Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing
Op een zonnige donderdagavond namen René en ik online de tijd voor een gesprek over buitenplaatsen, het belang van behoud, en waarom plekken als Wester‑Amstel vandaag de dag relevanter zijn dan ooit.
René is kunsthistoricus, was lange tijd een cultureel-ondernemer en richtte in 2014 stichting Kastelen, (Historische) Buitenplaatsen en Landgoederen op. En hij is al jaren vriend van Wester‑Amstel.
Ga met ons mee in dit gesprek en krijg inzicht in het perspectief van een man wiens passie het is ervoor te zorgen dat de Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen net zo’n wezenlijk onderdeel blijven van de toekomst van ons land als ze dat in het verleden altijd zijn geweest.
Taylor Blades: René, zou je jezelf om te beginnen aan onze lezers kunnen voorstellen?
René Dessing: Mijn naam is René Dessing. Ik ben kunsthistoricus en heb een lang deel van mijn leven als cultureel-ondernemer gewerkt. Ik bouwde vanuit mijn eigen creativiteit mijn ondernemingen op en heb eigenlijk nooit een traditionele baan gehad.
Twintig jaar lang, van 1988 tot 2006, leidde ik cultureel organisatiebureau Artifex, dat in Amsterdam was gevestigd. Samen met een team van tien tot twaalf kunsthistorici organiseerden we culturele programma’s en dagexcursies door heel Nederland. Dit deden wij voor tijdschriften, congressen en bedrijven met een interesse in kunst, architectuur of cultuur.
In 2006 verkocht ik Artifex en verhuisde ik tegelijkertijd naar de prachtige historische buitenplaats Huis te Manpad in Heemstede. Ik noem Huis te Manpad graag een Amsterdamse buitenplaats, omdat de oorsprong ervan nauw verbonden is met de welvaart van de Amsterdamse koopmanselite in de zeventiende en achttiende eeuw. Vele van deze kooplieden kochten grote stukken land rond Amsterdam en legden daar hun lusthoven aan. Wester‑Amstel is daarvan een goed voorbeeld.
Taylor: Naast het feit dat je zelf op een buitenplaats woont, waar komt jouw liefde voor buitenplaatsen vandaan? Wat maakt ze voor jou zo belangrijk?
René: In de zeventiende en achttiende eeuw waren er in Nederland waarschijnlijk duizenden buitenplaatsen. Vandaag de dag zijn daar nog maar zo’n 545 goed of gaaf bewaarde voorbeelden van over. En met “goed bewaard” bedoel ik plaatsen waar huis, tuin, groenstructuur, landgoed en bijgebouwen samen nog steeds één samenhangend geheel vormen.
Tijdens mijn jaren in Heemstede werd het mij bijzonder duidelijk dat veel Nederlanders niet meer goed wisten wat het woord ‘buitenplaats’ eigenlijk betekent. Dat gebrek aan kennis leidde ook steeds vaker tot misverstanden tussen eigenaren enerzijds en de samenleving en overheden anderzijds.
En juist omdat ik zelf op een buitenplaats woonde, ontwikkelde ik een heldere kijk op de bedoeling van Nederlandse buitenplaatsen. Namelijk dat het plekken zijn om de seizoenen te beleven, te genieten van het buitenleven, de wisselende seizoenen en van de schoonheid van de natuur. Dat is iets wat ik graag met anderen wilde delen.
Taylor: Is dat wat heeft geleid tot het Jaar van de Historische Buitenplaats?
René: Precies. In 2012 heb ik samen met anderen het Jaar van de Historische Buitenplaats geïnitieerd om deze plekken weer op de publieke agenda te zetten. Søren vervulde de rol van penningmeester tijdens deze campagne. Ik was voorzitter van de stichting en samen met andere bestuursleden en talrijke vrijwilligers hebben wij ervoor gezorgd dat het jaar goed verliep.
Het jaar bleek zeer succesvol. Verschillende provincies begonnen beleid en subsidieregelingen te ontwikkelen voor het behoud van deze buitenplaatsen. De behoeften van buitenplaatsen in het hele land werden meer erkend en er kwam daadwerkelijk beweging en vooruitgang op gang.
Taylor: En is stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) uit deze beweging voortgekomen?
René: Ja. In februari 2014 heb ik sKBL opgericht. Een van onze eerste acties was het opzetten van een centrale website waarop zo veel mogelijk buitenplaatsen digitaal werden samengebracht.
Want hoewel ik samen met Jan Holwerda De Nationale gids Historische Buitenplaatsen heb samengesteld, waarin alle buitenplaatsen zijn opgenomen, was er online simpelweg niets te vinden.
Daarom heb ik verschillende vrijwilligers van sKBL gevraagd om mee te helpen. Binnen negen maanden lanceerden we onze website, met zo’n 350 buitenplaatsen. Dat was de eerste keer dat zo’n digitaal overzicht in Nederland bestond, en daarmee een historisch moment.
Vandaag de dag werkt sKBL op landelijk niveau. We zetten ons niet in voor één enkele plek, maar ondersteunen buitenplaatsen en landgoederen in het hele land.
Taylor: Waar streeft sKBL naar?
René: Tegenwoordig worden vele buitenplaatsen geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen: klimaatverandering, infrastructurele druk en een gebrek aan begrip bij overheden en maatschappelijke vooroordelen ten aanzien van deze plekken. Veel mensen zien buitenplaatsen nog steeds als ‘plekken voor de rijken’, en dat zorgt ervoor dat zij hun interesse verliezen.
Maar als je een buitenplaats bekijkt als een kunstwerk, ervaar je haar op een heel andere manier. In werkelijkheid zijn buitenplaatsen plekken van duurzaamheid, schoonheid en harmonie. Het zijn ware schatten, in een wereld die voortdurend in beweging is.
Vanuit die gedachte is het doel van sKBL in essentie om mensen te zeggen: kijk naar deze plekken, ontdek ze, heb er respect voor en help ze te behouden voor de toekomst. Wij willen het publieke bewustzijn vergroten en waardering creëren voor de toekomstige zorg voor deze buitenplaatsen. Ik vind het belangrijk dat mensen weten wat sKBL is en waar wij ons voor inzetten.
Daarom nodigen wij ook de vrienden van Wester‑Amstel van harte uit om onze website te bezoeken, zich aan te melden voor onze digitale nieuwsbrief, ons werk te volgen in de sociale media en, als zij zich aangesproken voelen, sKBL als particulier donateur te steunen.
Wie Wester‑Amstel waardeert, zal ook de andere buitenplaatsen waarderen, want ze zijn stuk voor stuk prachtig en rijk aan karakter en geschiedenis.
Taylor: Hoe werkt sKBL eraan om buitenplaatsen zichtbaarder en toegankelijker te maken?
René: We organiseren een scala aan activiteiten. Voor onze donateurs en vrienden houden we studiedagen en organiseren we zo nu en dan programma’s. Daarnaast publiceren we een digitale nieuwsbrief.
Ook geven we regelmatig boeken uit. Al zo’n elf jaar reiken we de sKBL Ithakaprijs uit: een prijs van €5.000 voor een publicatie over een kasteel, historische buitenplaats of landgoed of daaraan gelinkte onderwerpen. Zo won in 2022 Gerrit van Oosterom deze prijs voor zijn proefschrift Boeren op de Buitenplaats. Dit onderzoek betreft het gebied waartoe ook Wester-Amstel behoort.
Daarnaast kennen we nog een andere activiteit, waarbij we een schrijver of journalist uitnodigen om enkele dagen als writer‑in‑residence op een buitenplaats te verblijven. De ervaringen die daaruit voortkomen worden gedeeld via een krantenartikel, een interview of een andere publicatievorm.
Al deze initiatieven hebben één duidelijk doel: mensen bereiken en hen eraan herinneren dat we deze bijzondere en waardevolle plekken niet mogen vergeten en moeten behouden.
Taylor: Hoe beïnvloedt jouw achtergrond als kunsthistoricus de manier waarop jij naar buitenplaatsen kijkt?
René: Als kunsthistoricus begon ik natuurlijk bij de kunst zelf, maar na verloop van tijd zag ik steeds duidelijker hoeveel kunst eigenlijk geïnspireerd is op de natuur. Stillevens, bloemen, landschappen: veel is met de echte natuur verbonden. In de loop van mijn leven ben ik me gaan realiseren dat de natuur zelf de ware kunst is.
Zo kijk ik ook naar buitenplaatsen: als kunstwerken, maar niet uitsluitend gemaakt van materialen. Het zijn levende composities, gevormd door bomen, planten, paden, bankjes en vele andere elementen die samen iets harmonisch en moois creëren. Als Gesamtkunstwerke, totale kunstwerken, zijn ze ongelooflijk waardevol, maar tegelijk ook zeer kwetsbaar. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we ze moeten beschermen en behouden voor toekomstige generaties.
Ik ben het gelukkigst wanneer ik eenvoudigweg deel uitmaak van de natuur, en dáár richt ik mijn energie op.
Taylor: Wie zie je op dit moment als jullie belangrijkste publiek? Zijn jongere generaties geïnteresseerd in dit soort historisch erfgoed
René: Het merendeel van onze vrijwilligers, misschien wel zo’n 15.000 in heel Nederland, bestaat uit mensen van 65 of 70 jaar en ouder. Zij zijn degenen die al deze prachtige tuinen en historische huizen onderhouden.
Tegelijkertijd hoor je jongere generaties veel praten over natuurbescherming en duurzaamheid, maar zie je hen zelden op deze buitenplaatsen. Hoe komt dat? Waar gaat het mis? Waarom is er geen echte verbinding tussen jonge mensen en deze oude buitenplaatsen?
Misschien heeft het te maken met energie, of met levensfase, of spelen er toch ook vooroordelen mee. Je weet het eigenlijk niet.
Wat ik wél weet, is dat voor veel vrijwilligers één dag per week werken in een tuin, of simpelweg aanwezig zijn in zo’n omgeving, enorm veel plezier en voldoening geeft. Er zijn vandaag de dag veel mensen, jong en oud, die lijden onder een voortdurende stroom van emoties en gedachten. En weet je? Dat verdwijnt in plekken als Wester‑Amstel. Deze plaatsen helpen mensen om te vertragen en opnieuw rust te vinden.
Dat is iets heel krachtigs. En ik hoop dat interviews als deze ook jongere generaties kunnen inspireren om beter te kijken en zich meer met deze plaatsen te verbinden.
Taylor: Je hebt gesproken over de uitdagingen waar buitenplaatsen mee te maken hebben. Zijn die anders dan toen je net met sKBL begon?
René: Sommige uitdagingen zijn nieuw, andere niet zozeer. Klimaatverandering en waterbeheer staan momenteel zeer hoog op de agenda. Nieuwe woningbouw zorgt voor extra druk op het landschap, terwijl het erfgoedbeleid in Nederland sterk is gedecentraliseerd.
Buitenplaatsen hebben het relatief goed in provincies als Utrecht, Gelderland of Zuid‑Holland, maar elders kan het bewustzijn aanzienlijk lager zijn. Twaalf provincies, twaalf verschillende beleidslijnen… en dat is gevaarlijk. We hebben minder politiek nodig en meer gezond verstand.
Taylor: Als je terugkijkt op het Jaar van de Historische Buitenplaats en de jaren daarna, hoe staat het er nu voor?
René: Destijds was er sprake van een duidelijke, positieve omslag. Inmiddels zijn we twaalf jaar verder, en ik denk dat we eigenlijk opnieuw zo’n jaar nodig hebben. Er zijn nog altijd veel behoeften binnen de hele erfgoed‑ en monumentensector, en financiering blijft een terugkerend vraagstuk.
Dat gezegd hebbende, zijn buitenplaatsen in 2026 zeker beter zichtbaar en meer erkend dan voorheen. In veel gevallen is de kwaliteit van restauratie acceptabel. Maar onderschat niet hoeveel inspanning het kost om dat niveau te behouden, de inzet van vrijwilligers, eigenaren en de financiële middelen die daarvoor nodig zijn. Het is een voortdurende strijd om alles op peil te houden.
Tegelijkertijd is het politieke klimaat aan het veranderen. Er spelen veel zorgen in de wereld, en in die context worden kwesties rond tuinen en buitenplaatsen soms als ondergeschikt gezien. Maar juist in tijden als deze bieden deze plekken troost. Ze zijn diep rustgevend, en deze huizen en landschappen dragen dat gevoel in zich. En hoe groter de spanningen in de wereld, hoe groter hun waarde eigenlijk wordt.
Taylor: Op een meer persoonlijk niveau: wat valt je als eerste op wanneer je een buitenplaats bezoekt? En wat is jouw indruk van Wester‑Amstel?
René: Ik zie deze huizen, deze buitenplaatsen, altijd als ensembles. Ze vormen één geheel, één eenheid. Wat mij vaak als eerste opvalt, zijn de oude bomen, een zo belangrijk kenmerk van veel buitenplaatsen. Ik heb een grote liefde voor oude bomen.
Daarnaast waardeer ik vooral de relatie tussen de architectuur en het omliggende groen. Soms is er ook een rijk interieur dat mij aanspreekt. En ik voel me altijd aangetrokken tot volwassen planten, bloembedden en dat soort details.
Wat mij bij Wester‑Amstel bijzonder veel plezier geeft, is de sterke positieve of liefdevolle energie van de plek. Dat voel je meteen wanneer je er bent. Dat heeft natuurlijk te maken met het professionele beheer van Wester‑Amstel en de zorg en aandacht van alle vrijwilligers. Je merkt dat dit een plek is waar mensen echt van houden — een plek waar mensen graag komen omdat ze zich ermee verbonden voelen. Dat is een bijzondere sfeer die niet elke buitenplaats heeft.
Tekst door: Taylor Blades
The post Vrienden van Wester-Amstel: René Dessing appeared first on Wester-Amstel.