JEUGD (2) | ‘Je moet altijd doorgaan, ook als je eigenlijk niet meer kunt winnen’ – Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal
Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal | Drie teams, drie nieuwe hoofdpersonen en drie heel verschillende voetbalweken. Bastiaan van WV-HEDW O14-1 baalt stevig van negen tegendoelpunten, maar analyseert opvallend scherp wat er mis én goed ging. Anouk van TOS-Actief MO17-1 verloor ook ruim, maar stapte toch met een goed gevoel van het veld. En Augustin van NFC O15-1? Die zag zijn ploeg twee keer verliezen in een week, maar maakte zelf drie doelpunten. Welkom bij deel twee: over teleurstelling, spierpijn, schoolkamp, Ajax, doelpunten en vooral weer opstaan.
Een week geleden begonnen we aan Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal met ambities. Kampioen worden, promoveren, veel doelpunten maken, de nul houden en vooral veel plezier beleven. Dat klinkt allemaal fantastisch wanneer een seizoen nog grotendeels voor je ligt. Maar voetbal heeft soms zo zijn eigen plannen.
Lees ook hier: ‘We willen kampioen worden’ – drie aanvoerders trappen Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal (1) af
Een week later is er namelijk ook gewoon verloren. En niet één keer. Bij onze drie teams waren de uitslagen ditmaal bepaald niet allemaal geschikt om boven het bed te hangen. En dus begint het echte verhaal misschien nu pas. Want hoe reageer je als dertien- of zestienjarige wanneer je op zaterdagmiddag een flinke tik krijgt? Ben je vijf minuten boos? De hele avond? Kun je ook tevreden zijn na een ruime nederlaag? En wat als je zelf drie keer scoort, maar jouw ploeg toch verliest?
We spraken deze week met Bastiaan van WV-HEDW O14-1, Anouk van TOS-Actief MO17-1 en Augustin van NFC O15-1. Hun verhalen blijken opvallend volwassen. En gelukkig af en toe ook heerlijk jeugdig.
Bastiaan heeft zijn huiswerk al gedaan
Vraag Bastiaan hoe zijn wedstrijd ging en je krijgt geen antwoord van drie woorden. Dat kunnen we alvast verklappen. De linksback van WV-HEDW O14-1 heeft nagedacht. Heel veel nagedacht zelfs. Over zijn eigen wedstrijd, over de tactiek, over omschakelen, over de positie van de aanvallers en over wat er gebeurde nadat zijn ploeg bij rust nog volop in de wedstrijd zat. Hij had bovendien een bijzondere voorbereiding achter de rug. Bastiaan was drie dagen op schoolkamp geweest. Daardoor trainde hij alleen maandag en dinsdag en speelde hij tegen Almere City slechts één helft. Zelf vond hij zijn optreden „redelijk”.
Maar tevreden? Niet helemaal. „Soms pakte ik de bal goed af, maar ik stapte ook te snel in. Daardoor kon mijn man mij een paar keer uitspelen. Hij was denk ik iets sneller dan ik, dus misschien moet ik ook wat meer op snelheid gaan trainen.” Dat is één verbeterpunt. Maar Bastiaan heeft er nog eentje. En die vindt hij eigenlijk belangrijker. „Ik gaf op een gegeven moment best snel op. Ik sprintte niet meer volledig. Dat kan echt beter. Ook als je achterstaat, moet je altijd doorgaan. Zelfs als er eigenlijk geen kans meer is om te winnen.”
Dat is nogal een conclusie na een voetbalwedstrijd. Geen excuus, geen vinger naar een ander. Gewoon: dit deed ík wel en niet goed.

Van 2-1 naar 9-1
Toch vertelt de eindstand maar een deel van het verhaal. WV-HEDW verloor uiteindelijk met liefst 9-1 van profclub Almere City FC, maar wie alleen die cijfers ziet, zou nooit vermoeden dat de Amsterdammertjes bij rust nog gewoon in de wedstrijd zaten. Sterker nog: Bastiaan vond de eerste helft erg goed. WV-HEDW probeerde op te bouwen, kwam regelmatig voetballend onder de druk uit en liet volgens hem precies het voetbal zien dat de ploeg wil spelen. Toen ging het in korte tijd mis. Almere City maakte de 1-0. WV-HEDW baalde daarvan en was vervolgens nét niet scherp genoeg voor de hervatting. De tegenstander wel. Binnen ongeveer anderhalve minuut lag ook de 2-0 erin. „Dat was echt zonde. Als we meteen weer klaar hadden gestaan, hadden we die tweede misschien kunnen voorkomen.”
Maar WV-HEDW reageerde. Na een goed uitgespeelde aanval kwam de bal bij Florian terecht, die voor 2-1 zorgde. Voor Bastiaan was dat zonder twijfel zijn favoriete moment. „Toen was ik echt blij.” Met 2-1 gingen beide ploegen rusten. En daarna veranderde alles.
‘We moeten meer lef tonen’
WV-HEDW speelde na rust iets anders. Bastiaan wil de tactiek echter niet de schuld geven van wat daarna gebeurde. Misschien bracht Almere City FC sterkere spelers. Misschien zette de thuisploeg gewoon een tandje bij. Waarschijnlijk was het een combinatie van verschillende dingen. Feit is dat WV-HEDW steeds verder terugliep. De ploeg die voor rust nog durfde te voetballen, koos steeds vaker voor de lange bal. De linies kwamen verder uit elkaar te staan en bij balverlies werd onvoldoende teruggeschakeld. Bastiaan heeft zijn analyse klaar. „We moeten meer lef tonen aan de bal, ons eigen spel blijven spelen en nooit opgeven. In de tweede helft speelden we veel lange ballen en zakten we heel ver in.”
En dan begint hij over omschakelen. Dat woord horen we iedere week uit de mond van trainers in het betaald voetbal, maar Bastiaan kan prima uitleggen wat hij ermee bedoelt. Wanneer WV-HEDW de bal verliest, moeten aanvallers en middenvelders volgens hem sneller terugkomen. „Dan moet je terugrennen om het compact en klein te maken. Zodat de tegenstander niet overal naartoe kan spelen.” Oftewel, in iets minder voetbaltaal: met z’n allen terugrennen.
Soms kan voetbal heel ingewikkeld worden uitgelegd. Soms is het ook gewoon dat. Een 9-1 blijft nog even hangen. Na afloop was de kleedkamer niet bepaald de gezelligste plek van Almere. „Je bent echt teleurgesteld. Het is gewoon klote, want je hebt 9-1 verloren.” Vooral de manier waarop doet pijn. Als je vanaf de eerste minuut wordt weggespeeld en bij rust al kansloos achterstaat, kun je misschien gemakkelijker accepteren dat de tegenstander veel beter was. Nu stond het halverwege 2-1. En dan worden het er ineens negen. „Zelfs als je daarna in de auto naar huis zit, is het nog irritant.”
Gelukkig heeft jeugdvoetbal een bijzonder goede eigenschap. Er komt (bijna) altijd weer een zaterdag. En Bastiaan weet precies waar hij zin in heeft. „Ik wil gewoon de eerste punten pakken.” Ook tegen AFC was WV-HEDW al dichtbij geweest. In de laatste minuut ging het toen met 5-4 mis. Nu volgde een veel ruimere nederlaag. Dus staat de teller nog op nul. „Dan zou het gewoon mooi zijn als je de volgende wedstrijd punten pakt.” Nieuwe week, nieuwe kans.

Anouk verliest ruim en is tóch trots
Dat je na een nederlaag niet automatisch alles slecht hoeft te vinden, bewijst ook Anouk. De verdedigster van TOS-Actief MO17-1 windt er geen doekjes om. „We hebben wel heel hard verloren. Dat was wat minder.” Maar daarna volgt bijna onmiddellijk: „Voor de rest was het hartstikke leuk.”
Welkom in het jeugdvoetbal! TOS-Actief kreeg een sterke tegenstander tegenover zich. Vooral in de eerste helft hield de ploeg uitstekend stand. „Qua conditie ging het hartstikke goed. We speelden goed over, creëerden mooie aanvallen en verdedigden goed. We kregen één tegendoelpunt, maar dat stopte ons niet. We gingen gewoon door.”
Na rust werd het steeds lastiger. Niet alleen vanwege de tegenstander. TOS-Actief had maar één wissel beschikbaar. Anouk zelf moest vanwege klachten aan haar achillespees naar de kant, een andere speelster viel eveneens uit en weer een ander voelde zich niet lekker.Dan wordt een zware wedstrijd ineens nóg zwaarder. Toch was de stemming achteraf opvallend positief. „We waren eigenlijk allemaal best trots. Het was echt een zware wedstrijd tegen een sterke ploeg en we hadden het met z’n allen hartstikke goed gedaan.”
Verdedigster die graag naar voren vliegt
Ook Anouk kijkt kritisch naar haar eigen spel. Ze speelt centraal achterin, iets voor de laatste verdedigingslinie. Een soort voorstopper, zoals ze het zelf omschrijft. En juist daar ontdekte ze in de tweede helft iets. „Ik ging iedere keer iets te veel naar voren. Daardoor kwamen er gaten tussen de linies.” Kijk, daar hebben we de volgende jeugdige wedstrijdanalyse alweer. Voor de komende weken heeft ze bovendien een wens die misschien niet helemaal klinkt als die van een klassieke centrale verdediger.
Ze wil aanvallen. Graag zelfs.„Ik heb er persoonlijk zin in om wat meer aanvallend te kunnen spelen. Ik vind het heel leuk als ik ineens een gekke sprint naar voren kan maken.” Tegen de sterke tegenstander van afgelopen zaterdag was daar weinig ruimte voor. Volgende keer misschien wel. Als het aan Anouk ligt, moet TOS-Actief daarnaast vooral wat zuiniger worden op de bal. Nu werd er volgens haar te vaak snel naar voren gespeeld, waarna de aanvallers er maar achteraan moesten rennen. „We moeten minder domme ballen weggeven en wat rustiger overtikken.” Aimy, de aanvoerder die vorige week in deel één aan het woord kwam, en Anouk nemen daarin samen een belangrijke rol. „Wij zijn wel de twee die het team tijdens wedstrijden een beetje coachen.”
Eerst zelf spelen, daarna training geven
Dat coachen komt bij Anouk niet helemaal uit de lucht vallen. Ze geeft namelijk zelf ook voetbaltraining. Twee keer per week staat ze bij TOS-Actief voor de JO10-3. Op woensdag en vrijdag probeert ze een groep jongens iets over voetbal bij te brengen.En ja, ze luisteren. Meestal.
„Ze zijn wel druk”, lacht ze. „Ik pas ook op een paar van hen, dus ze weten heel goed wat ze wel en niet mogen. Als ik een oefening uitleg en ze echt bezig moeten zijn, luisteren ze wel.” Daarmee zit haar week behoorlijk vol. Anouk haalde vorig jaar haar mavodiploma en zit inmiddels in 4 havo op het Montessori Lyceum Amsterdam. Zelf voetballen, school, training geven: de agenda is aardig gevuld. En dan is er nóg iets. Ajax. Anouk is fanatiek supporter. Haar vader heeft twee seizoenkaarten en normaal gesproken gaan ze samen. Afgelopen zaterdag ging ze na haar eigen wedstrijd met een vriendin naar Ajax. Veel tijd om met TOS-Actief na te praten was er daardoor niet. De eigen wedstrijd was bovendien een halfuur later begonnen omdat er nog geen veld beschikbaar was. Dus: voetballen, snel omkleden en door. Naar de Johan Cruijff ArenA.
Ze heeft naar eigen zeggen een kast vol Ajax-uitshirts en bezoekt vrijwel alle thuiswedstrijden. Verliezen met TOS-Actief en daarna Ajax zien verliezen? Er zijn gemakkelijker voetbalzaterdagen denkbaar. Maar gezellig was het wel. En maandag ligt er gewoon weer een bal.
Augustin: drie doelpunten als pleister
Bij NFC O15-1 was het eveneens geen week van uitslagen om lang in te lijsten. Twee wedstrijden, twee nederlagen. Maar voor Augustin was er zaterdag ook een behoorlijk persoonlijk lichtpuntje. Hij scoorde drie keer in een week.„Dat gaf wel een goed gevoel.”
Logisch. Drie doelpunten maken blijft bijzonder, ongeacht wat er uiteindelijk op het scorebord staat. Toch gaat het gesprek met de dertienjarige aanvaller al snel niet meer alleen over doelpunten maken. NFC heeft een grotendeels nieuwe ploeg. Spelers moeten elkaar leren kennen en ontdekken wat een ander doet wanneer hij de bal krijgt. Komt hij in de voeten? Gaat hij diep? Kan ik deze bal blind spelen? Of toch maar niet?
Augustin merkt dat dit iedere week iets beter gaat. „Na iedere wedstrijd kennen we elkaar weer een beetje beter.” En precies daarin ziet hij de grootste vooruitgang.

Niet boos op elkaar
De eerste nederlaag van de week kwam harder aan. NFC dacht vooraf goede kansen te hebben om te winnen on het oefenduel van woensdagavond. Misschien, denkt Augustin achteraf, waren ze daar zelfs iets té zeker van. De tegenstander speelde veel met lange ballen en NFC kreeg daar onvoldoende vat op. Na afloop heerste teleurstelling. „We waren best verdrietig.”
Maar één ding gebeurde nadrukkelijk niet. Ze werden niet boos op elkaar. Dat past bij wat aanvoerder Roei vorige week al vertelde over de nieuwe groep: NFC wil snel een hecht team worden. Daar hoort vertrouwen bij. Volgens Augustin is dat ook aan de bal belangrijk. „We moeten elkaar nog meer leren vertrouwen met de bal.” Dat ontstaat niet tijdens één training. Daarvoor moet je samen wedstrijden spelen, fouten maken, opnieuw proberen en ontdekken wat ploeggenoten kunnen.

Van Argentinië naar Honduras en via Zwitserland naar Amstelveen
Augustin heeft zelf al een aardige reis achter de rug voordat hij überhaupt dertien werd. Hij verbleef in Honduras, heeft Argentijnse roots, woonde vervolgens in Zwitserland en kwam acht jaar geleden naar Nederland. Inmiddels voetbalt hij ongeveer vijf jaar bij NFC. Hij kan als rechtsbuiten uit de voeten, in de spits en ook achter de aanvallers. Kortom: zet Augustin ergens in de buurt van het doel en hij vermaakt zich waarschijnlijk wel. Aan Nederland is hij ondertussen gewend. Nou ja, bijna. Het weer blijft een dingetje. Maar de mensen, zijn omgeving en het voetbal bevallen hem uitstekend. En na drie doelpunten mag zelfs een regenbui waarschijnlijk iets minder vervelend voelen.
De maandagtraining als hoogtepunt
Opvallend genoeg kiest Augustin niet zijn goals als enige hoogtepunt. Hij noemt ook de training van maandag.Waarom? Omdat hij daar voelde wat NFC probeert te worden. Een team. „Iedereen was heel geconcentreerd. We speelden goed en communiceerden goed met elkaar.” Daarna kwamen twee nederlagen. Toch zag hij zaterdag opnieuw verbetering. De tegenstander was sterk en NFC verloor, maar het voetbal voelde beter dan eerder. „Je kon wel zien dat we vooruit waren gegaan.” En dat is misschien het mooie van jeugdvoetbal. De ranglijst zegt iets. De uitslag zegt iets. Maar nooit alles.

Soms zit winst niet in drie punten
Zo eindigt deel twee zonder overwinning voor onze drie hoofdpersonen, maar zeker niet zonder winst. Bastiaan ontdekte na een pijnlijke 9-1 dat opgeven hem eigenlijk nog meer dwarszit dan de uitslag. Hij wil meer lef zien, beter omschakelen en vooral doorgaan wanneer het tegenzit. Anouk zag TOS-Actief fysiek langzaam leeglopen, maar was trots op de manier waarop haar ploeg tegen een sterke tegenstander bleef knokken. Ondertussen combineert ze haar eigen voetbal met school, training geven aan JO10-3 en haar liefde voor Ajax. En Augustin? Die maakte gewoon drie doelpunten. Maar zijn belangrijkste constatering ging niet over zichzelf. Het ging over zijn team. NFC leert elkaar kennen. Iedere training een beetje. Iedere wedstrijd weer iets meer.
Vorige week ging het in Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal vooral over dromen en doelen. Deze week ging het over iets anders. Over wat er gebeurt wanneer het even níét lukt. Balen mag. Boos zijn ook. Een nederlaag hoeft echt niet vijf minuten later alweer vergeten te zijn. Maar daarna komt de volgende training. De volgende wedstrijd. Een nieuwe sprint naar voren. Een nieuwe kans (op drie punten.) En misschien wel drie nieuwe doelpunten. Want als deze week één ding duidelijk heeft gemaakt, is het precies wat Bastiaan na zijn wedstrijd zelf al concludeerde: „Ook als je achterstaat, moet je altijd doorgaan.”
WV-HEDW O14-1 – Alphense Boys O14-1. Aanvang: 10.00 uur (Middenmeer)
NFC O15-1 – SCPB ’22 O15-1. Aanvang: 14.25 uur (Sportlaan West)
TOS-Actief MO17-1 – sv Overbos MO17-1. Aanvang: 16.00 uur (Middenmeer)
Reageren? Dan kan! E:info@hetamsterdamschevoetbal.nl
Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam.Klik hier. Samen vormen de drie jeugdteams een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien — op én naast het veld.
Lees ook:VOETBALAGENDA | VC1-opleidingen najaar 2026 van start: inschrijving geopend, belangstelling groot
Het bericht JEUGD (2) | ‘Je moet altijd doorgaan, ook als je eigenlijk niet meer kunt winnen’ – Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal verscheen eerst op Het Amsterdamsche Voetbal.