Door: Maarten Alderden. Sinds ik columns inlever voor AalsmeerVandaag plaatst Arjen Vos een foto van mij op een oude fiets onder de stukjes. Omdat ik daar wel eens commentaar op krijg, en voor het geval Arjen een nieuwe foto pakt zal ik hier een stukje aan wijden.
Die fiets is van + 1950, merk Hunter, en gekocht door mijn opa Alderden. Net na de oorlog.
Als mijn kinderen die fiets weleens pakken fietst daar dus de 4e generatie op.
Verder bezit ik een solex uit 1969, onze auto is 18 jaar oud en we hebben een boot waarvan de basis stamt uit + 1890. En, de leeftijd van mijn vrouw vertel ik u niet.
O ja, ons huis is uit 1960. Een goed jaar trouwens.
Op zich zijn die bezittingen (mijn vrouw is geen bezit) best gedateerd! En dat vind ik helemaal niet erg, want ze kunnen nog jaren mee. Wij hebben er een hekel aan om iets weg te gooien wat niet stuk is. Wat wij bezitten daar zijn wij blij mee en hoeven ook geen schijn op te houden voor anderen.
Zo vertelde mij laatst iemand dat in de armste wijken van Utrecht en Den Haag, dat daar de meeste Mercedessen staan. Misschien heb je hier in Aalsmeer ook wel van die wijken of buurten waar het lijkt of het tegen elkaar op moet, en dat het geld niet op kan. Triest!
Nog even over die fiets.
Ik stond laatst een keer met iemand te praten op straat, fiets aan mijn hand. Stopt er iemand en komt op mij af. “Meneer, meneer, ik ben gek van ouwe fietsen, mag ik die van u eens goed bekijken?” Wauw, wat bijzonder! Ik zei tegen hem: “Hier, alsjeblieft, ik wil ‘m over tien minuten terug want dan ben ik hier wel klaar.” En weg was hij.
Toen ik later naar huis fietste dacht ik: “Hoe is het mogelijk dat je iemand zo blij kan maken met zoiets simpels.” Diegene met de mooiste en duurste fietsen zal dit zeker niet overkomen.
Vakanties
Toen wij en half Nederland vroeger op vakantie gingen was dat simpel. Op de fiets naar Otterloo of Driebergen. Ik heb iemand gekend die boekte een huisje op de Veluwe voor drie personen. Omdat hij geen auto had en niet wilde fietsen ging hij bij de provinciale weg staan met zijn duim omhoog en kwam liftend op de plaats van bestemming. En mocht er wel een auto zijn dan ging daar een piep klein caravannetje of vouwwagen achter. Drie kinderen op de achterbank van een Ford Fiësta of een Fiat Panda, waarvan de twee buitensten met hun neus tegen het raam gedrukt zaten vanwege alle boodschappen die van huis mee moesten worden genomen. Waren we gelukkig? Vast wel, we zijn er in ieder geval niet slechter van geworden.
Ik zie die mensen nog wel eens van vroeger, Kinderen de deur uit. Met z’n tweeën op vakantie. Nu met een giga auto die een even giga caravan moet trekken. Of een camper van zeven meter met satellietverbinding, wifi, tv, vaatwasser, wasmachine en een douche.
Laatst zag ik iets bizars op de snelweg. We haalden een grote camper in met daaraan een aanhanger waar een ‘gewone’ auto op stond. Blijkbaar om boodschappen mee te gaan doen omdat die camper in geen één dorpscentrum past.
Dit gedeeld hebbende met mijn vriend Nico. Die keek daar helemaal niet van op. Hij was een keer in Amerika geweest en had daar een man gesproken die achter zijn camper een aanhanger had met een helikopter erop. “Well, I like that,” zei hij. Het kan dus altijd nog gekker.
Aalsmeer had vroeger veel tuinders die met een praam hun producten naar de veiling brachten. En omdat een praam multifunctioneel is, werd die ook gebruikt voor de vakantie. Maar dan daagjes.
’s Ochtends vroeg uit bed, gezin in de praam met daarachter zo’n herrie makende stink penta. Voor de wind zat je dus de halve reis in de tweetakt rook. En zo op weg via de Kaag naar Katwijk. Ik schat vier uur varen. Een dagje naar het strand en ’s avonds weer terug naar Aalsmeer. De kinderen sliepen dan al op een kleedje op de bodem van de praam.
Dat was vakantie, en de volgende dag gewoon weer hard aan het werk.
Je had op de Uiterweg een familie, als je daaraan vroeg of ze nog of op vakantie gingen, was het antwoord altijd: “Nee hoor, we doen gewoon twee weken zachies an.
Ja dat kan natuurlijk ook.
Als ik ’s zomers op mijn bankje zit aan het Zwet en ik zie al die boten voorbijgaan, groot – groter – grootst, dan denk ik weleens: “Er gaat hier op één mooie middag voor 35 miljoen euro aan boten voorbij. En ja, ik zie veel gelukkige en blije mensen maar ook genoeg met één persoon aan het stuur en de rest de hele middag gelukzalig op hun telefoon. Gezellig, vakantie.
Dan terug naar die ouwe fiets. U begrijpt, ik heb een hekel aan overdreven gedoe. De tijden zoals ze nu zijn zullen ongetwijfeld wel weer eens anders worden. Ikzelf hoop nog een poosje mee te gaan, en ik hoop dat die fiets van opa Alderden mijn eerste en laatste zal zijn
Maarten Alderden is een veelzijdige Aalsmeerder. Niet alleen als kweker van seringen en sneeuwballen, ook timmert hij aan de weg met zelfgemaakte decoratieve uilen. Actief en betrokken lid van de Oosterkerk waar hij al zijn hele leven pal naast woont. Sinds dit jaar mag hij zich grootvader noemen.
Aalsmeer Over Hoop is een platform waarin zes Aalsmeerse en Kudelstaartse kerken vertegenwoordigd zijn. Door het jaar heen worden evenementen georganiseerd waarmee de kerken hun liefde voor Jezus en de omgeving willen uitdragen. Met regelmaat verschijnen columns die tot nadenken stemmen.

Het bericht Column: ‘Op een ouwe fiets…’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.