Lees weergave

In memoriam: Henk Kniep

Door: Arjen Vos. Verschillende kinderen hadden hun vingers eraan gebrand maar niemand die het vol kon houden: de uitdaging om een gulden tussen duim en wijsvinger te klemmen terwijl hij er een lucifer eronder hield. Wie de munt vasthield totdat de lucifer opgebrand was, kreeg de gulden.

Het waren dit soort proefjes waarmee docent Henk Kniep natuurkunde begrijpelijk probeerde te maken aan zijn leerlingen op mavo De Wiekslag in de jaren ‘80. Op gortdroge wijze en zijn kenmerkend wat lijzig stemgeluid wat deed denken aan hoe André van Duin destijds Ruud Lubbers persifleerde, bracht hij ons de wetten van Archimedes en Newton bij. Inclusief bijbehorende formules. Bij Henk, gezegend met een flinke baard en zowel een wis- als natuurkundeknobbel, ontbrak echter het talent om orde in de klas te bewaken. Zijn stem verheffen deed hij wel maar het leidde nauwelijks tot aanpassen van gedrag bij dwarse pubers waarover elke klas er wel een aantal beschikte en waar ondergetekende ook toe behoorde.

Toen Henk de diagnose Multiple Sclerose kreeg, was hem duidelijk dat de ziekte al veel langer sluimerde en mede debet was aan zijn ordeprobleem. De progressieve ziekte maakte zijn leven door de jaren heen steeds ingewikkelder maar Henk zat beslist niet bij de pakken neer. Zo lang hij kon bleef hij zich als onderwijzer inzetten. Op het Veenlandencollege in Mijdrecht beleefde hij veel voldoening in de persoonlijke begeleiding van leerlingen die moeite hadden met de stof. Gezeten in een rolstoel en voorzien van een aangepaste auto kon hij zich aanvankelijk prima redden.

Positief als hij was probeerde hij elke dag lichtpuntjes te vangen en op te schrijven. Dat waren er uiteindelijk zoveel dat hij besloot hiervan korte verhaaltjes te maken en te bundelen in een boekje met de toepasselijke naam ‘Lichtpuntjes’.

Een van de lichtpuntjes was dat hij zijn armen, handen en vingers nog lange tijd kon gebruiken voor het gitaarspel waar hij zo van hield. Ook muzikaal talent was hem gegeven en hij liet zo nog lang van zich horen. Met name op het kerkelijk podium.

Toen thuis wonen in Kudelstaart niet meer ging was hij blij dat er een plek voor hem was in Zorgcentrum Aelsmeer. Een riante kamer op de bovenste verdieping bood ruimte aan zijn verzameling muziekinstrumenten en het uitzicht op het dorp en molen De Leeuw vond hij geweldig. Uniek was dat later zijn vader hem vergezelde in het Zorgcentrum. Henk was er zelfs getuige van dat vader zijn honderdste verjaardag beleefde.

Toen het verhaal op het schoolplein in 1983 de ronde deed van het proefje met de gulden en de lucifer, nam ik maatregelen. Voordat onze klas aan de beurt was voor deze les, smeerde ik in het handvaardigheidslokaal wat velpon op mijn duim en wijsvinger. Stom toevallig werd ik als proefkonijn uitgekozen en kon de munt vasthouden totdat Henk Kniep bijna zelf zijn vinger brandde aan de oprakende lucifer. Tot verbazing van iedereen mocht ik de gulden in mijn zak steken.

Onze paden kruisten elkaar twintig jaar geleden opnieuw toen ik lid werd van hetzelfde kerkgenootschap. Tijdens een van de eerste ontmoetingen overhandigde ik Henk een euro. Op zijn vragende blik biechtte ik mijn jeugdzonde op. Hij herinnerde zich het proefje nog wel. Het bewuste voorval niet meer maar kon het gebaar van verzoening waarderen.

Mensen en leerkrachten als Henk blijven je altijd bij en zijn een voorbeeld voor hoe je om kunt gaan met tegenslag in je leven. “Ik heb een kloteziekte maar ben een gelukkig mens,” zei hij in een interview met Leni Paul in 2020. Het is verdrietig te vernemen dat hij 8 april overleed.

Het bericht In memoriam: Henk Kniep verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Lintje voor KLM-topper

Door: Arjen Vos. Vanmiddag werd in restaurant On the Rock een koninklijke onderscheiding uitgereikt aan Fokke van de Ven. Dit gebeurde tijdens een druk bezochte ALV van de Vereniging Gepensioneerden KLM (VG-KLM) waarvan Van de Ven tot vandaag voorzitter was.

Zo kreeg de hoofdkleur blauw, deze middag volop aanwezig in kleding, vlaggen en versiersels er een goed passende oranjegloed bij.

Na de dankspeech van opvolgend voorzitter Paul Chün die zijn voorganger bedankte voor zijn luchtige, betrokken en met humor doorspekte wijze van besturen, stapte tot verrassing van velen maar vooral van Van de Ven zelf, burgemeester Oude Kotte in vol ornaat het feestgedruis in. Met het ambtsketen om de schouders riep dat de vraag op: ‘wat doet hij nou hier’, maar de reden van zijn komst werd snel duidelijk. “Wanneer je als burgemeester een podium krijgt is dat vaak met een goede reden,” zo begon Oude Kotte, “bij dit ceremonieel afscheid is er grote dankbaarheid binnen de vereniging voor de vele jaren dat je je hebt ingezet voor de vereniging.”

Een blije Fokke van de Ven samen met trotse echtgenote aan de zijde van de burgemeester.

Loftuitingen
Er werden diverse bijzondere verdiensten aangestipt. Onder meer dat onder zijn leiding de vereniging zich heeft ontwikkeld tot een gezaghebbende vereniging die niet alleen opkomt voor de belangen van haar leden maar ook een vitale gemeenschap vormt voor duizenden gepensioneerde KLM’ers. Van de Ven werd een bruggenbouwer en verbinder genoemd die sinds het begin van zijn voorzitterschap gezorgd heeft voor vele ontmoetingen. “Jouw persoonlijke aanwezigheid gaven de vereniging een menselijk gezicht. Je was een bestuurder met gezag maar zonder afstand, evenwichtig, doordacht, benaderbaar en betrouwbaar. Tijdens je langdurige en intensieve inzet ging je lastige onderwerpen niet uit de weg. Je had oog voor de inhoud maar verloor de mensen erachter nooit uit het oog,” aldus Oude Kotte.

De erkenning en waardering bleef niet alleen bij woorden, de burgemeester voegde er ook een daad aan toe door Van de Ven te decoreren en hem lid te maken in de Orde van Oranje Nassau. Dat liet de kersverse ridder niet onberoerd. Een traantje wegpinkend liet hij de loftuiting en het luide applaus van de vele aanwezigen over zich heen komen.

(Foto’s: Arjen Vos)

Het bericht Lintje voor KLM-topper verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Nieuwe Nederlanders: gemarteld door de Taliban woont Ahmadshah nu in Kudelstaart

Door: Jan Dreschler. Tijdens de naturalisatiebijeenkomst in maart op het raadhuis werd de afspraak gemaakt, gevolgd door een gastvrije ontvangst in hun woning in Kudelstaart waar ze met z’n achten –  vader, moeder, vier zoons en twee dochters – wonen. Je stapt er binnen in een andere cultuur, waarbij het leven zich veel meer op kussens op de grond afspeelt. Naast het ruimhartige verhaal is er angst om met een foto op internet te verschijnen. De armen van de Taliban zijn lang en de familie woont nog steeds in Afghanistan. De naam is geen probleem “daarvan zijn er zo veel!”

Ahmadshah Mohammadomer is sinds 2016 in Nederland. Drie jaar geleden mochten ook zijn vrouw en kinderen overkomen. In Afghanistan werd hij opgeleid tot automonteur. Voor 2014 werkte hij als chauffeur voor Nederlanders en Amerikanen. Tijdens zijn werk werd hij regelmatig aangehouden en ondervraagd door de Taliban. Dat gaf hem een voortdurend gevoel van onveiligheid. Op advies van zijn vader stopte hij daarmee. Samen begonnen zij een kleine supermarkt.

Afghanistan is een verdeeld land: aan de ene kant de overheid en politie, aan de andere kant de Taliban. Wie met de ene partij wordt geassocieerd, loopt gevaar bij de andere. “Onze buren waren politiemensen. Op een dag zag ik dat een onbekende iets onder hun auto plaatste. Ik heb dat gemeld en het bleek een bom te zijn.”

Dit voorval had grote gevolgen. In 2015 zat Ahmadshah met zijn buurman bij de winkel toen plotseling Talibanstrijders verschenen. Zijn buurman werd neergeschoten; zelf bleef hij ongedeerd. Kort daarna werd hij door de politie opgepakt. Men wilde weten wie de dader was, maar hij wist het niet. Hij werd zes uur lang gemarteld en vijftien dagen vastgehouden, waarna hij werd vrijgelaten.

‘Ik werd twee keer in mijn hoofd geschoten’
Enige tijd later zat hij opnieuw buiten bij de winkel. Hij was aan de telefoon met een Nederlandse vrouw met wie hij al langer contact had. Hij zag een verdachte man de winkel binnengaan, maar schonk er verder geen aandacht aan. Even later stond de man naast hem. Ahmadshah zei nog door de telefoon dat het waarschijnlijk een klant was, maar plotseling richtte de man een pistool op hem. “In een reflex duwde ik mijn zoon weg. Toen werd er geschoten. Ik werd twee keer in mijn hoofd geraakt. Eén kogel ging via mijn slaap naar mijn hals, de andere bleef als fragment in mijn oogkas. Daarna weet ik niets meer.”

Hij werd naar een ziekenhuis gebracht en onderging een lang herstel: eerst een week in Kandahar, daarna drie weken in Kabul en vervolgens zes maanden in Pakistan om verder aan te sterken. Toen hij na die periode terugkwam in Kabul en zijn telefoon voor het eerst weer gebruikte, werd hij al na één dag gebeld met een dreigement: “Ik weet wie je bent, en ik zal je krijgen.”

Verstopt in de laadruimte
Na overleg met vrienden trok hij één conclusie: hij moest vluchten. Hij reisde naar een andere provincie en begon vandaar te voet zijn tocht. Via Iran, Turkije, Bulgarije en Servië legde hij een lange en zware route af. Bij de Oostenrijkse grens vond hij met enkele anderen een vrachtwagen met een met zeil bedekte oplegger. Ze maakten een gat en verstopten zich in de laadruimte. Twee dagen lang reisden ze, vrijwel zonder eten, alleen met wat water. Uiteindelijk stopte de vrachtwagen in een bedrijfshal. Toen de deuren opengingen, stond er een grote man voor hen, die zichtbaar schrok. Ahmadshah en de anderen stapten uit en vroegen waar ze waren: in België.

Tussen de medewerkers stond een man van Indiase afkomst met wie hij in het Urdu kon spreken. Deze waarschuwde dat de politie was gebeld en dat hij beter kon vertrekken. Met behulp van een vriendelijke Nederlander, die hem een telefoon gaf, belde Ahmadshah zijn Nederlandse kennis. Zij regelde dat de man een treinkaartje voor hem kocht. Bovendien gaf hij hem eten en drinken, zonder er iets voor terug te vragen. Zo kwam Ahmadshah uiteindelijk in Amsterdam aan, waar zijn kennis hem ophaalde en hem zeven maanden onderdak bood.

Moeilijke asielprocedure
Zijn situatie werd gemeld bij de vreemdelingenpolitie, waarna hij zich moest melden in Ter Apel. Hij was er slecht aan toe. Door zijn verwondingen werd hij snel geholpen en medisch onderzocht. Men concludeerde dat hij daar niet goed verzorgd kon worden en adviseerde tijdelijk verblijf bij zijn kennis. Daarna volgde een langdurige en moeilijke asielprocedure. Zijn advocaat bleek achteraf niet de beste en de IND richtte zich sterk op vragen als: wie had hem beschoten en welk bewijs was daarvoor? Ondanks medische verklaringen bleef twijfel bestaan.

Zijn gezondheid bleef kwetsbaar. Hij hield problemen met zijn oog en zijn geheugen. Uiteindelijk leefde hij zeven jaar zonder verblijfsstatus. “Mijn leven ging kapot,” zegt hij, “de IND geloofde mijn verhaal niet en vroeg zich af bij welke partij ik hoorde.” Ook in de rechtbank werd hij kritisch bevraagd. Hij zat zelfs nog twee maanden in detentie, in een periode waarin hij de taal nauwelijks sprak.

Corona maakte het nog ingewikkelder
Na zeven jaar kwam zijn zaak opnieuw voor de rechter. Inmiddels had hij een nieuwe advocaat en kon hij zijn verhaal beter doen. Hij sprak ook zijn frustratie uit over de lange onzekerheid. De rechter zou na een week uitspraak doen. Ahmadshah wilde eigenlijk niet meer wachten en overwoog Nederland te verlaten, maar vrienden overtuigden hem nog even geduld te hebben. Toen kwam het bericht: hij kreeg recht op opvang in een AZC.

Kort daarna brak de coronapandemie uit, wat alles opnieuw ingewikkelder maakte. In 2021 werd hij opnieuw uitgebreid gehoord door de IND. Twee maanden later volgde eindelijk de beslissing: hij mocht in Nederland blijven. Daarna startte de gezinshereniging, die opnieuw een jaar duurde. Zijn kinderen moesten onder meer naar de Nederlandse ambassade in Islamabad in Pakistan voor DNA-onderzoek. “Uiteindelijk werd ik met mijn gezin herenigd. De meesten zijn inmiddels genaturaliseerd tot Nederlander. Ik wil nu verder met mijn kinderen en hier een nieuw leven opbouwen.”

Hij heeft inmiddels werk. Na een teleurstellende ervaring in een snackbar werkt hij nu in een schoenenfabriek. Toch zou hij het liefst weer als automonteur werken, maar dat is lastig zonder de juiste diploma’s. Via het AZC kreeg hij een woning aangeboden in Aalsmeer. Toen het gezin compleet was, verhuisden zij naar een eengezinswoning in Kudelstaart.

‘Echte vrijheid is er niet’
Over Afghanistan zegt hij: “Het is een verscheurd land. De Taliban is misschien iets minder hard dan twintig jaar geleden, maar echte vrijheid is er niet. Je moet altijd voorzichtig zijn. Bovendien zijn er verschillende groepen; in Kabul is het redelijk rustig, maar in Kandahar zeker niet.” Zijn toekomst ligt nu in Nederland. “We willen hier een goed leven opbouwen voor onze kinderen. We weten niet wat er komt, maar we hopen op kansen. Iedereen doet zijn best en studeert hard.”

Toch blijft het verleden aanwezig. “In mijn hoofd ben ik vaak nog in Kandahar, bij mijn ouders. Ik heb hen al tien jaar niet gezien, en ik weet dat ik niet meer terug kan.”

Het bericht Nieuwe Nederlanders: gemarteld door de Taliban woont Ahmadshah nu in Kudelstaart verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Wanhoopsactie dakloze oud-vlieger leverde weinig op

Door: Jan Dreschler. Hij heeft 24.000 vlieguren op zijn naam staan en vervoerde naar schatting 1,7 miljoen mensen – zonder ooit schade te veroorzaken. Soms waren er spannende situaties, maar die werden steeds goed opgelost. Nu is hij dakloos en stuit hij bij vrijwel alle instanties op gesloten deuren, zonder uitzicht op verbetering. Bij de installatie van de nieuwe gemeenteraad voerde Rudolf Bik (73) een wanhoopsactie uit door aandacht te vragen voor zijn situatie. Het leverde weinig reactie op. “Het was misschien niet mijn slimste zet.”

Rudolf werd geboren in Schoorl als jongste zoon van een bollenkweker. Al op jonge leeftijd leerde hij hard werken. Na schooltijd hielp hij op het land, waar altijd genoeg te doen was en waar hij ook een zakcentje verdiende.

Van vrachtwagenchauffeur naar reserveofficier-vlieger
Na vier jaar gymnasium op de internationale school in Bergen ging hij naar Den Helder voor de Hogere Zeevaartschool. In 1973 behaalde hij zijn diploma als stuurman op de grote handelsvaart. Toch had hij maar één echte ambitie: vliegen. De timing was echter ongunstig. Zowel bij de KLM als bij de Koninklijke Luchtmacht gold een aannamestop. Na een periode als vrachtwagenchauffeur, onder andere bij Hoogovens, maakte hij zijn eerste zeereis als leerling-stuurman op een zeesleper van Dubai naar Singapore. Daar ontving hij een telegram: hij was alsnog aangenomen bij de luchtmacht. Zijn werkgever liet hem gaan en Rudolf begon aan de opleiding tot reserveofficier-vlieger.

Die opleiding volgde hij in Canada, waar hij twee jaar verbleef en leerde vliegen met de Northrop F5. Daarna volgde nog een officiersopleiding van zes maanden in Nederland. Als reserveofficier moest hij vervolgens zes jaar in actieve dienst blijven. In 1980 verliet Rudolf de luchtmacht en moest hij opnieuw beginnen. Hij richtte zich op het behalen van zijn burgerbrevetten om bij een commerciële luchtvaartmaatschappij te kunnen werken. Een sollicitatie bij de KLM liep echter op niets uit. Met zijn 33 jaar werd hij te oud bevonden. “33… te oud!!” Rudolf wilde niet op die manier afgeschreven worden en startte een kort geding tegen de KLM.

Procederen tegen KLM
Hij sloot zich aan bij een stichting die streed tegen leeftijdsdiscriminatie. Pas in 2005 kwam er wetgeving op dat gebied, maar voor Rudolf kwam die te laat. Intussen had hij op eigen kosten een typebevoegdheid voor de Fokker 27 gehaald en solliciteerde opnieuw bij de KLM. Hij doorstond alle testen, maar werd uiteindelijk afgewezen. Later zei iemand tegen hem:  “Procederen tegen de KLM, dat doe je niet…”

Rudolf week uit naar het buitenland en vond werk bij Luxemburg Airlines. Daarmee begon een reeks van internationale functies. Later werkte hij in Nederland bij Netherlines, een kleine maatschappij die op Engeland vloog. Toen deze door de KLM werd overgenomen, bleven drie vliegers buiten de overname, onder wie Rudolf.

Met zijn F27-rating kon hij in België terecht, waar hij nachtvracht vloog voor FedEx. Rond 1989 verhuisde hij naar Duitsland, waar een tekort aan vliegers was. Hij trad in dienst bij Aeroloyd en vloog zowel vracht als passagiers tot het bedrijf in 2003 failliet ging.

Daarna volgden diverse kortlopende contracten, waaronder een jaar in Iran met binnenlandse vluchten. In 2009 ging hij voor DHL vracht vliegen met een Airbus 300 vanuit Brussel. Zijn laatste werkgever was de Duitse maatschappij Germania, waar hij tot zijn pensioen bleef. Voor Germania werkte hij onder meer drie jaar in Gambia aan de opbouw van een nieuwe luchtvaartmaatschappij.

Recreatieark in Aalsmeer
In zijn persoonlijke leven kende Rudolf ook de nodige veranderingen. Hij had een relatie met een Oekraïense vrouw; samen kregen zij een dochter, inmiddels 26 jaar oud, met wie hij goed contact heeft. Later ontmoette hij zijn tweede vrouw, een Liberiaanse, met wie hij in 2013 trouwde. Hun dochter werd in 2014 in Nederland geboren.

Het gezin woonde eerst in een recreatieark in Aalsmeer en kreeg later een woning aan de Machineweg. In het huwelijk ontstonden spanningen. Zijn vrouw sloot zich aan bij een religieuze groepering en dat was heel belangrijk voor haar. “Ik vond dat dit ten koste ging van mijn dochter en ook van mijzelf.”
De spanningen waren ook zichtbaar buiten het gezin. Er werd een melding gedaan bij Veilig Thuis en dit resulteerde in een contactverbod. Rudolf beweert met zijn hand op het hart dat hij zich nooit agressief gedragen heeft, maar het resultaat was toch dat hij plotseling zijn gezin en zijn huis kwijt was.

De hele gang van zaken daarna vervult hem met onmacht. Hij heeft een advocaat aan het werk gezet en ook een beroep gedaan op de ombudsman, maar het schiet niet op. “Ik ben al meer dan drie jaar ‘gevangen’ in een ongelukkige scheiding.” Al zijn bezittingen staan nog in het huis waar hij niet mag komen. Gelukkig mag hij zijn dochter van elf wel regelmatig zien.

Bitterkoud
En wat doe je dan? Een aantal jaren geleden had hij een oude zeilboot aangeschaft en dat werd zijn enige slaapplek. Maar ja, je kunt niet wonen in een zeilboot, want dat is niet toegestaan. De praktijk is dat hij er geregeld enkele dagen verblijft, waarna hij weer een of enkele nachten onderdak vindt bij een vriend. ’s Winters is het bitterkoud op zo’n boot, dus hij is al twee jaar enkele wintermaanden naar Gambia gevlucht om daar goedkoop onderdak te hebben.

Rudolf is het liefst in Aalsmeer, waar hij al sinds 1996 woont. Ofschoon hij een enorme staat van dienst heeft, is zijn inkomen niet groot. Opeenvolgende korte werkgevers hebben geen pensioenvoorziening voor hem afgesloten en een deel van zijn inkomen gaat op aan alimentatie. Meer dan een sociale huur kan hij eigenlijk niet betalen.

“De woningsituatie in Aalsmeer en in de Randstad is echt verschrikkelijk,” zegt Rudolf,  “volgens mij wordt dit mede veroorzaakt door de verhuur via Airbnb en vele arbeidsmigranten in de regio.”

Als wanhoopsdaad dacht hij bij de eerste raadsvergadering van de nieuwe gemeenteraad dit probleem aan de orde te stellen door een brief rond te delen waarin werd opgesomd waar hij zoal zijn neus had gestoten en met een vraag om woonruimte, hetzij zelfstandig, hetzij inwonend, hetzij in een recreatiewoning. Hij heeft er maar weinig reactie op gehad.
“Achteraf”, zegt hij, “was het misschien ook niet mijn meest slimme actie.”

(Foto’s: Arjen Vos)

 

Het bericht Wanhoopsactie dakloze oud-vlieger leverde weinig op verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Joke gouden kracht voor Sparnaaij Juweliers

Door: Arjen Vos. Als ‘jongste bediende’ zag ze Jan Sparnaaij op zijn kinderfietsje voor de winkel langs racen. Deze week beleeft ze haar vijftigjarig jubileum als medewerkster van de vermaarde juwelierszaak. “Vooral andere mensen vinden het bijzonder, ik ga gewoon graag naar mijn werk,” aldus Joke Hoogervorst.

Het waren andere tijden toen Joke in het voorjaar van 1976 bij Sparnaaij Juweliers solliciteerde. Destijds was de winkel gevestigd op de hoek van de Weteringstraat en Marktstraat waar nu Pasta Vino zijn gasten verwent. “Als zestienjarige was ik net klaar met de nijverheidsschool, had al bijna vakantie en had wel interesse om in een parfumerie of juwelierswinkel te werken. Ik mocht op gesprek bij meneer Sparnaaij. Dat duurde ongeveer een half uurtje waarbij hij vroeg waar ik vandaan kwam en wat ik leuk vond.  De dinsdag erop mocht ik al beginnen. Het ging allemaal heel snel. Ik heb dus nooit van een schoolvakantie kunnen genieten.”

Jachtgeweren
Joke beschrijft een winkel die wat aanbod betreft nog een heel stuk uitgebreider was dan de juwelierszaak zoals die nu is. Niet alleen werden er sieraden, horloges, klokken en cassettes met couverts verkocht, Sparnaaij deed ook in brillen en verkocht zelfs jachtgeweren. Een geheel nieuwe wereld voor Joke. “Van meneer Sparnaaij moest ik eerst maar eens kijken of het wat voor me was maar het voelde gelijk alsof ik in een familie terechtkwam. Vooral goed kijken en luisteren en alles meemaken. Hoe sieraden en uurwerken in de werkplaats gemaakt en hersteld werden; ik stond overal met mijn neus bovenop. Geweren heb ik nooit verkocht. Wel de jachtpatronen die we hadden in zestientjes en achttientjes.”

Vijf maanden in de kelder
De winkel paste Joke als een warme jas en dat gevoel moet wederzijds geweest zijn. “Ik was als de winkeldochter die nooit meer weg wilde of die je nooit meer kwijtraakt.” Ze maakte in een halve eeuw heel wat veranderingen mee. De verhuizing naar de hoek van de Zijdstraat was ingrijpend en later de verbouwing toen de winkel vijf maanden lang gevestigd was in de kelder van het tegenovergelegen Modehuis Mantel. Voor Joke zelf was de grootste verandering de opkomst van de computer die het einde inleidde van het bonnetjestijdperk.

Met huidige eigenaar Jan die ze in en om de zaak zag opgroeien.

Geen dag hetzelfde
Dat Joke het zelf ‘wel leuk maar ook een normale zaak’ vindt om vijftig jaar vol te maken bij dezelfde werkgever, al is dat niet meer de eerste ‘meneer’ (Janus) Sparnaaij maar zoon Jan (van het fietsje), is al bijzonder op zich. Het moet immers maar blijven klikken met collega’s en het werk moet genoeg uitdagingen houden. “Nog steeds is geen dag hetzelfde,” zegt ze, “ik vind het heel fijn om mensen blij te maken. De ene keer is het een stelletje dat gaat trouwen, de andere keer een sieraad ter nagedachtenis aan een dierbare. Door de jaren heen heb ik zo verschillende generaties voorbij zien komen.” Daarover gesproken: inmiddels is ook zoon Joep in vaders en opa’s voetsporen getreden en dochter Floor met regelmaat op de winkelvloer te vinden. “Ik vind het heel mooi dat de zaak voortgezet wordt met Joep.”

Eerst langs Joke
Op sieraden ben je zuinig. Zo voelt het ook zoals Jan over zijn trouwe medewerker spreekt. Over de betekenis die Joke heeft voor het team van Sparnaaij zegt hij: “Joke heeft zoveel ervaring, ze kent niet alleen de klanten maar ook de producten. Daarbij leren we nog bijna wekelijks van haar. Als wij iets binnenkrijgen om te taxeren, laat ik het altijd het liefste eerst door Joke bekijken. Ze mag het zelf heel normaal vinden dat ze hier vijftig jaar werkt, wij vinden het buitengewoon bijzonder.”

Is een halve eeuw juwelierswerk een reden om met pensioen te gaan? “Ik heb het ook thuis best naar mijn zin maar zou het werk nog niet willen en kunnen missen.”

(Foto’s: Arjen Vos)

Het bericht Joke gouden kracht voor Sparnaaij Juweliers verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

‘Emily in Amerika’

Er is bijna een jaar verstreken sinds Sanna Brockhoff haar zeilavontuur met ‘School at Sea’ beëindigde. Ze hervatte na de zomervakantie haar schoolwerk op het Alkwin Kollege, meldde zich aan als lid van de Aalsmeerse Jongerenraad en ontdekte haar belangstelling voor schrijven. Of ze af en toe een bijdrage mag leveren voor AalsmeerVandaag, zo vroeg ze. Dat mag. Te beginnen met een verhaal over schoolvriendin Emily Meering die net als zijzelf de vleugels uitsloeg. Niet op een schip maar als uitwisselingsstudent op een Amerikaanse High School waar ze heftige dingen meemaakt.

Door: Sanna Brockhoff. Terwijl haar vrienden klagen over regen op de fiets naar school, beleeft de zestienjarige Emily aan de andere kant van de wereld een uitwisselingsjaar dat soms meer weg heeft van een Netflixserie dan van een gewoon schooljaar. Haar maanden in Wichita, een stad in de Amerikaanse staat Kansas, zitten vol onverwachte wendingen: van grote musicalaudities en bijzondere ontmoetingen tot tornado’s en schietpartijen.

Toen Emily afgelopen juli in het vliegtuig stapte richting de Verenigde Staten, verwachtte ze vooral nieuwe mensen te ontmoeten, haar Engels te verbeteren en een andere cultuur te leren kennen. Dat ze binnen drie maanden op een groot podium zou staan en geconfronteerd zou worden met situaties die je in Nederland bijna nooit meemaakt, had ze toen nooit gedacht. Al in de eerste weken merkte Emily hoe anders het leven in Amerika kan zijn. Haar host-broer wilde haar bijvoorbeeld laten kennismaken met wat hij zag als ’typisch’ Amerikaans eten. “Ze dachten echt dat ik nog nooit een hamburger of frietjes had gegeten,” vertelt Emily lachend. Maar het grootste verschil zat volgens haar in het schoolsysteem. Waar leerlingen in Nederland vaak bezig zijn met ingewikkelde wiskunde, kreeg Emily een topografietoets over slechts zes landen. Emily is niet naar Amerika gegaan om stil te zitten; haar enorme passie voor musical en muziek opent daar alle deuren. Ze werd gecast als Sandy in Grease en deed auditie voor een professionele productie van Alice in Wonderland (Teen Edition) waar Emily werd gecast als Tall Alice én als lead dancer. Ze werkte hierbij met mensen die directe lijntjes hebben met Broadway.

Onder de indruk
Haar succes bleef niet onopgemerkt. Ze reisde naar Californië voor een zangcontest en sleepte daar de tweede plek in de wacht. Ook ontmoette ze Deke Sharon, de man achter Pitch Perfect, die diep onder de indruk was van haar eigen muziek. Onder haar artiestennaam EmilySofie brengt ze namelijk haar eigen nummers uit op meer dan 200 platforms wereldwijd. Haar ambitie kent geen grenzen: “Ik heb zelfs een eigen, twee uur durende musical geschreven die binnenkort wordt opgevoerd,” vertelt ze.

Schietpartijen dagelijkse kost
De ‘American Dream’ kent ook een andere kant. Wichita is soms een stuk ruiger dan de veilige omgeving waarin ze in Nederland opgroeide. In de maanden dat ze er woont, maakte Emily al verschillende heftige situaties mee. Zo werd ze aangereden op de fiets, moest ze schuilen in een kelder vanwege een tornado en wist ze in een speeltuin ternauwernood weg te komen van een kidnapper.

De constante dreiging van geweld is ook iets waar ze aan moest wennen. Nadat er een schietpartij plaatsvond bij een lokale supermarkt, ging haar school tijdelijk in lockdown. Bij een andere gelegenheid stond ze bij een benzinepomp toen iemand een pistool op haar en een vriend richtte. “We kregen op school zelfs een gastspreker van CSI (Crime Scene Investigation) die vertelde dat schietpartijen hier eigenlijk dagelijkse kost zijn. Het werd verteld alsof het heel normaal was: ‘Well, it’s Wichita.’”

Invallen van immigratiedienst
Toch laat Emily zich niet ontmoedigen. Terwijl ze steeds meer luisteraars scoort op Spotify, ziet ze ook de harde kant van Amerika. Ze maakt mee hoe de immigratiedienst invallen doet en hoe klasgenoten protestacties plannen. Ze zit er middenin en ziet de Amerikaanse realiteit van heel dichtbij. Op 30 juni komt Emily waarschijnlijk pas terug naar naar haar woonplaats Uithoorn met een rugzak vol ervaringen waar een gemiddeld mens drie levens voor nodig heeft. Maar nu probeert ze vooral nog even te genieten van de bijzondere tijd aan de andere kant van de wereld.

(Foto’s: privé-archief Emily Meering)

Het bericht ‘Emily in Amerika’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Nieuwe Nederlanders: ‘Misschien is míjn stem wel bepalend’

Eens in de zes weken vindt er in het raadhuis een naturalisatieceremonie plaats waarbij mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit de ‘verklaring van verbondenheid’ afleggen waarmee ze officieel Nederlands staatsburger worden. AalsmeerVandaag spreekt regelmatig af met deze Nieuwe Nederlanders om hun levensverhaal te horen en te weten te komen hoe hun nieuwe land en woonplaats hen bevalt.

Door: Jan Dreschler. Michael Glanz (65), een Aalsmeerse kunstschilder, woont al zo’n dertig jaar in Nederland, waarvan twintig jaar in Aalsmeer. Vorige maand werd hij Nederlands staatsburger. Het zat al heel lang in zijn hoofd om dat te doen, maar het kwam er maar niet van. De noodzakelijke verlenging van zijn Duitse paspoort was de aanleiding om de al lang bestaande situatie te formaliseren. Hij besloot naturalisatie aan te vragen. “Ik voel me hier tenslotte heel erg thuis.”

We spreken elkaar in zijn gezellige, overvolle woonkamer midden in het dorp, waar je al snel ontdekt: hier wonen twee mannen die allebei creatief zijn en de ruimte optimaal benutten om met hun passie bezig te zijn.

In de serre van zijn kleurrijke woning

Patholoog-anatoom
Michael werd geboren in de buurt van Düsseldorf, ging daar naar de lagere school en vervolgens naar het gymnasium. Vervolgens deed hij aan de universiteit de studie geneeskunde. Uiteindelijk eindigde hij als patholoog-anatoom en werkte aanvankelijk in een ziekenhuis in Düsseldorf en later in Aken.

Vanwege de liefde kwam hij in Nederland terecht, met name in Heerlen. Vandaar pendelde hij op en neer naar het ziekenhuis in Aken.
Hij deed zijn werk als patholoog-anatoom, maar had daarnaast ook opleidingstaken. Op den duur kwam hij tot de slotsom dat het niet echt iets was om de rest van zijn leven te doen. “Het was te bloederig.” Hij besloot het roer om te gooien en te stoppen met zijn werk als arts.

Piepklein woninkje aan de gracht
In de jaren daarna hebben hij en zijn partner veel gereisd en een flink deel van de wereld gezien. Nadat zijn Limburgse partner was overleden, besloot hij tot een ander leven en zocht hij dat in Amsterdam. “Ik vind het een hele mooie stad. Het was wel moeilijk om een woning te vinden. De eerste vijf jaar woonde ik aan een gracht in een piepklein woninkje. Ik kwam nogal eens in Aalsmeer en bij toeval zag ik daar een huis in de Seringenstraat. Daar ben ik twintig jaar geleden ingetrokken. Ik vond en vind Aalsmeer een prachtig dorp, met de lintbebouwing en de huizen in het oude dorp. Het is dorpachtig en er heerst rust.”

Ook de partner met wie hij naar Aalsmeer kwam, overleed. Wat dat betreft heeft Michael veel verdrietige dingen meegemaakt. Ook is hij een paar keer ernstig ziek geweest. “Maar ik heb een optimistische kijk op het leven en ben altijd geneigd vooruit te kijken.”

Tweede moedertaal
Hoe verging het hem verder? “Toen ik in 2005 hier kwam, ben ik eerst twee jaar intensief naar school gegaan, zodat Nederlands mijn tweede moedertaal is geworden. Dat is ook wel heel belangrijk als je in een winkel werkt: goed Nederlands spreken.” Want Michael werkt bij tuincentrum Het Oosten, waar hij drie dagen per week tuinmeubelen verkoopt. Maar daarnaast is hij vooral kunstschilder.
De eerste schreden op het gebied van de schilderkunst zette hij al in zijn jonge jaren, maar in Aalsmeer heeft hij het met volle kracht weer opgepakt. Via de kunstroute kwam hij al snel in contact met de rijkdom aan kunst binnen de Aalsmeerse gemeenschap en was verrast dat in zo’n klein dorp zoveel kunstenaars actief waren. Michael dacht: “Dat kan ik ook.”

Met partner Valentino

Geen You Tubefilmpjes
Als kunstschilder is hij een volkomen autodidact die nooit les heeft genomen en ook geen YouTube-filmpjes van collega’s heeft bekeken. Hij schildert elke dag zo’n twee uur, in absolute stilte, en is dan volkomen geconcentreerd. Inmiddels heeft hij veel geëxposeerd, zowel in Amsterdam als op verschillende plekken in de gemeente Aalsmeer. Toen hij in het Oude Raadhuis exposeerde, werd hij toevallig 65 jaar oud en heeft daar dan ook gelijk maar zijn verjaardag gevierd.

Kunstkasten en ambtsketen
Zijn schilderstijl noemt hij geometrisch abstractionisme. Het kenmerkt zich door strakke lijnen en fraaie kleuren die samen een harmonieus geheel vormen. In het Kunstkastproject heeft hij twee elektriciteitskasten beschilderd, één bij het gemeentehuis en één op het Weteringplantsoen. Heel bijzonder is dat hij de ambtsketen van de kinderburgemeester heeft beschilderd. Met andere woorden: Michael is op allerlei manieren verbonden met Aalsmeer en de Aalsmeerse cultuur.

Sinds zeven jaar woont hij samen met Valentino, die een deels Spaanse, deels Nederlandse en deels Israëlische achtergrond heeft. Ook Valentino houdt zich bezig met kunst, namelijk met keramiek.

‘Mooie omweg’
Wat Michael waardeert in Nederland is de openheid van de mensen en ook de directheid. Overigens zegt hij: “Soms is het goed en soms niet. In Duitsland zijn we gewend om af en toe, uit diplomatieke overwegingen, een mooie omweg te maken.”
Ook viel het hem op dat mensen in Aalsmeer elkaar groeten. “Dat was ik niet gewend.”
Over het gemakkelijke tutoyeren in Nederland heeft hij zijn aarzelingen. Duitsland is wat dat betreft toch iets vormelijker. “Ik geef ook nog steeds de voorkeur aan ‘u’.”

‘Gedoe over mooie traditie’
“Natuurlijk heb ik de Nederlandse tradities leren kennen. Met Koningsdag gaan we elk jaar naar Amsterdam. In Duitsland zijn ze best jaloers dat wij een koningshuis hebben. Ook ben ik het sinterklaasfeest gaan waarderen. Maar wat ik niet zo goed snap, is dat er in Nederland zoveel gedoe is over zo’n mooie traditie.”

Eerste keer stemmen
Met zijn naturalisatie is er niet zoveel veranderd. Hij voelt zich na zo’n lange tijd helemaal Nederlands. Wel heeft hij nu stemrecht. En Michael gaat dan ook zeker stemmen, want het is voor het eerst sinds zijn verblijf hier dat dat kan. Met een twinkeling in zijn ogen zegt hij: “Misschien is míjn stem straks wel heel bepalend.”

(Foto’s Jaap Maars)

Het bericht Nieuwe Nederlanders: ‘Misschien is míjn stem wel bepalend’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
❌