Oude Kotte: ‘Onderlinge gesprek belangrijker dan vuurwerk’
Door: Jan Dreschler. Het derde en laatste verkiezingsdebat was indrukwekkend wat betreft de entourage maar politiek vuurwerk was er wederom niet. Van begin tot eind was het een goed georkestreerde show met deelname van de burgemeester, een deel van de kinderraad en gespreksleider Jerry Helmers, die zelfs begeleid door muziek de trap afdaalde. De twee eerste debatten in Aalsmeer-Oost en Kudelstaart hadden het karakter van een talkshow, maar ditmaal was er een echte debatsetting met zes katheders waarachter de lijsttrekkers plaatsnamen, temidden van camera’s, licht en autocue.
Kortom, het was een professionele televisieshow.
Burgemeester Gido Oude Kotte vertelde hoe hij verkiezingscampagnes had gevolgd met de glossy’s en de posters, maar vooral met de gesprekken op straat. Hij moedigde de gemeenteraadsleden aan dat vooral te blijven doen. Zes leden van de kinderraad onder leiding van kinderburgemeester Marije zouden gedurende de avond een aantal vragen stellen aan de aanwezige lijsttrekkers.
Er werd gedebatteerd in blokjes van tien minuten. Het eerste debat ging over welzijn, omdat zoveel taken op dat gebied zijn overgeheveld naar de gemeente. De stelling was: ‘de gemeente moet vaker nee zeggen tegen lichte jeugdzorg zodat de zware zorg door kan gaan’.
‘Rare stelling’
Het merendeel van de lijsttrekkers kon zich wel vinden in die stelling, omdat opvoeders daarin ook een rol hebben. Tegelijk is het een dilemma. “Eén op de zeven kinderen in Aalsmeer ontvangt een of andere vorm van jeugdzorg,” zei Bart Kabout, “en met de schaarste aan personeel en geld schiet de jeugdzorg tekort, dus er zal iets moeten gebeuren.” Ronald Fransen vond het een ‘rare stelling’ en wilde dat, ongeacht de financiën, elk kind geholpen werd, terwijl Judith Keessen uit oogpunt van preventie vond dat de hulpverlening ook contact moet hebben met de lichte gevallen.
Het debat over Schiphol was naar aanleiding van de recente beslissing van de Raad van State om een streep te halen door de beoogde krimp en terug te gaan naar de situatie van 2008. Hier bleek vooral dat de houding ten opzichte van Schiphol verschilt. Dick Kuin: “Je kunt praten tot in de hemel, maar ze doen wat ze willen.”
Buurman Bolderbast
Voor Ronald Fransen was Schiphol de vijand, of zoals hij zei: ‘Boze Buurman Bolderbast’, en hij vond dat je met juridische middelen je gelijk moest afdwingen. Bart Kabout was vooral op zoek naar de balans tussen economie en welzijn en voor het CDA was het belangrijk dat in elk geval de nachtvluchten sterk werden verminderd. Judith Keessen legde de focus vooral op de gezondheidsproblemen die de luchtvaart met zich meebrengt. Sven Spaargaren concludeerde dat we toch meer in overleg moesten zoeken. “We moeten af van de polarisatie.”
Tegenbeweging
Ook over verkeer en vervoer was er een stelling, namelijk: ‘In woonwijken moet de auto voortaan duidelijk op de tweede plaats komen.’ Absoluut Aalsmeer was voor: voetgangers en fietsers voorrang en overal 30 kilometer. Ronald Fransen wilde de auto zelfs op de derde plaats zetten, na de fiets en het openbaar vervoer. Judith Keessen vroeg aandacht voor het vrachtverkeer.
Een tegenbeweging was er bij het CDA en de FlorAalsmeer. Je kunt de auto niet wegdenken uit Aalsmeer. Het is hier geen grote stad met intensief openbaar vervoer en er zijn veel oudere mensen en gezinnen met kinderen voor wie de auto hard nodig is.“Stel je voor dat je op de Oosteinderweg, die acht kilometer lang is, maar 30 kilometer per uur kunt rijden,” aldus Keessen. De consensus was dat 30 kilometer op bepaalde plekken goed zou zijn, maar niet overal.
Slagbomen
De gespreksleider, die inmiddels meerdere trips naar Aalsmeer had gemaakt, had zo zijn eigen idee over het oplossen van de rotondeproblematiek: namelijk slagbomen die dichtgaan als de bus passeert. Hij vroeg adhesie voor dit idee.
De reacties waren verschillend qua stijl. Dick Kuin vond het ‘compleet waardeloos’. Bart Kabout stond ‘open voor alle ideeën, maar vond het wel erg ingewikkeld’. Ronald Fransen vond ‘de herinrichting heel erg belangrijk, maar slagbomen werken niet’. Judith Keessen zei dat rotondes een veilig middel zijn, ‘maar er zijn gewoon te veel opties en dan gaan we er nog eentje bij maken’.
Kortom, dit voorstel kon naar de prullenbak.
Het laatste blokje ging over wonen. De bijbehorende stelling: ‘om de woningnood op te lossen moet er meer in de hoogte gebouwd worden’.
‘Dorps karakter is ook hoe we met elkaar omgaan’
Sven Spaargaren wilde graag het dorpse karakter van Aalsmeer behouden en was tegen de stelling. De anderen vonden de woningnood toch van dien aard dat dit soort dingen overwogen zou moeten worden. Uiteindelijk vond men elkaar op het punt dat daar waar er een typische dorpsomgeving is, hoogbouw ongewenst is, maar dat er voldoende plekken in Aalsmeer zijn waar zes of zeven woonlagen bespreekbaar zouden moeten zijn. Maar het moest vooral geen Uithoorn worden.
De discussie ging ook over de vraag: wat is nu eigenlijk dat dorpse karakter? Voor de één was dat de woningbouw, maar anderen zoals het CDA en D66 vonden dat het dorpse karakter toch vooral de manier is waarop we met elkaar omgaan.
Telkens tussen de debatten door werd door een lid van de kinderraad een vraag gesteld aan één van de lijsttrekkers. Na dit blokje was de vraag van kinderburgemeester Marije aan Ronald Fransen heel toepasselijk: “Is er over twaalf jaar nog een woning voor mij?”
Het antwoord: “Zoals het nu gaat, denk ik van niet, maar ik hoop van wel.”
Niet veel verschil van mening
Na deze verschillende debatrondes begonnen de battles: drie keer een tweetal dat het tegen elkaar opnam over een zelfgekozen thema, te beginnen met CDA en D66. Sybrand de Vries stelde de netcongestie ter discussie met de vraag of ondernemers ook op eigen terrein iets zouden moeten ondernemen op het gebied van zonne-energie of wind. Bart Kabout antwoordde dat windenergie voor het CDA niet de beste optie is, maar dat je met zonne-energie ondernemers moet helpen om dat te verwezenlijken.
Het werd wel duidelijk dat de programma’s van D66 en CDA op veel gebieden gelijkluidend zijn, dus veel verschil van mening was er niet.
Rampjaar
VVD en GroenLinks/Partij van de Arbeid stonden tegenover elkaar, waarbij Sven Spaargaren het rampjaar 2028 aan de orde stelde. “Hoe zou u, meneer Fransen, het op ons afkomende structurele tekort van twee miljoen willen oplossen?” Ronald Fransen ging de vraag uit de weg en vond het belangrijker hoe mensen nu hun energierekening moesten betalen. “Die twee miljoen, dat is een boekhoudkundige exercitie, daar komen we wel uit.”
Cadeautjes
De meest opmerkelijke battle was die tussen Judith Keessen en Dick Kuin. Als je ergens vuurwerk zou kunnen verwachten, was het wel bij deze twee mensen, die in de afgelopen raadsperiode niet heel prettig uit elkaar zijn gegaan. Wellicht dat nu het verschil tussen deze beide lokale partijen duidelijk zou worden. Maar Kuin koos voor een andere benadering en had twee cadeautjes voor het poppenhuis van zijn opponent meegenomen. De reactie van Keessen: “We gaan zien wie het grootste gaat worden bij de verkiezingen, maar daarna gaan we elkaar ongetwijfeld feliciteren.”
Tot slot mochten de lijsttrekkers allemaal een pitch maken van een minuut. Uiteraard met de strekking: stem vooral op mijn partij.
Minimale inspanning
De stijl verschilde. Judith Keessen sprak met ernstige, nadrukkelijke woorden. Sybrand de Vries gebruikte vooral heel veel woorden. Ronald Fransen, gehuld in een rood-groene sjaal, schetste een prachtig visioen over hoe het over vier jaar zou zijn als de GL/PvdA vier jaar aan het roer had gestaan. Sven Spaargaren stond voor degelijke financiën terwijl hij werd opgejaagd door de aanzwellende muziek. Bart Kabout nam op rustige toon nog even de hoofdlijnen van zijn programma door en Dick Kuin riep iedereen op om te gaan stemmen. Zijn slotwoord: “Het is een minimale inspanning om je stem uit te brengen en als je dat dan toch doet, kun je net zo goed op AA stemmen.”
Burgemeester Gido Oude Kotte vertelde met veel plezier het debat gevolgd te hebben. Hij signaleerde een grote wil tot samenwerking en dan zijn veel dingen overbrugbaar. “Misschien dat de burger liever vuurwerk ziet, maar als burgemeester vind ik het onderlinge gesprek veel belangrijker.” Zijn advies: “Stem op iemand die bij jou in de buurt woont en die je de komende vier jaar ook kunt aanspreken voor uitleg of met vragen.”
(Foto’s: Arjen Vos)
Het bericht Oude Kotte: ‘Onderlinge gesprek belangrijker dan vuurwerk’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.
