Column: ‘Vrijheid voor mijn eigen’
Door: Pierre Tuning. Wat is ‘vrijheid’? Wat wordt er gevierd op ‘Bevrijdingsdag’? Waar hebben ‘wij’ voor gevochten, in ‘de oorlog’? Jan Terlouw schreef een gedicht over wat en wie ‘de vijand’ was:
Dictatuur
Domheid en macht, doodenge vrienden,
aartsvijanden van rede en recht.
Grote hekel aan openbaarheid,
want die verdraagt onwaarheden slecht.
Domheid en macht, eenmaal tezamen,
is het een kracht die je moeilijk doorbreekt.
Die, dat is zo dikwijls gebleken,
continu onrechtvaardigheid kweekt.
Zorg dat die twee elkaar niet omarmen,
en bewaak met veel energie,
met alle middelen die je kunt vinden,
de rechtsstaat, de grondwet, de democratie.
Er zijn steeds meer mensen die het vertrouwen in de overheid hebben verloren. De politicoloog Catherine de Vries schrijft in haar boek De symfonie van onvrede: ‘De opeenstapeling van crises in de laatste jaren heeft Nederland veranderd. De toeslagenaffaire, de aardbevingsschade in Groningen, de stikstofimpasse en de toenemende woningnood hebben naast politieke ook emotionele gevolgen gehad. Ze hebben het vertrouwen ondermijnd in iets wat ooit vanzelfsprekend was: dat de overheid er is om te beschermen. Waar de staat ooit nabijheid bood, rest nu afstand. Nederland heeft zijn politieke identiteit lang gebouwd op vertrouwen en redelijkheid. De staat was nooit heroïsch, maar wel aanwezig; er was een overheid die werkte, die bereikbaar was, die beloftes nakwam zonder veel woorden. Juist die stille vanzelfsprekendheid is de voorbije decennia langzaam verdwenen.
Het gevaar van de ‘emocratie’
Het sluipende verlies van nabijheid heeft niet alleen burgers geraakt, maar het hele democratische weefsel. De Nederlandse democratie functioneert nog steeds, al is de manier waarop burgers haar beleven, wezenlijk veranderd. De politiek is minder een gespreksomgeving geworden en meer een emotionele arena. Vertrouwen, verontwaardiging en wantrouwen vormen de grondtoon van het publieke debat. We zijn beland in een ‘emocratie’: een democratie waarin emoties, meer dan argumenten, bepalen wat politiek overtuigt. In dat klimaat floreren rechts-radicale leiders. Zij hebben niet de oorzaak van het verlies geschapen, maar wel het vermogen om het te vertalen. Waar bestuurders spreken over procedures en verantwoordelijkheden, spreekt radicaal-rechts over gevoel, over ‘oneerlijkheid’, ‘verraad’ en ‘de gewone Nederlander die vergeten is’.
Dat is de kracht én het gevaar van de emocratie. De politiek wordt niet meer beoordeeld op de juistheid van beleid, maar op de intensiteit van gevoel. Bestuurders die redelijkheid en nuance nastreven, lijken kil tegenover leiders die boosheid durven te belichamen. Toch is het ongenoegen niet louter irrationeel. De verlieservaringen zijn echt. Het zijn de ouders die vastlopen in de bureaucratie van toeslagen, de Groningers die jaren wachten op herstel, de ouderen die verdwalen in digitale loketten. De woede over al deze zaken wordt steeds uitvergroot voor politiek gewin en daarmee niet opgelost, maar enkel versterkt.
Politiek van leegte
Wilders is de Nederlandse dirigent van onvrede. Hij zet gevoelens van verlies om in spektakel en schijnbare daadkracht: politiek als performance. De kracht van die stijl ligt niet in wat hij doet, maar in wat hij oproept: het gevoel dat er eindelijk iemand luistert, dat iemand woorden geeft aan het ongenoegen. De wilderiaanse politiek is een politiek van leegte. Een theater waarin gevoelens van vervreemding en afbraak worden uitvergroot en herschreven tot een moreel verhaal van ‘eigen volk eerst’. De ervaring van verschraling wordt niet verklaard door bezuinigingsbeleid of bestuurlijke keuzes, maar door de aanwezigheid van de ander. Die dynamiek maakt Nederland gevoelig voor democratische erosie. De staat blijft bestaan, maar verliest aan betekenis. Dat gat wordt niet gevuld met beleid, maar met sentiment. Radicaal-rechtse partijen floreren in dat vacuüm, niet door het vertrouwen dat verloren ging te herstellen, maar door het te exploiteren.’
Vrijheid
Als je vrij bent lijkt het vanzelfsprekend.
Je mist het pas als je het ontbeert,
en wie het je ontnam propageert
dat vrijheid gehoorzaamheid betekent.
Wie ademhaalt vindt dat niet bijzonder.
Bij ademnood ga je het pas waarderen,
het zuurstofapparaat kan het je leren.
Ongehinderd ademen dat is een wonder.
Wie vrijheid kent en koestert en behoedt,
die ademt waarlijk met gezonde longen.
De vreugde van de wet worde bezongen,
want vrijheid in gebondenheid is goed.
Je bent echt vrij wanneer je ongedwongen
naar eigen keuze doen kunt wat je moet.
De ‘vrijheid’ waar Jan Terlouw over schrijft, is niet de ‘vrijheid’ van de Partij voor de Vrijheid van Wilders. Zijn radicaal-rechtse aanhang heeft de overtuiging dat je pas echt vrij bent als je de macht hebt die aan andere mensen te ontzeggen.
Laten we daaraan denken op 4 en 5 mei.
Het bericht Column: ‘Vrijheid voor mijn eigen’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.