Opstaan voor het goede, door anders te leven

De ijsbeer staat symbool voor wat er op het spel staat. Voor een wereld die opwarmt, voor grenzen die worden overschreden en voor de vraag hoe wij omgaan met de schepping. Voor Herman is die vraag geen abstracte. Als burgerlid bij de ChristenUnie werkte hij mee aan initiatieven voor bescherming van lokale ecosystemen en het terugdringen van vervuiling en uitstoot. Zo hielp hij mee aan het besluit om op gemeentelijke reclameborden geen fossiele reclame meer toe te laten. Maar wie Herman beter leert kennen, ziet: voor hem stopt betrokkenheid niet bij de raadszaal. Ook in zijn dagelijks leven probeert hij een andere balans te vinden met de schepping.

Leven in eenvoud
In zijn zoektocht naar eenvoudige antwoorden belandde Herman ooit in een tussenjaar in een christelijke leefgemeenschap op het Engelse platteland. Hij woonde en werkte er als vrijwilliger in een opvanghuis voor kwetsbare vrouwen, dat tegelijk een kleinschalige biologische boerderij was. “Daar leerde ik het verband zien,” vertelt hij, “tussen de kwetsbaarheid van mensen die worden uitgebuit en een ecosysteem dat wordt uitgeput.” Die ervaring bleef. Terug in Nederland bleef hij gefascineerd door de kracht van kleine gemeenschappen. Samen met zijn vrouw Anna, onderzocht hij christelijke leefgemeenschappen in Nederland. In 2021 schreven zij daar een boekje over. “Veel van die gemeenschappen verzetten zich tegen het idee van oneindige groei,” zegt Herman. “Ze zoeken naar een vorm van genoeg. En ze proberen grote wereldproblemen op kleine schaal serieus te nemen. Dat lijkt soms kneuterig, maar uiteindelijk is dat de enige manier waarop verandering ooit begint.” Hij glimlacht: “Misschien is dat ook waarom gemeentepolitiek me zo aanspreekt. Die is soms ook een beetje kneuterig.”

De Dorothy-gemeenschap
Die zoektocht krijgt vandaag vorm in de Dorothy-gemeenschap, in de Bovenkerkerpolder. Een plek van gastvrijheid, eenvoud en verbondenheid. Waar samen wordt gegeten, gewerkt, gebeden en geleefd. Waar ruimte is voor kwetsbare mensen. En waar spiritualiteit geen bijzaak is, maar het kloppend hart. Er wordt samen geklust en getuinierd. Er is een kapel op wielen, waar in de stijl van Taizé wordt gebeden. Er zijn filmavonden, protestwakes en momenten van stilte. Niet als hobby, maar als antwoord op onrecht. “We willen niet alleen praten over een andere wereld,” zegt Herman. “We willen haar alvast beginnen te leven. Dan merk je ook het verschil tussen mooie idealen en het aanmodderen van de praktijk.”
Kwetsbaar en onzichtbaar
Herman is eerlijk over zijn ongemak bij grote, aansprekende natuursymbolen. “Eigenlijk ben ik altijd een beetje wantrouwig als het over ijsberen, walvissen of neushoorns gaat,” zegt hij. “Ik maak me meer zorgen over alles wat níét gezien wordt.” Hij schetst een beeld: een mosje of algje in de Amstelveense polder, cruciaal voor het ecosysteem, maar onopgemerkt en zo onder asfalt verdwenen. “Zo gaan we ook met mensen om,” zegt hij. “Kwetsbare mensen blijven vaak buiten beeld.” Laatst las hij in gemeentelijke stukken dat er in Amstelveen geen hulp nodig zou zijn voor ongedocumenteerde vluchtelingen, omdat die er niet zouden zijn. “Terwijl ik persoonlijk al twee gezinnen ken die in Amstelveen wonen.”

Dag van de IJsbeer
Toch staat Herman op de Dag van de IJsbeer graag stil bij onze kwetsbaarheid. “De ijsbeer lijkt sterk, bijna onaantastbaar,” zegt hij. “Net zoals wij mensen onszelf vaak zien. Maar die kracht is schijn. Zonder een gezond ecosysteem redt de ijsbeer het niet, net zomin als wij.” Misschien is dat wel de kern: beseffen dat wij niet de koning van het ecosysteem zijn. Dat wij leven binnen een groter geheel dat kwetsbaar is en ons is toevertrouwd en dat ons handelen daar directe gevolgen voor heeft. Dat besef vraagt iets van ons. Niet alleen van beleid, maar ook van levensstijl. Van consumptie. Van keuzes die soms ongemakkelijk zijn. “Het gaat over grenzen,” zegt Herman. “En over de vraag of we bereid zijn die te respecteren.”
Opstaan voor het goede
Voor Herman betekent Opstaan voor het goede leven met open handen. Minder nemen. Meer delen. Grenzen erkennen. En ruimte maken voor wie kwetsbaar is; mens én schepping. Zijn leven laat zien dat duurzaamheid niet begint bij een beleidsnota, maar bij een persoonlijke vraag: hoe wil ik leven? En misschien nog wel belangrijker: durf ik dat ook echt te doen? Op de Dag van de IJsbeer herinnert zijn verhaal ons eraan: dat echte verandering begint bij geleefde keuzes, dat eenvoud bevrijdend kan zijn en dat hoop zichtbaar wordt waar mensen het goede alvast beginnen te doen.


