Lees weergave

SP: Maak Amstelveen betaalbaar!

Partij presenteert programma en kandidaten

De SP gaat de verkiezingen in onder de leus: Maak Amstelveen Betaalbaar. De partij zet in op bouwen in de sociale sector met een minimum van 40 procent. Er is aandacht voor minimaregelingen, voor het OV en de zorg en de partij pleit voor meer inspraak van inwoners d.m.v. een referendum.

Daarnaast presenteert de partij een diverse lijst van mensen die midden in de samenleving staan en hun sporen al verdiend hebben. Dat Patrick Adriaans de lijst aan zou voeren was al bekend, dit ervaren raadslid legde onlangs wethouder El Zakalai nog het vuur aan de schenen voor zijn weifelende optreden in het Schipholdossier.

Daarna volgt Nora Fakirni, alweer 4 jaar raadslid, actief met ondersteunen van mensen en o.a. verantwoordelijk voor meer aandacht voor MBO leerlingen, gratis ID voor kinderen uit minima gezinnen en aandacht voor huiselijk geweld, zowel een vangnet voor vrouwen als ondersteuning voor mannelijke slachtoffers.

Hoogste nieuwkomer is Matthew Venhorst, opgegroeid in Amstelveen. Jong en strijdbaar, werkzaam als beleidsadviseur en al twee jaar actief als burgerraadslid onder meer op het dossier zeggenschap over betaald parkeren door inwoners.

Vierde is Sahra Awad, een bevlogen strijdster voor rechtvaardigheid en gelijke kansen in Amstelveen. Van bijles aan de keukentafel tot hulp bij WMO-aanvragen: zij is actief in de wijkcentra en staat klaar voor de meest kwetsbaren. Niemand valt tussen wal en schip, want iedereen telt mee.

De top 5 wordt compleet gemaakt met Jannie Pranger, inwoonster van Nes, werkzaam in de kunsten. Van Stadshart tot in de wijken gaat zij zich inzetten voor betaalbare creatieve activiteiten voor iedereen. Sport, spel en de kunsten maken ons tot mens, we kunnen er niet zonder.

Patrick Adriaans: “Ik ben trots om met zulke kanjers de verkiezingen in te gaan. Alle aspecten van Amstelveen raken we aan. En ons programma heeft de nadruk op betaalbaarheid. Dat gaat natuurlijk om de prijs van woningen of het nu huur of koop is. Het gaat er ook om dat alles duurder wordt, en dat vooral lage en middeninkomens daar last van hebben. Zij moeten meer ondersteuning krijgen. Kijk naar de energiekosten. Een mooi voorbeeld is ook verduurzaming, subsidies gaan te vaak naar mensen die het zonder ook wel zouden kunnen, of naar bedrijven. Als SP doen we dat anders, dat laten we al jaren zien op de straat en in de raad. Voor mensen die echte verandering willen, en voor mensen die echte inspraak willen is de SP de enige optie!”

De lijst bestaat vervolgens uit:

6. Marco Lucas
7. Gerda Polman
8. Huub Philippens
9. Danielle Klok
10. Ronald Worm
11. Jan Wolters
12. Kirstin Lackert
13. Marina Casadei

Download HIER het SP Verkiezingsprogramma 2026-2030

  •  

SP: Waarom ontbreekt Amstelveen bij lobby stoppen nachtvluchten?

Fractie stelt Schriftelijke vragen.

12 januari verscheen in verschillende, ook landelijke, media het bericht dat 15 gemeenten een verzoek hebben ingediend aan de formerende partijen tot een verbod op nachtvluchten.

Tot grote verbazing van de fractie van de SP ontbrak de gemeente Amstelveen in het rijtje. De partij heeft opheldering gevraagd.

Fractievoorzitter Patrick Adriaans: “In juni 2025 hebben we een Strategische Agenda Schiphol vastgesteld, waarin notabene in de inleiding al de expliciete wens tot het stoppen van nachtvluchten wordt uitgesproken. Als er dan een lobby komt vanuit meerdere gemeenten kan ik er met de pet niet bij dat de gemeente Amstelveen in het rijtje ontbreekt.”

De partij heeft middels schriftelijke vragen het college gevraagd meer helderheid te verschaffen over de reden van het ontbreken van Amstelveen. Daarnaast de vraag alsnog bij het initiatief aan te sluiten en de raad actief te betrekken.

Adriaans: “Er is een kleine kans dat het college niet op de hoogte was van het initiatief, ik weet nog niet wat erger is. Niet op de hoogte betekent dat Amstelveen niet goed aangesloten zou zijn in de regio, zeker omdat Aalsmeer wel mee doet. Het kan ook zijn dat er miscommunicatie was. Voor de SP is het belangrijk dat Amstelveen zich alsnog aansluit. We hebben daarom het college verzocht snel antwoord te geven, zodat op de raadsvergadering van 28 januari de raad zich daarover uit kan spreken. Afhankelijk van het antwoord van het college overweegt de SP een motie of andere stappen.”

De vragen zijn door de SP in procedure gebracht.

  •  

Gemeente Amstelveen zet zich in voor meer kansen voor mbo’ers

Motie SP Traineeprogramma unaniem aangenomen.

Amstelveen, 11 december 2025. De gemeenteraad van Amstelveen spreekt zich unaniem uit voor het versterken van de positie van mbo’ers binnen de gemeentelijke organisatie. Dit besluit sluit aan bij een landelijke beweging om meer waardering en gelijke kansen te bieden aan jongeren die kiezen voor het middelbaar beroepsonderwijs.

Twee jaar geleden lanceerden jongeren (van de SP) het mbo-manifest “Wij verdienen het”, een oproep tot meer erkenning voor mbo-studenten. Ook binnen overheidsinstellingen is er nog sprake van een ondervertegenwoordiging van mbo’ers, mede door hardnekkige vooroordelen en een gebrek aan bekendheid met carrièremogelijkheden bij de overheid.

De SP Amstelveen wil hierin verandering brengen en nam het initiatief tot de motie ‘Traineeprogramma MBO’. Door mbo’ers actief kansen te bieden om werkervaring op te doen en door te groeien binnen de organisatie, draagt de gemeente bij aan een inclusieve en diverse werkomgeving. De motie werd in de gemeenteraadsvergadering van woensdag 10 december mede ingediend door D66, ChristenUnie, Actief voor Amstelveen. Groenlinks, PvdA en 50 plus en is unaniem gesteund. De brede steun van de gemeenteraad onderstreept het belang van gelijke kansen voor alle opleidingsniveaus.

Raadslid Nora Fakirni:

“Mbo’ers zijn onmisbaar voor onze samenleving. Het is tijd dat zij ook binnen de overheid dezelfde kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Dit is niet alleen een kwestie van waardering, maar ook van het bouwen aan een sterke en toekomstbestendige organisatie.”

Met dit besluit zet Amstelveen een belangrijke stap richting een organisatie waarin talent centraal staat, ongeacht opleidingsniveau.

  •  

Verbeterde zeggenschap toegang tot jeugdhulp gerealiseerd

Het college van burgemeester en wethouders heeft met een raadsbrief van 30 oktober jl. uitvoering gegeven aan een motie van GroenLinks en de SP van 2 april 2025, mede ingediend door vijf andere partijen (PvdA, D66, VVD, 50plus en Goed voor Amstelveen). De motie had als doel om ouders, kinderen en hun netwerk meer zeggenschap te geven over de inzet van jeugdhulp, door beter gebruik te maken van het familiegroepsplan.

Wat is het familiegroepsplan?
Het familiegroepsplan is een plan dat ouders, kinderen en hun netwerk vrijwillig zelf kunnen opstellen, met ondersteuning van een onafhankelijke begeleider. In het plan wordt vastgelegd wat zij zelf kunnen doen en welke hulp van professionals nodig is. Dit zorgt voor betere afstemming tussen gezinnen en jeugdhulpverleners. In Amstelveen vormt het (vrijwillige) familiegroepsplan voortaan de basis voor het gesprek over passende hulp.

Verbeteringen in de praktijk
De motie heeft inmiddels geleid tot concrete verbeteringen in de Amstelveense jeugdhulppraktijk en in de informatievoorziening aan inwoners.
Zo is het familiegroepsplan en de toepassing ervan opgenomen in de trainingen voor alle medewerkers jeugdhulp. Ook worden nieuwe medewerkers jeugdhulp standaard geschoold in het werken met familiegroepsplannen.
Verder is de organisatie Eigen Plan, die familiegroepsplannen faciliteert, betrokken bij het casusoverleg om te stimuleren dat netwerken van inwoners actief worden ingezet bij het opstellen van de plannen.
Tenslotte is de informatie voor ouders, kinderen en hun netwerk over het familiegroepsplan verbeterd en worden zij actief gewezen op de mogelijkheid om daarvan gebruik te maken.
Kortom, het familiegroepsplan is nu een vast onderdeel van de procedure voor het aanvragen van jeugdhulp in Amstelveen.

Meer regie en passende hulp
De motie van GroenLinks en de SP, mede ingediend door vijf andere partijen, draagt bij aan meer zeggenschap van ouders en kinderen over de toegang tot jeugdhulp. Daarmee ontstaat meer ruimte voor maatwerk en voor een betere samenwerking tussen het eigen netwerk en professionele hulpverleners.

Gert Jan Slump (GroenLinks): “Wij strijden al sinds 2018 voor een betere toegang tot jeugdhulp vanuit het perspectief van ouders, kinderen en hun netwerk. De motie van april voegt opnieuw de daad bij het woord. Hierdoor krijgen direct betrokkenen meer zeggenschap over welke jeugdhulp nodig is. Dat dit nu, dankzij de inzet van het college en ambtenaren, is gerealiseerd, is voor ons een doorbraak.”
Nora Fakirni (SP):
“Het familiegroepsplan versterkt gezinnen doordat zij samen met hun netwerk bepalen wat er nodig is, in plaats van dat hulp van bovenaf wordt opgelegd. Dat vergroot de eigen kracht en maakt de hulp effectiever. We zijn blij dat dit nu stevig is verankerd in de Amstelveense jeugdhulp.”

  •  

SP motie verbetering duurzaamheid aangenomen

In de raadsvergadering van 8 oktober jl. is het Rekenkameronderzoek naar het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Amstelveen unaniem aangenomen.

Een SP motie die opriep tot verbetering van de duurzaamheidsparagraaf bij voorstellen die het college aan de raad voorlegt en daarbij de raad aanspoort om ook zelf een actievere rol te spelen, heeft ook unanieme steun gekregen.

In juli verscheen het rapport van de Rekenkamer dat constructief kritisch is op de gemeente. Er gebeurt veel op het gebied van duurzaamheid, dat is positief. De samenhang van het beleid en het goed kunnen volgen van de effecten kunnen volgens de Rekenkamer wel verbeterd worden. Daarnaast constateerde de Rekenkamer dat de raad onvoldoende in positie is, waarbij die verantwoordelijkheid om die rol te pakken bij de raad ligt maar er ook een rol voor het college is.

De SP zag hierin een reden om een motie in te dienen om de duurzaamheidsparagraaf die sinds een jaar of twee onderdeel is van raadsvoorstellen te verbeteren en daarbij ook kritisch te zijn op de eigen verantwoordelijkheid.

Raadslid Patrick Adriaans: ”Procedures en processen en de werkwijze van raad en college zijn niet de meest spetterende onderwerpen. Het is toch belangrijk om kritisch te zijn op die processen. In dit geval hebben wij de terechte kritiek van de Rekenkamer omgezet in een praktische aanpak. Bij alle plannen die de gemeente maakt zit een raadsvoorstel. Hierin worden de belangrijkste elementen van een plan benoemd sinds een tijdje ook wat het plan betekent op het gebied van duurzaamheid. Waar de financiën al een meer robuuste inhoud kennen, is de inhoud en kwaliteit van de duurzaamheidsparagraaf in de voorstellen nog wisselend en onvoldoende scherp. De SP heeft daarom gepleit om in de werkwijze een evaluatie in te bouwen en een leercurve om deze paragraaf en daarmee het duurzaamheidsbeleid naar een hoger plan te tillen.”

Wethouder Gordon gaf in de raad aan dat ook het college had geconstateerd dat de duurzaamheidsparagraaf nog onvoldoende bekend was en zag mogelijkheden tot verbetering en de motie als een handreiking om dit samen met de raad op te pakken.

Zeker het evalueren kon op haar instemming rekenen en mocht wat de wethouder betreft ook gelden voor raadsvoorstellen als geheel en niet alleen de duurzaamheidsparagraaf,

De motie werd mede ingediend door GroenLinks, ChristenUnie en Pvda, en kreeg de steun van de volledige raad.

GroenLinks raadslid Slump: “Duurzaamheid staat aan de basis van al onze plannen de komende jaren. Over hoe we dat doen en of we op koers liggen willen we in het verlengde van de aanbeveling van de Rekenkamer intensiever met elkaar als raadsleden en college in gesprek kunnen gaan'”

Adriaans: “Het mooie vind ik dat door deze motie de raad nu al meer is gaan nadenken over de voorstellen, het is nog niet vanzelfsprekend om bij bv. de horecavisie of het minimabeleid ook te kijken naar de relatie met duurzaamheid, toch is dat nodig willen we de ambities en doelen die breed gedragen worden in de gemeente ook waarmaken. Belangrijk daarbij is dat we, zoals de rekenkamer zegt, voldoende informatie hebben maar vooral ook voldoende inzicht in de samenhang, de inspanningen en de resultaten. Zo gaan we van geduldig papier naar levend beleid.¨

  •  

Kleine klassen met 21 kinderen? Dat gaan politici echt niet voor elkaar krijgen %

Door Ton van Haperen

Argwaan jegens politici die pleiten voor klassen van 21 leerlingen is op zijn plaats, vindt docent Ton van Haperen. Alleen al omdat scholen hun geld liever uitgeven aan bestuurders.

D66 en de SP maken kleinere klassen tot inzet van een wetsvoorstel. Ze denken aan een maximum van 21 leerlingen. Daar willen ze ook geld voor vrijmaken. Zo’n 600 miljoen euro. Een even mooi als onuitvoerbaar voorstel.

Na veertig jaar voor de klas begin ik aan mijn laatste schooljaar. Het aantal lessen dat ik per week geef op een middelbare school ligt met 0,54 fte op 14. Omgerekend naar een volledige werkweek staat dat voor 26 lessen. In mijn klassen zitten maximaal 32 leerlingen. Dit maximum is geen wettelijke grens, maar een schoolafspraak. De overheid legt de groepsgrootte niet wettelijk vast omdat elk schoolbestuur zelf mag bepalen hoe zij de uitgaven gelijk maakt aan het ontvangen budget.

Meer welvaart, geen kleine klas

Mijn ruim twintig jaar geleden overleden vader begon tijdens de wederopbouw in het onderwijs. In 1960 gaf hij wekelijks 26 lessen aan groepen van maximaal 30 leerlingen. Deze norm was wel vastgelegd door de overheid. De school kon de kosten van een splitsing van een groep toen namelijk declareren bij de minister.

Nederland kent vanaf 1960 de grootste nationale welvaartsgroei ooit. Die welvaartsgroei is bewust en met het volle verstand niet naar klassengrootte en lessenaantal voor leraren gegaan. Ik werk in dezelfde intensieve leerlinghouderij als mijn vader in 1960. Wie er dan met die enorme welvaartsgroei vandoor gegaan is? De eerste tranche gaat naar besturen en raden van toezicht, voortkomend uit het politiek besluit van de jaren negentig om de sector te verzelfstandigen, een mooi woord voor privatiseren met overheidsgeld. Bestuurders krijgen de titel maatschappelijke ondernemer, zij – en dus niet de minister – zijn de probleemeigenaar.

Niet de dingen goed doen, maar met het goede doen wordt het uitgangspunt van bestuurlijk handelen. Met stakeholders maatschappelijke waarde toevoegen. Denk aan innovatie en duurzaamheid, wereldvrede, van die dingen.

Mijn schoolbestuur heeft bijvoorbeeld broedplaatsen. Van lessen vrijgestelde collega’s praten over vernieuwing en organiseren inspiratiebijeenkomsten. Zo ontstaat in een autonoom aandikkend praatcircuit rond de scholen met als centraal thema ‘andere samenleving, ander onderwijs’. Mijn werkgever heeft ongeveer 7000 mensen in dienst tegenover 60.000 leerlingen. Kortom, terwijl in de klas de leraar-leerling- ratio hetzelfde blijft, wordt het steeds drukker op kantoor. Dit zijn keuzes die de sector zelf maakt, met decennialange Kamerbrede politieke instemming.

Geen prioriteit

Dit betekent wel dat lesgeven, zowel in kwaliteit, kwantiteit als groepsgrootte, geen prioriteit geniet. In het funderend onderwijs staan 200.000 fte’s tegenover 2 miljoen kinderen. Toch vallen er dagelijks lessen uit door het lerarentekort. De aandacht binnen schoolorganisaties gaat bovendien vooral naar vernieuwing en sturing op basis van een ongekend brede diversiteit aan opvattingen. Eigenlijk mag alles in Nederland. Het verschil in onderwijsvormen nadert oneindig. Soms zitten kinderen helemaal niet in klaslokalen, maar op leerpleinen met 150 leeftijdgenoten. Hoe dan ook, de ontwikkeling van effectieve routines die kinderen in overzichtelijke groepen aanzetten tot leren, het is bijzaak.

De gevolgen van deze internationaal gezien ongebruikelijke prioritering zijn groot. Volgens de Oeso is het nergens zo rommelig in de lokalen als in Nederland. Door dit alles leren kinderen aantoonbaar minder op school. De bekendste statistiek is het door diezelfde Oeso gemeten percentage slecht lezende 15-jarigen. Lag dat 20 jaar terug op 10, nu is het 33 procent.

Onderwijsstatistieken meten prestaties van een geselecteerde groep kinderen op een bepaald moment, in een bepaalde context, en zijn per definitie schijnexact. De beweging van Nederlandse leerprestaties is echter ontegenzeggelijk dalend. Deze daling treft vooral kinderen die van thuis uit minder mee- nemen. Ziehier de echte kansenongelijkheid.

Met het oog op de verkiezingen van 29 oktober is argwaan richting politici die pleiten voor klassen van 21 leerlingen op zijn plaats. De sector zelf wil het niet en kiest juist voor aanwending van middelen aan niet-lesgevende taken. En ja hoor, lesgeven mag dan prachtig en betekenisvol werk zijn, menigeen bepleit deze sociaal wenselijke stelling vooral met de mond. De gemiddelde collega laat de klas met grootste gemak achter zich als zich iets beters aandient.

List en bedrog

Bovendien, de overheid heeft geen geld. De leerlingenaantallen hebben een licht dalende trend, het personeelsaantal groeit en de lonen zijn de afgelopen jaren, met name in het basisonderwijs, ongekend gestegen. Een lagere productiviteit, een hoger loon en meer andere overheidsuitgaven; miljardenbezuinigingen liggen eerder voor de hand dan extra uitgaven voor klassenverkleining.

Vooral ook vanwege de Kamerbrede consensus over verhoging van de defensie-uitgaven van 2 naar 3,5 procent van het bbp. In de toekomst groeit dit percentage zelfs door naar 5. Elk procentpunt meer defensieuitgaven staat voor 10 miljard euro.

Politieke partijen die met goede onderwijsbedoelingen de kiezer over de drempel proberen te trekken, zonder een duidelijk antwoord op de vraag ‘hoe dan?’, transformeren als vanzelf van integere volksvertegenwoordigers naar aandeelhouders van de firma list en bedrog. Onderwijs is een complexe sector die zowel in bestuursrendement als leerprestaties aantoonbaar onderpresteert. Daar verandering in aanbrengen vraagt meer dan de makkelijk scorende klassenverkleining.

Ton van Haperen is docent economie en lerarenopleider

  •  

Politici en strategische technologiebedrijven

Klik op scriptie om te openen

Een kwalitatief onderzoek naar de invloed van politici op de nationale zeggenschap over strategische technologiebedrijven: De case van ASML

Matthew Venhorst
Vrije Universiteit van Amsterdam

  •  
❌