Lees weergave

Herdenking Oost: ‘Oorlog is geen verleden tijd’

Door: Arjen Vos. Bij de herdenking op het grasveld aan de Buismalaan in Aalsmeer-Oost ontbrak dit jaar Con Amore. De tijd was tekort gebleken om het onlangs opgeheven mannenkoor te kunnen vervangen door een ander gezelschap zodat gekozen was voor muziek op band. Trompettist Boet Kaaijk, net afgestudeerd aan het conservatorium, zorgde bij het Wilhelmus voor versterking.

Anjo van Staaveren spreekt namens het wijkbestuur.

Rondom het monument Hells Fury liep het richting half acht steeds voller. Voor de eerste keer maakten hier de scouts van WIOL en Willem Barendsz hun opwachting. Met tientallen leden waren zij in uniform gekomen om eer te betuigen aan de gevallenen en stil te staan bij vrede en vrijheid. Toespraken waren er van Anjo van Staaveren en Ronald Ganzeboom namens het wijkbestuur, wethouder Sybrand de Vries namens de gemeente en gedichten van kinderen en dorpsdichter Marcel Harting.

‘Alle beetjes goed voorkomt misschien wel fout’
Anjo van Staaveren stipte aan dat oorlog bij steeds minder mensen ‘van ons’ in het geheugen ligt maar dat er steeds meer mensen in ons land wonen die een recente oorlog hebben meegemaakt. Daarvan waren er ook bij deze herdenking enkelen aanwezig. Met name uit Oekraïne afkomstig. Ze vertelde verder dat de meeste Nederlanders 86 jaar geleden niet extreem goed of extreem fout waren maar ergens tussenin: stil, afwachtend en bang en in de veronderstelling dat het zo’n vaart niet zou lopen met die oorlog. Ze eindigde met het benadrukken van het belang om jezelf steeds af te vragen wat goed is en wat fout en hoe jezelf kan bijdragen aan goed. “Want alle beetjes goed voorkomt misschien wel fout.”

Taptoesignaal door Boet Kaaijk.

‘Het zit in de menselijke natuur’
Ronald Ganzeboom herinnerde in zijn toespraak aan zijn opa’s en oma’s in het oosten van het land die zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt. Hun nare ervaringen beletten hen niet om later reisjes langs de Rijn en Moesel te maken. “De moffen waren immers ook gewoon mensen…” zo luidde hun verklaring. Ganzeboom vroeg zich af hoe het mogelijk is geweest dat deze mensen in een periode van twaalf jaar zes miljoen joden vermoordden en een oorlog ontketenden die nog eens meer dan vijftig miljoen mensenlevens kostte. “Duitsers waren voor 1933 niet crimineler of slechter dan de gemiddelde Tsjech, Deen, Zwitser of Engelsman. Het antwoord is simpeler dan we denken: omdat ze mensen waren, het enige wezen dat onder bepaalde omstandigheden en onder bepaalde leiders in staat is genocide te plegen. Het zit in de menselijke natuur.” Volgens hem hoef je niet ver te kijken om daarvan bevestiging te krijgen: “Oorlog is geen verleden tijd.” De aanblik van de Oekraïense gasten op het terrein bewees zijn stelling.

Wethouder De Vries legde een krans met zijn moeder.

Het goede lot
Wethouder Sybrand de Vries refereerde aan een kunstwerk op zijn werkkamer, vervaardigd door een Oekraïense die de oorlog in haar land ontvluchtte. “Dit kunstwerk doet mij dagelijks herinneren aan het goede lot dat ons geschonken is door toevallig geboren te zijn in dit stukje vredige wereld. En aan de noodzakelijke inspanning die wij moeten verrichten om een minimum aan verlichting te bieden aan de noden in de rest van de wereld, hier én daar.”

Bij het ‘hier’ refereerde hij aan zijn eigen portefeuille met daarin de lokale opvang van Oekraïeners en statushouders. Net als Ganzeboom bracht ook hij zijn voorouders ter sprake. Moeder groeide op een steenworp afstand op van de plek waar de Hells Fury neerkwam, zes mannen het ultieme offer brachten en nu het monument staat. Het gezin had te maken met schaarste, mee-eters uit Amsterdam en ontsnappen aan razzia’s voor de Arbeiseinsatz. Dat hij na het Wilhelmus samen met zijn moeder een krans legde was een mooi gebaar.

Na het afsluitende defilé was het tijd voor koffie en ontmoeting en gingen bezoekers huiswaarts met het boekje ‘Oorlog Verandert Mensen’ onder de arm.

(Foto’s: Ton van Eenennaam, zie ook de galerij onder de advertentie van Kinderhulp Afrika)

 

Het bericht Herdenking Oost: ‘Oorlog is geen verleden tijd’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Herdenking Kudelstaart: ‘Vrijheid is kwetsbaar en vrede niet vanzelfsprekend’

Door: redactie. In Kudelstaart kwamen belangstellenden samen rond het welbekende monument De Propeller aan de Schweitzerstraat. Naast een toespraak van Dorpsraadvoorzitter Jaap Overbeek en gedichten van schoolkinderen sprak FlorAalsmeer fractievoorzitter Judith Keessen over de oorlog die vroeger bij haar thuis aanwezig was in stilte en emoties. Over haar ouders die elk op een eigen manier getuige waren geweest van oorlogsgruwelen. Vader die als kind de rookpluimen van Rotterdam zag, moeder die geconfronteerd werd met dode lichamen in de straten van Amsterdam. Een fragment uit haar toespraak, die ze zes jaar geleden had geschreven voor de herdenking in coronatijd die destijds niet doorging maar volgens haar één op één aansloot bij het huidige thema, ‘De geschiedenis leren begrijpen’:

Toespraak door Judith Keessen.

“Ik behoor tot de generatie die de oorlog niet heeft meegemaakt maar wel de schaduw ervan heeft leren kennen. En ik besef: ook die generatie verdwijnt langzaam en daarmee ook de stemmen, de gezichten en de persoonlijke herinneringen. Daarom moeten we blijven vertellen want oorlog is niet heroïsch, oorlog kent geen winnaars, alleen slachtoffers met mensen die sterven. De overlevenden worden nooit vrij van wat ze hebben gezien. Kinderen die hun jeugd verliezen en families die voorgoed getekend raken, dat is waarom wij herdenken, niet alleen door terug te kijken maar ook door ons af te vragen wat wij zelf doen als vrijheid onder druk komt te staan, als mensen worden uitgesloten, als haat, ontmenselijking en machtsmisbruik gewoon beginnen te lijken. Oorlog begint klein met wegkijken en ontmenselijken, het normaal maken van onrecht en zwijgen waar gesproken moet worden. Vrijheid is kwetsbaar en vrede is niet vanzelfsprekend maar een keuze en een opdracht die we elke dag opnieuw moeten bewaken.”

De muziek werd hier verzorgd door Flora. Na het Wilhelmus en de kranslegging konden mensen zelf bloemen neerleggen bij het monument.

(Foto’s: Ronald Pothoff, zie ook de galerij onder de advertentie van de Kudelstaartse veiling) 

 

Het bericht Herdenking Kudelstaart: ‘Vrijheid is kwetsbaar en vrede niet vanzelfsprekend’ verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  

Oproep tot waakzaamheid bij herdenking in raadhuis

‘De oorlog begon niet met geweld maar met woorden’

(Update met speech van burgemeester) Door: Jan Dreschler. Terwijl Aalsmeers Harmonie onder begeleiding van Michel de Haas stemmige muziek speelde, vulde de Burgerzaal van het raadhuis zich voor de jaarlijkse 4 mei herdenking, tot zij overvol was. Even voor half acht werd er in verwachtingsvolle stilte gewacht op de dingen die komen gingen. Veteranen, afkomstig uit verschillende krijgsmachtonderdelen, bevonden zich voor in de zaal; scouts van Scouting Tiflo zaten op de zijbankjes en de estafetteploeg, in witte trainingspakken, op de voorste rijen.

Een overvolle Burgerzaal.

Gemeentevoorlichter Peter Maarsen heette iedereen welkom. “Een burgerzaal,” zo zei hij, “die uiting geeft aan de verhoudingen binnen een democratische rechtsstaat. Een zaal waarin de macht die in dit raadhuis zetelt goed te zien is, en waar de inwoners en burgers die macht ook in de gaten kunnen houden. Vrijheid gedijt het best in een democratische rechtsstaat. En vanavond staan we stil bij hen die vielen in de strijd voor die vrijheid.”

Het thema van deze herdenking was ‘geschiedenis leren begrijpen’. Kinderburgemeester Marije droeg een gedicht voor over geschiedenis: “Elke keer als ik leer, snap ik de wereld steeds een beetje meer.” Dit werd gevolgd door gedichten van leerlingen van groep 8 van de Jozefschool.

Rianne: “De oorlog als trauma.”
Mila: “De oorlog gaat over ieders grenzen heen.”
Lisa: “Denken doen we allemaal, en op deze dag een beetje extra.”
Lisa: “Dus als je langs het oorlogsmonument loopt, blijf dan even staan en bedenk dat er mensen hebben gevochten voor de vrijheid en dood zijn gegaan.”

Krans op weg naar het monument.

‘Waar trekken wij een grens?’
Na muziek volgde de toespraak van burgemeester Gido Oude Kotte. Hij verbond het heden met het verleden en riep op tot waakzaamheid. “De Tweede Wereldoorlog leert ons te begrijpen hoe snel een samenleving kan afdrijven wanneer angst, wantrouwen en uiteindelijk onmenselijkheid ruimte krijgen. Het begon namelijk niet met geweld. Het begon met woorden. En die lessen van toen verplichten ons om alert te blijven. Om niet weg te kijken. Om niet te zwijgen wanneer de waardigheid van mensen wordt aangetast.”

Hij verbond dit ook met de actualiteit: “In de afgelopen week hebben we met eigen ogen reacties kunnen lezen over de problemen en zorgen die leven in onze tijd, zoals de opvang van vluchtelingen. En hoewel angst een slechte raadgever is, zijn uw zorgen wel menselijk en echt. Maar waar trekken wij gezamenlijk moreel een grens?”

Wethouder Sven Spaargaren en VVD-raadslid Marjanne Vleghaar bij de kranslegging.

Opdracht
Hij beschreef hoe negentig jaar geleden onze democratische rechtsstaat veranderde in een totalitair systeem, waarin geen vrijheid meer was. Vrijheid is gekoppeld aan democratie en misschien, zo stelde hij, moeten we ons daarvan wel extra bewust zijn in deze bijzondere burgerzaal, waar inwoners, zoals nu, in vrijheid bij elkaar kunnen komen. “Woorden doen ertoe. Wanneer woorden geen gesprek meer vormen, maar een veroordeling uitspreken; wanneer woorden niet meer beschrijven, maar beschuldigen, dan gaat het niet goed met onze gemeenschap.”

“En daarom,” besloot hij, “is herdenken niet alleen een traditie of een ritueel. Het is een opdracht, ingegeven door onze geschiedenis. Een opdracht om ervoor te waken dat we niet in herhaling vallen. Een opdracht om onze stem te laten horen wanneer anderen worden weggezet. Een opdracht om te kiezen voor menselijkheid.”

Nadat de taptoe was geblazen door Marcel Spaargaren, was het twee minuten stil, waarna de harmonie het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus inzette, gevolgd door de kransleggingen bij het monument.

(Foto’s: Mariëlle Wegman, zie ook de galerij onder de advertentie van de Kudelstaartse veiling)

Speech van burgemeester Oude Kotte
Vanavond staan wij even stil. Stil bij de namen die verdwenen. Stil bij de levens die werden afgebroken. Stil bij de mensen die nooit meer thuiskwamen. Vanavond herdenken wij -burgers en militairen- die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië als ook bij vredesoperaties daarna. Vanavond herdenken wij met elkaar. Maar herdenken is niet enkel terugkijken. Herdenken is ook een opdracht. Een opdracht waarin we volhardend moeten zijn. Vanavond wordt ons moreel kompas weer even opgepoetst, bijgesteld en afgestemd. Op elkaar, op het verleden. Zodat we met een heldere blik naar het heden en de toekomst kunnen kijken. 

En hoewel in het verleden veel schoonheid verscholen zit, weet de geschiedenis goed te vertellen hoe immens groot verlies kan zijn. Een geschiedenis die we moeten leren begrijpen. De Tweede Wereldoorlog laat ons zien -leert ons te begrijpen- hoe snel een samenleving kan afdrijven wanneer angst, wantrouwen en uiteindelijk ontmenselijking ruimte krijgen.

Het begon namelijk niet met geweld. Het begon met woorden. Woorden die mensen uitsloten. Uitgesproken en geschreven woorden die groepen mensen aanwezen als anders, als verdacht, als minder waard. En hoewel de omstandigheden van toen niet hetzelfde zijn als nu, zijn er vandaag de dag toch ook ontwikkelingen die ons doen beseffen hoe belangrijk het is om alert te blijven. Helemaal als het gaat om ontwikkelingen die grote gelijkenis vertonen met toen.

Zo zien we hoe mensen opnieuw op de vlucht zijn voor oorlog, onderdrukking en honger — zoals zovelen dat in de jaren ’30 en ’40 waren. Toen betrof het veel joodse vluchtelingen. En nu zien we opnieuw hoe desinformatie en polarisatie samenlevingen onder druk zetten. Met social media heden ten dage nog veel eenvoudiger dan met de handgemaakte propaganda van toen. We zien opnieuw hoe antisemitisme, moslimhaat en discriminatie zichtbaar worden in Europa en zich razendsnel verspreidt. Hoe internationale spanningen oplopen, en hoe kwetsbaar vrede kan blijken. De lessen van toen verplichten ons dus om alert te blijven. Om niet weg te kijken. Om niet te zwijgen wanneer de waardigheid van mensen wordt aangetast.

In de afgelopen week hebben we met eigen ogen reacties kunnen lezen over de problemen en zorgen die leven in onze tijd. Zoals het opvangen van vluchtelingen. De een wat meer feitelijk onderbouwd dan de ander. De ander met meer gevoelens dan de een.

En ja, ik begrijp waar de boosheid vandaan komt. De zorgen die boven ons hoofd hangen, de frustratie dat er weinig verandert, de boosheid over onze onmacht. Van onbekendheid en onveiligheid. Allemaal waar en herkenbaar. En hoewel angst een slechte raadgever is — is zij wél menselijk en echt. Uw zorgen zijn echt. En hoor mij als ik u zeg: die zorgen heb ik ook.

Maar in het uiten van die zorgen, gingen sommigen best ver. Grimmig zelfs. Er volgden reacties als: “Dit is verraad naar het eigen volk.” “Landverraders.” “Het ontheemd zijn, wat zo zielig is, daar hebben ze zelf voor gekozen.”

Dit roept bij mij de vraag op: “Hoe staat ons moreel kompas nu eigenlijk afgesteld, indachtig de geschiedenis?” Zijn er ook grenzen in hoe we ons uiten? Want sommigen namen geen blad voor de mond, en gingen nog veel verder in hun bewoording. Met een andere lading en betekenis. Woorden als: “Vol is vol”, en “eigen volk eerst”. Letterlijk. Niet één keer, maar herhaald. Niet fluisterend, maar luid.

Mag ik u dan de vraag stellen? Waar trekken wij gezamenlijk moreel een grens? Wat mag je denken en zeggen? Schrijven en verspreiden? Valt dit tegenwoordig onder de vrijheid van meningsuiting? Vinden wij dat echt?

Eind jaren negentig nog sprak politicus Hans Janmaat bijvoorbeeld de woorden “Eigen volk eerst”, “Vol = vol”, “Nederland voor Nederlanders”. Voor die uitspraken werd hij destijds veroordeeld en bestraft. Omdat ze discriminerend waren en aanzetten tot haat.

Vijfentwintig jaar later duiken dezelfde woorden opnieuw op. Niet in pamfletten, maar op sociale media. Niet aan de randen van het debat, maar in het hart van onze samenleving. Hier, in onze Aalsmeerse samenleving. In onze gemeenschap. Niet fluisterend ergens aan de zijlijn, maar midden in onze dagelijkse gesprekken.

Beste mensen, mensen praten elkaar na. Zie dat. Doe daar niet aan mee. Velen van ons doen niet meer aan hoor en wederhoor, aan het op zoek gaan naar de echte feiten. Maar herhalen de veroordelingen. Ze worden gedachteloos herhaald en genormaliseerd onder het mom van “vrijheid van meningsuiting”. Maar beste mensen, vrijheid van meningsuiting kan nooit en mag nooit dienen als schild voor uitspraken die anderen hun menselijkheid ontzeggen. En precies daar -precies daar- tikt het verleden ons op de schouder. Want ook in de jaren dertig en veertig begon het niet met geweld. Maar met het gevoel van onmacht. Boosheid over de zorgen die boven hun hoofd hingen, de frustratie dat er weinig veranderde. Gevoelens van onbekendheid en onveiligheid.

En toen kwamen de woorden die langzaam maar zeker de grenzen van ons fatsoen verschoven. Woorden die groepen mensen aanwezen als probleem, als last, als gevaar.

Woorden die het giftige idee rechtvaardigden dat sommige levens minder waard zijn dan andere. Eigen volk eerst! Beste mensen, ‘eigen volk eerst’ was de kernpropaganda van de nazi’s en de NSB. Eén volk, één rijk. Eigen volk, een eigen land. Ons land. Onze problemen eerst. Dan de rest.

Het begon klein. Onschuldig, zo leek het. Misschien wel logisch zelfs. Maar het kwade vond ruimte en gehoor. En het groeide. En groeide.

De geschiedenis laat ons keer op keer zien hoe gevaarlijk het wordt wanneer woorden hun onschuld verliezen. Wanneer woorden geen gesprek meer vormen maar een veroordeling uitspreken. Wanneer woorden niet meer beschrijven, maar beschuldigen. Wanneer we angst aan een gezicht koppelen, en dat gezicht een vijand wordt. Wanneer mensen niet langer worden gezien als unieke waardevolle individuen, als mooie mensen, maar worden samengevouwen tot categorieën.

Dit is ernstig. Dit is niet normaal Het is gewoon niet in orde. En dat moet gezegd worden. Niet omdat kritiek niet mag bestaan. Niet omdat zorgen geen plek mogen hebben of niet geuit mogen worden. Maar omdat er een moment komt waarop woorden niet langer alleen woorden zijn — maar grenzen overschrijden die wij als samenleving vurig moeten bewaken.

Beste mensen, onze zorgen zijn echt. Maar dit is niet de manier waarop wij als gemeenschap het gesprek willen voeren. Vluchtelingen kunnen er niets aandoen. In jaren 30 en 40 niet. En nu ook niet. Dus pas op met woorden. Omdat woorden er toe doen. Woorden kunnen namelijk krachtig verbinden, maar ook genadeloos vergiftigen. Woorden kunnen liefdevol beschermen, maar ook onherstelbaar beschadigen. Woorden kunnen een samenleving dragen, maar haar ook verdelen en afbreken.

In de Tweede Wereldoorlog zagen we waartoe dit kan leiden. We zagen hoe buren elkaar niet meer herkenden — niet omdat zij andere mensen geworden waren, maar omdat de blik waarmee men naar elkaar keek was vergiftigd. We zagen hoe mensen werden uitgesloten, verraden, vervolgd, weggevoerd en vermoord. Niet alleen door de daden van enkelen, maar ook door het zwijgen van velen. Misschien gerechtvaardigd door het eigen geweten. Van “Ach, het zal zo’n vaart niet lopen.” Misschien was de werkelijkheid te groot en te gruwelijk om onder ogen te zien. Misschien was er de angst om buiten de groep te vallen, en veroorzaakte wegkijken minder ongemak.

Maar misschien ook wel omdat woorden die anderen uitsloten, voor sommigen een onverwachte opluchting boden. Omdat die woorden hun boosheid verwoordden, hun onmacht een stem gaven — zelfs wanneer zij het er inhoudelijk eigenlijk helemaal niet mee eens waren. Omdat het leek alsof eindelijk iemand iets nuttigs zei, zich uitsprak, over de onvrede die zij al zo lang voelden.

Toch leert de geschiedenis ons dat we waakzaam moeten zijn voor de woorden die we gebruiken. Kritisch moeten zijn op veroordelende woorden van anderen. En vooral dat we ondanks alle problemen en zorgen, elkaar moeten blijven zien als mens. Moeten toespreken als mens. Een mens die liefheeft, om andere mensen geeft. Mensen met een eigen naam, een eigen gezicht en ook een eigen verhaal. En daarom is herdenken niet alleen een traditie of enkel een ritueel. Het is een opdracht, gegeven door onze geschiedenis. Een opdracht om ervoor te waken dat we in herhaling vallen. Een opdracht om onze stem te laten horen wanneer anderen worden weggezet. Een opdracht om te kiezen voor menselijkheid — juist wanneer dat moed en ongemak vraagt.

Wij kunnen het verleden niet veranderen. Maar wij bepalen wel hoe wij het heden vormgeven. Wij bepalen welke woorden wij laten klinken. Waar we de grens trekken en bewaken. Wij bepalen welke waarden wij doorgeven aan onze kinderen. Dat is onze opdracht. Van u, maar ook zeker van mij. En daarom herdenken wij vanavond in twee minuten stilte, overal in Nederland het verlies van toen. Met elkaar, en bovenal voor elkaar.

 

 

Het bericht Oproep tot waakzaamheid bij herdenking in raadhuis verscheen eerst op AALSMEERVANDAAG.

  •  
❌