Paul, Amber en Madelief zijn eerstegeneratiestudent, en dat is niet altijd leuk
Voor duizenden studenten begint volgende week het nieuwe collegejaar. Een spannend moment, zeker als je de eerste bent in je gezin die naar de hogeschool of universiteit gaat. NH sprak met drie van deze eerstegeneratiestudenten. Ze blikken terug op hun eigen, soms moeizame studententijd. "Ik had het gevoel dat ik hier niet hoorde."
De introductieweken voor nieuwe studenten zitten erop. In Amsterdam, met twee universiteiten en meer dan tien hogescholen, wemelde het de afgelopen dagen van de eerstejaarsstudenten. Met een mix van spanning en enthousiasme trokken ze door de stad, klaar voor wat vaak 'de tijd van hun leven' wordt genoemd.
Paul Tol (26) uit Volendam herinnert zich die periode nog goed. Op zijn achttiende rondde hij het Don Bosco College af, de enige middelbare school in het vissersdorp. Vol goede moed schreef hij zich in voor een opleiding tot leraar Duits aan het hbo. Hoewel hij plezier had in de lesstof en een paar goede vrienden maakt, viel niet alles meteen op zijn plek.
"Het eerste jaar van mijn opleiding was best zwaar", vertelt Paul, zittend op de bank in zijn huurappartement. "Ik had me ingeschreven voor een school in Amstelveen, maar een week van tevoren kreeg ik te horen dat de opleiding was opgeheven. Plots moest ik uitwijken naar Utrecht. Maar hoe moest ik daar komen? Moest ik op kamers? En stond ik eigenlijk wel goed ingeschreven?"
Zelf uitzoeken
Zijn ouders hadden geen antwoorden. Na de middelbare school gingen zij direct aan het werk: zijn vader bij een recyclingbedrijf, zijn moeder in winkels en de schoonmaak. De toen nog piepjonge Paul moest daardoor veel zelf uitzoeken, wat hem een hoop stress bezorgde. "Ik ben het eerste jaar voortdurend bezig geweest met praktische dingen die niet goed gingen. Die kennis was er bij mij thuis gewoon niet", verzucht hij.
Tekst loopt door onder de foto.
Ook merkte de 26-jarige Volendammer dat hij inhoudelijk niet altijd bij zijn ouders terechtkon. Ze waren trots en geïnteresseerd, maar begrepen niet precies wat hun zoon deed. Dit zorgde voor een bepaalde afstand, legt hij uit. "Mijn pa en ma snapten het niveau niet. Soms kwam ik thuis met een slecht cijfer en dan zeiden ze: hoe kun je nu een vier halen? Het is maar een toetsje."
Om hen een beter beeld te geven, betrok hij zijn ouders bewust bij zijn studie. "Dan liet ik mijn moeder me overhoren. Toen ze de stof voor het eerst zag, schrok ze. 'Is dit nu bachelor?', vroeg ze. 150 pagina's vol academische tekst had ze natuurlijk nog nooit gezien."
Tekst loopt door onder de foto.
De eerstegeneratieobstakels zijn ook herkenbaar voor Madelief Mühren (23). Net als Paul groeide ze op in Volendam. Op haar zeventiende vertrok ze naar de kunstacademie in Enschede voor een bachelor in crossmedia design. Veel moest ze zelf uitzoeken; haar moeder haalde pas op latere leeftijd een mbo-diploma en werkt nu in de ouderenzorg.
Madelief merkte al snel dat veel medestudenten uit creatieve gezinnen kwamen, waarvan de ouders zelf een kunstopleiding hadden gevolgd. Dat gaf hen een duidelijke voorsprong, vertelt ze. "Zij hadden een ontwikkelde smaak en wisten precies welke richting ze op wilden met hun carrière. Ik had op de middelbare school kunst gehad en vond het gewoon leuk om te schilderen in mijn vrije tijd."
Ook hadden ze meer praktische handvatten, wat haar soms onzeker maakte. "Als klasgenoten feedback gaven, gebruikten ze dure woorden. Of ze verwezen naar allerlei hoogdravende kunstenaars", herinnert ze zich tegenover NH. "Die taal heb ik niet van huis uit meegekregen. Ik zag gewoon vette kleuren."
Met dit gebrek aan zelfvertrouwen worstelde ook Amber Witkamp uit Abbekerk. Haar vader volgde de lagere technische school (lts) en is projectmanager. Haar moeder werkte in een reisbureau tot ze kinderen kreeg. Toen Amber midden in de coronaperiode begon aan een dubbele bachelor in notarieel recht en rechtsgeleerdheid aan de VU in Amsterdam, moest ze flink haar weg vinden.
"Ik had het gevoel dat ik hier niet hoorde", zegt ze, terugdenkend aan haar eerste weken als student. "Ik wist dat ik slim was en goed kon studeren. Maar bij ons thuis was het concept van een universiteit nooit gevallen. Het pad was altijd: naar school gaan en werken. Dat ik een andere weg koos, vormde een onbewust obstakel."
Toch besefte Amber gaandeweg dat ze haar plek op de universiteit wel degelijk had verdiend. "Na een paar maanden realiseerde ik me: iedereen hier heeft vwo gedaan, net als ik. We lezen dezelfde boeken, maken dezelfde tentamens. Waarom zou ik het niet kunnen?"
Tekst loopt door onder de foto.
Die boodschap geeft ze inmiddels door aan aankomende eerstegeneratiestudenten. Als studentcoach begeleidt ze hen bij hun eerste stappen op de universiteit. Ze leert hen vooral te genieten van hun studietijd, maar ook hun achtergrond niet uit het oog te verliezen.
"Dat is uiteindelijk juist onze kracht", zegt ze. "Wij zijn ons bewust van alle lagen van de samenleving. Niet iedereen wordt professor of advocaat. Ook de schoonmakers, beveiligers en monteurs doen betekenisvol werk en hebben bijzondere verhalen."