Raat veroordeelt antisemitisme
Toespraak van locoburgemeester Herbert Raat: “Vandaag neem ik u mee terug naar 1944. Naar het moment dat de Amstelveense familie Aschner in de ijzige winter van 44 het concentratiekamp Bergen-Belsen binnenkomt. Vader Kurt keek om zich heen en zei zacht tegen zijn zoon Fred: “Nu zie ik waar wij zijn.”
“Die ene zin markeerde een moment van onomkeerbaar besef. Wat volgde waren dagen die in elkaar overvloeiden van kou, ziekte en honger. Fred zag zijn vader verzwakken. Op een dag liep hij met zijn moeder achter een wagen waarop lichamen, in steeds opnieuw gebruikte houten kisten,uit het kamp werden weggereden. Zijn vader lag nu ook tussen de doden die het kamp verlieten.”
Lotgenoten
“Het verhaal van de familie Ashner staat voor dat van vele Amstelveense lotgenoten en is te lezen in het boek van Bart Wallet over de geschiedenis van de Amstelveense Joden. Het was één van de vele levens die door de Nazi’s werden gebroken. Wereldwijd herdenken we vandaag op Jom Hashoa de zes miljoen Joden die tijdens de Shoa zijn vermoord. Het blijft niet te bevatten dat in 1942 werd besloten tot de volledige vernietiging van het Joodse volk in bezet Europa. Ook de Amstelveense Joden waren onderdeel van dit moordprogramma. Velen van hen werden via Westerbork naar Auschwitz, Sobibor of andere vernietigingskampen gestuurd – en keerden nooit terug.”
Herdenken belangrijk
“Vandaag doen wij hier, in Amstelveen, wat zó belangrijk blijft: herdenken. We staan bij het monument Nooit meer teruggekomen, waar de namen van 166 Joodse Amstelveners zijn gegraveerd – mannen, vrouwen, kinderen, soms nog baby’s. Mensen zoals u en ik, die hier leefden, woonden en werkten; buren, klasgenootjes, stadsgenoten. Gisteren zijn daar, na aanvullend onderzoek, nog 25 namen aan toegevoegd. Door ook hun namen vast te leggen, geven wij hen opnieuw een plaats in onze gemeenschap.”
“Herdenken gaat nooit alleen over het verleden, maar ook over nu. Over ons. Over de wereld die wij willen doorgeven aan onze kinderen. In een tijd waarin de laatste ooggetuigen verdwijnen, rust er op ons de verantwoordelijkheid om de verhalen levend te houden.”
Joods erfgoed
“In Amstelveen hechten we veel waarde aan het levend houden van het Joods cultureel erfgoed. Dat doen we met onderzoek, publicaties, educatieen monumenten zoals dit. Een ander onderdeel was de opdracht aan hoogleraar Joodse studies aan de UvA, Bart Wallet, om de geschiedenis van Joodse Amstelveners in beeld te brengen. In zijn boek Hoop en wanhoop, Joden in Amstelveen 1930–1970 laat hij op toegankelijke en indrukwekkende wijze zien wat hier is gebeurd.”
Gitzwart
“Wallet beschrijft hoe Joodse Amstelveners langzaam maar onverbiddelijk worden buitengesloten: niet meer naar school mogen, niet meer naar het park, het zwembad, aparte openingstijden in de winkels krijgen. Hij schrijft over gedwongen verhuizingen, zoals de 239 Amstelveense Joden die in mei 1942 hun huizen moesten verlaten. Binnenkort wordt ter nagedachtenis hiervan een Stolperdrempel aan Randwijcklaan 13 geplaatst. Hij vertelt over verraad en arrestaties. Over de kampen waarvelen terechtkwamen. Maar ook over veerkracht. Over hoe, na deze gitzwarte periode, de Joodse gemeenschap zich wist op te richten en het Joodse leven in Amstelveen weer tot bloei kwam. Het boek van Bart Wallet komt binnenkort uit. Ik nodig alle Amstelveners uit het te lezen. Het is belangrijk dat onze kinderen deze geschiedenis kennen. Niet als iets abstracts, maar als iets dat hier, in hun eigen stad, plaatsvond. Want de Holocaust begon niet in de gaskamers, maar eindigde daar.”
Antisemitisme
“In de huidige wereld van spanningen en conflicten is herdenken urgenter dan ooit. We zien helaas dat antisemitisme weer oplaait en veel Joden in Nederland zich zorgen maken. Dat maakt het noodzakelijk om te blijven uitleggen waar haat en uitsluiting toe kunnen leiden. Om te blijven wijzen op het gevaar van ontmenselijking, van wij tegen zij, van wegkijken. We zijn het verplicht aan de familie Aschner. En aan de 191 Joodse Amstelveners die hier worden herdacht. Hier, bij dit monument, hernieuwen we onze belofte: Nooit meer.”




