Na de regen van vorige week was het afgelopen dinsdag weer rijden onder zomerse omstandigheden. En dat trekt uiteraard ook meer renners.
Met ook een flinke aanvulling vanuit de jeugd stond er een mooi peloton aan de start, dat maakt het allemaal net een tikkeltje leuker.
Het was een wat kortere wedstrijd dan gebruikelijk, want niet alleen wordt het inmiddels sneller donker, we hadden ook nog de prijsuitreiking en de borrel op het programma staan.
Daarin werden onze trouwe juryleden, Wil Nieuwendijk en Paul Andriessen, terecht in het zonnetje gezet. Want zij zorgen ervoor dat we veilig kunnen koersen en dat er altijd een uitslag wordt opgemaakt. En het bestuur onderstreepte het belang van betrouwbare vrijwilligers met bossen bloemen voor de hele organisatie van de dinsdagavond.
De koers kende een niet zo verrassende winnaar, Tim Schreurs. Met 15 podiumplaatsen in één seizoen de overtuigende winnaar.
Tweede vanavond was Edwin Commandeur die daardoor van plek 5 opschoof naar plek 3. Niels Geise is de renner die dit seizoen het vaakst aan de start stond. Omdat hij daarbij altijd wel een redelijke uitslag reed, werd hij dit seizoen overtuigend tweede in het eindklassement.
Tot 30 maart 2027 bij de eerste rit van het volgende seizoen van de dinsdagavondcompetitie.
Aangezien de oudste jeugd afgelopen donderdag hun NCK-training op het parcours van UWTC Uithoorn hielden, sloot de NJC-jeugd daarbij aan.
De opkomst was wat laag door omstandigheden, dus werden Tomas en Vincent aan het 2de NCK-team toegevoegd om te kijken of dat voor hen al te doen was. Tomas slaagde daarvoor, Vincent kwam een beetje in het gedrang in het hardrij geweld. Daarna nog even mee sprinten met de anderen.
TTT
Als we dan toch allemaal aan het tijdrijden zijn als Team dan kan een team met Koen, Oscar, Fedde en Daniel dat ook gewoon doen. Target was om met z’n vieren minimaal 30km/u te rijden over 7 ronden. Op het parcours van UWTC is dat 8,4km. Met een heel mooi vlak schema lukte dat prima. Alle vier bleven ze samen, soms trok Fedde net even te hard door, soms liet Koen een beetje lopen. Maar met een eindtijd van 15:58’44” kwam het gemiddelde uit op: 32,3km/u! Alle renners 5 bonuspunten! 6 bonuspunten voor Tomas bij de NCK ploegen. 4 voor Vincent.
Sprinten op de brug
Om de hardrijdende NCK-jeugd niet in de weg te zitten, maar toch een aparte sprint oefening te hebben werd de weg in tweeën gedeeld. Links de NCK-jeugd de brug op. Rechts de sprintende jongeren. Start bij het fluitje. Boven op de brug de streep. Doorrijden en dan zo vaak mogelijk het sprintje doen. Het liep soms een beetje in de soep omdat ze elkaar te snel opvolgde voor de tijdswaarneming. Maar iedereen deed drie sprints die telden. Snelste tijd geeft punten
Brugsprint
Naam
Sprint 1
Sprint 2
Sprint 3
Punten
Fedde
9’62
9’51
9’01
5
Vincent
9’29
9’80
9’66
4
Koen
9’91
10’04
9’30
3
Daniel
12’86
14’01
11’34
2
Oscar
12’79
12’09
12’24
1
Dat bruggetje is nog lastiger dan je denkt!
De stand
Tomas 41pt
Koen 40pt
Vincent 38pt
Daniel 30pt
Fedde 30pt
Kees 9pt
Oscar 26pt
Jishnu 8pt
Edze 7pt
Leiderstruien nog steeds voor Oscar en Tomas. Tomas ziet de andere renners nu toch echt dichterbij komen. Oscar kan de zege bijna niet meer ontgaan!
Donderdag 17 september is de volgende avond. Daar zal de techniek bijgeslepen worden!
Ouders en trainers, dank voor het helpen bij tijdswaarneming. Renners bedankt voor een mooie training!
Wat houdt jonge voetballers bezig? Moet je per se winnen om met een goed gevoel naar huis te gaan? Hoe belangrijk is plezier? En wat gebeurt er eigenlijk in de kleedkamer als je net hebt verloren? In deel 3 van Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal laten we zoals elke week de spelers zelf aan het woord. Ditmaal spreken we met Nout van WV-HEDW O14-1, Anne van TOS-Actief MO17-1 en Alessandro van NFC O15-1. Drie verschillende spelers, drie verschillende teams: winnen is lekker, maar beter worden misschien nog wel belangrijker.
Wie jeugdvoetbal alleen vanaf de zijlijn bekijkt, ziet doelpunten, tackles, trainers-coaches die aanwijzingen geven en ouders die soms nét iets harder coachen dan noodzakelijk. Maar in de hoofden van de spelers gebeurt veel meer. Daar wordt nagedacht over een verkeerde pass van vijf minuten geleden. Over die bal die je eigenlijk had moeten hebben. Over de volgende training. Over winnen en verliezen. Over je positie in het elftal. En (soms) ook gewoon over de lol die je met elkaar hebt.
Niet alleen kijken naar uitslagen en standen, maar vooral naar de ontwikkeling van jonge voetballers. Dit seizoen volgen we drie teams: WV-HEDW O14-1, TOS-Actief MO17-1 en NFC O15-1. In elk deel laten we drie spelers iets vertellen. En dan blijkt keer op keer snel: jeugdvoetballers denken soms behoorlijk volwassen over hun sport.
Nout: liever voetballen dan die lange bal
Nout is dertien jaar en eigenlijk nauwelijks weg te denken bij WV-HEDW. Hij begon bij de mini’s en speelt inmiddels zo’n zeven à acht jaar voor zijn club. De laatste jaren was hij centrale verdediger, maar de laatste tijd duikt hij steeds vaker op als linksback. En dat bevalt hem eigenlijk best goed. “Misschien vind ik linksback ook wel leuker”, zegt Nout terwijl hij zich klaarmaakt voor de eerste training van de nieuwe week.
Dat heeft een logische reden. Centraal achterin moet je vooral organiseren, inschuiven en zorgen dat de boel gesloten blijft. Als linksback komt er een ander onderdeel bij: naar voren. Over de buitenspeler heen, meters maken en je bemoeien met de aanval. “Dat kan wat vaker”, vertelt Nout over het overlappen aan de linkerkant.
Het past ook wel bij hoe hij zichzelf als voetballer ziet. Vraag Nout niet naar de mooiste trucjes of een verzameling panna’s. Zijn kwaliteiten zitten ergens anders. “Ik heb een goed overzicht. Ik kan goed rust bewaren. Van de technische dingen moet ik het wat minder hebben dan anderen in mijn team, qua overzicht en slimheid daar moet ik het wat meer van hebben.” Dat klinkt misschien niet spectaculair, maar iedere trainer weet hoe waardevol zo’n speler kan zijn. Zeker achterin. Niet iedere bal hoeft met haast naar voren. Soms is even kijken, een tegenstander lokken en daarna de juiste oplossing vinden heel erg belangrijk. En precies dat probeert WV-HEDW te doen.
In de wedstrijd van afgelopen zaterdag tegen Alphense Boys, die in 3-3 eindigde, zag Nout zijn eigen ploeg vooral in de eerste helft goed voetballen. “We begonnen heel sterk. We waren alleen maar aan de bal en losten alles voetballend op. We hebben geen lange bal gespeeld.” Dat laatste zegt Nout met gepaste trots.
Nout (R) met onder andere teamgenoot Florian die voor de productie zorgde zaterdag tegen Alphense Boys
Eén punt dat eigenlijk als te weinig voelt
Toch leverde het goede spel geen overwinning op. WV-HEDW kreeg kansen, maakte er te weinig en zag na rust een voorsprong snel verdwijnen. Kleine foutjes werden meteen afgestraft. Dat is volgens Nout sowieso een belangrijk verschil wanneer je op een hoog niveau speelt. “Een klein foutje wordt sneller afgestraft. Maar, daar leer je ook weer van.”
Het is misschien wel een van de belangrijkste lessen in de jeugdopleiding. Je kunt negentig procent van een wedstrijd goed spelen en toch worden afgerekend op die paar momenten waarop de concentratie ontbreekt. Nout ziet dat ook terug bij de tegendoelpunten van zijn ploeg. “Meestal zijn het onze eigen fouten. Het is niet dat de tegenstander dan met een geweldige aanval komt. We hebben het vaak lang onder controle en dan valt er eentje ongelukkig. Daarna valt er kort daarna vaak nog één. Het is eigenlijk een moment van scherpte.”
Tegen Alphense Boys gebeurde iets soortgelijks. WV-HEDW speelde goed, maar gaf de wedstrijd toch gedeeltelijk uit handen. Zelfs een merkwaardig doelpunt van Florian – die een harde uittrap van de keeper tegen zijn hoofd kreeg waarna de bal in het doel belandde – was uiteindelijk niet voldoende voor drie punten. “We waren veel beter dan deze ploeg en hadden kunnen winnen.” Dan voelt 3-3 toch een beetje als verliezen. “Eén punt is natuurlijk fijn. Alleen als die drie punten zo in de lucht hangen en je krijgt er maar één, is dat wel jammer.”
Kampioen? Waarom niet?
In het eerste deel van deze serie sprak ploeggenoot Havard al zijn ambitie uit: kampioen worden. Nout, vorig seizoen één van de drie teamcaptains, loopt daar niet voor weg. “Ja, dat zit er nog in.” Hij kijkt daarbij verder dan alleen naar de resultaten. Volgens Nout waren er wedstrijden waarin WV-HEDW meer had kunnen pakken. Tegen AFC bijvoorbeeld, en ook in de beker tegen Waterwijk. Tegen Almere City lag het anders, maar ook daar zag hij in delen van de wedstrijd aanknopingspunten. Het vertrouwen is dus zeker niet verdwenen. En minstens zo belangrijk: de groep is grotendeels intact gebleven. De nieuwe jongens zijn volgens Nout snel opgenomen. “We vingen ze heel goed op. De jongens die al wat langer in het team zitten, zijn allemaal vrienden met elkaar. Iedereen mag elkaar. En dat blijft zo.” Dat klinkt bijna belangrijker dan drie punten. Bijna dan. Want Nout wil natuurlijk ook gewoon winnen.
Met zijn O13-1 handhaafde Nout zich vorig seizoen, de meeste spelers zijn nu O14-1 geworden
Anne: verliezen, leren en daarna toch weer lachen
Bij TOS-Actief MO17-1, aan de overkant van Middenmeer, treffen we Anne. Zestien jaar, inmiddels tien jaar voetbalervaring en sinds een paar seizoenen actief bij TOS. Daarvoor speelde ze bij AFC IJburg. Haar favoriete plek? Rechtsbuiten, al kan ze ook prima vanaf het middenveld spelen. Anne omschrijft zichzelf als een speler met overzicht en snelheid. “Ik weet meestal wel waar iedereen staat. Daardoor kan ik goede ballen inspelen naar mensen die vrij staan. En ik ben best snel, dus ik kan mooi diepgaan.”
Dat lijkt
Een zeer handige combinatie voor een buitenspeler: eerst kijken en vervolgens ‘gaan’. Maar ook Anne weet precies waar nog winst te behalen valt. “Ik zou af en toe iets meer willen doorzetten. Soms geef ik iets te snel op bij een bal.” Daar zit meteen een mooi stukje zelfkennis in. Je hoeft op zestienjarige leeftijd helemaal geen complete voetballer te zijn. Sterker nog: het hele idee van jeugdvoetbal is dat je dat nog niet bent. Van 0-2 naar beter voetbal. TOS-Actief speelt op een stevig niveau en dat betekent dat fouten soms pijn doen op het scorebord. Anne vertelt over een wedstrijd waarin haar ploeg uiteindelijk met 1-5 verloor van sv Overbos.
De start was niet goed. “We kregen snel twee doelpunten tegen, omdat we gewoon nog niet in de ‘actiestand’ stonden.” Maar daarna veranderde er iets. “Op een gegeven moment kwam het besef en gingen we echt veel beter voetballen. Het eerste kwartier was gewoon niet goed, maar daarna gingen we veel beter spelen en meer naar elkaar passen.” De uitslag veranderde niet meer in iets vrolijks, maar Anne haalt juist uit die ontwikkeling tijdens de wedstrijd iets positiefs. “Als je ziet hoe we aan het begin van de wedstrijd speelden en hoe het aan het einde ging, was er al een grote verbetering. Ik denk dat dat ook belangrijk is.” En dan volgt natuurlijk de onvermijdelijke vraag: wat gebeurt er na zo’n nederlaag in de kleedkamer? Wordt er twintig minuten zwijgend naar de vloer gekeken? Vliegt er een bidon door de ruimte? Valt de muziek stil? Welnee. “Er worden gewoon wel grappen gemaakt.”
Anne vindt juist die combinatie bij TOS zo prettig: serieus willen voetballen, zonder dat het plezier verdwijnt. “Het is een heel gezellig team. Het is een goede combinatie tussen gezelligheid en goed voetballen.” En wakker liggen van een tegendoelpunt? Ook niet. “Ik slaap gewoon nog goed.” Gelukkig maar.
TOS-Actief trof SV Overbos
Een shirt van Queens Park Rangers
En dan nog iets belangrijks in het leven van iedere voetballer: voor welke club ben je eigenlijk? Nout is Ajax supporter. De één na laatste thuiswedstrijd van Ajax tegen PSV was Nout aandachtig toeschouwer in de Arena. Bij Anne komt niet het meest voor de hand liggende antwoord. Queens Park Rangers. Haar vader was al supporter van de Londense club en tijdens een vakantie bezocht Anna haar eerste internationale wedstrijd. Sindsdien is QPR ook een beetje haar club geworden. Sterker nog: tijdens het gesprek draagt ze een shirt van Queens Park Rangers. Geen Real Madrid, Barcelona of Manchester City dus. Gewoon QPR. Dat heeft eigenlijk ook wel charme.
Alessandro kijkt graag naar Haaland – en kopieert hem gewoon
Bij NFC O15-1 in Amstelveen spreken we Alessandro. Hij is dertien, wordt eind september veertien en is bezig aan zijn tweede seizoen bij NFC. Zijn positie laat weinig ruimte voor misverstanden. Spits. En wie een jonge spits vraagt naar zijn voorbeelden, krijgt tegenwoordig al snel een bekende naam te horen. Erling Haaland.
Ook Cristiano Ronaldo behoort tot zijn favorieten, maar vooral naar Haaland kijkt Alessandro heel bewust. Niet alleen omdat de Noor veel doelpunten maakt. Hij probeert daadwerkelijk dingen over te nemen. “Ik heb veel van Haaland geleerd door naar zijn wedstrijden te kijken. Ik zag hoe hij speelde. Daarna begon ik zelf veel doelpunten te maken. Ik zag hoe hij zijn lichaam gebruikte en scoorde. Ik probeerde dat te kopiëren en begon bijna iedere wedstrijd te scoren.” Dat is eigenlijk precies hoe jonge voetballers al generaties lang leren. Vroeger probeerden kinderen op straat Marco van Basten, Dennis Bergkamp of Ronaldinho na te doen. Nu worden op YouTube, TikTok en televisie de loopacties van Haaland bestudeerd.
De middelen veranderen. Het principe niet. Kijken. Proberen. Mislukken. Nog een keer proberen. En uiteindelijk lukt het.
Beter worden om samen te winnen
Alessandro zegt iets interessants wanneer we hem de keuze voorleggen: winnen of jezelf ontwikkelen? Natuurlijk wil hij winnen. Welke spits wil dat niet? Maar hij legt de verbinding tussen individuele ontwikkeling en het team. “Voor mij is beter worden heel belangrijk. Als ik beter word, kan ik het team meer helpen om wedstrijden te winnen.” En daar stopt zijn redenering niet.
Als één speler beter wordt, kan dat volgens hem ook het niveau van een training omhoog trekken. Een ploeggenoot moet harder werken, er ontstaat concurrentie en uiteindelijk wordt de hele groep sterker. Best een volwassen gedachte voor een dertienjarige. Alessandro zijn boodschap is simpel: ontwikkeling en winnen zijn helemaal geen tegenpolen. Het ene kan juist tot het andere leiden.
Na verlies eventjes geen grappen
Toch verschilt NFC op één punt duidelijk van TOS-Actief. Waar bij Anne na een nederlaag alweer vrij snel grappen door de kleedkamer kunnen vliegen, is het bij Alessandro en zijn ploeggenoten een stuk stiller. “Sommige spelers zijn echt heel verdrietig of boos. Anderen zeggen niets en luisteren gewoon naar de feedback. We maken meestal geen grapjes nadat we hebben verloren.” Iedere groep heeft zo zijn eigen dynamiek. Iedere speler verwerkt teleurstelling anders. De één wil praten, de ander juist niet. De één kan een verloren wedstrijd snel loslaten, de ander speelt hem ’s avonds in bed nog drie keer opnieuw. Zolang de tas maandag of dinsdag maar weer wordt ingepakt voor de volgende training.
Alessandro, tweede van links; ‘willen winnen’
Parma ‘boven alles‘
Alessandro heeft Italiaanse roots en zijn voetbalvoorkeur is duidelijk. Parma Calcio 1913 staat op één. Daarnaast volgt hij AC Milan en natuurlijk het Italiaanse nationale elftal. Over dat laatste is hij kritisch, maar hoopvol. Italië presteert momenteel niet zoals Alessandro graag zou zien, maar Alessandro ziet voldoende jonge spelers aankomen om vertrouwen te houden in de toekomst. Het past wel bij de rode draad van zijn verhaal. Jong talent heeft gewoon tijd nodig. Dat geldt ook voor Italië. En eigenlijk net zo goed voor NFC O15-1.
Nout, Anne en Alessandro spelen niet bij dezelfde club. Ze zijn niet even oud, spelen niet op dezelfde positie en beleven hun wedstrijden op een andere manier. Nout denkt als verdediger veel na over overzicht, rust en het voorkomen van fouten. Anne gebruikt haar snelheid en spelinzicht vanaf de rechterkant en probeert zichzelf nu aan te leren om nooit te vroeg op te geven. Alessandro kijkt als spits naar Haaland en wil doelpunten maken. Toch komt in alle drie de gesprekken hetzelfde terug. Beter worden. Niet omdat winnen onbelangrijk is. Integendeel. Nout baalt stevig wanneer WV-HEDW twee punten laat liggen. Anne wil tegendoelpunten voorkomen en wedstrijden winnen. Alessandro ziet iedere verbetering juist als een manier om zijn ploeg vaker te laten winnen. Maar de uitslag is op deze leeftijd niet het hele verhaal. Misschien is dát wel de belangrijkste conclusie.
‘Geef alles’
Aan het einde van het gesprek met Alessandro vragen we wat volgens hem iedere goede voetballer nodig heeft. Techniek? Snelheid? Een goed schot? Kracht? Zijn antwoord is veel eenvoudiger. De wil om te winnen en nooit opgeven. “Je ziet bij profvoetballers dat ze willen winnen. Ze geven iedere wedstrijd tweehonderd procent. Ik denk dat je nooit moet opgeven en altijd alles moet geven.” Geldt dat ook voor NFC? “Ja, natuurlijk. Iedereen moet alles geven.” Daar kunnen ze bij WV-HEDW en TOS-Actief vermoedelijk ook wel iets mee. Want uiteindelijk maakt het weinig uit of je dertien of zestien bent, achterin staat, over de rechterflank vliegt of voorin probeert Haaland na te doen.
Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam.Klik hier. Samen vormen de drie jeugdteams een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien – op én naast het veld.