Amstelveense toeslagenouder mag beeld niet weghalen uit tuin ministerie
De rechtbank in Den Haag heeft vanmiddag bepaald dat de Amstelveense toeslagenouder Yasmin Molleman geen beslag mag laten leggen op een bronzen kunstwerk van de Rijksoverheid.
Dat wil Molleman omdat het Rijk haar nog een dwangsom van 15.000 euro schuldig zou zijn. De overheid spande een kort geding aan en kreeg gelijk. Molleman was eerder namelijk al akkoord gegaan met een ander voorstel, en kon daarom geen aanspraak meer maken op andere claims.
In een overvolle rechtszaal, met journalisten, belangstellenden en vertegenwoordigers van de Staat, zit Molleman alleen aan een tafel, gehuld in zwart, met een dik dossier voor zich. Zonder advocaat is ze naar de zitting gekomen om zelf haar verhaal te doen. Volgens haar heeft ze nog recht op een dwangsom van 15.000 euro, die nooit is betaald.
Claims vervallen
Volgens de landsadvocaat heeft Molleman daar geen recht meer op, al betreurt ze de gang van zaken zeker. Molleman ondertekende namelijk een vaststellingsovereenkomst met SHG, de Stichting Hersteloperatie Gedupeerde Ouders, een organisatie die namens de overheid schikkingen treft met slachtoffers van de toeslagenaffaire. In die overeenkomst staat een zogenoemde 'finale kwijting': alle afspraken tussen beide partijen worden daarmee definitief vastgelegd en andere claims vervallen.
"Als ik had geweten dat mijn bezwaar dan ongeldig zou worden, had ik nooit getekend. Ik heb onder valse voorwendselen getekend", zegt Molleman. Volgens Molleman had de jurist die haar bezwaar behandelde telefonisch gezegd dat zij de vaststellingsovereenkomst in 2024 kon tekenen en dat haar bezwaar tegelijkertijd zou blijven bestaan. Op basis daarvan tekende Molleman de overeenkomst op 3 juni van dat jaar bij SHG, waarna de Staat bijna twee ton aan haar overmaakte.
Later blijkt dat de bezwaarjurist zich had vergist. Op 31 juli 2024 mailde hij dat er niet tegelijk sprake kon zijn van een lopend bezwaar én een vaststellingsovereenkomst, waardoor de overeenkomst leidend zou zijn.
Tekst gaat door onder de foto.
Begin 2025 stapt Molleman naar de rechter in Amsterdam om haar bezwaar alsnog gegrond te laten verklaren. Volgens de Staat wist de rechter toen niet dat er al een vaststellingsovereenkomst was gesloten. De rechter oordeelt dat de Staat alsnog 15.000 euro moet betalen voor een jaar waarin Molleman volgens de uitspraak niet was gecompenseerd. Dat bedrag zou niet in de vaststellingsovereenkomst zijn meegenomen.
Nieuwe uitspraak
Maar daarmee is de zaak nog niet voorbij. Op 6 november 2025 oordeelt de rechtbank in Amsterdam dat de overheid niet langer verplicht is een besluit te nemen over de dwangsom. Voor het uitbetalen van de dwangsom moet Molleman naar een burgerlijke rechter. Daarop neemt Molleman een opvallende stap: ze laat beslag leggen op het ruim 3.500 kilo zware bronzen beeld bij twee ministeries.
Tekst gaat verder onder foto.
Volgens de rechtbank kan een rechterlijke uitspraak niet worden genegeerd. Maar in het licht van de vaststellingsovereenkomst oordeelt de rechtbank dat met het beslag misbruik wordt gemaakt van de gemaakte afspraken. Daarom wordt het beslag opgeheven.
"Het is teleurstellend, ik ben het er niet mee eens", zegt Molleman na afloop. Molleman is niet zeker of ze in hoger beroep gaat.
Het ministerie laat in een schriftelijke reactie weten dat het vooral belangrijk vindt dat er nu eindelijk duidelijkheid is gekomen. "Niet alleen belangrijk voor de ouder in kwestie, het ministerie, maar ook voor alle andere ouders", aldus Jaap Eikelboom, woordvoerder Herstel Toeslagen.







