Jac Lissone: de start van 125 jaar Lissone-Movig’s op Wester-Amstel
Op maandag 29 oktober 1900 kocht Jac Lissone de buitenplaats Wester-Amstel op een veiling in Frascati te Amsterdam. De buitenplaats werd omschreven als een ‘goed onderhouden HEERENHUIS annex Koetshuis, Stalling voor 3 paarden en Koetsierswoning, Moestuin, Bosch- en Weiland, tezamen groot 2 hectaren, 74 aren en 96 centiaren’. Hij had met 12.000 gulden het winnende bod. En daarmee maakte de familie Lissone haar entree op de toen bijna twee-en-een-halve eeuw oude buitenplaats. Nu, 125 jaar later, bestieren zijn nazaten deze nog steeds.
Wie was deze man, voluit Jacobus Philippus Johannes Franciscus geheten? Waar haalde hij zijn geld vandaan? Wat bewoog hem tot deze aankoop? En welke rol speelde zijn vrouw Catharina achter de schermen?
Al jong op eigen benen
Jacobus Lissone werd op 24 februari 1840 geboren in Rotterdam als oudste van vier kinderen. Zijn vader en grootvader Lissone waren Amsterdammer. Zijn overgrootvader was uit het Zwitsers-Italiaanse Bellinzona naar Amsterdam gekomen en werd in 1768 als burger (‘poorter’) ingeschreven, met als beroep koopman. Vermoedelijk handelde deze in zuidvruchten – sinaasappels, gekonfijte dadels enzovoort -, waarbij zijn Italiaanse contacten hem goed van pas kwamen.
Jac’s moeder, Cornelia Houtman, stierf toen hij zeven jaar oud was. Twee jaar eerder stierf zijn jongere broertje, zijn zusje volgde toen hij tien was. Zijn enige overgebleven broer zou hem op 25-jarige leeftijd ontvallen. Ongetwijfeld hebben deze gebeurtenissen hem gevormd.
Hij vertelde ooit aan zijn zoon Jacques dat hij vanaf zijn twaalfde in zijn eigen onderhoud had moeten voorzien. Waarschijnlijk ging hij in de leer bij zijn grootvader, in de handel van exotisch fruit. Uit advertenties blijkt dat hij als 20- en 21-jarige meermaals optrad als ‘huissier’ bij veilingen van failliete boedels. (Een ‘huissier’ was een soort van gerechtsdeurwaarder). Bij die boedels ging het telkens om exotisch fruit, zoals bijvoorbeeld geconfijte gember, een veelgevraagde delicatesse in die tijd.
Ondernemer en marketingtalent
Toen Jac 22 jaar was, werd hij samen met zijn vader en toen nog levende broer ingeschreven op een adres aan de Stadhouderskade. Vader hertrouwde. De katholieke Jac had inmiddels zelf een aanstaande echtgenote ontmoet, de Lutherse Catharina Schleger. Ze trouwden op 13 juli 1864 in Rotterdam en gingen in de havenstad wonen. Jac was weer terug in zijn geboorteplaats. Daar begon zijn eigen zaak, in exotische vruchten en delicatessen.
De jonge ondernemer onderkende de grote voordelen van naamsbekendheid en adverteren. Er is een veelvoud aan advertenties terug te vinden in kranten uit die tijd:
Hij was creatief én klantgericht. Bij J.P. Lissone kon je 150 jaar geleden al een pakje terugsturen wanneer de inhoud niet naar ‘genoegen werd bevonden’. Destijds revolutionair, tegenwoordig gangbaar.
Het ging het echtpaar Lissone goed. Ze kregen in Rotterdam vijf kinderen.
De ondernemende Jac breidde zijn handel in delicatessen uit met een bodedienst op London. Hij kwam reeds veelvuldig in London. Op de veel grotere Londense markt kocht hij exclusieve etenswaren in. Enkel de zeer gefortuneerden konden zich deze etenswaren permitteren. Diezelfde maatschappelijke bovenlaag bleek ook behoefte te hebben aan een betrouwbaar transport van kostbare goederen en waardepapieren naar Londen. Een dergelijke bodendienst bleek een gat in de markt. Tot de concurrentie van de Rijkspostpakkettendienst (nu: PostNL) kwam, verdiende hij hier goed geld mee.
In 1874 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Jacobus vestigde hier in 1876 een filiaal van zijn delicatessenhandel aan de Pijpenmarkt, nu deel van de Nieuwezijds Voorburgwal. Hij liet daarbij zijn creativiteit niet belemmeren door details over zijn geboorteplaats. Tussen alle bedrijvigheid door kreeg het echtpaar nog drie kinderen. Uiteindelijk zouden vijf van de acht een volwassen leeftijd bereiken. Reisbureau, bodendienst én gezin werden op de Singel gehuisvest.
De eerste gezelschapsreis
Jac kende Londen als zijn broekzak. Het was daarom niet gek dat hij zich in 1876 door een bevriend arts, dhr. Haksteen, liet overhalen om hem en een klein gezelschap te begeleiden bij een trip naar Londen. Op 24 mei vertrokken de twaalf reizigers met hun gids naar Engeland. Het reisje was een groot succes. Jac bleek een uitstekend organisator en een zeer onderhoudende reisleider. De handige adverteerder Jac liet de twaalf deelnemers via een advertentie in het Handelsblad en Het Nieuws van den Dag van 19 juli 1876, hun erkentelijkheid betuigden:
Na dit succes organiseerde Jac meer gezelschapsreisjes naar Londen. Hij begeleidde ze allemaal zelf. De Wereldtentoonstelling van 1878 in Parijs was aanleiding om ook dáár reizen naar toe te organiseren. Het reisbureau Lissone begon vorm te krijgen. De eerste in Nederland, met enkel het Engelse Thomas Cook als voorbeeld in Europa.
Het aantal reizen en bestemmingen breidde gestaag uit. Met een reisje naar de Moezel, naar de Schotse Hooglanden, Zwitserland, Italië, Noorwegen en Amerika, om een paar te noemen. De populariteit van het reizen in een gezelschap nam toe. Daar had Jac zelf de hand in. Hij adverteerde volop en gaf lezingen door het hele land. Zo verleidde hij de tot dan toe honkvaste Nederlandse burgers.
Lissone werd een bekende naam bij de gegoede burgerij. Dames die niet de mogelijkheid hadden om zelfstandig te reizen, behoorde tot zijn belangrijkste doelgroep. Aan de deelnemers stelde hij wel eisen. Ze moesten hun goede humeur en wellevendheid meenemen. Onaangenaam gezelschap kon van de excursie worden verwijderd. Uiteraard met schadeloosstelling. Hij bleef klantgericht.
In 1887 begon hij te adverteren onder de naam ‘Lissone’s Touristen-Bureau’. Maar pas in 1891 was het bedrijf zo groot geworden, dat de bodendienst en delicatessenhandel aan de kant werden geschoven. Zijn vrouw, twee zonen en drie dochters gingen allemaal meehelpen. Om zijn niet-geëmancipeerde clientèle niet te verontrusten over de feminiene inbreng, werd de naam slechts gewijzigd in Lissone & Zoon. De taakverdeling was helder: vader en zoons waren de beminnelijke doch goed georganiseerde reisleiders. Vrouw Catharina en dochter Cornelia zorgden met hun zakelijk brein voor de financiële gezondheid van het bedrijf. Dochters Johanna en Catharina zorgden voor de billet-verkoop en gaven inlichtingen aan de cliënten . Ook verzorgden de Lissone- vrouwen de zakelijke correspondentie met alle buitenlandse hotels, scheepvaartmaatschappijen, spoorwegen, enzovoort. Daarbij – naarmate het bedrijf groeide – ondersteund door meer en meer medewerkers.
Schrijverstalent
Naast al het werk vond Jacobus nog tijd voor een andere activiteit: schrijven. Zo publiceerde hij in 1879 een novelle met de titel ‘Een nacht op de Noordzee’. Niet verrassend speelt dit een verhaal zich af te midden van een groep reizigers aan boord van een stoomschip naar Engeland. Jacobus beschrijft sociale verhoudingen met een milde spot. Zijn 19e -eeuwse gevoel voor humor klonk door in observaties als. ‘Bij mijn ziel! Ik heb in Londen bij madame Tussauds poppen gezien in wier trekken meer uitdrukking lag dan in die van den Brit.’ In 1896 publiceerde hij onder pseudoniem ‘Betsy van Amstel ‘Op reis met Betsy van Amstel’ en in 1897 ‘Een reisje naar het eiland Wight (via Londen) met de stoomvaartmaatschappij ‘Zeeland’’. Deze uitgaves waren nadrukkelijk gericht op vrouwelijke lezers, om hen tot het reizen te verleiden. Daarnaast schreef hij vele reisverhalen in het door hem zelf opgerichte tijdschrift ‘De Nederlandsche Tourist’.
Wester-Amstel
Het ging hem op zakelijk gebied voor de wind. Maar het duurde lang voordat hij zich grootvader mocht noemen. In 1898 werd zijn eerste en enige kleinkind geboren, Ludvig Emil Movig, zoon van dochter Cornelia en de Noorse rederszoon Severin Emil Movig. Jacobus was gek op de kleine jongen. Grootouders, ouders, de kleinzoon en twee ongehuwde dochters Johanna en Catharina woonden bij elkaar in het inmiddels krap bemeten huis Singel 163 te Amsterdam. Het werd tijd voor iets groters. Passend bij de status van de inmiddels zeer welgestelde familie. Vanzelfsprekend in een aangename lommerrijke omgeving.
Het was de tijd van de uittocht van gegoede Amsterdamse burgerij naar het Gooi en Kennemerland. De Lissone’s wilden wat anders. De hele familie werkte inmiddels in het reisbureau. De vrouwen moesten daarvoor dagelijks heen en weer naar het kantoor, eerst aan de Singel, later in de Leidsestraat en op de Dam. Hun oog viel op Wester-Amstel. Praktisch, want makkelijk per koets bereikbaar via de Amsteldijk. Maar ook met de nieuwe stoomvaartdienst. Die passeerde ieder kwartier Wester-Amstel, en hield op verzoek aan bij de steiger voor het huis.
Jacobus, bedreven in het veilingwezen, sloeg zijn slag op een onroerend goed veiling in “Frascati” aan de Nes in Amsterdam. Na de aankoop investeerde hij een vergelijkbaar bedrag in het opknappen van het huis en park. Zo werd de dicht-geslibde vijver met een schroef van Archimedes leeggepompt en met de hand weer uitgegraven. Er werd een bessentuin aangelegd, een stokrozenlaantje, en er werden nieuwe fruitbomen geplant. En er werd een theekoepel aangevoerd, per schuit.
Wester-Amstel werd een aanloopplek voor vrienden en familie van alle gezindten. Letterlijk. De spraakzame, katholieke Jac werd al snel dik bevriend met de protestante dominee van Ouderkerk. Die kwam graag na de zondagse dienst aanwaaien op Wester-Amstel. Officieel kwam hij langs voor de zielenzorg van de Lutherse Catherina. Dat hij direct met Jacobus en een goede fles in de tuinkamer dook, moest verborgen blijven in het sterk verzuilde Nederland.
Overlijden
Jac Lissone overleed op 28 oktober 1907 aan een hartaanval. Op Wester-Amstel. Hij voelde zich al enige weken onwel en was thuisgebleven. Hij had met een reisgezelschap naar Berlijn zullen afreizen. Zijn laatste reis ging per boot, over de Amstel naar Zorgvlied. Daar werd hij bijgezet in het katholieke graf wat hij reeds in 1888 had aangeschaft voor zijn op 22-jarige leeftijd overleden dochter Maria. Daar ligt hij nog steeds.
Het reisbureau ging verder. Eerst zelfstandig, onder leiding van dochter Cornelia en zoon Jacques. Na de eerste wereldoorlog fuseerde het tot Lissone-Lindeman. Uiteindelijk ging het op in TUI.
Wester-Amstel bleef tot heden in handen van zijn nazaten.
Door: Anja Lissone
The post Jac Lissone: de start van 125 jaar Lissone-Movig’s op Wester-Amstel appeared first on Wester-Amstel.










