‘Hé Gullit, werkt dat spul écht?’
Door Donald Esser.
Ik sta positief in het leven. Echt waar. Maar reclameblokken zijn mijn natuurlijke vijand. Zit ik eindelijk op de bank – journaal gehad, nul procentje, afstands-bediening binnen handbereik – word ik er genadeloos weer afgehaald. Niet fysiek, maar mentaal.
Als journalist en columnist kijk ik naar de wereld zoals die ons wordt voorgeschoteld: kritisch, een tikje cynisch, satirisch en humorvol. Dat helpt. Anders gooi je op een avond nog eens per ongeluk een VitaePro-lepel in een nul procentje.
Afgelopen maandag was het weer raak. Ik zapte weg met dat bekende gevoel: is dit normaal? Die spontane ergernis, gevolgd door een knagend restgevoel dat je niet uitzet met een ander kanaal. Want op elke zender is het raak.
Daar verscheen hij weer. Ruud Gullit. ‘Niet als voetbalanalist, maar in een commercial. Wereldvoetballer uit lang vervlogen tijden, icoon, monument, cultureel erfgoed. De dreadlocks zijn verdwenen, het haar is korter en grijzer, maar de glimlach staat nog altijd op standje absoluut vertrouwen. Hij leeft, vertelt hij ons, dankzij VitaePro. Leeft. Dat woord kiest hij zelf. Alsof het alternatief een vitrinekast in het Tropenmuseum was.
‘Hé Gullit’, zegt een toevallige voorbijganger die duidelijk auditie heeft gedaan voor meewerken aan de reclameboodschap, ‘werkt dat spul écht?’
‘Natuurlijk werkt het’, bezweert Ruud.
Ruud zegt het. En Ruud liegt niet. Ruud heeft ooit ook gezegd dat voetbal vooral leuk moest blijven, dus dit is feitelijk sluitend bewijs.
Nog geen dertig seconden later trekt dezelfde Ruud Skechers aan. Want wie soepel leeft door een poedertje in water glijdt vanzelf ook comfortabel in schoenen zonder veters. Skechers overigens, zijn vooral bekend om het handsfree aantrekken.
Topsport is gezond, zegt men. Maar als je op je 63e nog leeft dankzij een supplement en het handsfree aantrekken van schoenen vraag je je toch af of dat koppen in weer en wind misschien geen lichamelijke sluipmoordenaar was.
En Gullit is niet alleen. Het is het complete BN’er-circus dat zonder aanbellen onze huiskamer binnenstapt. Willeke Alberti, warm toegedekt in een stoel waar je nooit meer uitkomt, behalve met medische begeleiding of een rollator. Rob Kemps die bij Jumbo enthousiaster “JA!” roept dan hij ooit op het podium heeft gedaan. En wij maar denken: eet hij dit zelf? Zit Willeke – inmiddels vervangen door Tineke Schouten – daar ook op dinsdagmiddag of alleen zolang de camera loopt? En vergeet niet Beau van Erven Doorn, die clowneske en halsbrekende toeren uithaalt voor Social Deal.
Het wrange is niet eens de reclame. Het is de intimiteit. Dat gefluisterde vertrouwen. Die quasi-vriendschappelijke blik. Alsof Gullit elk moment kan zeggen: “Zal ik anders ook even naar je pensioen kijken?” Geen zorgen hoor, hij heeft vaker moeilijke ballen gehad.
En terwijl je je ergert, denk je na. Dat is het gevaarlijkste deel. Want jij weet dat het marketing is. Zij weten dat jij dat weet. En toch doen we collectief alsof dit een spontaan gesprek is tussen oude vrienden, van tv naar huiskamer. Omdat het werkt.
Misschien is dát de echte bijwerking van al die reclames: een lichte hoofdpijn, verergerd door herkenning. En het knagende besef dat als Gullit morgen een nieuw levenselixer aanprijst we weer kijken. Al is het maar om ons opnieuw te ergeren. Enne, ik gebruik geen VitaePro en loop niet op Skechers.
Het bericht Column: ‘Donald denkt door’ verscheen eerst op Nieuwe Meerbode.