De Ronde Venen – De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 in onze gemeente hebben geleid tot een versnipperd politiek landschap, waarin de VVD als grootste partij het voortouw heeft genomen in de verkenning van een nieuwe coalitie. Informateur Pieter Heiliegers kreeg de opdracht om te onderzoeken welke samenwerkingsvormen kansrijk zijn voor een stabiel bestuur. Zijn conclusie is helder: een kerncoalitie van VVD, D66 en CDA ligt het meest voor de hand, eventueel aangevuld met een vierde partij voor extra stabiliteit.
Van onze redactie
Breed draagvlak, maar duidelijke grenzen
Uit de gesprekken met alle negen partijen komt een opvallend eensgezind beeld naar voren. Vrijwel iedereen ziet de noodzaak van samenwerking en bestuurlijke rust. Tegelijkertijd worden er impliciet en expliciet grenzen getrokken. Zo is Ronde Venen Belang (RVB) geen serieuze optie als coalitiepartner. De verschillen in visie, met name rondom de Vinkeveense Plassen, maar ook op het gebied van bestuurlijke stabiliteit en politieke koers, maken samenwerking weinig kansrijk. Daarnaast is er brede consensus op een aantal inhoudelijke thema’s. Alle partijen spreken zich uit tegen grootschalige windturbines binnen de gemeente. Er is bereidheid om de spreidingswet uit te voeren, zij het met verschillende accenten. Over het gemeentehuis en het Raadhuisplein bestaan meer verschillen, maar iedereen erkent de noodzaak van besluitvorming.
De opvallende afwezige: Lokaal en Fair
Tijdens het debat afgelopen woensdag 8 april ging het niet alleen over inhoud of coalities, maar vooral over wie er níet aan tafel zit. Het werd al snel duidelijk dat het ging over Lokaal en Fair. Onder leiding van Simone Borgstede komt deze partij in geen enkele coalitievariant voor. Dat leidde tot zichtbare frustratie bij de partij zelf, die stelt geen duidelijke reden te krijgen voor deze uitsluiting. Maar wie de signalen uit het politieke veld goed leest, ziet dat die reden er wel degelijk is, alleen niet expliciet op papier gezet. In de gesprekken wordt herhaaldelijk verwezen naar ‘houding’ en ‘samenwerking’. Dat zijn diplomatieke termen, maar in politieke context vaak veelzeggend. Het beeld dat naar voren komt, is dat Borgstede zich regelmatig profileert op een manier die ten koste gaat van anderen. Dat kan effectief zijn in oppositie, maar maakt samenwerking in een coalitie aanzienlijk lastiger.
Signalen zijn er, maar worden ze gezien?
Wat deze situatie bijzonder maakt, is dat vrijwel alle partijen aangeven niemand op voorhand uit te sluiten. Tegelijkertijd gebeurt dat in de praktijk dus wel. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet. Politiek draait niet alleen om standpunten, maar ook om vertrouwen en werkbaarheid. En juist op dat vlak lijken er twijfels te bestaan rondom Lokaal en Fair. Die signalen zijn subtiel, maar consistent. Geen enkele partij noemt Lokaal en Fair als gewenste partner. Niemand neemt het initiatief om hen aan tafel te krijgen. En alternatieven worden actief verkend zonder hen. Dat zijn in de politieke arena duidelijke tekenen. Dat deze signalen niet als zodanig worden herkend of erkend door de partij zelf, roept de vraag op in hoeverre men openstaat voor reflectie.
Alternatieven: constructiever en stabieler
In plaats van Lokaal en Fair worden andere partijen genoemd als mogelijke aanvulling op de kerncoalitie. Zo wordt PRO genoemd als optie, ondanks ideologische verschillen. Ook kleinere partijen met een zetel komen in beeld. Binnen die laatste categorie worden namen genoemd van politici die bekendstaan als constructief en bestuurlijk gericht. Deze partijen en personen hebben wellicht minder zetels, maar brengen wel stabiliteit, voorspelbaarheid en bereidheid tot samenwerking, eigenschappen die in een versnipperde raad van grote waarde zijn en mogelijk niet direct een wethouderspost op zullen eisen, maar invloed willen op het programma. De verwachting is dat de VVD natuurlijk twee wethouders wil gaan leveren in het college. Of het daarmee dominant coalitieakkoord gaat leveren hangt natuurlijk van de andere partijen aan tafel af.
Een ongemakkelijke conclusie
De situatie rond Lokaal en Fair legt een bredere spanning bloot in de lokale politiek: zichtbaarheid versus samenwerking. Profileren kan electorale winst opleveren, maar kan leiden tot isolatie in de fase, waarin bestuur gevormd moet worden. Voor Borgstede en haar partij ligt hier een cruciale keuze. Blijven vasthouden aan een stijl die mogelijk effectief is richting de kiezer, maar samenwerking bemoeilijkt? Of reflecteren op de signalen uit de raad en proberen de positie te herzien? In dat licht wordt zelfs een meer radicale optie denkbaar: een (tijdelijk) vertrek uit de politiek. Niet als nederlaag, maar als strategische herpositionering voor het partijbelang van Lokaal en Fair. Want in de huidige constellatie lijkt de deur naar directe invloed voorlopig gesloten.
Wethouders
Daarna volgt altijd de vraag over de poppetjes. Dit hangt af van de vraag of er nog een partij is die mag aansluiten of dat er steun gezocht wordt voor het coalitieprogramma zonder dat daar een wethouder tegenover staat. Uitgaande van dit laatste zal de VVD twee wethouders leveren. Sowieso de huidige wethouder Vijselaar en als tweede wethouders gaan de namen rond van Bart Richter en Margreth de Wit. Voor D66 is de verwachting dat het de huidige wethouder Van Uden zal zijn. Bij het CDA is het nog onduidelijk, mogelijk Coos Brouwer, Lars van der Kroon of Willem van Schaick. Dit zal de komende weken duidelijk moeten gaan worden.
Hoe nu verder?
De formatie in De Ronde Venen laat zien, dat politiek meer is dan cijfers en programma’s. Het gaat om vertrouwen, stijl en de bereidheid om samen te werken. De kerncoalitie van VVD, D66 en CDA lijkt logisch en kansrijk. Formateur Stijn Nijssen (wethouder Oostzaan) is gevraagd om dit proces te begeleiden en te komen tot een stabiele coalitie. En soms is de belangrijkste boodschap niet wat er gezegd wordt, maar wat er níet wordt uitgesproken.
Foto: aangeleverd
Het bericht Formatie De Ronde Venen meer dan cijfers en programma’s verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.