Verdeeldheid tijdens informatieavond datacenter
Door: Arjen Vos. De informatieavond over de mogelijke komst van een datacenter naast de Pontweg trok maandagavond enkele tientallen verontruste omwonenden. Ook vertegenwoordigers van politieke partijen waren in The Beach aanwezig om in gesprek te gaan met initiatiefnemers Bart Lyppens en Robert Boeren van BLVG Ontwikkeling.
De bijeenkomst had het karakter van een inloopavond. Hoewel het als dusdanig was aangegeven, was niet iedereen daarop ingesteld. Bezoekers konden individueel vragen stellen aan de ontwikkelaars en geprinte plannen bekijken die op tafels waren uitgespreid. Gedurende de avond ontstonden op meerdere plekken gesprekken tussen bewoners, ontwikkelaars en aanwezige politici. Halverwege gaf Robert Boeren een korte toelichting op de procedure maar pas na te zijn aangespoord door een omwonende ‘om zich voor de troepen op te stellen’ en tekst en uitleg te geven.
Draagvlak
Volgens de ontwikkelaars is onlangs een ontheffing verleend door de Provincie Noord-Holland. “We hebben er drie jaar op moeten wachten,” aldus Boeren die benadrukte dat het om een conceptontheffing gaat. “Het goede daarvan is dat er nog een inspraakronde komt, er zienswijzen kunnen worden ingediend en er nog een raadsbesluit genomen moet worden. Toen we vorige week bemerkten dat de sociale media ontplofte na de publicatie ervan, hebben we meteen actie ondernomen en deze avond belegd voor de omgeving om te kijken of er draagvlak is voor het idee en uit te leggen waarom we de conceptontheffing hebben gekregen. De gemeente vraagt die aan, waarmee ze aangeeft achter het plan te staan, de provincie checkt vervolgens of het klopt met het beleid. Maar of het er komt hangt af van de zienswijzen en de raad die een definitieve beslissing moet nemen. Bart en ik hebben een mening wat het beste is voor deze plek maar die hebben jullie ook,” aldus Boeren.
Alle vragen beantwoorden
Dat klopte inderdaad. Er heerst veel weerstand tegen de komst van een datacenter. Omwonenden toonden zich met name verbolgen over het feit niet tijdig meegenomen te zijn in het traject en pas recent in de krant van de plannen vernomen te hebben.

De aanwezigen werden gewezen op een intekenlijst waarop ze konden aangeven op de hoogte gehouden te willen worden. Robert Boeren beloofde alle vragen die via e-mail gestuurd worden (bloemenlust@blvg.nl) te beantwoorden. Niet alleen aan de steller maar aan iedereen die een naam en e-mailadres had achtergelaten. Dat waren er tegen het einde van de avond zo’n 70 stuks.
Oosterbad wordt niet tropisch
Niet alleen bleek dat de meningen in de buurt verdeeld zijn, er leefden ook de nodige vooroordelen. Bijvoorbeeld het idee dat het koelwater geloosd gaat worden op het oppervlaktewater. “Wordt het Oosterbad straks tropisch?” zo had een verontruste omwonende zich afgevraagd. Het antwoord van de ontwikkelaar is dat daar geen sprake van is omdat het water in een circulair systeem wordt rondgepompt. “Van het hoogheemraadschap mag water alleen worden teruggeven aan het oppervlaktewater als het lager is dan de temperatuur op dat moment. Iets dat voortdurend gemonitord wordt. Maar bij dit datacenter kiezen we dus voor een ander systeem.” Ook wordt er volgens de ontwikkelaars geen water van het oppervlaktewater betrokken maar voornamelijk gebruik gemaakt van regenwater dat op het terrein zelf wordt opgevangen.

Geluidoverlast en restwarmte
Een ander heikel punt is dat van geluidoverlast, veroorzaakt door de koelsystemen die 24 uur per dag draaien. De ontwikkelaars hebben bij het datacenter aan de Lakenblekerstraat (Dorcas) staan luisteren en zijn er stellig over dat het hier geproduceerde geluid in geen enkele verhouding staat tot wat er bij hun datacenter te horen zal zijn. Hoewel hoeveelheid geluid moeilijk in woorden uit te leggen valt, moet het volgens hen niet meer zijn dan draaiende ventilatoren en een kwartier per maand het testen van de noodaggregaten. De initiatiefnemers stelden dat het plan voldoet aan de eisen van betrokken instanties, waaronder het hoogheemraadschap en de provincie.![]()
De ontwikkelaars benoemden de voordelen van een datacenter: de restwarmte wordt benut door omliggende bedrijven, waaronder Funzone en The Beach. Genoemd werd ook een industriële wasserij die zich mogelijk in de omgeving wil vestigen en graag de warmte zou gebruiken. Het is een ontwikkeling die kan bijdragen aan een aardgasvrije toekomst voor Aalsmeer.
Vrachtverkeer
Een ander positief punt wat de ontwikkelaars aanvoeren is afname van (vracht) verkeer op de Oosteinderweg, iets waar een omwonende bijzonder blij mee zou zijn. “Elke keer als hier een vrachtwagen een drempel overgaat, staat ons huis te schudden. Van mij mag het datacenter er komen.” Een buurvrouw is vanwege de dreigende geluidoverlast door koelinstallaties wat minder enthousiast.
Het scenario van meer verkeersbewegingen is de andere kant van de medaille want als het datacenter niet doorgaat, ontwikkelt BLVG in plaats daarvan een bedrijfsverzamelgebouw met 70 units.
Niet hier, dan elders
Dat het datacenter volgens de ontwikkelaars straks energie verbruikt vergelijkbaar met dat van 11.000 huishoudens deed sommige aanwezigen duizelen. De data waar het om gaat is uitsluitend voor AI-toepassingen door een Nederlandse firma. Maar zijn dat argumenten om voor of tegen de komst te zijn? “Komt het niet hier, dan komt het wel elders,” zo verwoordde iemand.

Zienswijzen
Voor een aantal aanwezigen zal de inloop/informatieavond de kou mogelijk uit de lucht hebben gehaald. Toch bleven er, getuige de verscheurde plannenboekjes die op tafel achter waren gelaten, ook principiële tegenstanders. Binnenkort kan ieder die dat wil een zienswijze indienen als het ontwerp van de vergunning, inclusief de ontwerpontheffing van de Provincie voor de vastgestelde periode van zes weken ter inzage wordt gelegd. Vermoedelijk zal dit eind mei of begin juni zijn.
(Naschrift: Mensen die reageerden, wilden liever niet onder hun eigen naam genoemd worden maar zijn bekend bij de redactie.)
(Foto’s: Jaap Maars)
Het bericht Verdeeldheid tijdens informatieavond datacenter verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.