❌

Normale weergave

Meer premiumcapaciteit op KLM-vluchten naar Aruba en Bonaire deze winter

23 Oktober 2026 om 10:12

KLM biedt reizigers naar Aruba en Bonaire deze winter meer mogelijkheden voor extra comfort. Vanaf 25 oktober zet de luchtvaartmaatschappij op de route naar Aruba en Bonaire haar Boeing 777 en Boeing 787-10 in. Deze toestellen beschikken over meer capaciteit in zowel World Business Class als Premium Comfort Class, waardoor reizigers kunnen profiteren van een nog comfortabelere reiservaring naar beide Caribische eilanden.

Met de inzet van de Boeing-vloot speelt KLM in op de groeiende vraag naar premium reizen.Voorheen zette KLM de Airbus 330 in naar Aruba en Bonaire, met een capaciteit van circa 30 stoelen in de World Business Class. De Boeing 777 en 787-10 bieden circa 35 stoelen in World Business Class én circa 24 stoelen in de Premium Comfort Class, dus aanzienlijk meer capaciteit in het hogere segment. In de overige reisklassen blijft het aantal stoelen vergelijkbaar.

Meer dan 90 jaar verbonden

De uitbreiding van de capaciteit valt samen met een bijzonder jubileumjaar. Negentig jaar geleden, op 31 mei 1936, voerde KLM de eerste officiële passagiersvlucht naar Bonaire uit. KLM was de eerste Europese luchtvaartmaatschappij die een lijndienst tussen Amsterdam en Bonaire introduceerde. Naar Aruba vliegt KLM al sinds 1934.

“Al vele jaren verbinden we Aruba en Bonaire met Nederland en de rest van de wereld. We blijven deze route ontwikkelen, waarbij we inspelen op de wensen van onze reizigers,” zegt Frédérique Pelger, Vice President KLM Benelux, Dutch Caribbean & Suriname. “We zien dat reizigers steeds vaker kiezen voor extra comfort en persoonlijke service. Met meer capaciteit in onze World Business Class en Premium Comfort Class bieden we onze passagiers die mogelijkheid.”

Meer vluchten naar Curaçao

Deze winter vliegt KLM vaker naar Curaçao. Vakantiegangers kunnen kiezen uit negen vluchten per week. In januari en februari stijgt dat naar tien vluchten per week, tijdens de kerstvakantie naar twaalf en gedurende de voorjaarsvakantie naar elf vluchten per week.

  •  

Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege...

23 Oktober 2026 om 09:53
Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege...

Het (brom)fietspad langs de Beneluxbaan bij Uilenstede gaat vanaf maandag 2 november dicht vanwege reconstructiewerkzaamheden. De afsluiting geldt voor het traject aan de oostzijde van de Beneluxbaan, tussen de Saskia van Uylenburgweg en Uilenstede. Volgens de gemeente Amstelveen duren de werkzaamheden tot en met dinsdag 15 december. Fietsers en bromfietsers moeten gedurende deze periode rekening houden met een aangepaste route.

De gemeente heeft een omleiding ingesteld via de Saskia van Uylenburgweg, de Professor J.H. Bavincklaan en Uilenstede. Reizigers die dagelijks door dit gebied fietsen, doen er verstandig aan rekening te houden met extra reistijd en de route vooraf te bekijken. Waarom het fietspad precies wordt aangepast en welke verbeteringen de reconstructie oplevert, vermeldt de gemeentelijke aankondiging niet. Meer informatie is beschikbaar via de website van de gemeente Amstelveen.
  •  

Complimenten voor weggebruikers tijdens ochtendspits

23 Oktober 2026 om 08:59

Amstelveen - Verkeersdeelnemers in Amstelveen kregen op donderdagochtend 22 oktober een onverwacht compliment. Op het kruispunt Keizer Karelweg, Bella Donna en Laan Walcheren stond een campagneteam van de Vervoerregio Amsterdam stil bij positief gedrag in het verkeer.

  •  

Weer ruim jaar omrijden naar Amstelveen door afsluiting A9-afrit

23 Oktober 2026 om 06:00

Verkeer vanaf Schiphol of Haarlem richting het centrum van Amstelveen moet dik een jaar omrijden. Vanaf maandag is A9-afrit 5 Stadshart in de richting van Utrecht dicht. De afsluiting duurt tot begin 2028.

De afrit naar het stadscentrum gaat maandag 26 oktober om 05.00 uur dicht. Rijkswaterstaat meldt dat automobilisten rekening moeten houden met drie tot vijf minuten extra reistijd, buiten de spits. Hoeveel extra tijd dit in de spitsuren gaat kosten, moet nog blijken. 

Zo moet je omrijden

Automobilisten die normaal afrit 5 nemen richting het Stadshart, moeten voortaan doorrijden naar afrit 4 bij Ouderkerk aan de Amstel. Via de Burgemeester Boersweg kunnen ze vervolgens de A9 in de andere richting oprijden en alsnog afrit 5 nemen.

Ook verkeer naar Amstelveen-Zuid moet rekening houden met een andere route. Zij worden vanaf afrit 6 omgeleid via de N231 en de Beneluxbaan.

Waarom moet de afrit dicht?

De afsluiting is nodig voor de aanleg van het verdiepte gedeelte van de A9. Er wordt gewerkt aan het zuidelijke deel van de snelweg, waarvoor extra bouwruimte nodig is. De beperkte ruimte om te bouwen is één van de redenen waarom het project inmiddels al anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen.

Bij de bekendmaking van de vertraging lichtte de omgevingsmanager van Rijkswaterstaat toe dat bouwverkeer elkaar daar 'telkens in de weg' zit. "Daarnaast zijn er weinig mensen en machines continu beschikbaar."

Winkeliers vrezen minder omzet

Het nieuws over de lange afsluiting viel niet lekker bij Amstelveense ondernemers in en om het centrum. Zij vrezen voor minder omzet. Tijdens eerdere afsluitingen vertelden winkeliers dat klanten hun winkels niet meer wisten te vinden. Een tabakswinkelier zag zijn omzet naar eigen zeggen met 20 tot 25 procent dalen.

Om te voorkomen dat klanten wegblijven, heeft Rijkswaterstaat een miljoen euro beschikbaar gesteld. Met dat geld kunnen de winkelgebieden bijvoorbeeld reclame maken om bezoekers te trekken of maatregelen nemen om de winkels beter bereikbaar te houden.

Met een deel van dat budget is inmiddels de campagne 'The best way to a great day' opgezet. Ondernemers uit vijf winkelgebieden proberen daarmee bezoekers te blijven trekken, onder meer met reclameborden langs de snelweg, advertenties en een winactie waarbij bezoekers een volledig verzorgd dagje Amstelveen kunnen winnen.

Het geld is niet bedoeld om individuele winkeliers te compenseren voor de omzet die ze mislopen.

Bussen rijden tijdelijk andere route

Ook de buslijnen 300 en 356 gaan een andere route rijden. De bussen rijden via een tijdelijke verbinding in het Amsterdamse Bos en vervolgens via de Amsterdamseweg, Molenweg, Graaf Aelbrechtlaan en Keizer Karelweg naar het busstation.

De gevolgen voor de busreizigers vallen mee: de haltes langs de bestaande routes van buslijnen 300 en 356 vervallen niet. Buslijn 186 rijdt nu al via deze route.

  •  

NH lanceert 'Side Quest': de serie die jongeren op weg helpt naar hun droombaan

23 Oktober 2026 om 06:00

Mensen de stuipen op het lijf jagen, pinguïns verzorgen op Schiphol of het land doorreizen met een kermis. In de nieuwe NH-serie 'Side Quest' krijgen kijkers een kijkje achter de schermen bij deze bijzondere beroepen. De serie is vanaf zaterdag wekelijks te zien op YouTube.

In de nieuwe YouTube-serie lopen verslaggevers Lisa de Jong en Rowan van Brussel mee met jonge Noord-Hollanders die een bijzonder beroep hebben. Ze ontdekken hoe hun werkdag eruitziet en wat ze ervoor betaald krijgen. Zo hopen ze de kijkers te inspireren bij hun zoektocht naar een leuke baan.

Attracties en spookhuizen

In de eerste aflevering draait Rowan mee op de kermis in Blaricum. Daar helpt hij de 30-jarige Ricardo, die met zijn attractie De Polyp door heel Noord-Holland reist. "Een heel nomadisch bestaan", noemt Rowan het leven van een kermisexploitant. Want wie op de kermis werkt, verkoopt niet alleen kaartjes, maar is ook voortdurend onderweg. "Je baan is je hele leven."

In de tweede aflevering verruilt Lisa de redactie voor de donkere gangen van de Amsterdam Dungeon. Daar krijgt ze een spoedcursus mensen de stuipen op het lijf jagen van Anouscha. Zij verdient zo'n 2.000 euro per maand met het laten schrikken van toeristen.

Zelf houdt Lisa helemaal niet van spookhuizen, toch was dit voor haar de leukste werkdag. "Ik werd zo in het diepe gegooid om iets te doen wat ik echt nog nooit had gedaan", vertelt ze.

'Geld is niet het belangrijkste, passie wel'

Ook loopt Rowan mee met Elin van de reddingsbrigade op het strand van Callantsoog, waar veel jonge mensen van overal vandaan komen om er te werken. "Het was echt een vriendengroep die het leuk vindt om daar te zijn", vertelt Rowan. De jongeren bieden elkaar steun als er heftige incidenten gebeuren. "Daarin zie je echt wel dat ze het met passie doen. Heel mooi om te zien." 

In de laatste aflevering mogen de makers naar het dierenhotel op Schiphol. Daar verzorgt Mel dieren die de wereld over reizen. Honden en katten zijn de meest voorkomende bezoekers, maar ook paarden en reptielen komen voor. Met al die dieren zijn er ook minder leuke klusjes, zoals poep opruimen. Hoewel Mel zelf niet tegen vieze geuren kan, wegen alle leuke dingen zwaarder dan de kleine, stomme klusjes.

De liefde voor het vak zien de makers terugkomen bij alle jonge Noord-Hollanders die ze de afgelopen tijd volgden. "Wat ik bij iedereen heb gezien, is dat passie sowieso bovenaan staat", vertelt Rowan. Geld speelt daarin een minder belangrijkere rol. "Ze doen het vooral omdat ze het leuk vinden en omdat het bij ze past". 

Heb jij een tof beroep?

'Side Quest' is vanaf zaterdag 24 oktober wekelijks te zien op het YouTube-kanaal van NH. De makers willen graag nog een tweede seizoen maken om meer beroepen te ervaren. Heb jij een unieke baan en kan je twee enthousiaste journalisten meenemen? Stuur dan een mail naar jongeren@nhmedia.nl.

  •  

Op zoek naar droombaan? NH-serie 'Side Quest' laat jongeren zien wat mogelijk is

23 Oktober 2026 om 06:00

Mensen de stuipen op het lijf jagen, pinguïns verzorgen op Schiphol of het land doorreizen met een kermis. In de nieuwe NH-serie 'Side Quest' krijgen kijkers een kijkje achter de schermen bij deze bijzondere beroepen. De serie is vanaf zaterdag wekelijks te zien op YouTube.

In de nieuwe YouTube-serie lopen verslaggevers Lisa de Jong en Rowan van Brussel mee met jonge Noord-Hollanders die een bijzonder beroep hebben. Ze ontdekken hoe hun werkdag eruitziet en wat ze ervoor betaald krijgen. Zo hopen ze de kijkers te inspireren bij hun zoektocht naar een leuke baan.

Attracties en spookhuizen

In de eerste aflevering draait Rowan mee op de kermis in Blaricum. Daar helpt hij de 30-jarige Ricardo, die met zijn attractie De Polyp door heel Noord-Holland reist. "Een heel nomadisch bestaan", noemt Rowan het leven van een kermisexploitant. Want wie op de kermis werkt, verkoopt niet alleen kaartjes, maar is ook voortdurend onderweg. "Je baan is je hele leven."

In de tweede aflevering verruilt Lisa de redactie voor de donkere gangen van de Amsterdam Dungeon. Daar krijgt ze een spoedcursus mensen de stuipen op het lijf jagen van Anouscha. Zij verdient zo'n 2.000 euro per maand met het laten schrikken van toeristen.

Zelf houdt Lisa helemaal niet van spookhuizen, toch was dit voor haar de leukste werkdag. "Ik werd zo in het diepe gegooid om iets te doen wat ik echt nog nooit had gedaan", vertelt ze.

'Geld is niet het belangrijkste, passie wel'

Ook loopt Rowan mee met Elin van de reddingsbrigade op het strand van Callantsoog, waar veel jonge mensen van overal vandaan komen om er te werken. "Het was echt een vriendengroep die het leuk vindt om daar te zijn", vertelt Rowan. De jongeren bieden elkaar steun als er heftige incidenten gebeuren. "Daarin zie je echt wel dat ze het met passie doen. Heel mooi om te zien." 

In de laatste aflevering mogen de makers naar het dierenhotel op Schiphol. Daar verzorgt Mel dieren die de wereld over reizen. Honden en katten zijn de meest voorkomende bezoekers, maar ook paarden en reptielen komen voor. Met al die dieren zijn er ook minder leuke klusjes, zoals poep opruimen. Hoewel Mel zelf niet tegen vieze geuren kan, wegen alle leuke dingen zwaarder dan de kleine, stomme klusjes.

De liefde voor het vak zien de makers terugkomen bij alle jonge Noord-Hollanders die ze de afgelopen tijd volgden. "Wat ik bij iedereen heb gezien, is dat passie sowieso bovenaan staat", vertelt Rowan. Geld speelt daarin een minder belangrijkere rol. "Ze doen het vooral omdat ze het leuk vinden en omdat het bij ze past". 

Heb jij een tof beroep?

'Side Quest' is vanaf zaterdag 24 oktober wekelijks te zien op het YouTube-kanaal van NH. De makers willen graag nog een tweede seizoen maken om meer beroepen te ervaren. Heb jij een unieke baan en kan je twee enthousiaste journalisten meenemen? Stuur dan een mail naar jongeren@nhmedia.nl.

  •  

Afrit Stadshart Amstelveen ruim een jaar dicht, zo moet je omrijden

23 Oktober 2026 om 06:00

Verkeer vanaf Schiphol of Haarlem richting het centrum van Amstelveen moet dik een jaar omrijden. Vanaf maandag is A9-afrit 5 Stadshart in de richting van Utrecht dicht. De afsluiting duurt tot begin 2028.

De afrit naar het stadscentrum gaat maandag 26 oktober om 05.00 uur dicht. Rijkswaterstaat meldt dat automobilisten rekening moeten houden met drie tot vijf minuten extra reistijd, buiten de spits. Hoeveel extra tijd dit in de spitsuren gaat kosten, moet nog blijken. 

Zo moet je omrijden

Automobilisten die normaal afrit 5 nemen richting het Stadshart, moeten voortaan doorrijden naar afrit 4 bij Ouderkerk aan de Amstel. Via de Burgemeester Boersweg kunnen ze vervolgens de A9 in de andere richting oprijden en alsnog afrit 5 nemen.

Ook verkeer naar Amstelveen-Zuid moet rekening houden met een andere route. Zij worden vanaf afrit 6 omgeleid via de N231 en de Beneluxbaan.

Waarom moet de afrit dicht?

De afsluiting is nodig voor de aanleg van het verdiepte gedeelte van de A9. Er wordt gewerkt aan het zuidelijke deel van de snelweg, waarvoor extra bouwruimte nodig is. De beperkte ruimte om te bouwen is één van de redenen waarom het project inmiddels al anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen.

Bij de bekendmaking van de vertraging lichtte de omgevingsmanager van Rijkswaterstaat toe dat bouwverkeer elkaar daar 'telkens in de weg' zit. "Daarnaast zijn er weinig mensen en machines continu beschikbaar."

Winkeliers vrezen minder omzet

Het nieuws over de lange afsluiting viel niet lekker bij Amstelveense ondernemers in en om het centrum. Zij vrezen voor minder omzet. Tijdens eerdere afsluitingen vertelden winkeliers dat klanten hun winkels niet meer wisten te vinden. Een tabakswinkelier zag zijn omzet naar eigen zeggen met 20 tot 25 procent dalen.

Om te voorkomen dat klanten wegblijven, heeft Rijkswaterstaat een miljoen euro beschikbaar gesteld. Met dat geld kunnen de winkelgebieden bijvoorbeeld reclame maken om bezoekers te trekken of maatregelen nemen om de winkels beter bereikbaar te houden.

Met een deel van dat budget is inmiddels de campagne 'The best way to a great day' opgezet. Ondernemers uit vijf winkelgebieden proberen daarmee bezoekers te blijven trekken, onder meer met reclameborden langs de snelweg, advertenties en een winactie waarbij bezoekers een volledig verzorgd dagje Amstelveen kunnen winnen.

Het geld is niet bedoeld om individuele winkeliers te compenseren voor de omzet die ze mislopen.

Bussen rijden tijdelijk andere route

Ook de buslijnen 300 en 356 gaan een andere route rijden. De bussen rijden via een tijdelijke verbinding in het Amsterdamse Bos en vervolgens via de Amsterdamseweg, Molenweg, Graaf Aelbrechtlaan en Keizer Karelweg naar het busstation.

De gevolgen voor de busreizigers vallen mee: de haltes langs de bestaande routes van buslijnen 300 en 356 vervallen niet. Buslijn 186 rijdt nu al via deze route.

  •  

Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing

Door: froest
2 Augustus 2026 om 09:06

Op een zonnige donderdagavond namen René en ik online de tijd voor een gesprek over buitenplaatsen, het belang van behoud, en waarom plekken als Wester‑Amstel vandaag de dag relevanter zijn dan ooit.

René is kunsthistoricus, was lange tijd een cultureel-ondernemer en richtte in 2014 stichting Kastelen, (Historische) Buitenplaatsen en Landgoederen op. En hij is al jaren vriend van Wester‑Amstel.

Ga met ons mee in dit gesprek en krijg inzicht in het perspectief van een man wiens passie het is ervoor te zorgen dat de Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen net zo’n wezenlijk onderdeel blijven van de toekomst van ons land als ze dat in het verleden altijd zijn geweest.

Rene Dessing, foto: Kenneth Stamp
Rene Dessing, foto: Kenneth Stamp

Taylor Blades: René, zou je jezelf om te beginnen aan onze lezers kunnen voorstellen?

René Dessing: Mijn naam is René Dessing. Ik ben kunsthistoricus en heb een lang deel van mijn leven als cultureel-ondernemer gewerkt. Ik bouwde vanuit mijn eigen creativiteit mijn ondernemingen op en heb eigenlijk nooit een traditionele baan gehad.

Twintig jaar lang, van 1988 tot 2006, leidde ik cultureel organisatiebureau Artifex, dat in Amsterdam was gevestigd. Samen met een team van tien tot twaalf kunsthistorici organiseerden we culturele programma’s en dagexcursies door heel Nederland. Dit deden wij voor tijdschriften, congressen en bedrijven met een interesse in kunst, architectuur of cultuur.

In 2006 verkocht ik Artifex en verhuisde ik tegelijkertijd naar de prachtige historische buitenplaats Huis te Manpad in Heemstede. Ik noem Huis te Manpad graag een Amsterdamse buitenplaats, omdat de oorsprong ervan nauw verbonden is met de welvaart van de Amsterdamse koopmanselite in de zeventiende en achttiende eeuw. Vele van deze kooplieden kochten grote stukken land rond Amsterdam en legden daar hun lusthoven aan. Wester‑Amstel is daarvan een goed voorbeeld.

Taylor: Naast het feit dat je zelf op een buitenplaats woont, waar komt jouw liefde voor buitenplaatsen vandaan? Wat maakt ze voor jou zo belangrijk?

René: In de zeventiende en achttiende eeuw waren er in Nederland waarschijnlijk duizenden buitenplaatsen. Vandaag de dag zijn daar nog maar zo’n 545 goed of gaaf bewaarde voorbeelden van over. En met “goed bewaard” bedoel ik plaatsen waar huis, tuin, groenstructuur, landgoed en bijgebouwen samen nog steeds één samenhangend geheel vormen.


Tijdens mijn jaren in Heemstede werd het mij bijzonder duidelijk dat veel Nederlanders niet meer goed wisten wat het woord ‘buitenplaats’ eigenlijk betekent. Dat gebrek aan kennis leidde ook steeds vaker tot misverstanden tussen eigenaren enerzijds en de samenleving en overheden anderzijds.


En juist omdat ik zelf op een buitenplaats woonde, ontwikkelde ik een heldere kijk op de bedoeling van Nederlandse buitenplaatsen. Namelijk dat het plekken zijn om de seizoenen te beleven, te genieten van het buitenleven, de wisselende seizoenen en van de schoonheid van de natuur. Dat is iets wat ik graag met anderen wilde delen.

Taylor: Is dat wat heeft geleid tot het Jaar van de Historische Buitenplaats?

René: Precies. In 2012 heb ik samen met anderen het Jaar van de Historische Buitenplaats geïnitieerd om deze plekken weer op de publieke agenda te zetten. Søren vervulde de rol van penningmeester tijdens deze campagne. Ik was voorzitter van de stichting en samen met andere bestuursleden en talrijke vrijwilligers hebben wij ervoor gezorgd dat het jaar goed verliep.

Het jaar bleek zeer succesvol. Verschillende provincies begonnen beleid en subsidieregelingen te ontwikkelen voor het behoud van deze buitenplaatsen. De behoeften van buitenplaatsen in het hele land werden meer erkend en er kwam daadwerkelijk beweging en vooruitgang op gang.

Taylor: En is stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) uit deze beweging voortgekomen?

René: Ja. In februari 2014 heb ik sKBL opgericht. Een van onze eerste acties was het opzetten van een centrale website waarop zo veel mogelijk buitenplaatsen digitaal werden samengebracht.

Want hoewel ik samen met Jan Holwerda De Nationale gids Historische Buitenplaatsen heb samengesteld, waarin alle buitenplaatsen zijn opgenomen, was er online simpelweg niets te vinden.

Daarom heb ik verschillende vrijwilligers van sKBL gevraagd om mee te helpen. Binnen negen maanden lanceerden we onze website, met zo’n 350 buitenplaatsen. Dat was de eerste keer dat zo’n digitaal overzicht in Nederland bestond, en daarmee een historisch moment.

Vandaag de dag werkt sKBL op landelijk niveau. We zetten ons niet in voor één enkele plek, maar ondersteunen buitenplaatsen en landgoederen in het hele land.

Taylor: Waar streeft sKBL naar?

René: Tegenwoordig worden vele buitenplaatsen geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen: klimaatverandering, infrastructurele druk en een gebrek aan begrip bij overheden en maatschappelijke vooroordelen ten aanzien van deze plekken. Veel mensen zien buitenplaatsen nog steeds als ‘plekken voor de rijken’, en dat zorgt ervoor dat zij hun interesse verliezen.

Maar als je een buitenplaats bekijkt als een kunstwerk, ervaar je haar op een heel andere manier. In werkelijkheid zijn buitenplaatsen plekken van duurzaamheid, schoonheid en harmonie. Het zijn ware schatten, in een wereld die voortdurend in beweging is.

Vanuit die gedachte is het doel van sKBL in essentie om mensen te zeggen: kijk naar deze plekken, ontdek ze, heb er respect voor en help ze te behouden voor de toekomst. Wij willen het publieke bewustzijn vergroten en waardering creëren voor de toekomstige zorg voor deze buitenplaatsen. Ik vind het belangrijk dat mensen weten wat sKBL is en waar wij ons voor inzetten.

Daarom nodigen wij ook de vrienden van Wester‑Amstel van harte uit om onze website te bezoeken, zich aan te melden voor onze digitale nieuwsbrief, ons werk te volgen in de sociale media en, als zij zich aangesproken voelen, sKBL als particulier donateur te steunen.

Wie Wester‑Amstel waardeert, zal ook de andere buitenplaatsen waarderen, want ze zijn stuk voor stuk prachtig en rijk aan karakter en geschiedenis.

Taylor: Hoe werkt sKBL eraan om buitenplaatsen zichtbaarder en toegankelijker te maken?

René: We organiseren een scala aan activiteiten. Voor onze donateurs en vrienden houden we studiedagen en organiseren we zo nu en dan programma’s. Daarnaast publiceren we een digitale nieuwsbrief.

Ook geven we regelmatig boeken uit. Al zo’n elf jaar reiken we de sKBL Ithakaprijs uit: een prijs van €5.000 voor een publicatie over een kasteel, historische buitenplaats of landgoed of daaraan gelinkte onderwerpen. Zo won in 2022 Gerrit van Oosterom deze prijs voor zijn proefschrift Boeren op de Buitenplaats. Dit onderzoek betreft het gebied waartoe ook Wester-Amstel behoort.

Daarnaast kennen we nog een andere activiteit, waarbij we een schrijver of journalist uitnodigen om enkele dagen als writer‑in‑residence op een buitenplaats te verblijven. De ervaringen die daaruit voortkomen worden gedeeld via een krantenartikel, een interview of een andere publicatievorm.

Al deze initiatieven hebben één duidelijk doel: mensen bereiken en hen eraan herinneren dat we deze bijzondere en waardevolle plekken niet mogen vergeten en moeten behouden.

Taylor: Hoe beïnvloedt jouw achtergrond als kunsthistoricus de manier waarop jij naar buitenplaatsen kijkt?

René: Als kunsthistoricus begon ik natuurlijk bij de kunst zelf, maar na verloop van tijd zag ik steeds duidelijker hoeveel kunst eigenlijk geïnspireerd is op de natuur. Stillevens, bloemen, landschappen: veel is met de echte natuur verbonden. In de loop van mijn leven ben ik me gaan realiseren dat de natuur zelf de ware kunst is.

Zo kijk ik ook naar buitenplaatsen: als kunstwerken, maar niet uitsluitend gemaakt van materialen. Het zijn levende composities, gevormd door bomen, planten, paden, bankjes en vele andere elementen die samen iets harmonisch en moois creëren. Als Gesamtkunstwerke, totale kunstwerken, zijn ze ongelooflijk waardevol, maar tegelijk ook zeer kwetsbaar. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we ze moeten beschermen en behouden voor toekomstige generaties.

Ik ben het gelukkigst wanneer ik eenvoudigweg deel uitmaak van de natuur, en dáár richt ik mijn energie op.

Taylor: Wie zie je op dit moment als jullie belangrijkste publiek? Zijn jongere generaties geïnteresseerd in dit soort historisch erfgoed

René: Het merendeel van onze vrijwilligers, misschien wel zo’n 15.000 in heel Nederland, bestaat uit mensen van 65 of 70 jaar en ouder. Zij zijn degenen die al deze prachtige tuinen en historische huizen onderhouden.

Tegelijkertijd hoor je jongere generaties veel praten over natuurbescherming en duurzaamheid, maar zie je hen zelden op deze buitenplaatsen. Hoe komt dat? Waar gaat het mis? Waarom is er geen echte verbinding tussen jonge mensen en deze oude buitenplaatsen?

Misschien heeft het te maken met energie, of met levensfase, of spelen er toch ook vooroordelen mee. Je weet het eigenlijk niet.

Wat ik wél weet, is dat voor veel vrijwilligers één dag per week werken in een tuin, of simpelweg aanwezig zijn in zo’n omgeving, enorm veel plezier en voldoening geeft. Er zijn vandaag de dag veel mensen, jong en oud, die lijden onder een voortdurende stroom van emoties en gedachten. En weet je? Dat verdwijnt in plekken als Wester‑Amstel. Deze plaatsen helpen mensen om te vertragen en opnieuw rust te vinden.

Dat is iets heel krachtigs. En ik hoop dat interviews als deze ook jongere generaties kunnen inspireren om beter te kijken en zich meer met deze plaatsen te verbinden.

Taylor: Je hebt gesproken over de uitdagingen waar buitenplaatsen mee te maken hebben. Zijn die anders dan toen je net met sKBL begon?

René: Sommige uitdagingen zijn nieuw, andere niet zozeer. Klimaatverandering en waterbeheer staan momenteel zeer hoog op de agenda. Nieuwe woningbouw zorgt voor extra druk op het landschap, terwijl het erfgoedbeleid in Nederland sterk is gedecentraliseerd.

Buitenplaatsen hebben het relatief goed in provincies als Utrecht, Gelderland of Zuid‑Holland, maar elders kan het bewustzijn aanzienlijk lager zijn. Twaalf provincies, twaalf verschillende beleidslijnen… en dat is gevaarlijk. We hebben minder politiek nodig en meer gezond verstand.

Taylor: Als je terugkijkt op het Jaar van de Historische Buitenplaats en de jaren daarna, hoe staat het er nu voor?

René: Destijds was er sprake van een duidelijke, positieve omslag. Inmiddels zijn we twaalf jaar verder, en ik denk dat we eigenlijk opnieuw zo’n jaar nodig hebben. Er zijn nog altijd veel behoeften binnen de hele erfgoed‑ en monumentensector, en financiering blijft een terugkerend vraagstuk.

Dat gezegd hebbende, zijn buitenplaatsen in 2026 zeker beter zichtbaar en meer erkend dan voorheen. In veel gevallen is de kwaliteit van restauratie acceptabel. Maar onderschat niet hoeveel inspanning het kost om dat niveau te behouden, de inzet van vrijwilligers, eigenaren en de financiële middelen die daarvoor nodig zijn. Het is een voortdurende strijd om alles op peil te houden.

Tegelijkertijd is het politieke klimaat aan het veranderen. Er spelen veel zorgen in de wereld, en in die context worden kwesties rond tuinen en buitenplaatsen soms als ondergeschikt gezien. Maar juist in tijden als deze bieden deze plekken troost. Ze zijn diep rustgevend, en deze huizen en landschappen dragen dat gevoel in zich. En hoe groter de spanningen in de wereld, hoe groter hun waarde eigenlijk wordt.

Taylor: Op een meer persoonlijk niveau: wat valt je als eerste op wanneer je een buitenplaats bezoekt? En wat is jouw indruk van Wester‑Amstel?

René: Ik zie deze huizen, deze buitenplaatsen, altijd als ensembles. Ze vormen één geheel, één eenheid. Wat mij vaak als eerste opvalt, zijn de oude bomen, een zo belangrijk kenmerk van veel buitenplaatsen. Ik heb een grote liefde voor oude bomen.

Daarnaast waardeer ik vooral de relatie tussen de architectuur en het omliggende groen. Soms is er ook een rijk interieur dat mij aanspreekt. En ik voel me altijd aangetrokken tot volwassen planten, bloembedden en dat soort details.

Wat mij bij Wester‑Amstel bijzonder veel plezier geeft, is de sterke positieve of liefdevolle energie van de plek. Dat voel je meteen wanneer je er bent. Dat heeft natuurlijk te maken met het professionele beheer van Wester‑Amstel en de zorg en aandacht van alle vrijwilligers. Je merkt dat dit een plek is waar mensen echt van houden — een plek waar mensen graag komen omdat ze zich ermee verbonden voelen. Dat is een bijzondere sfeer die niet elke buitenplaats heeft.

The post Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing appeared first on Wester-Amstel.

  •  

Parel achter de duinen

Door: froest
2 Juli 2026 om 09:15
Foto (Barbra Verbij): Vooraanzicht van Oostergeest. ’Er is altijd wat te repareren: een dakkapel, een deurkozijn, een monumentale daklijst…’

Buitenplaats ‘OOSTERGEEST’ schoolvoorbeeld voor toekomstige generaties

‘En het werk is nooit af!’

LUCELLE LEEMANS VAN NISPEN TOT PANNERDEN

Foto: Lucelle leidt onze flinke, maar gewillige schare vrijwilligers door het park.

IN DE OP NIETS berustende veronderstelling dat buitenplaatsen vooral voorkomen in de bossen rond de Hoge Veluwe was ik verbaasd te horen dat er vlak achter de duinen een wal van buitens ligt, waarvan Oostergeest, de Parel van Warmond, een springlevend voorbeeld is. En dat leven huist vooral in de kersverse weduwe Lucelle Leemans – Van Nispen tot Pannerden, die ons met zwier rondleidt langs haar huizen, tuinen en priëlen; ze heeft zelfs een voetbalveld(je).

Foto: Werkoverleg van onze stinzengroep bij het ronde prieel.

Nadat we van cake en koffie waren voorzien, vertelde Lucelle, met haar powerpoint-introductie in het tot ontvangstruimte omgebouwde koetshuis, over de eerste jaren van verslagenheid na de dood van haar man Joan Leemans. Ze hadden alles samen goed doorgenomen en voorbereid, maar toch: wat te doen met al die ruimte? Gelukkig wilde een neef het grote huis wel huren en zelf nam ze haar intrek in een aangebouwde woning.

Waar ze de rondleidingen gewend was samen met Joan te doen, werd ze nu ondersteund door onze eigen gidsen Clasien en Harold, die de kwetterende schare waar nodig bij de les hielden.

Strakke Engelse lanen wisselen elkaar af met frivole dreven. Aan de monumentale bomen kan je zien hoe oud Oostergeest is. Een gigantische beuk beheerst ondanks haar geteisterde stam de bosrand.

Toch heeft Oostergeest maar één tuinman, die tweemaal in de week langskomt; en dat met een oranjerie die van deur tot deur vol staat! Krijgt Lucelle hulp van tuinkabouters?

En dan sta je ineens tegenover een gezonde groep grazende Lakenvelders! De dierenwereld is hier op deze buitenplaats trouwens nooit ver weg. Want elk jaar is het enorme ooievaarsnest bezet, en boven de schouw van het koetshuis pronkt een stevige das, geflankeerd door een jaloerse vos, beiden al enige tijd overleden, maar toch…

Foto (Anoniem): De Bedelzwaan.

Alleen jammer van die Bedelzwaan! (Voor wie er niet bij was: halverwege de wandeling dook er ineens een verblindend witte zwaan op die enige tijd bleef aankleven… ik had niet zo veel op met hem; en ja, het was ongetwijfeld een mannetje!).

Een van de sprankelende hoogtepunten van de tour toonde het gevoel voor pragmatisme en humor van het echtpaar Leemans. Nadat vorige bewoners contact met het dorp Warmond enigszins beperkten, onderhoudt de huidige (zesde) generatie Leemans een warme, maar vooral educatieve band met de lokale schooljeugd.

Foto: Vleermuisbunker… PAS OP!

Die vonden de restanten van een Duitse bunker buitengewoon interessant. Een ideale plek voor verstoppertje spelen of serieuser kattekwaad. De stevige barricades, geplaatst door het echtpaar Leemans, vormden geen belet. Een op de toegangsdeur geschroefd bordje ‘VLEERMUISBUNKER, ZIEKTEGEVAAR!’ bleek een potente remedie tegen potentieel kattekwaad.

Bij de nazit die tevens als verlate nieuwjaarsborrel fungeert, laat ik me toelachen door een levensgrote foto van Sophia Loren. Ik heb niet de moed op kunnen brengen navraag te doen over haar functie ter plekke, maar ik vermoed dat Joan, met zijn voorliefde voor Italiaanse automobielen, daar meer van weet.

Foto: Søren brengt ons op de hoogte van Wester-Amstel’s Facts of Life.
Foto: Sophia kijkt glimlachend toe.


Tekst en Foto’s door: Ruud Vrielink, tenzij anders vermeld

The post Parel achter de duinen appeared first on Wester-Amstel.

  •  

Amstellanddag 2026 – viert u het jubileum met ons mee?

Door: froest
2 Juni 2026 om 09:19

Zondag 7 juni is het weer zover: Amstellanddag! Dit jaar is een bijzondere editie, want we vieren de 20ste keer dat dit geliefde evenement plaatsvindt. Een mooie mijlpaal om samen stil te staan bij alles wat het Amstelland zo bijzonder maakt.

Traditiegetrouw vindt de feestelijke opening plaats op Wester-Amstel. Vanaf 10:00 uur openen wij onze poort en heten wij u van harte welkom met koffie en thee, een heerlijk gebakje van Bakker Out en de opzwepende klanken van de Accu-band. Om 10:30 uur verzorgt wethouder Floor Gordon van de gemeente Amstelveen de officiële opening. Dan wordt ook de Amstelland-prijs 2026 uitgereikt.

Na de opening is er van alles te beleven. Op het terrein vindt u een keur aan stalletjes, waar dit jaar ook volop lokale etenswaren te proeven zijn. Een mooie gelegenheid om kennis te maken met smaken uit de streek.

Om 11:30 uur opent in de parkzaal een bijzondere expositie over 20 jaar verandering in het Amstelland – een terugblik die laat zien hoe het landschap en zijn gebruik zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld.

Wilt u Wester-Amstel beter leren kennen? Sluit dan aan bij een van de rondleidingen om 12:30 of 14:00 uur. Onze vrijwilligers nemen u mee langs de rijke historie en bijzondere natuur van het landgoed.

Om 14:00 uur staat een geliefde traditie op het programma: onze schapen worden uit hun winterjas geholpen. Altijd een levendig en vermakelijk moment voor jong en oud.

Joep Grotendorst Quartet
We sluiten de dag om 15:00 uur feestelijk af met een vrij toegankelijk buitenconcert van het Joep Grotendorst Quartet. De 21-jarige Joep, afkomstig uit Amstelveen, leidt een talentvol jazzensemble dat in december 2025 de eerste prijs won bij het Prinses Christina Jazz Concours. De kracht zit in het collectieve samenspel, vier vrienden die samen hun muzikale verhaal vertellen.

Kortom, er is de hele dag door van alles te zien, te doen en te beleven. Meer weten over Amstellanddag en het programma op andere locaties? Raadpleeg dan de website van Beschermers Amstelland: www.beschermersamstelland.nl/.

Wij hopen u te zien op Wester-Amstel!

Tekst door: Søren Ludvig Movig

The post Amstellanddag 2026 – viert u het jubileum met ons mee? appeared first on Wester-Amstel.

  •  

Gras is méér dan groen…

Door: froest
2 Mei 2026 om 09:21

ILLUSTRATIE (Jan Kops, ca 1800): De Gestreepte Witbol voelt zich in bijna elk biotoop thuis

en kan daarom met recht een invasieve plant worden genoemd. Dus kijk uit voor haar schattige pluimpjes!

Gras is méér dan groen…

Op het niveau van de bodembedekkers heerst een schaamteloze oorlog

DE MEESTE MENSEN kennen gras alleen van het gazonnetje onder de boom van die tante en die oom in Laren of – ander uiterste – van het Olifantengras waarin Meryl Streep zich poogt te verstoppen in de broeierige film ‘Out of Africa.’

Én er is een generatie (zoals die van mij) die niet beter weet dan dat je het spul vooral moet roken. Maar nooit gedacht dat ik door een highbrow spel als Croquet – een soort golf voor de motorisch-beperkten – op de website van ‘Pollennieuws’ naar de Gestreepte Witbol (Holcus lanatus) zou zoeken. Of mij zou verwonderen over de diversiteit van gras op Wester-Amstel.

Foto: Advanta Ravot voor het fijnere gazon.

Het veldje waar het ‘1st Wester-Amstel Croquet Tournament’ zich heeft afgespeeld, werd namelijk vooraf stevig ingezaaid met Advanta Ravot. Niet te verwarren met Advanta Tredvast, dat op een obscuur stukje grond bij onze toegangspoort is ingezaaid, of Advanta Highway B3, te vinden op ‘the more sunny parts of the Boomgaardlaan’ – yes, we are bilingual.

Rijst de vraag of deze zaai-mengels al jaren bij ons in gebruik waren of dat er een nieuwe ‘Green Deal’ aan ten grondslag ligt. In dat laatste geval houd ik mijn hart vast. Waar we ons al jaren suf schoffelen om het gras uit het grind van de middenlaan te weren, stel ik mij voor dat we binnenkort door deze ‘reseeding’ een weg naar het huis moeten kappen.

Foto (Ecopedia | Konrad Lackerbeck): Rood Zwenkgras (Festuca rubra) vergt weinig onderhoud, maar is o zo vrijpostig!

Tekst door: Ruud Vrielink

The post Gras is méér dan groen… appeared first on Wester-Amstel.

  •  

Achter de schermen – we blikken terug op een goed 2025

Door: froest
2 April 2026 om 09:22

2025 was voor Wester-Amstel een jaar om met tevredenheid op terug te kijken. Het jaarverslag laat zien hoe onze buitenplaats opnieuw tot leven kwam dankzij de inzet van vrijwilligers, de vele bezoekers, de activiteiten in park en tuin en een reeks goed bezochte evenementen.

Wester-Amstel bewees opnieuw wat ons motto betekent: Wij, Wester-Amstel. Vrijwilligers, vrienden, bezoekers en gebruikers worden verbonden door hun gedeelde plezier en inzet voor Wester-Amstel.

Meer bezoekers
Na het natte, voorgaande jaar herstelde het bezoek aan park en tuinen zich goed. Het aantal bezoekers lag naar schatting tussen de 10.000 en 12.000, met een opvallend goede opkomst tijdens Amstellanddag.

Ook het aantal rondleidingen groeide sterk: van 2 in het jaar ervoor naar 7 in 2025. Daarnaast ontvingen we een keur aan gezelschappen. Daarmee bood onze buitenplaats wederom een decor voor een diversiteit aan ontmoetingen en belevingen.

Vrijwilligers als hart
De vrijwilligers zijn het kloppend hart van Wester-Amstel. Hun aantal groeide in 2025 naar 39, met nieuwe aanwas in zowel de tuin- als de parkgroep.

Foto (T. Blades): Trekpaarden trokken 2025

Dankzij hun inzet werd de poort geopend voor het publiek, werden park en tuinen tuin verzorgd en liepen de evenementen op rolletjes. Ook vonden er diverse vrijwilligersactiviteiten plaats, zoals het eerste Wester-Amstel Croquet Tournament en een bezoek van de tuingroep aan Slot Oud-Zuyl.

Wester-Amstel weer mooier
Wester-Amstel werd weer mooier. Zo kreeg het prieel een fraaie tegelvloer, werd de stinzentuin verder uitgebreid en werd het taxusveld in de hoogzomer strak gemaaid en geschikt gemaakt voor het croquet-toernooi. Door onderhoud en slimme ingrepen, zoals het afsluiten van een deel van de Middellaan voor autoverkeer, kreeg het park bovendien een nog fraaier aanzien.

Concerten en ontmoetingen
Het programma van 2025 kende opnieuw een succesvolle reeks concerten onder het thema Jazz op Wester-Amstel. De concerten trokken veel publiek en waren vrijwel allemaal uitverkocht.

Daarnaast was er de jaarlijkse Amstellanddag, dit keer met water als thema. Daarmee werd Wester-Amstel niet alleen een plek voor rust en natuur, maar ook voor muziek, ontmoeting en speelse competitie.

Financieel gezond
Het jaar sloot af met een positief resultaat van 1.514 euro. Dat was beter dan begroot en vooral te danken aan uitgestelde uitgaven aan een verbetering van de website.

Ook al daalde het aantal vrienden licht, de stichting bleef financieel gezond. Het bestuur spreekt daarom zijn grote dank uit aan alle vrienden, vrijwilligers, eigenaresse Stichting J.Ph.J.F. Lissone en huurder MKB Fonds voor hun steun en prettige samenwerking.

Meer weten?
U kunt ons jaarverslag hier terug lezen.

Tekst door: Søren Ludvig Movig

The post Achter de schermen – we blikken terug op een goed 2025 appeared first on Wester-Amstel.

  •  
❌