De Kruiskerk bestaat 75 jaar, daar heeft Amstel Mare, het blad van de Vereniging Historisch Amstelveen (VHA), een special aan gewijd. Gezien de aard van de vereniging is het volkomen begrijpelijk dat die zich met de geschiedenis van het gebouw en met het park daaromheen bezighoudt. Voor de burgerlijke gemeente is het niet anders, al proberen sommige raadsleden hun geloof daarmee te vermengen. Het is in de ogen van de VHA‘religieus erfgoed’, waaraan ook in een apart artikel aandacht wordt geschonken als onderdeel van het cultureel erfgoed. “Religieus gaat dus niet alleen over gebouwen, zoals kerken, tempels en moskeeën. Het bevat ook objecten, vieringen, eten en muziek”, zegt het artikel. Erfgoed is de waardering van de creatie van Marius Duintjer, de architect, waardoor de Kruiskerk in 2011 rijksmonument werd.
Weinig spreekt de jubileumuitgave erover dat de Kruiskerk een ‘kerk’ is.
Beeld
Dat is een plaats waar – in elk geval vroeger – Jezus Christus werd aanbeden en het Woord van God, dat volgens het artikel over het erfgoed centraal staat, werd doorgegeven. Maar sinds Duintjer het ontwerp maakte, nam de waardering voor het beeld alleen maar toe, wordt ook gezegd. Dominee Paula de Jong mocht een bijdrage leveren over het geestelijke aspect. Zij citeert een door Willem Barnard geschreven lied: ‘Hoe goed, o Heer, is ’t hier te zijn, bij woord en water, brood en wijn, waar alles ons een dag voorspelt dat hel en dood zijn neergeveld’. Maar ook zij komt niet verder dan de conclusie dat in tijd van “(weder) opbouw van een rechtvaardige, menswaardige samenleving” in feite iedereen nodig is. De Kruiskerk is niet meer dan een bijzonder gebouw, dat 75 jaar bestaat, terwijl de gemeente van Jezus Christus veel ouder is.
God
Prof. Ir. Marius F. Duintjer (1908-1983) werkte als architect in de wederopbouwtijdperiode, constateert Jos Pronk in de Amstel Mare in een tijd ‘met vele stromingen en met evenzovele dogmatische aanhangers’. Duintjes zocht daarin een architectonische middenweg ‘tussen modernisme en traditionalisme’. Mijn persoonlijke bewondering voor de architectuur van Duintjer, laat niet onverlet dat ik ook in het jubileumnummer het Woord van God mis. Trouwens heel de Bijbel komt er niet in voor, behalve dan dat de ‘kanselbijbel’ ooit is gered, maar zonder te zeggen wat daarin staat. Dat het om een ‘Godshuis’ gaat meldt alleen de dichteres Anouk van Velzen. De architect ontwierp naar haar mening geen kerk om God te tonen, ‘maar om ruimte te maken waarin God zich kon tonen zonder opgelegd te worden’, dichtte zij. En: ‘Hier geen God op afstand, maar een God Die wil wonen in het midden.’
Wat dat ‘midden’ inhoudt, wordt misschien duidelijk door de zinsnede dat ‘kerk en samenleving’ letterlijk in elkaar overvloeien. Naar mijn mening is dát de wereldse verbintenis van licht en duisternis. De missionaire kerk heeft geen andere missie dan de ‘slapenden’ tot leven te wekken, buiten de ‘wereld’. God zei ooit niet voor niets ‘er zij licht’. Christenen horen dat licht te verspreiden. Zij mochten het nieuwe leven ontvangen door de dood van Jezus en de opstanding van Christus. Het is na Zijn dood aan het kruis Pasen geworden.