Vice President KLM Benelux, Dutch Caribbean & Suriname. “We zien dat reizigers steeds vaker kiezen voor extra comfort en persoonlijke service. Met meer capaciteit in onze World Business Class en Premium Comfort Class bieden we onze passagiers die mogelijkheid.”
Meer vluchten naar Curaçao
Deze winter vliegt KLM vaker naar Curaçao. Vakantiegangers kunnen kiezen uit negen vluchten per week. In januari en februari stijgt dat naar tien vluchten per week, tijdens de kerstvakantie naar twaalf en gedurende de voorjaarsvakantie naar elf vluchten per week.

-
Amstelveens Nieuwsblad
- Complimenten voor weggebruikers in Amstelveen die rekening houden met andere verkeersdeelnemers
Complimenten voor weggebruikers in Amstelveen die rekening houden met andere verkeersdeelnemers

-
AmstellandVandaag
- Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege...
Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege...
Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege reconstructiewerkzaamheden. De afsluiting geldt voor het traject aan de oostzijde van de Beneluxbaan, tussen de Saskia van Uylenburgweg en Uilenstede. Volgens de gemeente Amstelveen duren de werkzaamheden tot en met dinsdag 15 december. Fietsers en bromfietsers moeten gedurende deze periode rekening houden met een aangepaste route.
De gemeente heeft een omleiding ingesteld via de Saskia van Uylenburgweg, de Professor J.H. Bavincklaan en Uilenstede. Reizigers die dagelijks door dit gebied fietsen, doen er verstandig aan rekening te houden met extra reistijd en de route vooraf te bekijken. Waarom het fietspad precies wordt aangepast en welke verbeteringen de reconstructie oplevert, vermeldt de gemeentelijke aankondiging niet. Meer informatie is beschikbaar via de website van de gemeente Amstelveen.
Complimenten voor weggebruikers tijdens ochtendspits
Amstelveen - Verkeersdeelnemers in Amstelveen kregen op donderdagochtend 22 oktober een onverwacht compliment. Op het kruispunt Keizer Karelweg, Bella Donna en Laan Walcheren stond een campagneteam van de Vervoerregio Amsterdam stil bij positief gedrag in het verkeer.

PHP-lek: en ineens staat alles op zwart
Wijkkoepel zoekt nieuwe voorzitter; Bauco Moerkercken stopt eind dit jaar

ECLI:NL:RBDHA:2026:30693 Rechtbank Den Haag, 18-09-2026, C/09/687995 / FA RK 25-5077
Weer ruim jaar omrijden naar Amstelveen door afsluiting A9-afrit
Verkeer vanaf Schiphol of Haarlem richting het centrum van Amstelveen moet dik een jaar omrijden. Vanaf maandag is A9-afrit 5 Stadshart in de richting van Utrecht dicht. De afsluiting duurt tot begin 2028.
De afrit naar het stadscentrum gaat maandag 26 oktober om 05.00 uur dicht. Rijkswaterstaat meldt dat automobilisten rekening moeten houden met drie tot vijf minuten extra reistijd, buiten de spits. Hoeveel extra tijd dit in de spitsuren gaat kosten, moet nog blijken.
Zo moet je omrijden
Automobilisten die normaal afrit 5 nemen richting het Stadshart, moeten voortaan doorrijden naar afrit 4 bij Ouderkerk aan de Amstel. Via de Burgemeester Boersweg kunnen ze vervolgens de A9 in de andere richting oprijden en alsnog afrit 5 nemen.
Ook verkeer naar Amstelveen-Zuid moet rekening houden met een andere route. Zij worden vanaf afrit 6 omgeleid via de N231 en de Beneluxbaan.
Waarom moet de afrit dicht?
De afsluiting is nodig voor de aanleg van het verdiepte gedeelte van de A9. Er wordt gewerkt aan het zuidelijke deel van de snelweg, waarvoor extra bouwruimte nodig is. De beperkte ruimte om te bouwen is één van de redenen waarom het project inmiddels al anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen.
Bij de bekendmaking van de vertraging lichtte de omgevingsmanager van Rijkswaterstaat toe dat bouwverkeer elkaar daar 'telkens in de weg' zit. "Daarnaast zijn er weinig mensen en machines continu beschikbaar."
Winkeliers vrezen minder omzet
Het nieuws over de lange afsluiting viel niet lekker bij Amstelveense ondernemers in en om het centrum. Zij vrezen voor minder omzet. Tijdens eerdere afsluitingen vertelden winkeliers dat klanten hun winkels niet meer wisten te vinden. Een tabakswinkelier zag zijn omzet naar eigen zeggen met 20 tot 25 procent dalen.
Om te voorkomen dat klanten wegblijven, heeft Rijkswaterstaat een miljoen euro beschikbaar gesteld. Met dat geld kunnen de winkelgebieden bijvoorbeeld reclame maken om bezoekers te trekken of maatregelen nemen om de winkels beter bereikbaar te houden.
Met een deel van dat budget is inmiddels de campagne 'The best way to a great day' opgezet. Ondernemers uit vijf winkelgebieden proberen daarmee bezoekers te blijven trekken, onder meer met reclameborden langs de snelweg, advertenties en een winactie waarbij bezoekers een volledig verzorgd dagje Amstelveen kunnen winnen.
Het geld is niet bedoeld om individuele winkeliers te compenseren voor de omzet die ze mislopen.
Bussen rijden tijdelijk andere route
Ook de buslijnen 300 en 356 gaan een andere route rijden. De bussen rijden via een tijdelijke verbinding in het Amsterdamse Bos en vervolgens via de Amsterdamseweg, Molenweg, Graaf Aelbrechtlaan en Keizer Karelweg naar het busstation.
De gevolgen voor de busreizigers vallen mee: de haltes langs de bestaande routes van buslijnen 300 en 356 vervallen niet. Buslijn 186 rijdt nu al via deze route.

NH lanceert 'Side Quest': de serie die jongeren op weg helpt naar hun droombaan
Mensen de stuipen op het lijf jagen, pinguïns verzorgen op Schiphol of het land doorreizen met een kermis. In de nieuwe NH-serie 'Side Quest' krijgen kijkers een kijkje achter de schermen bij deze bijzondere beroepen. De serie is vanaf zaterdag wekelijks te zien op YouTube.
In de nieuwe YouTube-serie lopen verslaggevers Lisa de Jong en Rowan van Brussel mee met jonge Noord-Hollanders die een bijzonder beroep hebben. Ze ontdekken hoe hun werkdag eruitziet en wat ze ervoor betaald krijgen. Zo hopen ze de kijkers te inspireren bij hun zoektocht naar een leuke baan.
Attracties en spookhuizen
In de eerste aflevering draait Rowan mee op de kermis in Blaricum. Daar helpt hij de 30-jarige Ricardo, die met zijn attractie De Polyp door heel Noord-Holland reist. "Een heel nomadisch bestaan", noemt Rowan het leven van een kermisexploitant. Want wie op de kermis werkt, verkoopt niet alleen kaartjes, maar is ook voortdurend onderweg. "Je baan is je hele leven."
In de tweede aflevering verruilt Lisa de redactie voor de donkere gangen van de Amsterdam Dungeon. Daar krijgt ze een spoedcursus mensen de stuipen op het lijf jagen van Anouscha. Zij verdient zo'n 2.000 euro per maand met het laten schrikken van toeristen.
Zelf houdt Lisa helemaal niet van spookhuizen, toch was dit voor haar de leukste werkdag. "Ik werd zo in het diepe gegooid om iets te doen wat ik echt nog nooit had gedaan", vertelt ze.
'Geld is niet het belangrijkste, passie wel'
Ook loopt Rowan mee met Elin van de reddingsbrigade op het strand van Callantsoog, waar veel jonge mensen van overal vandaan komen om er te werken. "Het was echt een vriendengroep die het leuk vindt om daar te zijn", vertelt Rowan. De jongeren bieden elkaar steun als er heftige incidenten gebeuren. "Daarin zie je echt wel dat ze het met passie doen. Heel mooi om te zien."
In de laatste aflevering mogen de makers naar het dierenhotel op Schiphol. Daar verzorgt Mel dieren die de wereld over reizen. Honden en katten zijn de meest voorkomende bezoekers, maar ook paarden en reptielen komen voor. Met al die dieren zijn er ook minder leuke klusjes, zoals poep opruimen. Hoewel Mel zelf niet tegen vieze geuren kan, wegen alle leuke dingen zwaarder dan de kleine, stomme klusjes.
De liefde voor het vak zien de makers terugkomen bij alle jonge Noord-Hollanders die ze de afgelopen tijd volgden. "Wat ik bij iedereen heb gezien, is dat passie sowieso bovenaan staat", vertelt Rowan. Geld speelt daarin een minder belangrijkere rol. "Ze doen het vooral omdat ze het leuk vinden en omdat het bij ze past".
Heb jij een tof beroep?
'Side Quest' is vanaf zaterdag 24 oktober wekelijks te zien op het YouTube-kanaal van NH. De makers willen graag nog een tweede seizoen maken om meer beroepen te ervaren. Heb jij een unieke baan en kan je twee enthousiaste journalisten meenemen? Stuur dan een mail naar jongeren@nhmedia.nl.

P 1 Ongeval Wegvervoer Letsel Oranjebaan Amstelveen
Op zoek naar droombaan? NH-serie 'Side Quest' laat jongeren zien wat mogelijk is
Mensen de stuipen op het lijf jagen, pinguïns verzorgen op Schiphol of het land doorreizen met een kermis. In de nieuwe NH-serie 'Side Quest' krijgen kijkers een kijkje achter de schermen bij deze bijzondere beroepen. De serie is vanaf zaterdag wekelijks te zien op YouTube.
In de nieuwe YouTube-serie lopen verslaggevers Lisa de Jong en Rowan van Brussel mee met jonge Noord-Hollanders die een bijzonder beroep hebben. Ze ontdekken hoe hun werkdag eruitziet en wat ze ervoor betaald krijgen. Zo hopen ze de kijkers te inspireren bij hun zoektocht naar een leuke baan.
Attracties en spookhuizen
In de eerste aflevering draait Rowan mee op de kermis in Blaricum. Daar helpt hij de 30-jarige Ricardo, die met zijn attractie De Polyp door heel Noord-Holland reist. "Een heel nomadisch bestaan", noemt Rowan het leven van een kermisexploitant. Want wie op de kermis werkt, verkoopt niet alleen kaartjes, maar is ook voortdurend onderweg. "Je baan is je hele leven."
In de tweede aflevering verruilt Lisa de redactie voor de donkere gangen van de Amsterdam Dungeon. Daar krijgt ze een spoedcursus mensen de stuipen op het lijf jagen van Anouscha. Zij verdient zo'n 2.000 euro per maand met het laten schrikken van toeristen.
Zelf houdt Lisa helemaal niet van spookhuizen, toch was dit voor haar de leukste werkdag. "Ik werd zo in het diepe gegooid om iets te doen wat ik echt nog nooit had gedaan", vertelt ze.
'Geld is niet het belangrijkste, passie wel'
Ook loopt Rowan mee met Elin van de reddingsbrigade op het strand van Callantsoog, waar veel jonge mensen van overal vandaan komen om er te werken. "Het was echt een vriendengroep die het leuk vindt om daar te zijn", vertelt Rowan. De jongeren bieden elkaar steun als er heftige incidenten gebeuren. "Daarin zie je echt wel dat ze het met passie doen. Heel mooi om te zien."
In de laatste aflevering mogen de makers naar het dierenhotel op Schiphol. Daar verzorgt Mel dieren die de wereld over reizen. Honden en katten zijn de meest voorkomende bezoekers, maar ook paarden en reptielen komen voor. Met al die dieren zijn er ook minder leuke klusjes, zoals poep opruimen. Hoewel Mel zelf niet tegen vieze geuren kan, wegen alle leuke dingen zwaarder dan de kleine, stomme klusjes.
De liefde voor het vak zien de makers terugkomen bij alle jonge Noord-Hollanders die ze de afgelopen tijd volgden. "Wat ik bij iedereen heb gezien, is dat passie sowieso bovenaan staat", vertelt Rowan. Geld speelt daarin een minder belangrijkere rol. "Ze doen het vooral omdat ze het leuk vinden en omdat het bij ze past".
Heb jij een tof beroep?
'Side Quest' is vanaf zaterdag 24 oktober wekelijks te zien op het YouTube-kanaal van NH. De makers willen graag nog een tweede seizoen maken om meer beroepen te ervaren. Heb jij een unieke baan en kan je twee enthousiaste journalisten meenemen? Stuur dan een mail naar jongeren@nhmedia.nl.

Afrit Stadshart Amstelveen ruim een jaar dicht, zo moet je omrijden
Verkeer vanaf Schiphol of Haarlem richting het centrum van Amstelveen moet dik een jaar omrijden. Vanaf maandag is A9-afrit 5 Stadshart in de richting van Utrecht dicht. De afsluiting duurt tot begin 2028.
De afrit naar het stadscentrum gaat maandag 26 oktober om 05.00 uur dicht. Rijkswaterstaat meldt dat automobilisten rekening moeten houden met drie tot vijf minuten extra reistijd, buiten de spits. Hoeveel extra tijd dit in de spitsuren gaat kosten, moet nog blijken.
Zo moet je omrijden
Automobilisten die normaal afrit 5 nemen richting het Stadshart, moeten voortaan doorrijden naar afrit 4 bij Ouderkerk aan de Amstel. Via de Burgemeester Boersweg kunnen ze vervolgens de A9 in de andere richting oprijden en alsnog afrit 5 nemen.
Ook verkeer naar Amstelveen-Zuid moet rekening houden met een andere route. Zij worden vanaf afrit 6 omgeleid via de N231 en de Beneluxbaan.
Waarom moet de afrit dicht?
De afsluiting is nodig voor de aanleg van het verdiepte gedeelte van de A9. Er wordt gewerkt aan het zuidelijke deel van de snelweg, waarvoor extra bouwruimte nodig is. De beperkte ruimte om te bouwen is één van de redenen waarom het project inmiddels al anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen.
Bij de bekendmaking van de vertraging lichtte de omgevingsmanager van Rijkswaterstaat toe dat bouwverkeer elkaar daar 'telkens in de weg' zit. "Daarnaast zijn er weinig mensen en machines continu beschikbaar."
Winkeliers vrezen minder omzet
Het nieuws over de lange afsluiting viel niet lekker bij Amstelveense ondernemers in en om het centrum. Zij vrezen voor minder omzet. Tijdens eerdere afsluitingen vertelden winkeliers dat klanten hun winkels niet meer wisten te vinden. Een tabakswinkelier zag zijn omzet naar eigen zeggen met 20 tot 25 procent dalen.
Om te voorkomen dat klanten wegblijven, heeft Rijkswaterstaat een miljoen euro beschikbaar gesteld. Met dat geld kunnen de winkelgebieden bijvoorbeeld reclame maken om bezoekers te trekken of maatregelen nemen om de winkels beter bereikbaar te houden.
Met een deel van dat budget is inmiddels de campagne 'The best way to a great day' opgezet. Ondernemers uit vijf winkelgebieden proberen daarmee bezoekers te blijven trekken, onder meer met reclameborden langs de snelweg, advertenties en een winactie waarbij bezoekers een volledig verzorgd dagje Amstelveen kunnen winnen.
Het geld is niet bedoeld om individuele winkeliers te compenseren voor de omzet die ze mislopen.
Bussen rijden tijdelijk andere route
Ook de buslijnen 300 en 356 gaan een andere route rijden. De bussen rijden via een tijdelijke verbinding in het Amsterdamse Bos en vervolgens via de Amsterdamseweg, Molenweg, Graaf Aelbrechtlaan en Keizer Karelweg naar het busstation.
De gevolgen voor de busreizigers vallen mee: de haltes langs de bestaande routes van buslijnen 300 en 356 vervallen niet. Buslijn 186 rijdt nu al via deze route.

P 2 BAD-02 BR berm/bosschage Hedera Randweg Uithoorn 135231
Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing
Op een zonnige donderdagavond namen René en ik online de tijd voor een gesprek over buitenplaatsen, het belang van behoud, en waarom plekken als Wester‑Amstel vandaag de dag relevanter zijn dan ooit.
René is kunsthistoricus, was lange tijd een cultureel-ondernemer en richtte in 2014 stichting Kastelen, (Historische) Buitenplaatsen en Landgoederen op. En hij is al jaren vriend van Wester‑Amstel.
Ga met ons mee in dit gesprek en krijg inzicht in het perspectief van een man wiens passie het is ervoor te zorgen dat de Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen net zo’n wezenlijk onderdeel blijven van de toekomst van ons land als ze dat in het verleden altijd zijn geweest.

Taylor Blades: René, zou je jezelf om te beginnen aan onze lezers kunnen voorstellen?
René Dessing: Mijn naam is René Dessing. Ik ben kunsthistoricus en heb een lang deel van mijn leven als cultureel-ondernemer gewerkt. Ik bouwde vanuit mijn eigen creativiteit mijn ondernemingen op en heb eigenlijk nooit een traditionele baan gehad.
Twintig jaar lang, van 1988 tot 2006, leidde ik cultureel organisatiebureau Artifex, dat in Amsterdam was gevestigd. Samen met een team van tien tot twaalf kunsthistorici organiseerden we culturele programma’s en dagexcursies door heel Nederland. Dit deden wij voor tijdschriften, congressen en bedrijven met een interesse in kunst, architectuur of cultuur.
In 2006 verkocht ik Artifex en verhuisde ik tegelijkertijd naar de prachtige historische buitenplaats Huis te Manpad in Heemstede. Ik noem Huis te Manpad graag een Amsterdamse buitenplaats, omdat de oorsprong ervan nauw verbonden is met de welvaart van de Amsterdamse koopmanselite in de zeventiende en achttiende eeuw. Vele van deze kooplieden kochten grote stukken land rond Amsterdam en legden daar hun lusthoven aan. Wester‑Amstel is daarvan een goed voorbeeld.
Taylor: Naast het feit dat je zelf op een buitenplaats woont, waar komt jouw liefde voor buitenplaatsen vandaan? Wat maakt ze voor jou zo belangrijk?
René: In de zeventiende en achttiende eeuw waren er in Nederland waarschijnlijk duizenden buitenplaatsen. Vandaag de dag zijn daar nog maar zo’n 545 goed of gaaf bewaarde voorbeelden van over. En met “goed bewaard” bedoel ik plaatsen waar huis, tuin, groenstructuur, landgoed en bijgebouwen samen nog steeds één samenhangend geheel vormen.
Tijdens mijn jaren in Heemstede werd het mij bijzonder duidelijk dat veel Nederlanders niet meer goed wisten wat het woord ‘buitenplaats’ eigenlijk betekent. Dat gebrek aan kennis leidde ook steeds vaker tot misverstanden tussen eigenaren enerzijds en de samenleving en overheden anderzijds.
En juist omdat ik zelf op een buitenplaats woonde, ontwikkelde ik een heldere kijk op de bedoeling van Nederlandse buitenplaatsen. Namelijk dat het plekken zijn om de seizoenen te beleven, te genieten van het buitenleven, de wisselende seizoenen en van de schoonheid van de natuur. Dat is iets wat ik graag met anderen wilde delen.
Taylor: Is dat wat heeft geleid tot het Jaar van de Historische Buitenplaats?
René: Precies. In 2012 heb ik samen met anderen het Jaar van de Historische Buitenplaats geïnitieerd om deze plekken weer op de publieke agenda te zetten. Søren vervulde de rol van penningmeester tijdens deze campagne. Ik was voorzitter van de stichting en samen met andere bestuursleden en talrijke vrijwilligers hebben wij ervoor gezorgd dat het jaar goed verliep.
Het jaar bleek zeer succesvol. Verschillende provincies begonnen beleid en subsidieregelingen te ontwikkelen voor het behoud van deze buitenplaatsen. De behoeften van buitenplaatsen in het hele land werden meer erkend en er kwam daadwerkelijk beweging en vooruitgang op gang.
Taylor: En is stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) uit deze beweging voortgekomen?
René: Ja. In februari 2014 heb ik sKBL opgericht. Een van onze eerste acties was het opzetten van een centrale website waarop zo veel mogelijk buitenplaatsen digitaal werden samengebracht.
Want hoewel ik samen met Jan Holwerda De Nationale gids Historische Buitenplaatsen heb samengesteld, waarin alle buitenplaatsen zijn opgenomen, was er online simpelweg niets te vinden.
Daarom heb ik verschillende vrijwilligers van sKBL gevraagd om mee te helpen. Binnen negen maanden lanceerden we onze website, met zo’n 350 buitenplaatsen. Dat was de eerste keer dat zo’n digitaal overzicht in Nederland bestond, en daarmee een historisch moment.
Vandaag de dag werkt sKBL op landelijk niveau. We zetten ons niet in voor één enkele plek, maar ondersteunen buitenplaatsen en landgoederen in het hele land.
Taylor: Waar streeft sKBL naar?
René: Tegenwoordig worden vele buitenplaatsen geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen: klimaatverandering, infrastructurele druk en een gebrek aan begrip bij overheden en maatschappelijke vooroordelen ten aanzien van deze plekken. Veel mensen zien buitenplaatsen nog steeds als ‘plekken voor de rijken’, en dat zorgt ervoor dat zij hun interesse verliezen.
Maar als je een buitenplaats bekijkt als een kunstwerk, ervaar je haar op een heel andere manier. In werkelijkheid zijn buitenplaatsen plekken van duurzaamheid, schoonheid en harmonie. Het zijn ware schatten, in een wereld die voortdurend in beweging is.
Vanuit die gedachte is het doel van sKBL in essentie om mensen te zeggen: kijk naar deze plekken, ontdek ze, heb er respect voor en help ze te behouden voor de toekomst. Wij willen het publieke bewustzijn vergroten en waardering creëren voor de toekomstige zorg voor deze buitenplaatsen. Ik vind het belangrijk dat mensen weten wat sKBL is en waar wij ons voor inzetten.
Daarom nodigen wij ook de vrienden van Wester‑Amstel van harte uit om onze website te bezoeken, zich aan te melden voor onze digitale nieuwsbrief, ons werk te volgen in de sociale media en, als zij zich aangesproken voelen, sKBL als particulier donateur te steunen.
Wie Wester‑Amstel waardeert, zal ook de andere buitenplaatsen waarderen, want ze zijn stuk voor stuk prachtig en rijk aan karakter en geschiedenis.
Taylor: Hoe werkt sKBL eraan om buitenplaatsen zichtbaarder en toegankelijker te maken?
René: We organiseren een scala aan activiteiten. Voor onze donateurs en vrienden houden we studiedagen en organiseren we zo nu en dan programma’s. Daarnaast publiceren we een digitale nieuwsbrief.
Ook geven we regelmatig boeken uit. Al zo’n elf jaar reiken we de sKBL Ithakaprijs uit: een prijs van €5.000 voor een publicatie over een kasteel, historische buitenplaats of landgoed of daaraan gelinkte onderwerpen. Zo won in 2022 Gerrit van Oosterom deze prijs voor zijn proefschrift Boeren op de Buitenplaats. Dit onderzoek betreft het gebied waartoe ook Wester-Amstel behoort.
Daarnaast kennen we nog een andere activiteit, waarbij we een schrijver of journalist uitnodigen om enkele dagen als writer‑in‑residence op een buitenplaats te verblijven. De ervaringen die daaruit voortkomen worden gedeeld via een krantenartikel, een interview of een andere publicatievorm.
Al deze initiatieven hebben één duidelijk doel: mensen bereiken en hen eraan herinneren dat we deze bijzondere en waardevolle plekken niet mogen vergeten en moeten behouden.
Taylor: Hoe beïnvloedt jouw achtergrond als kunsthistoricus de manier waarop jij naar buitenplaatsen kijkt?
René: Als kunsthistoricus begon ik natuurlijk bij de kunst zelf, maar na verloop van tijd zag ik steeds duidelijker hoeveel kunst eigenlijk geïnspireerd is op de natuur. Stillevens, bloemen, landschappen: veel is met de echte natuur verbonden. In de loop van mijn leven ben ik me gaan realiseren dat de natuur zelf de ware kunst is.
Zo kijk ik ook naar buitenplaatsen: als kunstwerken, maar niet uitsluitend gemaakt van materialen. Het zijn levende composities, gevormd door bomen, planten, paden, bankjes en vele andere elementen die samen iets harmonisch en moois creëren. Als Gesamtkunstwerke, totale kunstwerken, zijn ze ongelooflijk waardevol, maar tegelijk ook zeer kwetsbaar. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we ze moeten beschermen en behouden voor toekomstige generaties.
Ik ben het gelukkigst wanneer ik eenvoudigweg deel uitmaak van de natuur, en dáár richt ik mijn energie op.
Taylor: Wie zie je op dit moment als jullie belangrijkste publiek? Zijn jongere generaties geïnteresseerd in dit soort historisch erfgoed
René: Het merendeel van onze vrijwilligers, misschien wel zo’n 15.000 in heel Nederland, bestaat uit mensen van 65 of 70 jaar en ouder. Zij zijn degenen die al deze prachtige tuinen en historische huizen onderhouden.
Tegelijkertijd hoor je jongere generaties veel praten over natuurbescherming en duurzaamheid, maar zie je hen zelden op deze buitenplaatsen. Hoe komt dat? Waar gaat het mis? Waarom is er geen echte verbinding tussen jonge mensen en deze oude buitenplaatsen?
Misschien heeft het te maken met energie, of met levensfase, of spelen er toch ook vooroordelen mee. Je weet het eigenlijk niet.
Wat ik wél weet, is dat voor veel vrijwilligers één dag per week werken in een tuin, of simpelweg aanwezig zijn in zo’n omgeving, enorm veel plezier en voldoening geeft. Er zijn vandaag de dag veel mensen, jong en oud, die lijden onder een voortdurende stroom van emoties en gedachten. En weet je? Dat verdwijnt in plekken als Wester‑Amstel. Deze plaatsen helpen mensen om te vertragen en opnieuw rust te vinden.
Dat is iets heel krachtigs. En ik hoop dat interviews als deze ook jongere generaties kunnen inspireren om beter te kijken en zich meer met deze plaatsen te verbinden.
Taylor: Je hebt gesproken over de uitdagingen waar buitenplaatsen mee te maken hebben. Zijn die anders dan toen je net met sKBL begon?
René: Sommige uitdagingen zijn nieuw, andere niet zozeer. Klimaatverandering en waterbeheer staan momenteel zeer hoog op de agenda. Nieuwe woningbouw zorgt voor extra druk op het landschap, terwijl het erfgoedbeleid in Nederland sterk is gedecentraliseerd.
Buitenplaatsen hebben het relatief goed in provincies als Utrecht, Gelderland of Zuid‑Holland, maar elders kan het bewustzijn aanzienlijk lager zijn. Twaalf provincies, twaalf verschillende beleidslijnen… en dat is gevaarlijk. We hebben minder politiek nodig en meer gezond verstand.
Taylor: Als je terugkijkt op het Jaar van de Historische Buitenplaats en de jaren daarna, hoe staat het er nu voor?
René: Destijds was er sprake van een duidelijke, positieve omslag. Inmiddels zijn we twaalf jaar verder, en ik denk dat we eigenlijk opnieuw zo’n jaar nodig hebben. Er zijn nog altijd veel behoeften binnen de hele erfgoed‑ en monumentensector, en financiering blijft een terugkerend vraagstuk.
Dat gezegd hebbende, zijn buitenplaatsen in 2026 zeker beter zichtbaar en meer erkend dan voorheen. In veel gevallen is de kwaliteit van restauratie acceptabel. Maar onderschat niet hoeveel inspanning het kost om dat niveau te behouden, de inzet van vrijwilligers, eigenaren en de financiële middelen die daarvoor nodig zijn. Het is een voortdurende strijd om alles op peil te houden.
Tegelijkertijd is het politieke klimaat aan het veranderen. Er spelen veel zorgen in de wereld, en in die context worden kwesties rond tuinen en buitenplaatsen soms als ondergeschikt gezien. Maar juist in tijden als deze bieden deze plekken troost. Ze zijn diep rustgevend, en deze huizen en landschappen dragen dat gevoel in zich. En hoe groter de spanningen in de wereld, hoe groter hun waarde eigenlijk wordt.
Taylor: Op een meer persoonlijk niveau: wat valt je als eerste op wanneer je een buitenplaats bezoekt? En wat is jouw indruk van Wester‑Amstel?
René: Ik zie deze huizen, deze buitenplaatsen, altijd als ensembles. Ze vormen één geheel, één eenheid. Wat mij vaak als eerste opvalt, zijn de oude bomen, een zo belangrijk kenmerk van veel buitenplaatsen. Ik heb een grote liefde voor oude bomen.
Daarnaast waardeer ik vooral de relatie tussen de architectuur en het omliggende groen. Soms is er ook een rijk interieur dat mij aanspreekt. En ik voel me altijd aangetrokken tot volwassen planten, bloembedden en dat soort details.
Wat mij bij Wester‑Amstel bijzonder veel plezier geeft, is de sterke positieve of liefdevolle energie van de plek. Dat voel je meteen wanneer je er bent. Dat heeft natuurlijk te maken met het professionele beheer van Wester‑Amstel en de zorg en aandacht van alle vrijwilligers. Je merkt dat dit een plek is waar mensen echt van houden — een plek waar mensen graag komen omdat ze zich ermee verbonden voelen. Dat is een bijzondere sfeer die niet elke buitenplaats heeft.
The post Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing appeared first on Wester-Amstel.
Parel achter de duinen

Buitenplaats ‘OOSTERGEEST’ schoolvoorbeeld voor toekomstige generaties
‘En het werk is nooit af!’
LUCELLE LEEMANS VAN NISPEN TOT PANNERDEN
IN DE OP NIETS berustende veronderstelling dat buitenplaatsen vooral voorkomen in de bossen rond de Hoge Veluwe was ik verbaasd te horen dat er vlak achter de duinen een wal van buitens ligt, waarvan Oostergeest, de Parel van Warmond, een springlevend voorbeeld is. En dat leven huist vooral in de kersverse weduwe Lucelle Leemans – Van Nispen tot Pannerden, die ons met zwier rondleidt langs haar huizen, tuinen en priëlen; ze heeft zelfs een voetbalveld(je).
Nadat we van cake en koffie waren voorzien, vertelde Lucelle, met haar powerpoint-introductie in het tot ontvangstruimte omgebouwde koetshuis, over de eerste jaren van verslagenheid na de dood van haar man Joan Leemans. Ze hadden alles samen goed doorgenomen en voorbereid, maar toch: wat te doen met al die ruimte? Gelukkig wilde een neef het grote huis wel huren en zelf nam ze haar intrek in een aangebouwde woning.
Waar ze de rondleidingen gewend was samen met Joan te doen, werd ze nu ondersteund door onze eigen gidsen Clasien en Harold, die de kwetterende schare waar nodig bij de les hielden.
Strakke Engelse lanen wisselen elkaar af met frivole dreven. Aan de monumentale bomen kan je zien hoe oud Oostergeest is. Een gigantische beuk beheerst ondanks haar geteisterde stam de bosrand.
Toch heeft Oostergeest maar één tuinman, die tweemaal in de week langskomt; en dat met een oranjerie die van deur tot deur vol staat! Krijgt Lucelle hulp van tuinkabouters?
En dan sta je ineens tegenover een gezonde groep grazende Lakenvelders! De dierenwereld is hier op deze buitenplaats trouwens nooit ver weg. Want elk jaar is het enorme ooievaarsnest bezet, en boven de schouw van het koetshuis pronkt een stevige das, geflankeerd door een jaloerse vos, beiden al enige tijd overleden, maar toch…
Alleen jammer van die Bedelzwaan! (Voor wie er niet bij was: halverwege de wandeling dook er ineens een verblindend witte zwaan op die enige tijd bleef aankleven… ik had niet zo veel op met hem; en ja, het was ongetwijfeld een mannetje!).
Een van de sprankelende hoogtepunten van de tour toonde het gevoel voor pragmatisme en humor van het echtpaar Leemans. Nadat vorige bewoners contact met het dorp Warmond enigszins beperkten, onderhoudt de huidige (zesde) generatie Leemans een warme, maar vooral educatieve band met de lokale schooljeugd.
Die vonden de restanten van een Duitse bunker buitengewoon interessant. Een ideale plek voor verstoppertje spelen of serieuser kattekwaad. De stevige barricades, geplaatst door het echtpaar Leemans, vormden geen belet. Een op de toegangsdeur geschroefd bordje ‘VLEERMUISBUNKER, ZIEKTEGEVAAR!’ bleek een potente remedie tegen potentieel kattekwaad.
Bij de nazit die tevens als verlate nieuwjaarsborrel fungeert, laat ik me toelachen door een levensgrote foto van Sophia Loren. Ik heb niet de moed op kunnen brengen navraag te doen over haar functie ter plekke, maar ik vermoed dat Joan, met zijn voorliefde voor Italiaanse automobielen, daar meer van weet.
Tekst en Foto’s door: Ruud Vrielink, tenzij anders vermeld
The post Parel achter de duinen appeared first on Wester-Amstel.