Normale weergave

Column: ‘Donald denkt door’

12 Augustus 2026 om 13:35

Ga uit je stekker (zolang het nog kan)

Door Donald Esser.

In de straat van Hormuz is het rustig. Té rustig. Voorlopig. Niet omdat iedereen eindelijk tot verlichting is gekomen, maar omdat verlichting tijdelijk niet gegarandeerd kan worden. Netcongestie, heet dat dan. Een woord dat klinkt als een medische aandoening voor hoogopgeleide transformatorhuisjes. “Het netwerk zit vol,” zegt de netbeheerder, wat ongeveer dezelfde geruststelling biedt als: de reddingsboot is er wel, maar hij ligt al vol.

We leven in een tijd waarin alles elektrisch moet. Koken, rijden, verwarmen, denken; zolang er maar een stekker aan zit. Fossiele brandstoffen zijn fout, vies en moreel verwerpelijk, tenzij ze nodig zijn om het gebrek aan duurzame alternatieven tijdelijk op te lossen. Tijdelijk duurt inmiddels wel erg lang, maar dat zal aan mijn klok liggen. Die loopt waarschijnlijk nog op kolen.

Want kijk: de benzineprijs stijgt, daalt, stijgt. De gasprijs fluctueert als een labiel humeur en de stroomprijs… ach, die zou stabiel zijn. Ware het niet dat het elektriciteitsnet inmiddels klinkt als een overboekte Ryanair-vlucht. Iedereen wil erin, niemand weet waar hij zit, en sommige koffers – lees: bedrijven, laadpalen en warmtepompen – moeten helaas achterblijven.

Neem mijn buurman. Volledig van het gas af, elektrische auto voor de deur, zonnepanelen op het dak. De heilige drie-eenheid van de energietransitie. Alleen kan hij zijn auto soms niet laden, omdat het net ‘nee’ zegt. Het nieuwe ‘nee’, eleganter verpakt. Vroeger zei je moeder het, nu een transformatorstation. Vooruitgang voelt soms verrassend ouderwets.

En ondertussen stijgen de prijzen. Niet omdat er te weinig energie ís, maar omdat er te veel goede bedoelingen tegelijk door dezelfde kabel willen. Ironischer kan het bijna niet: we verduurzamen ons een weg richting schaarste. Fossiele brandstoffen worden afgebouwd, elektrisch wordt de norm en het netwerk kijkt toe als een ober met drie armen tekort tijdens een drukke terrasdag.

Dus ja, wie zegt mij dat ik straks nog elektrisch kan tanken? Of gewoon mijn brood kan roosteren zonder morele overwegingen? Misschien worden we straks gevraagd om buiten de spits te koken. Of alleen te rijden op dinsdag, mits de zon schijnt en de buren vakantie hebben.

Energie is altijd een golfbeweging geweest. Op en af, overvloed en tekort, belofte en beprijzing. Alleen heette het vroeger oliecrisis en nu heet het transitie. Dat klinkt optimistischer, maar de rekening blijft hetzelfde.

Het blijven stekkertijdperken. Sommige trekken we eruit, andere steken we erin. Maar een ding is zeker: als het netwerk straks écht vol zit, gaan we collectief uit onze stekker. Duurzaam verontwaardigd, elektrisch onthand en nostalgisch verlangend naar een tijd waarin ‘vol’ nog betekende dat het licht gewoon brandde.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

4 Augustus 2026 om 14:52

David tegen Goliath? Je kan winnen! Alhoewel…

Door Donald Esser.

Er was eens een tijd, waarin burgers geloofden dat inspraak zin had. Dat je een brief kon schrijven, een bezwaar kon indienen of zelfs tijdens een lokale voetbalclubavond informeel een gemeenteraadslid kon aanspreken zonder dat je het gevoel kreeg tegen een betonnen muur te praten. Voor de ouderen onder ons: een romantische gedachte uit een ver verleden, ergens tussen de gulden en de telefooncel.

Tegenwoordig werkt het anders. Tegenwoordig mag je best je mening geven. Sterker nog, gemeenten moedigen dat zelfs aan. Er zijn inspraak- en participatieavonden, bewonerspanels, klankbordgroepen, informatiebijeenkomsten en digitale enquêtes. Met koffie, soms zelfs met een koekje. Daarna wordt het zorgvuldig geformuleerde bezwaar met dezelfde aandacht behandeld als een reclamefolder van een tuincentrum. Oftewel: netjes aangehoord, gezien, gelezen, vriendelijk bedankt en vervolgens linea recta de papierbak in.

De afgelopen periode kreeg onze redactie talloze berichten van inwoners uit De Ronde Venen en Uithoorn. Over schimmelwoningen. Over lekkages die maanden duren en door woningcorporaties niet opgelost worden. Over achterstallig onderhoud. Over gemeentelijke procedures die eindeloos voortslepen. Over gemeenten die naar corporaties wijzen en corporaties die weer naar gemeenten wijzen. Een bestuurlijke estafette, waarbij niemand de finish haalt.

Wie als individu tegenover een woningcorporatie of de gemeente staat, merkt al snel hoe ongelukkig de krachtsverhouding is. Dat is het moment waarop het bijbelse verhaal van David en Goliath ineens verrassend actueel wordt. Voor wie het vergeten is: David was een jonge herder met een slinger en vijf steentjes. Goliath was een reusachtige, zwaarbewapende krijger waar iedereen bang voor was. In het verhaal wint David uiteindelijk. Dat is precies waarom het al eeuwenlang wordt gebruikt als symbool voor de kleine burger die het opneemt tegen een machtige tegenstander.

Alleen heeft men in De Ronde Venen en Uithoorn een belangrijk detail aangepast. Hier komt David nog steeds met een paar foto’s van schimmel, een mapje met e-mails en de hoop dat iemand eindelijk terugbelt. Goliath verschijnt met juristen, protocollen, afdelingen, systemen, beleidskaders, escalatieroutes en vooral veel geduld. Hun geduld. Want als er een ding sterker is dan beton, dan is het bureaucratie. En anders dan in de Bijbel krijgt David hier geen slinger. Hij krijgt een zaaknummer.

Hetzelfde geldt voor procedures tegen de overheid. Natuurlijk mag je bezwaar maken. Natuurlijk mag je procederen. Dat recht bestaat. Net zoals het recht bestaat om op een regenachtige dag met een paraplu een tsunami tegen te houden. In theorie mogelijk. In de praktijk iets minder kansrijk.

Ondertussen groeit het leger van inwoners in De Ronde Venen en Uithoorn dat zich niet gehoord voelt. Mensen die ervaren dat inspraak vooral bedoeld is om achteraf te kunnen zeggen dat er inspraak is geweest. Niet om er iets mee te doen. En toch blijven we dapper doorgaan. We schrijven brieven. We bezoeken inspraakavonden. We verzamelen handtekeningen. We vullen formulieren in. We wachten op antwoorden. We wachten op terugbelverzoeken. We wachten op herstelwerkzaamheden. We wachten…

Misschien moeten gemeenten en woningcorporaties daar eens iets mee doen. Bijvoorbeeld door het woord ‘inspraak’ officieel te vervangen door ‘luisteroefening’. Dat schept tenminste duidelijkheid. En voor bewoners die een klacht willen indienen over schimmel, lekkages of falende communicatie heb ik nog een praktische tip: bespaar de dure postzegel, het online-klachtenformulier en de frustratie. Koop een lot voor de Staatsloterij. De kans dat je miljonair wordt, is waarschijnlijk groter dan de kans dat jouw klacht bij de woningcorporatie of de gemeente in één keer wordt opgelost. Maar hé, bij de trekking krijg je tenminste nog een uitslag. Dat is al meer dan sommige bewoners van hun woningcorporatie of de gemeente ontvangen.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

29 Juli 2026 om 13:43

Feestweek met een herinnering

Door Donald Esser.

De komende Feestweek Abcoude van dinsdag 25 tot en met zaterdag 29 augustus staat weer garant voor alles wat het dorp zo bijzonder maakt: ontmoeting, muziek, tradities, gezelligheid en vooral saamhorigheid. Al generaties lang vormt de feestweek een vast ijkpunt op de kalender van inwoners van Abcoude en omgeving. Een week waarin verenigingen, vrijwilligers, ondernemers en bezoekers samen zorgen voor een sfeer die je nergens anders vindt. Ook dit jaar wordt er weer reikhalzend uitgekeken naar het programma. Van de activiteiten voor jong en oud tot de optredens, de ontmoetingen op het plein en de gesprekken die soms tot diep in de nacht doorgaan.

Het zijn juist die momenten die de Feestweek Abcoude maken tot meer dan een reeks evenementen. Het is een traditie die mensen verbindt. Tegelijkertijd zal deze editie voor sommigen ook een moment van terugdenken zijn. Sinds de tragische dood van de toen 17-jarige Lisa in de zomer van 2025 draagt de feestweek voor veel inwoners een extra laag met zich mee. Niet omdat verdriet de boventoon voert, maar omdat herinneringen nu eenmaal onderdeel zijn van het leven in een hechte gemeenschap.

Abcoude is een dorp waar veel mensen elkaar kennen. Juist daardoor blijven herinneringen aan mensen die gemist worden aanwezig. Niet nadrukkelijk, niet op de voorgrond, maar soms in een gesprek, een ontmoeting of een onverwacht moment tijdens een van de vele activiteiten. Dat is misschien wel de kracht van een gemeenschap. Vieren en herinneren kunnen prima naast elkaar bestaan. De feestweek draait om plezier, ontspanning en het maken van nieuwe herinneringen, maar biedt tegelijkertijd ruimte aan de gedachte aan degenen die er niet meer bij kunnen zijn.

De voorbereidingen zijn inmiddels in volle gang. Vrijwilligers zetten zich opnieuw met hart en ziel in, verenigingen leveren hun bijdrage en het dorp maakt zich op voor een week vol activiteiten. Zoals ieder jaar zal de vertrouwde sfeer terugkeren, met als symbolische opmaat het gebrul van de motoren tijdens de autocross op zaterdag 22 augustus. Laat dat geluid vooral de aankondiging zijn van een mooie feestweek. Een week waarin we genieten van het leven, van elkaar en van alles wat Abcoude zo bijzonder maakt. En waarin er, ergens op de achtergrond, ook ruimte blijft voor herinneringen die nooit helemaal verdwijnen. Zo blijft de Feestweek Abcoude wat zij altijd is geweest: een feest van en voor het dorp. Een feest dat vooruitkijkt, maar zijn herinneringen koestert. Herinneringen aan Lisa.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

22 Juli 2026 om 15:03

De marketingstrategische WK-voetbalfinale Spanje-Argentinië

Door Donald Esser.

Ik lag op bed, boven, op de slaapkamer. Even lekker relaxed kijken naar de WK-voetbal-finale Spanje-Argentinië. Mijn vrouw keek beneden één of andere BBC-detective, waarin na drie minuten alweer een lijk in een sloot lag. Ik aanschouwde Spanje-Argentinië natuurlijk met een vooroordeel. Ik was voor Spanje. Ik ben wat ouder, maar wel met gevoel voor historie, herinner ik me nog die asociale Argentijnse schoppers uit lang vervlogen tv-beelden.

Voor de geïnteresseerden: Feyenoord had in 1970 geschiedenis geschreven door als eerste Nederlandse club de Europa Cup I te winnen tegen Celtic. Daardoor mocht het aantreden tegen de Zuid-Amerikaanse kampioen uit Argentinië, Estudiantes de La Plata, destijds berucht om zijn harde en intimiderende speelstijl. De eerste wedstrijd in Buenos Aires eindigde in 2-2.

In de return in een afgeladen Kuip bleef het lang 0-0. Joop van Daele was als invaller in het veld gekomen voor Coen Moulijn. Rond het uur kreeg hij de bal voor zijn voeten en haalde van afstand uit. Zijn schot verdween laag in het Argentijnse doel: 1-0 voor Feyenoord. Dat bleek het enige doelpunt van de wedstrijd én de wereldtitel waard. De wedstrijd werd nog legendarischer door wat er ná de goal gebeurde. Van Daele speelde met een bril.

Een speler van Estudiantes, Oscar Malbernat, rukte die van zijn gezicht. Vervolgens werd de bril door een ploeggenoot van Estudiantes beschadigd of zelfs in tweeën gebroken. Het incident haalde wereldwijd de kranten. Het leverde zelfs een Nederlands carnavalsachtig liedje op: ‘Het brilletje van Van Daele’. De kapotte bril is tegenwoordig één van de bekendste relikwieën in het Feyenoord Museum.

Maar nu naar het heden. De finale van afgelopen zondag, die eigenlijk niet over voetbal ging, maar over het marketingtechnische showelement vooraf en in de pauze van Spanje-Argentinië. En ik moet zeggen: er werd niet echt Argentijns geschopt. Maar: er zijn van die momenten waarop je als voetballiefhebber verlangt naar iets revolutionairs. Geen nieuwe spelregel, geen VAR-update en zelfs geen slimme buitenspellijn. Nee, gewoon negentig minuten voetbal. Tweeëntwintig spelers, een bal en verder niemand die zichzelf belangrijker vindt dan het spel.

Op het veld gebeurde namelijk precies waarvoor miljarden mensen waren ingeschakeld. Spanje en Argentinië vochten een duel uit dat spanning, passie en kwaliteit combineerde. Een finale zoals een finale bedoeld is: spelers die tot de laatste seconde alles gaven, supporters die hun nagels opaten en commentatoren die langzaam hun stem kwijtraakten.

Maar ergens rondom dat prachtige voetbal voltrok zich tegelijkertijd een ander spektakel. Een circus. Een reizend gezelschap van FIFA-bestuurders, camera’s, protocollen, veiligheidsringen, VIP-tribunes en mensen die zichzelf heel belangrijk vinden, omdat ze toevallig naast een trofee mogen staan.

Op zulke momenten stel ik me voor dat Lionel Messi ergens in de catacomben heeft gezucht. Gewoon even met zijn ogen heeft gerold en heeft gedacht: jongens, mag het misschien ook een keer over voetbal gaan?

Ik vermoed, dat ook het Spaanse voetbaltalent Lamine Yamal iets soortgelijks heeft gedacht. Een jonge speler die droomt van doelpunten, prijzen en eeuwige roem, niet van eindeloze ceremonieën en mensen in maatpakken die zich gedragen alsof zij zojuist de winnende treffer hebben gemaakt. Dat blijft het wonderlijke van de voetbalwereld. De acteurs staan op het veld, maar de FIFA-figuranten willen steeds vaker de hoofdrol.

De supporters betalen, reizen, zingen en leven maandenlang naar zo’n finale toe. Kinderen willen scoren. Zoals Messi wil scoren. Zoals Yamal wil scoren. Zoals Spanje uiteindelijk scoorde in de verlenging.

En toch lukt het bepaalde mensen telkens weer om rondom een voetbalwedstrijd een sfeer te creëren alsof de opening van een luxe winkelcentrum minstens zo belangrijk is als de wedstrijd zelf. Misschien moeten we het de volgende keer anders doen. Laat de finale beginnen zonder entertainment, zonder lange toespraken. Alleen met vooraf de volks-liederen. Zet alle bestuurders, adviseurs, bobo’s, sponsors en andere professionele lintjesknippers gewoon in een aparte skybox met een plastic beker limonade en een schaal bitterballen. Geef ze een eigen microfoon die nergens op aangesloten zit. Dan kunnen ze urenlang vertellen hoe belangrijk ze zijn.

Ondertussen kijken wij naar voetbal. Want uiteindelijk onthouden we niet wie er naast de beker stond. We onthouden wie hem won. Spanje. En ergens is dat best geruststellend. Zelfs het grootste FIFA-circus ter wereld kan uiteindelijk niet op tegen een bal die in de verlenging tegen het net vliegt. Dat blijft gelukkig het mooiste applausnummer van allemaal.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

15 Juli 2026 om 15:52

Tourkoorts op twee wielen

Door Donald Esser.

Nu na het WK-voetbal (bijna afgelopen) en Wimbledon de Tour de France weer door Frankrijk dendert, is er in Nederland een wonderlijk natuur-verschijnsel te zien. Zodra de eerste renner in een geel shirt over de televisie flitst, kruipen overal uit schuren, garages en bijkeukens plotseling amateurwielrenners tevoorschijn. Alsof ze maandenlang in winterslaap hebben gelegen.

Het begint onschuldig. Een strakke broek hier, een glimmende helm daar. Maar binnen een paar dagen veranderen onze fietspaden in een soort mini-Alpe d’Huez. Mannen van middelbare leeftijd, die normaal gesproken al buiten adem raken bij het aantrekken van hun schoenen, wanen zich ineens de opvolger van Mathieu van der Poel.

En fietsen kunnen ze. Tenminste, dat denken ze zelf. Ze schieten links en rechts voorbij voetgangers en automobilisten alsof ze in de finale van een bergetappe zitten. Verkeersregels zijn daarbij slechts vrijblijvende suggesties. Een rood stoplicht? Dat is blijkbaar bedoeld voor gewone stervelingen. Wielrenners zien zo’n licht vermoedelijk als een motiverende uitdaging. Extra punten als je er met vijftig kilometer per uur doorheen weet te schieten.

Maar wat mij nog het meest verbaast, is dat geschreeuw. Niet een beetje praten tijdens het fietsen. Nee, schreeuwen. Hard. Ontzettend hard. HOP-HOP-HOP!, RECHTS!, LINKS!, GAT DICHT! Je schrikt je werkelijk het apezuur wanneer zo’n peloton onverwacht achter je opduikt. Het klinkt alsof er een ontsnapping uit een zwaarbeveiligde inrichting gaande is.

Waarom dat allemaal zo luid moet, blijft voor mij een raadsel. Tegenwoordig bezit iedere wielrenner een fiets ter waarde van een kleine middenklasse auto. Zo’n ding heeft meer elektronica aan boord dan de gemiddelde gezinswoning. Navigatie, vermogensmeter, hartslagmeter, snelheidsmeter, cadansmeter, satellietverbinding met drie continenten tegelijk. Maar blijkbaar is een gehoorapparaat of een simpel oortje nog nét een brug te ver.

Daardoor wordt elke zondagochtendrit een soort openluchtopera voor voorbijgangers. Vogels zwijgen beschaamd wanneer het peloton passeert. Wandelaars duiken verschrikt de berm in. Honden zoeken dekking achter hun baasjes. En dan zijn ze voorbij. De laatste fluorescent gekleurde rug verdwijnt aan de horizon. De rust keert terug. Tot de Tour een nieuwe etappe heeft.

Want zolang er ergens in Frankrijk iemand een berg op fietst, blijven hier in Nederland complete kolonnes rondrijden alsof de gele trui ieder moment kan worden uitgedeeld bij een stoplicht in De Ronde Venen of bij een rotonde in Uithoorn. En eerlijk is eerlijk: het is soms irritant. Maar stiekem ook wel mooi. Want er zijn maar weinig sporten die tienduizenden mensen tegelijk kunnen laten geloven dat ze nog altijd 25 zijn. Zelfs wanneer hun benen daar heel anders over denken.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
Ontvangen — 1 Juli 2026 Nieuwe Meerbode

Column: ‘Donald denkt door’

1 Juli 2026 om 13:14

De verkeer(de) DRV-logica

Door Donald Esser.
Met dank aan Ron Hartsink.

Wie dagelijks door De Ronde Venen (DRV) rijdt, weet het al lang: hier geldt niet de Wegenverkeerswet, maar de Wet van de Grote Verwarring. Een soort escape-room op wielen, maar dan zonder uitgang en met een verhoogde kans op een whiplash.

Neem de Oosterlandweg. Daar staat al minstens tien jaar een bord dat adviseert om een bocht met 30 km per uur te nemen. Dertig. Dat is een snelheid waarbij zelfs een slak zich ongemakkelijk begint af te zetten tegen het tempo. De gemiddelde automobilist neemt die bocht gewoon met 60 en leeft nog. Sterker nog: niemand heeft ooit iemand vrijwillig teruggeschakeld naar kruipsnelheid gezien. Het bord staat er nog steeds, vermoedelijk omdat niemand binnen het gemeentehuis precies weet waarom het er ook alweer stond. Of waar de sleutel van de schroevendraaier ligt.

Maar waar de ene weg een overdosis voorzichtigheid predikt, doet de andere precies het tegenovergestelde. Op de Amstelkade mag je op sommige stukken vrolijk 60 rijden, terwijl de bochten daar zo overzichtelijk zijn als een gemiddelde soapverhaallijn. Je ziet niets, behalve gras, lucht en je eigen naderende einde. Het is een soort gemeentelijke roulette: draai aan het stuur en kijk waar je uitkomt. In de berm, in het water, of gewoon thuis, met een licht verhoogde hartslag en een nieuw respect voor het leven.

En dan zijn er nog de ‘natuurlijke’ verkeersdrempels. Officieel heet dat achterstallig onderhoud, maar laten we eerlijk zijn: het is briljant bedacht. Geen geld uitgeven aan aanleg of onderhoud, maar wel gegarandeerd snelheid omlaag. Alleen jammer dat je fuseekogels dat minder waarderen. Wie daar met 20 km per uur overheen rijdt, hoort alsnog geluiden uit de auto die normaal gesproken alleen bij een demontage horen.

Het wordt pas echt gezellig bij de wegversmallingen, die rood-witte paaltjes waarvan niemand de naam weet, maar iedereen de werking: verwarring zaaien. Wie heeft er voorrang? Jij? Ik? God? We kijken elkaar aan, versnellen tegelijk en eindigen dan in een wedstrijdje wie het meest recht heeft op zijn eigen gelijk. Meestal gewonnen door degene met de minst kwetsbare auto en het grootste ego. De rest eindigt met een middelvinger en een verhaal voor thuis.

Alsof dat nog niet genoeg spanning oplevert, hangt de schaduw van Oom Agent altijd boven het geheel. Want wie denkt: “Ik pas mijn snelheid wel aan op de situatie”, wordt beloond met een boete die voelt als een tweede hypotheek. 80 waar 60 mag? Dat kan. Maar 30 waar 60 veilig is? Dat mág dan weer niet, tenzij u zich vrijwillig tot rijdend obstakel degradeert. Logica is hier optioneel, de boeteplicht niet.

En dan de Viergang, het kroonjuweel van de verkeersverwarring. Rechts heeft voorrang, behalve als het een woonerf is, wat u pas ziet… als u er al bent. Het bord staat zo geplaatst dat alleen degene die er recht voor staat het kan lezen; wat per definitie te laat is. Resultaat: bijna-botsingen die zo frequent zijn dat ze eigenlijk bijna ritueel beginnen aan te voelen. Een soort begroeting: “O, jij ook hier? Remmen dan maar?”

Misschien is dat wel de kern van de Rondeveense gemeentefilosofie: verkeersveiligheid door permanente alertheid. Geen duidelijkheid, geen voorspelbaarheid, maar een constante staat van paraatheid. Wie hier leert rijden, kan overal ter wereld terecht, inclusief op een chaotische rotonde in Napels tijdens spitsuur.

Tot die tijd geldt: stuur vooral uw eigen voorbeelden, liefst met foto, van verkeers(on)logica naar de redactie. Dan verzamelen we ze, bundelen we ze en sturen we ze naar de gemeente. Misschien zetten ze er wel een bord bij. Advies: 30 km per uur.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

1 Juli 2026 om 11:38

Wie staat er voor paal?

Door Donald Esser.

In Uithoorn staat een nieuwe attractie, op de kruising van de Admiraal de Ruyterlaan en de Troelstralaan. Geen kunstwerk, geen laadpaal en ook geen verdwaalde fatbike, maar een heuse politiecamera. Zo eentje die stoïcijns over de openbare ruimte tuurt, alsof hij zelf ook niet helemaal begrijpt wat hij daar doet. De vraag die onmiddellijk door het dorp gonst: waarom?

De politie geeft desgevraagd het enige antwoord dat altijd correct is en nooit iets zegt: ’De politie laat nu weten de camera te hebben geplaatst als onderdeel van een lopend opsporingsonderzoek.’ Een zin die in Den Haag inmiddels wordt gebruikt als universeel pleistermiddel. Het past altijd, het verklaart niets en het sluit elke vervolgvraag af als een automatische schuifdeur.

Wat betekent het eigenlijk? Alles en niets. Het kan gaan om een bende die ’s nachts schuttingen verplaatst, een mysterieuze zwerver met een hang naar tuinornamenten, of iets ernstigers waar men liever niet hardop over spreekt. Het kan zelfs zijn dat de camera vooral is geplaatst om te kijken wie er komt kijken naar de camera. Ook dat is tenslotte gedrag.

Het mooie van zo’n camera is, dat hij onmiddellijk zijn werk doet; nog voordat er een beeld is opgenomen. Buurtapps draaien overuren, gordijnen bewegen subtiel en mensen die normaal fluitend hun hond uitlaten, kijken ineens alsof ze de hoofdrol spelen in een Belgische misdaadserie. Niets maakt een wijk alerter dan een kastje op een paal.

Intussen blijft de overheid elegant op afstand. Transparantie is een groot goed, maar kent blijkbaar een maximum van zeven woorden, waarvan er drie standaard zijn: in verband met en onderzoek. Het is communicatie op dieet. Precies genoeg om te kunnen zeggen dat er gecommuniceerd is.

Misschien is dat wel de essentie van modern bestuur: zichtbaar handelen zonder verklaarbaar te zijn. Een camera plaatsen is daadkracht. Uitleggen waarom is optioneel. En ergens is dat geruststellend. Want stel je voor dat alles wél duidelijk was. Dan hadden we niets meer om over te speculeren bij de bakker.

Tot die tijd doet de camera wat hij moet doen: kijken. En wij doen wat wij het liefst doen: terugkijken, invullen en er het onze van vinden. In Uithoorn is dat voorlopig het meest actieve onderzoek van allemaal. Mijn advies: als je niets te verbergen hebt, loop even naar die paal en voer een leuke act uit. Die is duidelijk en herkenbaar in beeld. De politionele uitleg niet.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Verbroedering in de huiskamer

30 Juni 2026 om 17:01

Regio – Soms vertelt een foto meer dan duizend woorden. Dat geldt zeker voor het beeld van een Nederlands en een Marokkaans gezin dat dinsdagnacht samen naar de WK-voetbalwedstrijd tussen Nederland en Marokko heeft gekeken. 

Na de spannende ontmoeting, de verlenging en de adembenemende strafschoppenserie zijn de emoties duidelijk zichtbaar. Aan de ene kant de teleurstelling bij het Nederlandse gezin, aan de andere kant de uitbundige vreugde bij de Marokkaanse familie. Maar wat vooral opvalt, is niet het verschil in emoties, maar het respect waarmee die worden gedeeld.

Er wordt niet gejuicht om de teleurstelling van de ander en er wordt geen afbreuk gedaan aan de overwinning van de tegenpartij. In plaats daarvan is er ruimte voor een felicitatie, een bemoedigend woord en een glimlach. De foto laat zien wat sport op zijn mooist kan zijn: een middel om mensen samen te brengen, ongeacht afkomst, cultuur of achtergrond.

Waar voetbalwedstrijden soms worden geassocieerd met rivaliteit en tegenstellingen, toont dit tafereel juist het tegenovergestelde. Twee families, verbonden door hun liefde voor het spel en hun land beleefden beleven een nacht vol spanning en emotie, waarvoor de kids na te hebben voorgeslapen uit bed mochten. De een wint, de ander verliest, maar uiteindelijk overheerst iets wat belangrijker is dan de uitslag: verbroedering.

Op de foto: Verbroedering in de huiskamer.  Foto: Nieuwe Meerbode.

Het bericht Verbroedering in de huiskamer verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

24 Juni 2026 om 14:22

Uitgeknepen

Door Donald Esser.

Zaterdagochtend. Ik ben altijd wat eerder uit bed, mijn vrouw komt later naar beneden. Ik zet voor ons beiden traditioneel een espresso. Mijn vrouw schrijft het boodschappenlijstje, omdat zaterdagochtend nu eenmaal mijn boodschappenrondje is. Zij doet dat met de precisie van een militair strateeg en ik trek mijn sportkleren aan om het weekend een energieke kickstart te geven. Even zweten, even loskomen van de week vol interviews, tekstcorrecties en mijn eeuwige zinspreuk: zonder input geen output. Het leven van een hoofdredacteur, u kent het wel. Of niet, maar dat terzijde.

Maar ergens tussen de loopband, het hangen aan gewichten en mijn boodschappenrondje, de supermarkt, slaat de stemming om. Daar, in het schijnbaar onschuldige universum van de grootgrutter, vol keurige schapjes en vriendelijk ogende voordeelstickers, voltrok zich een stille slachtpartij. Niet met kettingzagen of bivakmutsen, maar met prijskaartjes. Kleine, onschuldige prijskaartjes die zich maand na maand een paar centjes omhoog wurmen. Tien cent hier, vijftien cent daar. Onzichtbaar voor de achteloze shopper. Maar niet voor mij. Ik ben journalist, alles onderzoeken.

Een voorbeeld: neem nou dat pak opschuimmelk. Ooit een bescheiden € 1,89, nu doodleuk € 2,59. In een half jaar tijd. Dat is geen inflatie meer, dat is een carrièrestap. Dat pak verdient inmiddels meer opslag dan menig werknemer. Probeer dat maar eens bij je baas: “Zeg, ik dacht, mijn prestaties zijn vergelijkbaar met die van een pak opschuimmelk. Kunnen we mijn salaris ook met 25 procent verhogen?” Hij ligt dubbel. Niet van instemming, maar van het lachen.

En dan hebben we het nog niet eens over citroenen gehad. Ooit een stabiele consumentenfactor voor € 1,29. Een rots in de branding. Maar ook die is gevallen: nu € 1,59. Dertig cent verschil. “Ach”, zegt de supermarkt-manager meewarig, “Dat is toch niks?” Nee, inderdaad. Het is niks. Totdat alles niks wordt. Totdat je mandje vol zit met ‘niks’ en je bij de kassa beseft dat je portemonnee wél iets voelt. Vooral leegte. En niet niks!

Het gaat namelijk niet om die ene prijsverhoging. Het is de optelsom van duizenden kleine verraadjes. Elk product dat zichzelf een paar cent rijker rekent, terwijl jij hetzelfde salaris blijft houden. Of sterker nog: jij mag blij zijn als er überhaupt iets bijkomt, afgezien van extra verantwoordelijkheden en kerstpakket aan het einde van het jaar.

De consument is in de supermarkt de melkkoe van de moderne economie. En nee, niet die romantische zwartbonte in de wei, maar eentje die permanent aan een geautomatiseerd melksysteem hangt. Altijd beschikbaar, altijd leeg te trekken. Ondertussen draaien multinationals recordwinsten. Ergens in een boardroom wordt geproost op ‘efficiënte prijsoptimalisatie’, wat in gewone mensentaal betekent: we hebben ze weer een beetje verder uitgeknepen. Als die citroen.

En wij? Wij staan in die rij. Met ons mandje, onze spaarkaart, koopzegeltjes voor producten die je zelf betaalt en onze stille frustratie. Wat moeten we? Minder eten? Meer verdienen? Of gewoon accepteren dat we onderaan de voedselketen bungelen, ironisch genoeg terwijl we onze eigen boodschappen afrekenen?

Misschien moeten we het systeem omdraaien. Gewoon eens bij de kassa zeggen: “Vandaag betaal ik vijftien euro minder. Inflatiecorrectie, snapt u wel.” Kijken hoe snel die glimlach van de kassière verdwijnt.

Tot die tijd blijf ik het doen. Mijn rondje sporten, mijn boodschappenlijstje van mijn vrouw afwerken en me verbazen over de prijsstijging van ‘eeuwige laagblijvers’, de citroenen. Want ergens, tussen de rekken en de kassa, wordt de consument elke week een klein beetje lichter gemaakt. Uitgeknepen.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

17 Juni 2026 om 15:36

De jonkies en oudjes van het WK-voetbal

Door Donald Esser.

Ik had het met onze correspondent Peter Pos erover, de jonkies en oudjes van het WK-voetbal. Hij fabriceerde deze prachtige illustratie (zie beneden, onder de tekst) bij mijn column. 

Een leuk WK-statistiekje siert deze dagen menig voetbalpraatprogramma en koffietafel: de leeftijden van de spelers die hun land vertegenwoordigen. Aan de ene kant de vijf jongste deelnemers, jongens die hun rijbewijs nog moeten halen maar al wel op het wereldtoneel rondlopen alsof ze de buurtspeeltuin domineren. Aan de andere kant de vijf oudste spelers; mannen die vermoedelijk nog weten waar ze waren toen de VAR nog gewoon scheidsrechter met bril heette.

De jonkies zijn van de categorie ‘net geslaagd voor hun eindexamen, nu wereldkampioen worden’. Ze rennen alsof hun batterij nooit leeg raakt, herstellen binnen drie minuten van een sliding en kijken verbaasd als iemand het woord spierherstelprogramma noemt. Voor hen is een voetbalcarrière iets dat net begint, een avontuur zonder einde. De term ervaring kennen ze vooral van de PlayStation.

Verstandig
De oudjes daarentegen weten alles van timing, positionering en het verstandig overslaan van een sprintje. Waarom 100 meter rennen als de bal ook naar hen toe kan komen? Ze spelen met het hoofd, met overzicht en met een hamstring die bij elke versnelling een kleine protestmars organiseert. Hun loopstijl heeft soms iets filosofisch: bedachtzaam, zoekend en altijd met een vleugje nostalgie naar die ene sprint tijdens een WK in het verleden.

En dan staat daar, pontificaal tussen deze generaties, Dick Advocaat. Met zijn 78 jaar jong, want zo hoort dat gezegd te worden, is hij niet alleen de oudste bondscoach van dit WK, maar ook meteen recordhouder in de geschiedenis van het toernooi. Terwijl de jongste spelers nog luisteren naar influencers en de oudsten naar hun fysiotherapeut, is Dick gewoon Dick gebleven: direct, eigenwijs en altijd overtuigd van zijn gelijk, zelfs als de rest van de wereld het daar zachtjes mee oneens is.

Mooi verhaal
Geen rollator op de training, maar nog even een balletje hooghouden. Waar anderen op die leeftijd hun moestuintje bijhouden of fanatiek bridge spelen, leidt Advocaat een nationale ploeg. En niet zomaar een ploeg: het debuterende Curaçao. Dat alleen al is een mooi verhaal, want ergens in de Caraïben wordt met Nederlandse nuchterheid en Caribische flair gewerkt aan een droom.

Met dit record passeert hij grootheden als Otto Rehhagel, die met zijn 71 jaar en 317 dagen ooit de oudste WK-coach was. Ook Louis van Gaal schuift een treetje omlaag in het klassement. Het is bijna alsof Dick nog een keer wilde laten zien dat statistieken er zijn om herschreven te worden.

Of Curaçao na de wedstrijd tegen Duitsland wereldkampioen wordt? Laten we het vriendelijk formuleren: de kans is ongeveer net zo groot als dat één van de jonkies vraagt of hij eerder naar bed mag. Maar zoals Advocaat het zelf waarschijnlijk ziet: meedoen is belangrijker dan winnen. Of beter gezegd: meedoen ís winnen, zeker als je op je 78e nog midden in het grootste voetbalfeest ter wereld staat.

En zo brengt dit WK niet alleen doelpunten en tackles, maar ook een prachtige dwarsdoorsnede van leeftijden. Van broekies tot routiniers en daarbovenuit een bondscoach die het begrip pensioenleeftijd al jaren geleden resoluut in de prullenbak heeft gegooid. En na elk afscheid weer terugkeert… Om in Uithoorn of De Ronde Venen definitief af te bouwen bij Legmeervogels, VDO, KDO, FC Abcoude, SV Hertha, SV Argon, HSV’69 of CSW…?

Dat zou wat zijn.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

10 Juni 2026 om 15:45

WK voetbalgeluk tussen wereldse doemscenario’s

Door Donald Esser.

Maandagochtend 8 juni. Mijn biologische wekker meldde zich keurig om zes uur. Ik heb geen wekker nodig. Gordijnen open, een montere en frisse blik naar buiten. Ik zie door de bomen aan de overkant een bijna on-Nederlandse bloedrode zonsopgang boven Abcoude. Zo’n beeld waarvan je denkt: wat is de wereld toch mooi, misschien valt het allemaal nog wel mee.

Slaapdronken sjok ik richting de badkamer, mijn standaard ochtendritueel, daarna naar beneden. Een boost van gezondheidsproducten neem ik tot me, om de dag mee te starten. Televisie aan tijdens het aankleden. Even langs de drie vaste ankerpunten van de nationale gemoedstoestand: NPO 1, RTL4 en SBS6. Je moet tenslotte weten hoe het na een nachtje slapen met de wereld gaat. Al verandert dat meestal niets aan hoe het met onze aardbol gaat. Soms kan je beter van niets op de hoogte zijn.

Om 06.50 uur werd die prille goede maandagochtendstemming vakkundig gesloopt.

RTL 4, verslaggever in beeld, serieuze blik. Onderwerp: het WK-voetbal 2026. Ik denk: nu komt het, een primeur, een scoop. Niet de opening, niet de sfeer, niet de 108 wedstrijden die op het programma staan. Nee, de insteek was een feestelijke cocktail van onveiligheidsgevoelens; de onvoorspelbare Trump, mogelijke aanslagen, drugskartels, extreme wateroverlast in Mexico, supporters die zich afvragen of ze Amerika wel in mogen na negatief actief te zijn geweest op de socials. En zo kwamen er nog wat rampscenario’s voorbij. Gepresenteerd op een nagenoeg lege maag, wat sowieso al een risico is.

Ter onderbouwing: een enquête. Door RTL4 zelf uitgevoerd. Altijd handig. De conclusie liet zich raden: mensen maken zich zorgen. Maar het ergste vind ik die gekunstelde en bewust gecreëerde bangmakerij. Over van alles en nog wat.

Maar goed, zoals wij in de journalistiek zeggen: goed nieuws is geen nieuws. Een plein vol zingende supporters haalt het nu eenmaal niet van een denkbeeldige tornado boven Guadalajara. Dat is op zich geen nieuws. Nederlanders maken zich al zorgen sinds de uitvinding van de regen.

En toch schuurt daar iets.

We staan aan de vooravond van een fááántastisch mondiaal voetbalfeest. Nederland mag zich meten met de wereldtop. En ons lieve voetbalbroertje Curaçao, dat ook een rol speelt, heeft een hoge gunfactor. Stadions die vollopen, pleinen die oranje kleuren, huiskamers die veranderen in tijdelijke tribunes. Miljoenen mensen die even niet bezig zijn met inflatie, oorlogen of de vraag of de energierekening alweer hoger uitvalt.

En wat doen wij? RTL4 begint met de vraag of het wel veilig is. Om het onveiligheidsgevoel aan te wakkeren. Gezellie…

Natuurlijk, de wereld is geen pretpark. Maar misschien is het juist daarom wel prettig dat er zoiets bestaat als een WK-voetbal. Ruim een maand passie en sportieve vreugde en verdriet. Weken waarin spelers een bal najagen en miljoenen mensen zich daar – als belangrijkste bijzaak van het leven – oprecht druk om maken. Niet omdat het moet, maar omdat het mag. Bevrijd van zorgen. Een doelpunt in de 93e minuut, dat een straat laat ontploffen van vreugde. Een onbekende held die ineens een naam wordt. Mensen die elkaar omhelzen zonder elkaar te kennen, simpelweg omdat de bal goed viel. Voor even is de wereld dan niet verrot, maar verrassend draaglijk.

Na de poulefase zien we wel weer verder. Dan komen de analyses, de teleurstellingen en ongetwijfeld weer nieuwe redenen om ons zorgen te maken. Maar voorlopig? Voorlopig gewoon genieten.

Want hoe cynisch de wereld soms ook oogt, de levensvreugde van voetbal laat zich nog altijd niet wegcijferen in een tendentieuze en negatief stemming makende RTL4-enquête.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
Ontvangen — 27 Mei 2026 Nieuwe Meerbode

Column: ‘Donald denkt door’

27 Mei 2026 om 16:02

De competitie van de laffe moed

Door Donald Esser.

Ik ben voetballiefhebber. Het zit er weer op. Het eredivisie voetbalseizoen. De strijd van heroïek en onverzettelijkheid eindigde dit jaar zoals een gemiddelde gemeenteraadsvergadering: iedereen had er gezeten, maar niemand wist nog precies waarom. PSV werd kampioen, al maanden geleden eigenlijk, maar men besloot voor de vorm nog even door te spelen. Een vroege kampioen is als een verjaardagsfeest waar de jarige na het eerste gebakje al naar bed gaat: de rest mag blijven hangen, maar het plezier is er wel een beetje uit.

Daarachter voltrok zich de grote Nederlandse sporttraditie: de uitgerekte middenmoot. Een soort nationale hobby, waarbij clubs om des keizers baard spelen, veilig genoeg om niet te degraderen, te matig om iets te winnen, en vooral uitstekend in het perfectioneren van de 1-1. Het is voetbal als achtergrondmuziek: niemand luistert echt, maar het moet er blijkbaar zijn.

En onderin? Daar werd het pas later interessant. Niet omdat het niveau plots steeg, maar omdat angst een uitstekende motivator blijkt. Volendam – Telstar, Volendam – Willem II: wedstrijden waarin de bal niet zozeer rolt, maar beeft. Eén gemiste strafschop en het verschil tussen euforie en existentiële twijfel ligt open en bloot op het gras. Het bekende heen-en-weer (Volendam) van promoveren (Willem II) en degraderen (weer Volendam), een voetbalvariant van de lift die nooit op de juiste verdieping stopt.

Ironisch genoeg begint het echte voetbalplezier pas als de competitie officieel voorbij is. De nacompetitie: het toetje na een hoofdgerecht dat menig supporter met frisse tegenzin heeft weggewerkt. Ineens staat er weer iets op het spel. Ineens wordt er weer gerend alsof het ertoe doet. Alsof men zich collectief realiseert dat voetbal eigenlijk best leuk kan zijn. In de eredivisie plaatsten zich voor het toetje Ajax, Utrecht, Heerenveen en Groningen.

En daar zit het ongemak. Vierendertig eredivisiewedstrijden lang bouwen we aan een ranglijst die op driekwart al is beslist, om vervolgens in een paar weken tijd alles spannender te maken dan de hele competitie bij elkaar. Het is alsof de film pas boeiend wordt tijdens de aftiteling.

Maar goed, PSV-kampioen, Feyenoord dapper tweede na een seizoen vol struikelpartijen, Ajax voor het eerst in de clubgeschiedenis – na het winnen van strafschoppen tegen Utrecht – op excursie naar het Europese bijprogramma, de Conference League. Niemand echt boos, niemand extatisch. De perfecte Nederlandse balans: een competitie zonder overdreven emoties. Alleen op het einde met Telstar, Volendam en Willem II. En Ajax.

En nu wacht het WK. Nieuwe hoop, nieuwe teleurstellingen, en vooral het vaste besef dat we het spelletje misschien toch iets te serieus nemen. Want uiteindelijk is voetbal niets meer dan twee doelen, een bal en een verzameling volwassen mannen die erachteraan hollen alsof hun pensioen ervan afhangt.

Misschien is dat wel de grootste winst van dit seizoen: de herinnering dat het allemaal niet zo belangrijk is. Dat de middenmoot er altijd zal zijn, de kampioen vaak vroeg bekend is en de echte spanning pas onder in de ranglijst opduikt als het eigenlijk al bijna afgelopen is. Of zoals de gemiddelde supporter het samenvat: het seizoen was matig, maar het toetje smaakte prima.

En laten we eerlijk zijn: als keepers als Ronald Koeman (Telstar) en Thomas Didillon-Hödl (Willem II) strafschoppen opeisen en scoren in allesbeslissende wedstrijden, dan was dit seizoen vooral een les in bescheiden ambitie. De competitie van de laffe moed waar niemand durft te verliezen, maar ook niemand echt wint. Of het moet Willem II zijn. En natuurlijk Telstar. En uiteindelijk Ajax, dat zondag dankzij keeper Paes Europa in mag, zij het op bescheiden niveau. 

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
Ontvangen — 20 Mei 2026 Nieuwe Meerbode

Column: ‘Donald denkt door’

20 Mei 2026 om 16:25

Struikelstroom

Door Donald Esser.

In Molenvliet, Abcoude, en in tal van andere dorpswijken in gemeenten De Ronde Venen en Uithoorn, is de energietransitie inmiddels letterlijk voelbaar. Vooral met de neus zo’n tien centimeter boven de stoep, vlak voordat je kennismaakt met een laadkabel. En de straattegel. Een lezer stuurde ons – naar aanleiding van een artikel verleden week in deze krant – een foto: een gewoon huis, een keurige auto, en daartussen als een moderne waslijn zonder was, maar met als hinderlaag een zwarte kabel die dwars over het trottoir ligt. Duurzaam wonen, noemen we dat. Duurzaam struikelen, eigenlijk ook.

Begrijpelijk is het wel. Openbare laadpalen zijn schaars, duur of bezet door iemand die blijkbaar permanent met 3% batterij rondrijdt. En met de netcongestie als ‘Zwaard van Damocles’ dat boven de elektrische autorijder hangt, doen we het zelf. Vanuit huis. Kabeltje uit het raam, hup de straat over. Begrijpelijk is het allemaal wel. U heeft een elektrische auto, geen eigen oprit en de dichtstbijzijnde laadpaal staat op een afstand waar u pas na drie keer knipperen zeker weet dat het nog dezelfde gemeente is, waar uw motivatie onderweg in de berm wordt teruggevonden, waar de familie-app vraagt of u veilig bent aangekomen en waar u halverwege al heimwee krijgt naar uw eigen stoep.

Die stoep die ooit bedoeld was om over te lopen. Dat idee is een beetje uit de mode geraakt. Inmiddels is het een multifunctioneel platform geworden: deels parkeerplek, deels fietsenstalling, deels kabelmanagementsysteem. Het wachten is eigenlijk alleen nog op een abonnement. Het voelt een beetje zoals vroeger; met het verlengsnoer naar de barbecue achter in de tuin, alleen nu loopt de hele buurt eroverheen.

Maar de stoep is geen verlengstuk van de meterkast. Het is, ouderwets misschien, bedoeld voor voetgangers. En die hebben zo hun eigenaardig-heden: ze kijken niet altijd naar beneden, lopen met rollators, kinder-wagens of gewoon met volle boodschappentassen. Dan is zo’n kabel geen detail, maar een obstakel. Lage spanning, hoge kans op een onverwachte danspas. Volgens de regels zelfs een potentieel gevaar waar je niet zomaar mee wegkomt.

Sterker nog: juridisch gezien is het simpel. Leg je iets op de stoep dat hinder of gevaar veroorzaakt, dan ben jij degene die moet uitleggen waarom dat een goed idee was. En als iemand struikelt, ligt de rekening niet bij de energieleverancier, maar gewoon bij jou, samen met je groene idealen. Als het zo doorgaat krijgen we straks een soort kabelballet boven de straat, het Zwanenmeer, maar dan met stekkers.

Het mooie is: we zijn massaal de toekomst in gedenderd, maar de stoep is nog gewoon van vroeger. Beton, tegels, en de verwachting dat je er probleemloos overheen kunt lopen zonder een hindernisbaan te trotseren.

Maar laten we niet alleen zuur doen. Want ergens zit er ook iets aandoenlijks in. Nederlanders die, zonder subsidie of gemeentelijk stappenplan, zelf oplossingen bedenken. Kabelgoten, rubber matjes, zelfs ingenieuze armen die de kabel elegant boven de stoep tillen. We willen vooruit, verduurzamen, minder uitstoten, maar we doen het wel op z’n Nederlands: een beetje improviseren, een beetje hopen dat niemand valt en vooral niet te veel gedoe. Het doet denken aan een land dat ooit de zee buiten hield met niets meer dan lef, klei en een schop.

Misschien is dit gewoon de tussenfase. De periode waarin we nog even collectief struikelen richting vooruitgang. Dus mocht u in De Ronde Venen of Uithoorn binnenkort een lichte hapering voelen tijdens uw avond-wandeling: het is geen gebrek aan balans, het is de energietransitie die u even pootje haakt.

En ach, laten we positief eindigen: wie weet wordt ‘valgevaar’ straks gewoon een erkende duurzame energiebron. Zonder misstappen en weer genoeg stroom voor tien kilometer. Als we er nou allemaal een beetje om lachen, laden we in ieder geval de sfeer alvast op. Ook al is het probleem eigenlijk serieus. 

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
Ontvangen — 13 Mei 2026 Nieuwe Meerbode

Column: ‘Donald denkt door’

13 Mei 2026 om 15:03

Prosecco verboden, karnemelk op Schiphol

Door Donald Esser.

Ik zag eerder deze week op SBS6 een reportage over Schiphol. Over de zomervakantie die voor de deur staat. En die staat op de drempel. Het vakantiegeld komt eind mei binnen. Zon in het vooruitzicht. Maar er is tegenwoordig wel een punt als je gaat vliegen: amokmakers op Schiphol en in het vliegtuig. De bizarre beelden gezien?

Mensen die, ik schat na tien biertjes, denken dat ze Che Guevara zijn, maar zich gedragen als een verdwaalde winkelkar met een kort lontje. ‘Het gaat mis na overvloedig drankgebruik’, zo luidde de boodschap van een Schiphol-woordvoerder. En prompt klinkt de oplossing alweer door van Luchthaven Schiphol en de Marechaussee: minder alcohol, een sapje, karnemelk. Misschien een lauwwarme rooibosthee zonder suiker. Want stel je voor dat iemand zich nog ontspannen voelt.

En dat raakt mij persoonlijk. Want voor mij, en ik vermoed voor velen, begint vakantie op Schiphol. Na het inchecken, kijken naar mensen van uitlopende intrigerende culturen. Dan een broodje gezond en een cappuccino. Voor de één een wijntje, voor de ander een biertje of een Prosecco. Niet om ladderzat te raken, maar om het hoofd alvast los te koppelen van werk, zorgen en buren met een bladblazer. Zeker als je vliegangst hebt, is zo’n alcoholische versnapering geen luxe, maar therapie.

Natuurlijk zijn er idioten. Levensgevaarlijke gekken zelfs. Mensen die beneveld door drank denken dat de nooduitgang een suggestie is en het cabinepersoneel figuranten zijn in hun persoonlijke actiefilm. Dat zijn geen feestvierders, dat zijn ranzige debielen. En ja, die verpesten het vliegplezier voor anderen.

Maar laten we alsjeblieft het probleem daar laten waar het hoort: bij die enkeling. Niet bij de miljoenen normale Schiphol-reizigers die dagelijks gewoon op weg zijn naar een vakantie en daar vrolijk, beleefd en licht tipsy van mogen zijn. Het kan toch niet zo zijn dat een handvol amokmakers het geluk van vele honderdduizenden bepaalt?

Want zie je het al voor je? Je stapt het vliegtuig in. Bij de gate de tandenblote spontane glimlach van de stewardess. En dan: “Welkom aan boord, wilt u karnemelk of tomatensap?” Hoe killend wil je je vakantie beginnen? Dat eerste glas Prosecco of Cava aan boord, dát is beschaving. Dat is: we gaan er wat van maken. Ik heb zin in mijn vakantie.

Mijn voorstel is simpel. Geef die gasten die in de lucht voor levensgevaarlijke situaties zorgen een levenslang vliegverbod. Of beter: laat ze de bak in vliegen. Zonder tussenlanding. Maar pak niet de rest aan. Laat mijn vakantieplezier intact. Straf de dader, niet de dorst.

Vliegen is geen strafkamp. Het is het begin van ontspanning. Van op weg naar de zon. Van vrijheid. Van even loslaten. En dat mag, nee, móet, een feestje zijn. Proost. Op de komende zomervakantie. En op normaal gedrag in het vliegtuig.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
Ontvangen — 6 Mei 2026 Nieuwe Meerbode

Column: ‘Donald denkt door’

6 Mei 2026 om 14:55

Nederland is ‘Lost in translation’

Door Donald Esser.

Eén van onze lezers tipte mij: Bob Berkemeijer. Een Nederlandse taalpuritein en daar heb ik sympathie voor. Net als ik zit hij, zo schat ik in, met enige regelmaat met een nulprocentje op de bank, starend naar het tekstuele Nederlands-Engelse geweld, dat zich dagelijks over ons uitstort. En telkens weer valt ons hetzelfde op: waarom moet werkelijk elke reclame al is het maar half in het Engels?

Bekken Engelse slogans echt lekkerder of zijn we ongemerkt beland in structurele verwaarlozing van onze eigen taal? Je kunt geen krant openslaan, geen tv of radiospot zien of beluisteren of er wordt tegen je geschreeuwd in een taal die we allemaal ongeveer verstaan, maar zelden nog echt vóélen. Engels verkoopt, zo luidt de mantra. Engels is internationaal. En vooral efficiënt: een slogan, uitgerold over honderden landen, nul nuance inbegrepen.

Bob hield een privéarchiefje bij en inventariseerde reclameuitingen. En dat deelde hij met mij. Ford wil dat wij ‘Go further’. Nescafé nodigt ons uit om te ‘resmart’, een werkwoord dat vermoedelijk alleen op de marketingafdeling bestaat. Nissan belooft innovatie ‘That excite’, waarbij de spanning vooral ontstaat door de ontbrekende s.

Het probleem is niet dat Engels soms handig is. Het probleem is, dat niemand meer controleert of het ook íéts zegt, laat staan of het klopt. Het Engels is verworden tot decoratie. Zoals geurstokjes: het staat leuk op tafel, maar het ruikt al lang nergens meer naar.

Omdat we die commercials toch al noodgedwongen consumeren, is een vorm van nasynchronisatie eigenlijk geen overbodige luxe. Alsof iemand met enig taalgevoel er even ondertitels bij heeft gezet. Niet om te ridiculiseren, maar om hoorbaar te maken wat er nu eigenlijk bedoeld wordt. Renaults ‘We start your heart’ vertaalt zich dan moeiteloos naar: wij laten u zich heel even jonger voelen dan u bent. Fords ‘Go further’ blijkt vooral te betekenen: u rijdt door tot de afslag die u eigenlijk al voorbij bent. Auping zegt feitelijk: u slaapt iets lekkerder, maar maandag blijft gewoon maandag. En Allianz fluistert: slim zijn is niet moeilijk, tenzij u de polis leest.

Bij andere merken wordt de ondertiteling ronduit ontnuchterend. ‘Taste is king’ van Burger King luidt in begrijpelijk Nederlands: u weet dat dit geen haute cuisine is. ‘Let your home smile’, ooit van Trendhopper, betekent: uw huis lacht, uw bankrekening huilt. En wanneer de ANWB ons vraagt onze auto ‘connected’ te maken, rest slechts de eerlijke vertaling: sorry, we zijn de taal even kwijt.

Soms ontspoort het volledig. ‘Feature your imaginations’ (Kenwood) is geen slogan, maar een cry for help. ‘Every step off the way’ van investeringsbank Gilissen is geen visie, maar een letterlijke misstap. En als zelfs goede doelen als het Rode Kruis oproepen om een ‘lifeline te joinen, vraag je je af waarom ‘help gewoon mee’ ineens te gewoontjes klinkt.

Alles moet tegenwoordig experience zijn. Alles is future, power en connected. En ondertussen raken we iets kwijt wat juist zo effectief kan zijn: een scherpe Nederlandse zin. Een slogan die je onthoudt. Die schuurt. Die prikkelt. Die je even laat glimlachen. Puur Nederlands en ijzersterk: ‘Ik wil Bolletje’. Of ‘Petje Pitamientje’ van Calvé. En later natuurlijk ‘Even Apeldoorn bellen’. Goud. En deze klassieker: ‘Wij van WC Eend adviseren WC Eend’.

Een zin die inmiddels is uitgegroeid tot een vaste uitdrukking voor een niet-objectief advies. Allemaal lekker in onze oertaal. Maar ja, dat vraagt moeite. En taalgevoel. En de bereidheid om niet klakkeloos het Engels te omarmen, omdat het nu eenmaal ‘on brand’ is.

Sorry, waarschijnlijk te veel Engelse woorden gebruikt. En precies, dáár wringt het.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

29 April 2026 om 14:48

Hoe komt vuurwerk een stadion in?

Door Donald Esser.

Hoe komt vuurwerk een stadion in? Het is inmiddels zo’n klassieker, die thuishoort naast: waar blijft een van mijn witte sokken na de was van mijn vrouw? En waarom staat de file altijd precies dáár waar ik moet zijn als ik rijd van mijn thuislocatie Vinkeveen naar de redactie in Aalsmeer?

Maar bij voetbal lijkt het antwoord pijnlijk eenvoudig: vuurwerk komt een stadion in, omdat niemand echt wil weten hoe. Natuurlijk, het is sfeer verhogend, fantááástisch. Ik vind een knallend evenement prachtig. Maar toch… Laten we ff bij de les blijven. 

Neem Cambuur-Vitesse van afgelopen weekend, gestaakt na 88 minuten door een vuurwerkexplosie van: ‘Ik ben het er niet mee eens’. De wedstrijd is door de KNVB officieel als uitgespeeld bestempeld. Of de recente KNVB-bekerfinale tussen AZ en NEC in de Rotterdamse de Kuip; een wedstrijd die later begon dan gepland, onderbrekingen langer dan de gemiddelde analyse aan een voetbalpraattafel. Overal blauwe rook, veel mist. Geen voetbal, wel vuur. En meest recent zondag 26 april: Heracles-FC Volendam, in de 82e minuut door vuurwerkgeweld stilgelegd bij een 0-2 stand in Noord-Hollands voordeel. Passievol van gefrustreerde thuissupporters, betrokken vanwege clubliefde, maar ken je grenzen.

En daarna volgt steevast het ritueel van de officiële verbazing. Bestuurders die geschokt kijken alsof ze voor het eerst vuur zien branden. Veiligheidschefs die plechtig een ‘grondig onderzoek’ aankondigen. Stewards die plotseling lijden aan collectief geheugenverlies. Het hoort allemaal bij het draaiboek van het voetbalstadion anno 2026. Stadions zijn inmiddels Bermuda driehoeken: alles wat verboden is, verdwijnt erin om er vervolgens, brandend en knetterend, weer uit te komen.

Hoe het vuurwerk een stadion binnenkomt? Ik heb geen idee. Corruptie? Angst? Creatieve smokkelaars? Holle lichaamsholtes waar zelfs de anatomieboeken nooit van gehoord hebben? Wie zal het zeggen. Het mooie is: niemand vraagt het hardop. Want het antwoord zou weleens ongemakkelijk kunnen zijn. En ongemak is lastig, vooral als er volgende week gewoon weer kaartjes verkocht moeten worden.

Maar laten we vooral ook even stilstaan bij de ‘zogenaamde supporters’. U kent ze wel. Ze zeggen dat ze van hun club houden en tonen die liefde door spelers na de warming-up minutenlang in de kou te laten staan, wedstrijden ontregelen en het stadion veranderen in een mobiele chemische proefopstelling. Liefde voor de club, noemen ze dat.

Het ironische is: zonder vuurwerk vinden supporters het spelletje op de groene mat blijkbaar niet spannend genoeg. Negentig minuten voetbal is doorgaans saai, tenzij je supporter bent van passievol aanvallend spelende voetballende clubs als NEC of Telstar. Elders in de eredivisie is er kans is op rookontwikkeling, tinnitus en een boete van de KNVB. Het liefst allemaal tegelijk. 

Misschien moeten we het omdraaien. Geen fouillering meer. Geen controles. Gewoon bij de ingang een simpele vraag: ‘Heeft u vuurwerk bij u?’ Bij een ‘ja’ krijgt men geen stadionverbod, maar een spiegel. Met daaronder de vraag: ‘Ben je supporter, of slechts figurant in je eigen rookgordijn?’

Met nog drie competitiewedstrijden in de eredivisie te gaan, blijven we kijken naar uitgestelde aftrappen en spoorloos verdwenen verantwoordelijken. En vuurwerk. En blijven we dezelfde vraag stellen: hoe komt vuurwerk een stadion in? Antwoord: omdat wegkijken nu eenmaal makkelijker is dan opruimen. En omdat sommige fans liever knallen horen dan juichen. Wees eerlijk: in ontbloot bovenlijf zijn sommige voetbalfans toch echt meer Neanderthalers dan supporters.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

22 April 2026 om 14:33

‘Hé Gullit, werkt dat spul écht?’

Door Donald Esser.

Ik sta positief in het leven. Echt waar. Maar reclameblokken zijn mijn natuurlijke vijand. Zit ik eindelijk op de bank – journaal gehad, nul procentje, afstands-bediening binnen handbereik – word ik er genadeloos weer afgehaald. Niet fysiek, maar mentaal.

Als journalist en columnist kijk ik naar de wereld zoals die ons wordt voorgeschoteld: kritisch, een tikje cynisch, satirisch en humorvol. Dat helpt. Anders gooi je op een avond nog eens per ongeluk een VitaePro-lepel in een nul procentje.

Afgelopen maandag was het weer raak. Ik zapte weg met dat bekende gevoel: is dit normaal? Die spontane ergernis, gevolgd door een knagend restgevoel dat je niet uitzet met een ander kanaal. Want op elke zender is het raak.

Daar verscheen hij weer. Ruud Gullit. ‘Niet als voetbalanalist, maar in een commercial. Wereldvoetballer uit lang vervlogen tijden, icoon, monument, cultureel erfgoed. De dreadlocks zijn verdwenen, het haar is korter en grijzer, maar de glimlach staat nog altijd op standje absoluut vertrouwen. Hij leeft, vertelt hij ons, dankzij VitaePro. Leeft. Dat woord kiest hij zelf. Alsof het alternatief een vitrinekast in het Tropenmuseum was.

‘Hé Gullit’, zegt een toevallige voorbijganger die duidelijk auditie heeft gedaan voor meewerken aan de reclameboodschap, ‘werkt dat spul écht?’
‘Natuurlijk werkt het’, bezweert Ruud.
Ruud zegt het. En Ruud liegt niet. Ruud heeft ooit ook gezegd dat voetbal vooral leuk moest blijven, dus dit is feitelijk sluitend bewijs.

Nog geen dertig seconden later trekt dezelfde Ruud Skechers aan. Want wie soepel leeft door een poedertje in water glijdt vanzelf ook comfortabel in schoenen zonder veters. Skechers overigens, zijn vooral bekend om het handsfree aantrekken.

Topsport is gezond, zegt men. Maar als je op je 63e nog leeft dankzij een supplement en het handsfree aantrekken van schoenen vraag je je toch af of dat koppen in weer en wind misschien geen lichamelijke sluipmoordenaar was.

En Gullit is niet alleen. Het is het complete BN’er-circus dat zonder aanbellen onze huiskamer binnenstapt. Willeke Alberti, warm toegedekt in een stoel waar je nooit meer uitkomt, behalve met medische begeleiding of een rollator. Rob Kemps die bij Jumbo enthousiaster “JA!” roept dan hij ooit op het podium heeft gedaan. En wij maar denken: eet hij dit zelf? Zit Willeke – inmiddels vervangen door Tineke Schouten – daar ook op dinsdagmiddag of alleen zolang de camera loopt? En vergeet niet Beau van Erven Doorn, die clowneske en halsbrekende toeren uithaalt voor Social Deal.

Het wrange is niet eens de reclame. Het is de intimiteit. Dat gefluisterde vertrouwen. Die quasi-vriendschappelijke blik. Alsof Gullit elk moment kan zeggen: “Zal ik anders ook even naar je pensioen kijken?” Geen zorgen hoor, hij heeft vaker moeilijke ballen gehad.

En terwijl je je ergert, denk je na. Dat is het gevaarlijkste deel. Want jij weet dat het marketing is. Zij weten dat jij dat weet. En toch doen we collectief alsof dit een spontaan gesprek is tussen oude vrienden, van tv naar huiskamer. Omdat het werkt.

Misschien is dát de echte bijwerking van al die reclames: een lichte hoofdpijn, verergerd door herkenning. En het knagende besef dat als Gullit morgen een nieuw levenselixer aanprijst we weer kijken. Al is het maar om ons opnieuw te ergeren. Enne, ik gebruik geen VitaePro en loop niet op Skechers.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

15 April 2026 om 15:23

Schijf van Vijf; allemaal voor uw eigen bestwil

Door Donald Esser.

Er is goed nieuws. Of eigenlijk: er is nieuw nieuws. De Schijf van Vijf is vernieuwd. April 2026. Hij ziet er nog hetzelfde uit, maar hij denkt anders. Voortaan moet u plantaardiger eten. Duurzamer. Veiliger. En vooral: beter voor uzelf. Minder vlees, minder kaas, meer bonen, noten en dingen die vroeger gewoon vogelvoer waren.

Dat zegt het Voedingscentrum. Niet omdat u slecht eet, maar omdat u te druk bent om er zelf over na te denken. Dat doen zij nu voor u. Het is niet langer een advies, het is een rekenmodel. Bij elk hapje rekent iemand mee: broeikasgas, water, grond, verspilling. Uw stukje kaas is geen stukje kaas meer, het is een CO₂‑besluit. Maar maakt u zich geen zorgen: het is allemaal voor uw eigen bestwil.

Er is nu ook keuzevrijheid. U kunt kiezen uit vegetarisch, veganistisch en ‘andere voorkeuren’. Dat klinkt ruim, tot u denkt: maar ik wil gewoon af en toe een Crispy McDonald’s maaltijd. Dat mag. In theorie. De Schijf van Vijf is een soort IKEA-handleiding, maar dan voor eten. Zo moet het. Niet anders. Niet zelf knoeien. Drie stuks fruit, twee scheppen zuivel, een handje noten en vooral niet improviseren. Een croissant is geen ontbijt, het is een misstap. Een frikandel is geen snack, het is een opvoedkundig probleem.

Wat mij opvalt is het toontje. Dat vingertje. Alsof eten niet voelt, ruikt of smaakt, maar vooral gecorrigeerd moet worden. Als variatie zo belangrijk is, waarom voelt elke richtlijn dan als een schoolrapport? Met rode cirkels en het woord ‘onvoldoende’. Het probleem is niet broccoli. Het probleem is het idee dat eten opvoeding nodig heeft. Alsof iemand die elke dag langs McDonald’s loopt, wordt gered door een pastelgekleurde infographic. Alsof voedselkeuzes vooral een kennisprobleem zijn, en niet iets met tijd, geld, stress of gewoon zin hebben in patat.

De Schijf van Vijf presenteert zich als neutraal. Wetenschappelijk. Onafhankelijk. Maar elke schijf snijdt. Er zijn overlegtafels, afspraken, beleid. En beleid is nooit smaakloos. Richtlijnen moeten voor iedereen gelden, dus worden mensen gemiddelden: het gemiddelde lichaam, de gemiddelde dag, de gemiddelde hap. Alles wat afwijkt – cultuur, smaak, intuïtie, af en toe losgaan – verdwijnt tussen de vakjes. Wat ontbreekt, is mildheid. De erkenning dat eten meer is dan brandstof: plezier, troost, herinnering. Dat je vijf dagen salades kunt eten en in het weekend patat, shoarma of pizza, zonder dat er een sirene afgaat.

Misschien moeten we stoppen met schijven en beginnen met tafels. Waarop alles mag staan. En waar niemand met een meetlint naast je bord staat. Eet gevarieerd. Prima. Maar laat mij zelf bepalen wat dat betekent.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

1 April 2026 om 15:36

De zaterdagochtendvader

Door Donald Esser.

Er is een bijzonder fenomeen dat zich elke zaterdagochtend tussen 08.00 en 12.00 uur afspeelt in de supermarkt. Een biotoop waar menig gedragswetenschapper zijn scriptie op zou kunnen baseren: de zaterdagochtendvader. Een man die met goede bedoelingen en matige voorbereiding de winkel betreedt; een soort kruising tussen een padvinder en een verkeersregelaar die zijn diploma via een postordercursus heeft gehaald. Ja, je herkent ze meteen. Niet aan hun kleding, hoewel de combinatie van een softshelljack, slungelige spijkerbroek en sneakers uit 2018 een sterk signaal afgeeft, maar aan hun blik. Die mengeling van vermoeidheid, ambitie en lichte paniek: ik kan dit, ik ben een betrokken vader, hoe moeilijk kan voor een man boodschappen doen met de kinderen zijn?

Nou, behoorlijk moeilijk dus. Want daar lopen ze dan, de bonte stoet opgroeiend kinderstrooisel achter hem aan sjokkend. Met Floris, Fleur, Catootje of welke hockeynaam je tegenwoordig maar krijgt als jouw ouders een wijnabonnement hebben. Ieder kind uiteraard met een eigen mini-karretje, want het moet wel ‘educatief’ en ‘participatief’ zijn. Na drie minuten botsen die karren al vaker tegen nietsvermoedende medeshoppers dan dat ze daadwerkelijk iets functioneels vervoeren.

‘Floris, je rijdt tegen die meneer aan!’, roept vader dan op een toon die vooral suggereert dat hij zichzelf probeert te overtuigen dat hij nog enige autoriteit bezit. Floris kijkt hem aan zoals alleen een kind dat kan, met een blik van: wat ga je eraan doen, champion?

De route door de winkelpaden verloopt daarna in een steeds chaotischere spiraal. Vader probeert luid, nadrukkelijk en zeer sociaalvaardig gesprekken met andere vaders te beginnen; vaders die eveneens denken dat ze een soort broederschap van weekendhelden vormen. Ze praten hard, veel te hard, alsof ze in een dameskapsalon zitten waar roddelen bij de prijs is inbegrepen. “Jullie horen me wel, toch?” klinkt het door gangpad 3, waar ondertussen een discussie ontstaat over de juiste manier om broccoli te selecteren.

Terwijl vader met grootse gebaren de groene stronk vastpakt – alsof hij een biologische levenskeuze overweegt – stopt zijn kind doodleuk een zak chips in het eigen minikarretje. ‘Pap, ik neem deze.’  ‘Ja joh, gooi maar in je mini-karretje’, zegt vader, zonder ook maar op te kijken. Educatief proces afgerond: kind blij, vader klaar.’ Goede opvoeding begint tenslotte bij totale overgave.

En dan, de hel op aarde: de kassa. Hier transformeert elk kind in een emotionele gijzelaar onder wiens druk de vader acuut instort; een onderhandelaar met het talent van een doorgewinterde lobbyist. Het kind wil nog een kauwgompakje, voetbalplaatjes, een ijsje, een tijdschrift over dino’s, een knuffel; en vader geeft toe. Natuurlijk geeft hij toe. Hij staat al een uur in de overlevingsmodus. Vader zucht. Winkelpersoneel en klanten kijken meewarig toe. Je ziet ze denken: wat zielig voor die man. Waarom doet zijn vrouw dit niet gewoon?

En terwijl vader de supermarkt verlaat – één kind jengelend, één kind duwend, drie ongeplande producten verder – is er nog maar één vraag die in de lucht hangt: waarom doet hij dit zichzelf aan? Het antwoord is simpel: omdat hij denkt dat hij het kan. En omdat niemand het aandurft hem het tegendeel te vertellen. Zelfs zijn vrouw niet als hij moegestreden thuiskomt. ‘Schat, je bent de citroenen vergeten…’ Zijn vrouw had inderdaad de boodschappen kunnen doen. Maar dit is kennelijk quality-time voor haar. Even thuis zonder de kids, al is het maar een uurtje.

En eerlijk is eerlijk: er zit ook iets liefs in. Iets klunzigs, iets onhandigs, maar vooral iets oprechts. De zaterdagochtendvader bedoelt het goed. Hij doet zijn best. Hij wil erbij horen, meedoen, aanwezig zijn; al is dat soms met drie extra snacks en een kind dat met een karretje een halve incidentele schadepost veroorzaakt.

En toch: elke zaterdag doet hij het weer. Misschien omdat hij denkt dat hij het kan. Misschien omdat hij het eigenlijk stiekem best gezellig vindt. Of misschien, omdat niemand het hem meer durft af te nemen. De zaterdagochtendvader, een aandoenlijk project.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  

Column: ‘Donald denkt door’

25 Maart 2026 om 14:05

Echte agent? Even checken hoor…

Door Donald Esser.

Ik hoor het steeds vaker. En je ziet het ook vaker. Op tv of via de radio. Er staat weer zo’n man in een politiepak aan de deur die vraagt of hij ‘heel even binnen mag kijken’; omdat hij gehoord heeft dat in de buurt nogal wat dubieuze rakkers actief zijn. ‘Kom binnen’, dacht ik in eerste instantie enigszins overbluft. Alsof ik spontaan auditie wil doen voor Opsporing Verzocht. Het is de nieuwste vorm van deur‑aan‑deur terrorisme: geen energieleveranciers meer, geen glasvezelverkopers, maar verklede hobbyagenten met een badge van AliExpress. Maar natuurlijk liet ik hem niet binnen. Daar trap ik niet in. Maar toen…

Afgelopen zondag vluchtte ik vanuit mijn waterrijke dorp Vinkeveen naar het zonovergoten Noordwijk aan Zee. Even geen kalm kabbelende Vinkeveense Plassen, maar woeste golven die je er fijntjes aan herinneren dat je als mens eigenlijk helemaal niets voorstelt. Een verfrissend idee.

Maar vlak voordat ik de badplaats binnenreed, gebeurde het: blauwe zwaailichten, stopteken, en daar stond ik, aan de kant. Aangehouden. Na mijn ervaring van eerder deze week dacht ik: is ‘ie echt of niet? Dat werd de centrale levensvraag van dat moment.

Raampje naar beneden? Liever niet. Geen risico. Je weet het tegenwoordig niet meer. Voor hetzelfde geld heeft iemand een politieauto geprint op een 3D‑printer en rijdt hij vrolijk rond met een speelgoeduniform dat nog naar fabrieksplastic ruikt.

Dus terwijl ik daar aan de gesommeerde kant stilstond, geparkeerd in mijn eigen achterdocht, belde ik 112. Ik noteerde intussen het kenteken van mijn aanhouder. Ik observeerde zijn bewegingen. Ik bekeek de reflectiestreepjes op het uniform of ze wel op het juiste tempo meebewogen met de wind. Je moet wat. “U bent aangehouden”, zei de agent. “Haha, dat kan iedereen zeggen”, replyde ik door het glas heen. Misschien kwam ik iets te sceptisch over. Misschien was het een tikkeltje overdreven. Misschien. Achteraf zeker. Alles klopte. De auto echt, de agent echt, zelfs mijn snelheidsovertreding echt, jammer genoeg.

Maar goed, dat krijg je als je wekenlang wordt opgevoed door nieuwsberichten die je waarschuwen voor klonen van politiemensen en -auto’s, valse legitimaties en malafide uniformdragers die zelfs je deurbelcamera niet meer vertrouwt.

Blijf scherp, zeggen ze. Maar soms word je dan iets te scherp. Volgende keer als een agent mij aanhoudt, vraag ik eerst om twee referenties, drie handtekeningen en een recente loonstrook. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn.

Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.

  •  
❌