Van drassig weiland tot wereldluchthaven: Schiphol precies 100 jaar in handen van Amsterdam
Van een drassig stuk weiland in 1916 tot een van de drukste luchthavens in Europa: het moest het visitekaartje worden van Amsterdam, en dat lijkt redelijk gelukt. In 1926 - op woensdag 1 april, deze week precies 100 jaar geleden - nam Amsterdam luchthaven Schiphol over van het toenmalige ministerie van Oorlog.Β
Robert Lagendijk heeft als Heritage Officer onder meer het archief van Schiphol onder zijn hoede. Op zijn kantoor in het hoofdgebouw van de luchthaven trekt hij een jas van een kledingrek. "Kijk, dit is een jasje dat vroeger door de havendienst werd gebruikt. Het komt ergens uit de jaren 50, met daarop nog het oude Schiphol-logo."
Wat hij niet op zijn kantoor heeft liggen, maar wel op zijn computer kan laten zien: het document waarmee het Rijk de luchthaven Schiphol overdraagt aan de gemeente Amsterdam. Hij leest voor:Β
'Bij raadsbesluit van 25 december 1925 wordt door publieke werken een krediet van 1 miljoen en 55 duizend gulden toegestaan ter verbetering en verdere inrichting van de luchthaven Schiphol. En dat vanaf 1 april 1926 het beheer van de luchthaven valt onder de Directie der Handelsinrichtingen van de gemeente Amsterdam'.
Badplaats Schiphol
In september 1916 landden de eerste militaire vliegtuigen op een drassig weiland, praktisch tussen de boerderijen en koeien in de Haarlemmermeer. Dat was toen nog bekend als Vliegkamp Schiphol, of, zo zegt Lagendijk: "Badplaats Schiphol, zo drassig was het. De vliegtuigen zakten ook weg." De Eerste Wereldoorlog was aan de gang, maar Nederland was neutraal, en de militaire functie verdween al snel. Lagendijk: "De oorlog was voorbij, het postvervoer nam toe, het goederenvervoer nam toe, en vanaf 1920 neemt de burgerluchtvaart toe." 1920 is het jaar dat KLM de eerste lijndienst tussen Amsterdam en Londen start. In dat jaar werden er 440 passagiers vervoerd.Β
In 1926 wordt Schiphol dus gekocht door de gemeente Amsterdam. Voormalig vliegenier Jan Dellaert (1883-1960) wordt aangesteld als havenmeester. Hij betrekt een woning die praktisch op de luchthaven ligt. Lagendijk: "Dellaert liep 's avonds nog met een bezem over het terrein het aan te harken. En hij maakte praatjes met de buren, zorgde dat het er allemaal goed bij lag."Β
Schiphol als visitekaartje
Vanaf 1926 gaat het hard. Er wordt een betonnen platform aangelegd en de toegangswegen worden verbeterd. "Op een gegeven moment dienen ook de Olympische Spelen van 1928 zich aan," vertelt Lagendijk. "Ze denken dat de luchthaven ook een soort visitekaartje van de stad kanΒ worden." Hij wijst op een foto: "Dit stationsgebouw is speciaal voor de Olympische Spelen gebouwd. Koningin Wilhelmina komt op bezoek, en hier links staat Jan Dellaert. Een bijzonder plaatje."
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nemen de Duitsers de luchthaven over en breiden het patroon van landingsbanen uit. De geallieerden bombarderen de luchthaven regelmatig, en vlak voordat ze zich moeten terugtrekken, aan het einde van de oorlog, vernielen de Duitsers Schiphol nog meer. Maar het duurt niet lang voordat het vliegverkeer weer op gang komt. Schiphol blijft vanaf dat moment groeien en groeien.
De basis voor het Schiphol van nu
Lagendijk pakt er een kaart bij. "Dit is een onderzoek dat havenmeester Jan Dellaert vlak na de Tweede Wereldoorlog heeft gedaan. Hij verkent de mogelijkheden voor een nieuwe luchthaven; de mogelijkheden om Schiphol, dat tot de Tweede Wereldoorlog aan de rand lag bij Amstelveen, te verplaatsen naar waar de luchthaven nu ligt. Hij denkt dan ook dat een tangentieel banenstelsel - zo heet dat, zo'n waaiervorm -Β de oplossing is om vanuit alle windrichtingen aan te kunnen vliegen. En dat is echt de basis geweest voor het Schiphol zoals we dat vandaag de dag kennen."
Van vliegenier tot havenmeester, later directeur en nu in één adem genoemd met vliegtuigpioniers als KLM-oprichter Albert Plesman. Zonder Jan Dellaert had het Schiphol zoals we dat nu kennen waarschijnlijk nooit bestaan. Verwacht wordt dat Schiphol dit jaar meer dan 70 miljoen passagiers gaat verwerken.Β
De havenmeester bestaat nog steeds. Alleen zijn het er nu elf, onder wie Maarten Bus. Hij is met zijn collega's verantwoordelijk voor de operationele veiligheid en orde op het terrein. "Jan Bellaert is natuurlijk de grondlegger van Schiphol. En eigenlijk treden wij in zijn voetsporen."
Maar dan zonder bezem. "Hij kon gewoon even met zijn laarzen naar buiten lopen. Wij hebben inmiddels echt wel een auto nodig. Maar ik doe het ook nog wel, hoor. Ik ga regelmatig buiten een rondje rijden in onze auto, en mocht ik iets zien dat er niet hoort te liggen, dan raap ik dat ook altijd zelf op."
Mijlpaal
Dat de luchthaven en Amsterdam deze week precies honderd jaar met elkaar zijn verbonden vindt Bus best bijzonder. " Ik vind het wel mooi. Het is natuurlijk een hele mijlpaal, honderd jaar. En als je dan ziet waar we nu staan, hoe groot we zijn geworden, en dat ik daar eenΒ rol in mag spelen, dat vind ik zeker mooi."
