Normale weergave

Improvisatie reflecties op de voorgaande concerten (27 juni 2026)

12 Maart 2026 om 23:23

Vandaag het laatste orgelconcert in deze voorjaarsserie naar aanleiding van 75 jaar Kruiskerk. Het orgel heeft altijd een belangrijke plaats in de kerk gehad, uiteraard in diensten maar ook met regelmaat in concerten. Piet van Egmond was de eerste die in november 1951 een concert gaf. Hij vond het orgel toen nogal beperkt qua mogelijkheden en nogal fel en scherp qua klank. Sinds de start zijn er drie ‘vaste’ organisten aan de kerk verbonden geweest, Bernhard Steinvoort, Wim Kloppenburg en Henk Trommel. De klank is onder hun ‘bewind’ verschillende keren wat aangepast, lees: milder gemaakt (zie ook pagina 22).  

Vanuit de huidige klankkleuren van het orgel gaat Sietze de Vries improviserend terugblikken op de voorgaande zes concerten.  Het worden zes ‘instant’ composities van telkens 7 à 8 minuten. Sietze de Vries heeft natuurlijk kennis kunnen nemen van de programma’s van zijn voorgangers, het karakter en de sfeer ervan. Die ‘kennis’ neemt hij mee naar deze middag. 

Hoe zullen de improvisatieopdrachten luiden? Er moet van de organist ook iets onverwachts, verrassends gevraagd worden. In een kort gesprek aan het begin van dit concert zullen we enkele wensen inbrengen zodat inderdaad improviserend op de eerste drie concerten kan worden teruggeblikt. Na de eerste helft zal er weer een gesprek zijn, nu met in ons achterhoofd de drie programma’s die er in juni geweest zijn. We bespreken hoe daar in improvisaties op kan worden gereflecteerd. 

  •  

Variations (20 juni 2026)

12 Maart 2026 om 23:22

Er zijn honderden componisten van wie de achternaam met een B begint, maar de meesten zijn in de vergetelheid geraakt. Van zeven B’s laat Laurens horen dat ze nooit in de vergetelheid zullen raken.  

Het openingsstuk is van de Duitse Deen Dietrich Buxtehude. Hij behoeft hier nauwelijks een introductie. Zijn manier van orgelspelen, later voorzien van het etiket styles phantasticus, werd zeer bewonderd door zijn tijdgenoten onder wie de jonge Johann Sebastian, die er als twintigjarige een voettocht van 400 km voor over had om Buxtehude te horen spelen. 

 Béla Bartóks Mikrokosmos, geschreven tussen beide wereldoorlogen, bestaat uit 153 korte piano-etudes die steeds een facet van het pianospel onder de loep nemen. De moeilijkheidsgraad is oplopend van beginners- tot professioneel niveau. Het ostinato is bijvoorbeeld ritmisch bijzonder lastig. Bartók schreef erbij hoe snel ze gespeeld moesten worden (ostinato in 2 minuten en 5 seconden). Hij vond het goed dat ze ook voor andere instrumenten werden bewerkt.  

Bachs Triosonates zijn de hogeschool van het orgelspel. Ze klinken vaak verraderlijk eenvoudig; dat is schijn. De voeten op het pedaal, de linker- en de rechterhand op twee manualen bewegen volstrekt onafhankelijk van elkaar en dat maakt het moeilijk. Bach schreef ze o.a. voor zijn zoon Wilhelm Friedemann, zodat die zich ermee kon presenteren als een goed organist. 

Beethoven wordt eerder met de piano dan met orgel in verband gebracht, maar zijn leraar in Bonn was de organist van de hofkapel Christian Neefe en de jonge, getalenteerde Ludwig werd zijn assistent. Zijn Vijf stukken voor Flötenuhr dateren uit 1793 toen hij al in Wenen woonde. We horen er drie. 

Gerard Bunk is momenteel weinig bekend, maar in de eerste helft van de vorige eeuw was hij een bekend pianist en organist, die zijn hele werkzame leven in Duitsland doorbracht en daar ook overleed. Zijn orgelcomposities zijn in een laatromantische stijl, die, volgens het blad Het Orgel, overeenkomt met de stijl van Jan Zwart. 

Brahms’ muzikale nalatenschap is groot – symfonieën, koorwerken, liederen, pianostukken, kamermuziek, soloconcerten -, maar het orgelaandeel is bescheiden. De prelude en fuga in g-mineur schreef hij toen hij halverwege de twintig was. Het werk – vooral de prelude – is ‘onstuimig’ en nogal pianistiek geschreven.  

De laatste B: Bernstein briljant bewerkt; een bloedlinke, bizarre, beestachtige beleving. Feest!!  

  •  

Bx7 (13 juni 2026)

12 Maart 2026 om 23:22

Er zijn honderden componisten van wie de achternaam met een B begint, maar de meesten zijn in de vergetelheid geraakt. Van zeven B’s laat Laurens horen dat ze nooit in de vergetelheid zullen raken.  

Het openingsstuk is van de Duitse Deen Dietrich Buxtehude. Hij behoeft hier nauwelijks een introductie. Zijn manier van orgelspelen, later voorzien van het etiket styles phantasticus, werd zeer bewonderd door zijn tijdgenoten onder wie de jonge Johann Sebastian, die er als twintigjarige een voettocht van 400 km voor over had om Buxtehude te horen spelen. 

 Béla Bartóks Mikrokosmos, geschreven tussen beide wereldoorlogen, bestaat uit 153 korte piano-etudes die steeds een facet van het pianospel onder de loep nemen. De moeilijkheidsgraad is oplopend van beginners- tot professioneel niveau. Het ostinato is bijvoorbeeld ritmisch bijzonder lastig. Bartók schreef erbij hoe snel ze gespeeld moesten worden (ostinato in 2 minuten en 5 seconden). Hij vond het goed dat ze ook voor andere instrumenten werden bewerkt.  

Bachs Triosonates zijn de hogeschool van het orgelspel. Ze klinken vaak verraderlijk eenvoudig; dat is schijn. De voeten op het pedaal, de linker- en de rechterhand op twee manualen bewegen volstrekt onafhankelijk van elkaar en dat maakt het moeilijk. Bach schreef ze o.a. voor zijn zoon Wilhelm Friedemann, zodat die zich ermee kon presenteren als een goed organist. 

Beethoven wordt eerder met de piano dan met orgel in verband gebracht, maar zijn leraar in Bonn was de organist van de hofkapel Christian Neefe en de jonge, getalenteerde Ludwig werd zijn assistent. Zijn Vijf stukken voor Flötenuhr dateren uit 1793 toen hij al in Wenen woonde. We horen er drie. 

Gerard Bunk is momenteel weinig bekend, maar in de eerste helft van de vorige eeuw was hij een bekend pianist en organist, die zijn hele werkzame leven in Duitsland doorbracht en daar ook overleed. Zijn orgelcomposities zijn in een laatromantische stijl, die, volgens het blad Het Orgel, overeenkomt met de stijl van Jan Zwart. 

Brahms’ muzikale nalatenschap is groot – symfonieën, koorwerken, liederen, pianostukken, kamermuziek, soloconcerten -, maar het orgelaandeel is bescheiden. De prelude en fuga in g-mineur schreef hij toen hij halverwege de twintig was. Het werk – vooral de prelude – is ‘onstuimig’ en nogal pianistiek geschreven.  

De laatste B: Bernstein briljant bewerkt; een bloedlinke, bizarre, beestachtige beleving. Feest!!  

  •  

Dans (6 juni 2026)

12 Maart 2026 om 23:20

Dans is het thema dat de composities van dit concert met elkaar verbindt.  Muziek, beweging en dans zijn sinds mensenheugenis overal en op alle niveaus heel nauw met elkaar verbonden. Volksdansen en hofdansen, rituele dansen en ballet bestaan bij de gratie van muzikale ritmes. In dit concert horen we dansen uit het tijdperk van de barok (1600-1750), maar ook uit de romantiek en van recente tijden (19e resp. 20ste eeuw).  

In het Frankrijk van Jean Philippe Rameau waren balletopera’s populair, vaak met een mythologisch verhaal als uitgangspunt. Rameau deed het anders. Zijn ballet is gesitueerd op ‘exotische’ locaties als Peru en Noord-Amerika. Les Indes Galantes is voor orkest geschreven, maar Rameau heeft zelf een klavecimbelversie gemaakt, die van hem ook op andere instrumenten mocht worden uitgevoerd. Vandaag op orgel. 

Het Camphuysen-manuscript is van Nederlandse bodem en omvat een geheel van 36 bewerkingen van melodieën, meest zogenaamde Stichtelycke Rymen en Geneefse Psalmen. Wie de bewerkingen in dit manuscript maakte, is onbekend. Drie variaties op Daphne is een compositie gebaseerd op een van de balletti van de Italiaanse componist Gastoldi, een tijdgenoot van Monteverdi.  

Bach schreef verschillende bundels met partita’s (suites). Elke partita opent gewoonlijk met een prelude (voorspel) en vervolgt met een aantal gestileerde dansen. De partita in c-mineur BWV 997 wordt de luit-suite genoemd omdat Bach, die schreef voor een luitklavier. Enigszins merkwaardig is dat in deze suite op de prelude een fuga volgt, terwijl een fuga juist geen dansvorm is, maar een spel met een melodisch motief. Wel een dans is de sarabande, een statige en voorname, van oorsprong van Midden-Amerikaanse bodem. De gigue is een snelle, vaak virtuoos gespeelde dans van Ierse oorsprong. Hier wordt de gigue herhaald met snellere noten in de rechterhand (double). 

Terug naar Frankrijk, maar nu naar de romantiek van de orgelvirtuoos Vierne. Hij laat de Naïaden, waternimfen uit de Griekse mythologie, dansen en spelen in continu opkomende en dan weer afnemende golven. Adembenemend! 

Anton Heiller was halverwege de vorige eeuw een bekend Oostenrijks componist-organist, die ook veelvuldig in Nederland te horen was. De voorspelen op de kerkliederen Rind nu op i Jesu navn (Sta op in Jezus naam) en Sorrig og glaede (Verdriet en Vreugde) zijn twee rustig bewegende kleinoden met prachtige akkoorden in een modern idioom. In dat idioom is ook Heillers Tanz-Toccata geschreven. Een virtuoos en swingend stuk.  

  •  

Flentrop En-Suite (30 mei 2026)

12 Maart 2026 om 23:18

Om Franse orgelliteratuur op het Kruiskerkorgel te spelen is geen sinecure. Toen het orgel in 1951 door de Zaanse firma Flentrop gebouwd werd, was de orgelbouw sterk in beweging. Men was zich weer gaan verdiepen in de bouw- en klankprincipes van historische instrumenten. Het Kruiskerkorgel moest ‘helder en transparant’ worden, een klankconcept dat eerder aan Noord-Duitse orgels uit de barok (ca. 1700) doet denken dan aan Franse kathedralen met hun vaak negentiende-eeuwse, ‘orkestrale’ orgels. Die orgels hebben vele registers, bevatten ten minste drie, meestal vier manualen (toetsenborden). Maar het lastigst bij het spelen van Franse 19de en 20ste eeuwse muziek op het Kruiskerkorgel is, dat de twee manualen van het Flentrop-orgel elk minder toetsen hebben dan een manuaal van een Frans orgel. Hoe los je het als organist op als de compositie ‘noten’ vraagt die niet op het manuaal zitten? Je gaat het horen!! 

Voor de vaak elegante hofmuziek van Clérambault, een van de componisten van Lodewijk XIV, geldt deze ‘handicap’ nog niet of nauwelijks. Het negentiende-eeuwse orgelidioom van Charles Marie Widor is echter volop symfonisch, staat of valt met heel veel klankkleuren, vereist veelvuldig diminuendo en crescendo (veranderingen in volume) en vraagt een grote omvang van het manuaal. Flentrop … en dan?  

De klanktaal van de als jong kind blind geworden componist en concertorganist Jean Langlais is anders dan die van Widor. Voor Langlais was César Franck een inspiratiebron en dit resulteert in harmonisch rijke en complexe muziek. Ook is in zijn composities de invloed te horen van Keltische volksmuziek (Langlais kwam uit Bretagne).  

Naji Hakim, een leerling van Jean Langlais, is een hedendaags Frans-Libanese componist en organist, bekend om zijn improvisaties. Tot 2008 was hij de opvolger van Olivier Messiaen in de Eglise de Saint-Trinité in Parijs. Zijn expressions zijn korte liturgische bijdragen aan de diensten daar: uitgeschreven improvisaties.  

Als besluit van dit concert een improvisatie van de Groninger Hayo Boerema, leerling van Naji Hakim, in de Franse symfonische stijl. 

  •  

Hollandse veelkleurigheid (16 mei 2026)

12 Maart 2026 om 23:18

We denken nog wel eens klein over de plaats van ons land in de wereld. Begrijpelijk gezien de geringe omvang in vierkante kilometers en de muffe spruitjeslucht die er wel eens opstijgt als er al te zeer aan navelstaren wordt gedaan. Tegelijk is er veel trots populistisch gewauwel te horen over Nederland voor de hardwerkende Nederlanders, onze joods-christelijke wortels en dreigend verlies van eigen identiteit. Dit roept de vraag op wat nou eigenlijk echt typisch is voor Nederland. Ik houd me in het beantwoorden van die vraag alleen bij mijn eigen stiel – de muziek.

Dit programma bevat orgelmuziek uit de 17e, 18e, 20e en 21e eeuw, die aansluit bij het karakter van dit Kruiskerkorgel. Opvallend hierbij zijn de uiteenlopende stijlen. Er is op oude vormen geïnspireerde, neoklassieke of neobarokke muziek zoals van Winter en Manneke, er is vroegmoderne taal, geënt op Franse voorbeelden als Alain en Dupré in de psalmen van Van Oortmerssen, mijn eigen stukje is beïnvloed door Duruflé en Ralph Vaughan Williams. Dan is er invloed van Amerikaanse minimal music-componisten als Steve Reich in de muziek van Bert Matter en in het Nun ruhen alle Wälder van Van Oortmerssen. Er is de atonale taal van de Tweede Weense School (Schönberg, Webern) in het stukje van Wim de Ruiter, er is vooral Duits-Weense invloed in de muziek van Ruppe, die overigens zijn hele volwassen leven in Leiden doorbracht. Uiteraard klinkt ook de oervader van de Nederlandse muziek, Sweelinck, die zelf sterk beïnvloed werd door vooral Engelse en Italiaanse voorbeelden.

De conclusie mag duidelijk zijn: Nederland is een land vol contacten met een heleboel verschillende buitenlanden, die allemaal hun creatieve invloed hebben op onze componisten. Zo stijgt uit ons zompige moeras een weelde aan diverse muzikale talen op. En typisch Nederlands? Misschien een verstilde, noordelijke spiritualiteit als mistig grijs novemberweer, en een voorliefde voor directe, duidelijke muzikale taal ontdaan van franje en tierelantijnen, als een polder op een zonnige dag of een kerk van Saenredam.

  •  

Licht en donker | dag en nacht (2 mei 2026)

12 Maart 2026 om 23:16

De tegenstelling tussen donker en licht en tussen dag en nacht komt in het hiernaast staande programma niet alleen muzikaal en in klanken tot uiting, maar is ook te vinden in de twee centraal staande koralen: Wie schön leuchtet der Morgenstern en de Avondzang Christe qui lux est et dies (Christe der du bist Tag und Licht).

Bachs centraal geprogrammeerde Partita over Christ der du bist der helle Tag vat de twee uitersten prachtig samen, ook muzikaal. Het hemelse licht zou daar de nacht moeten laten verdwijnen en daarmee ons behoeden voor de donkere krachten van Satan. Hoewel de ogen dicht zijn moet het hart waakzaam blijven.

Als rode draad is gekozen voor vier korte werken van mijn leermeester Albert de Klerk, die zoveel heeft samengewerkt met de bouwer van het Kruiskerk-orgel, Dirk Flentrop. De Klerk had een huisorgel van Flentrop uit niet veel later tijd dan het Kruiskerk-instrument.

Naast zijn Trio over Christe qui lux est et dies een Passacaglia die meer aansluit bij de donkere tinten en twee lucide en extraverte composities: Capriccio en Toccata.

Van Jan Welmers een perfect op dit orgel passende Partita over de Avondzang die hij geschreven heeft voor zijn eindexamen orgel in de Martinikerk in Groningen in 1962.

Op zo’n echt Hollands orgelonderonsje kan de naam Sweelinck bijna niet ontbreken. Op dit concert zijn er zelfs twee Sweelincks te beluisteren, beiden organist van de Oude Kerk in Amsterdam, vader en zoon Jan Pieterszoon en Dirk Janszoon.

  •  

Driekwart eeuw zingen in de Kruiskerk (18 april 2026)

12 Maart 2026 om 23:14

De Kruiskerk bestaat vijfenzeventig jaar. Het is een kerk met een royale akoestiek, die uitnodigt om te gaan zingen. Dat is dan ook gebeurd. Bijna vierduizend zondagen na elkaar vulden de kerkgangers het kerkgebouw met hun gezang: psalmen en liederen, onberijmde gezangen en kinderliederen. In een programma van tweemaal een uur zingen we een staalkaart van hetgeen er in de afgelopen driekwart eeuw geklonken heeft. 

In de bouwtijd van de Kruiskerk was er in ons land op het gebied van de kerkmuziek van alles aan de hand. Er kwam een nieuw dienstboek en er werd gewerkt aan een nieuwe psalmberijming. De daarbij betrokken dichters kregen de smaak te pakken en al snel verscheen een proefbundel met nieuwe liederen.  

In dezelfde periode werd in de Amsterdamse Maranathakerk geëxperimenteerd met klassieke liturgische vormen. Dit alles was het begin van een doorgaande muzikale en liturgische lijn die uitmondde in het laatstverschenen liedboek (2013). Deze lijn vormt deze middag de leidraad. 

Er zal de middag vooral veel gezongen worden: liederen van toen en liederen van nu. Bijzondere aandacht geven we aan kerkliederen van componisten en dichters die een bijzondere band hadden met Amstelveen: Ad den Besten, Willem Vogel, Marijke en Wonno Bleij en Wim Kloppenburg.

  •  

22 mrt 2026: Muzikale Vesper

12 Maart 2026 om 20:00

Passiecantate in Kruiskerk

Zondag 22 maart begint om 16.30 uur een muzikale vespers in de Kruiskerk, Van der Veerelaan 30A. Omdat we in het kerkelijk jaar in de passietijd zijn, een tijd van bezinning op lijden en sterven en verdergaan, wordt in deze vespers een passende cantate uitgevoerd: Herzlich lieb hab’ ich dich, o Herr van Dieterich Buxtehude. De vespers duurt een uur. Bezoekers betalen geen toegang, maar hun wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd.

Het 16e eeuwse lied Herzlich lieb hab’ ich, o Herr dat in deze vespers in cantatevorm klinkt, is vanaf het jaar 1600 vaak gebruikt door componisten als muziek voor begrafenissen. Het beeld van de ziel van een overledene die engelen de hemel inbrengen naar Abrahams schoot, is in de loop der eeuwen door velen als troostrijk ervaren. Dieterich Buxtehude schreef deze cantate mogelijk voor een kerkconcert in Lübeck. De cantate wordt gezien als een schoolvoorbeeld van een barokke cantate vanwege de heldere opbouw en de weldoordachte muzikale uitbeelding van de liedtekst.

De uitvoering in de Kruiskerk gebeurt door de Vesperscantorij en een barokensemble onder leiding van Bert ’t Hart. Liturg is ds. Ruurd van der Weg en organist Peter Ouwerkerk.

  •  

15 maart ds Barbara de Groot

12 Maart 2026 om 19:50

ZONDAG LAETARE

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Dienst Protestantse gemeente Amstelveen-Buitenveldert
15 maart 2026, Paaskerk Amstelveen

Voorganger(s) ds. Barbara de Groot
Ouderling van dienst Sabina Pierik
Diaken Marjo Valkier, Dick Aanen en Arjen Teitsma
Lector Sabina Pierik
Muziek Peter van Dongen

Orde van dienst

Paaskerkberichten

De dienst is te volgen via kerkdienstgemist.nl of te beluisteren via de kerkwebradio

  •  
❌