Elisabet als schuilplaats voor Maria
Elisabet als schuilplaats voor Maria
SIETSKE VAN DER HOEK
Maria en Elisabet ontmoeten elkaar in het huis van Zacharias en Elisabet, zo staat er in Lucas 1. Het is een ontmoeting tussen jong en oud. Beiden verwachten een kind, beiden na aankondiging van een engel van ‘de Heer’, en beiden op een onmogelijke leeftijd: de een te oud, de ander te jong. Tot zover de overeenkomsten, maar er is een groot verschil. Elisabet is netjes getrouwd met Zacharias. Maria is een meisje nog. En ongetrouwd. Dat heeft flinke consequenties, zullen we zien.
Zacharias, niet Elisabet, heeft van een engel te horen gekregen dat ze een zoon zullen krijgen. Hij vraagt hoe dat kan, en wordt als straf voor zijn ongeloof met stomheid geslagen. Maar Maria, die ongeveer dezelfde vraag stelt, kan later in het verhaal zelfs een prachtig lied zingen. Ook die stomheid heeft gevolgen.
Maria vlucht
Elisabet zit met een stom geslagen echtgenoot en Maria is ongehuwd zwanger. Dat laatste is een gevaarlijke toestand, want volgens de gebruiken in die tijd mocht ze als ongehuwd zwangere gestenigd worden, zie het verhaal van de overspelige vrouw in het evangelie volgens Johannes hoofdstuk 8. Zij gaat dus niet op een gezellig reisje naar haar tante in het binnenland. Nee: zij vlucht voor haar leven: ‘in grote haast’ staat er. Jezus is nog niet eens geboren, of zijn moeder is haar en daarmee zijn leven niet meer zeker. En Elisabet geeft haar onderdak. Ze ontvangt haar gastvrij, met vreugde zelfs. En ook het kind in haar schoot springt op van vreugde. Maar Zacharias, die toch alle reden had om de wet goed te kennen, zwijgt. Hij kan Maria niet verraden. Ook al zou hij het weten. Maar of dat zo is, weten we niet. Want dit is een verhaal van twee vrouwen. Mannen spelen er geen enkele rol in. Zo blijft de ongeboren Jezus veilig.
Totdat het veilig is
Maria blijft drie maanden, staat er. Wie kan rekenen, weet dat Maria weer huiswaarts keert als Elisabet ongeveer bevalt. Merkwaardig vind ik altijd dat Maria’s vertrek gesitueerd wordt voor de geboorte van Johannes. Althans: we horen niet dat ze bij die geboorte aanwezig is. Hoe zou dat toch komen?
Misschien door het volgende: de nadruk van dit stukje van het verhaal ligt op Maria. Zij is het die in gevaar verkeert, en zij is het die na drie maanden terug kan komen, want dan is het niet meer toegestaan haar te stenigen. Het kind in haar schoot is veilig.
Al die tijd heeft Elisabet haar veiligheid geboden. Maria zingt dat God haar gered heeft. Je zou dat kunnen lezen als ‘dankzij Elisabet’, of ‘met de hulp van Elisabet’. God heeft haar gezien en de engel heeft haar een weg gewezen naar een veilige plek. Als ze bij Elisabet komt, gaat ze zingen dat God haar gered heeft, oog heeft gehad voor zijn minste dienares. Want ze is veilig bij Elisabet. De oudere wijze vrouw, die weet heeft van de gevaren, die niet bang is haar op te vangen.
Een oudere vrouw als schuilplaats voor een jonge vrouw. Zo kunnen ook nu nog jonge meisjes veel steun hebben aan hun oma, of oudere tante. Iemand in de familie bij wie ze veilig zijn in een onveilige thuissituatie. Of minder spectaculair: gewoon even uithuilen, of je verhaal vertellen. Oma’s, oudere vrouwen, ze hebben tijd. Ze weten wat het leven biedt. Ze snappen het.