❌

Lees weergave

Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal (7): de vier jeugdtrainers van NFC, TOS-Actief en WV-HEDW over ‘hun’ pubers, plezier, prestatiedruk en het pad richting...

Terwijl NFC O15-1 en TOS-Actief MO17-1 tijdens de herfstvakantie even konden bijkomen, moest WV-HEDW O14-1 volop aan de bak. De jeugdige Amsterdammertjes hielden de jeugdopleiding van FC Groningen O14/1 zaterdag jl. knap op 5-5. Het was tegelijk een passend moment om met de trainers van de drie jeugdteams terug te blikken op de eerste fase en vooruit te kijken. Hoe is het om met pubers te werken? Wat gebeurt er buiten de lijnen? Hoe belangrijk zijn ouders en hoe houd je plezier en prestaties in balans? Kevin de Waart (NFC), Jake de Groot (WV-HEDW) en het trainersduo Luca van der Putten en Mark Vlaanderen Oldenzeel (TOS-Actief) vertellen openhartig over hun ervaringen. Vier trainers, drie verenigingen en drie totaal verschillende groepen. Maar één belangrijke overeenkomst: voetbal is veel meer dan alleen winnen of verliezen.

WV-HEDW: plezier genoeg, nu de overwinning nog

Wie zaterdag naar de uitslag van WV-HEDW O14-1 tegen FC Groningen O14-1 keek, zal wellicht even met de ogen hebben geknipperd. Een doelpuntrijk gelijkspel tegen een jeugdopleiding van een betaaldvoetbalorganisatie is bepaald geen alledaagse prestatie. Toch overheerste bij WV-HEDW niet uitsluitend tevredenheid. De ploeg van trainer Jake de Groot wacht immers nog altijd op de eerste overwinning.

De jonge trainer, die dit seizoen bij WV-HEDW aan de slag ging, laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Integendeel. Hij geniet zichtbaar van zijn spelersgroep met vrijwel allemaal jongens van 13 jaar, waarin ook één meisje Malou haar plek allang heeft veroverd. “Ik heb het heel erg naar mijn zin. Ik geniet nog steeds elke dag met de jongens en Malou, uiteraard, om gewoon op het veld te staan en samen met dingen aan de slag te gaan. Het enige balen voor ons is dat er nu nog geen overwinning in zit. Dat is gewoon jammer. Maar we hebben wel elke keer plezier met elkaar, dus ik vind het nog steeds hartstikke leuk om te werken.”

Voor De Groot betekende zijn komst naar WV-HEDW ook een kennismaking met een nieuwe vereniging, andere gezichten en een onbekende organisatiestructuur. “In het begin was het natuurlijk een beetje zoeken. Bij welke mensen moet je zijn? Wie kan je om hulp vragen? Dat was vooral nieuw. Maar als je eenmaal de juiste mensen gevonden hebt, zie je wel dat het echt een heel leuke club is om bij te zitten. Ze geven mij ook de vrijheid om mezelf verder te ontwikkelen. Ik geniet nog steeds en vind het hartstikke leuk om erbij te mogen horen.”

Grote jongens, kleine jongens en dezelfde uitdaging

De O14-leeftijd is misschien wel een van de interessantste fases binnen het jeugdvoetbal. Sommige spelers ogen lichamelijk al bijna volwassen, terwijl anderen nog volop aan hun groeispurt moeten beginnen. Dat vraagt om maatwerk. “Je ziet vooral bij deze O14-lichting dat het een heel leuke, maar ook uitdagende groep is. Dat komt vooral door de grote fysieke verschillen. Je hebt aan de ene kant een paar jongens die al bijna 1,80 meter zijn. Aan de andere kant heb je bijvoorbeeld wat spelers die nog wat kleiner zijn. Dan moet je ervoor zorgen dat ze elkaar op de training blijven uitdagen en allebei iedere keer weer een procent beter worden.”

De Groot heeft al nagedacht over een mogelijke oplossing waarbij spelers niet uitsluitend op kalenderleeftijd, maar ook op fysieke ontwikkeling worden ingedeeld. “Ik heb voorgesteld om bijvoorbeeld een aantal spelers die fysiek verder zijn, af en toe met Onder 15 te laten trainen. Dan zouden spelers van Onder 13 weer bij ons kunnen aansluiten. Zo krijg je een patroon waarin iedereen op zijn eigen fysieke niveau wordt uitgedaagd. Dat is voorlopig nog niet aan de orde, maar ik hoop dat we die stap later kunnen zetten.”

De onderlinge verschillen vormen geen belemmering voor de sfeer. Sterker nog, juist de manier waarop de spelers met elkaar omgaan, maakt het werken met deze groep volgens De Groot bijzonder. “Het plezier straalt ervan af op de trainingen. Er wordt knetterhard getraind, maar als er even een panna wordt uitgedeeld of iemand wordt uitgespeeld, kunnen ze daar ook met elkaar om lachen. En wat ik vooral mooi vind, is dat ze elkaar buiten de trainingen en wedstrijden ook blijven opzoeken.”

Dat laatste gaat soms behoorlijk ver. De wedstrijd is afgelopen, de trainers hebben hun spullen opgeborgen, maar de spelers zijn nog lang niet klaar met elkaar. “Na een thuiswedstrijd of uitwedstrijd spreken ze gewoon weer met elkaar af. Dan blijven ze op de club hangen of zoeken ze elkaar ergens anders op. Volgens mij zijn ze op zaterdag zo ongeveer de hele dag met elkaar bezig. Dat laat wel zien dat ze het echt goed met elkaar kunnen vinden.”

Kickboksen, springen en ouders die vrienden worden

De Groot vindt dat een jeugdteam niet uitsluitend op het voetbalveld gevormd wordt. Daarom organiseert hij ook activiteiten buiten de reguliere trainingen en wedstrijden. “We zijn twee weken geleden gaan kickboksen. Daar hebben we een leuke activiteit van gemaakt. Daarna zijn we nog lekker gaan voetballen op een Cruyff Court. We zijn ook naar een trampolinepark geweest, waar ze met elkaar konden springen en plezier maken. We zoeken bewust naar manieren om als team leuke dingen te ondernemen.”

Bij WV-HEDW beperkt de hechte band zich niet tot de spelers. Veel ouders kennen elkaar al jarenlang. Een groot deel van de groep speelt immers al sinds heel jonge leeftijd samen. “De support van de ouders is echt top. Die jongens spelen voor een groot gedeelte al vanaf het begin bij WV-HEDW met elkaar. Je ziet dat de ouders inmiddels misschien wel net zo goede vrienden zijn geworden als de spelers zelf. Ze komen wekelijks kijken, moedigen de spelers aan en willen overal bij helpen. Dat is echt leuk om mee te maken.” Het levert een bijzondere dynamiek op. Een jeugdteam is daarmee niet alleen een verzameling talentvolle voetballers, maar ook een sociaal netwerk waarin kinderen en ouders jarenlang met elkaar optrekken.

Van kampioensdroom naar handhaving

Sportief gezien heeft WV-HEDW de verwachtingen inmiddels moeten bijstellen. Aan het begin van het seizoen werd de lat hoog gelegd. De praktijk in de Tweede Divisie blijkt weerbarstiger. “We hebben in het begin bewust geprobeerd de lat iets hoger te leggen dan misschien realistisch was. Dan heb je iets om extra hard voor te werken en te trainen. Maar we merkten vrij snel dat de weerstand op dit niveau ontzettend groot is. Achteraf was het kampioenschap misschien een te hoog doel.”

De competitie kent bovendien een scherpe scheiding tussen handhaving en degradatie. Volgens De Groot blijven de eerste vier ploegen op dit niveau actief, terwijl de nummers vijf tot en met acht degraderen. “Ik denk dat handhaving een heel mooi doel is waar we echt naartoe kunnen werken. We staan maar een paar punten achter op de vierde plaats. Als je kijkt naar de afgelopen wedstrijden tegen Zeeburgia en Waterwijk, waarin we misschien net wat pech hadden, en vervolgens tegen Groningen, dan zie je dat het mogelijk is.”

Het gelijkspel tegen FC Groningen biedt vertrouwen, maar De Groot wil vooral dat zijn ploeg leert om wedstrijden daadwerkelijk over de streep te trekken. “We gaan lekker trainen en zorgen dat we iedere week weer een stap zetten. En we hopen de komende twee maanden ook eens iets anders dan gelijk of te verliezen. Daar gaan we met volle overtuiging voor. De groep heeft daar zeker vertrouwen in. De volgende stap is dat we leren hoe we samen zo’n gewilde overwinning over de streep trekken.”

NFC: van losse individuen naar een hecht team

Bij NFC O15-1 staat Kevin de Waart voor een andere uitdaging. Zijn spelersgroep is een mengeling van achtergronden, nationaliteiten en persoonlijkheden. Veel jongens volgen onderwijs op een internationale school in Amstelveen. Toen De Waart de groep onder zijn hoede kreeg, zag hij een elftal waarin het onderlinge vertrouwen nog niet vanzelfsprekend was. “Toen ik ze kreeg, waren ze eigenlijk nog niet echt op elkaar ingespeeld. Ook qua karakter niet. Het vertrouwen was laag en de chemie was laag. Er waren een paar nieuwe jongens vanuit het tweede team bij gekomen die hun plek moesten vinden.”

De Waart kreeg bovendien de indruk dat de spelers in voorgaande seizoenen vooral vanuit resultaten naar hun eigen prestaties hadden leren kijken. “Ik merkte aan de jongens dat ze in mijn ogen niet altijd de juiste mentale begeleiding hadden gehad. Winnen was goed en verliezen was slecht. Dat is het beeld dat ik van de jongens zelf en van mensen op de club meekreeg. Daarom ben ik vooral bezig geweest met vertrouwen uitspreken, samen dingen ondernemen, de goede dingen benoemen, maar ook de mindere momenten bespreken.”

Het resultaat daarvan ziet hij inmiddels terug op het veld en daarbuiten. “Ik merk nu dat het heel goed in elkaar valt. Jongens respecteren elkaar, gaan voor elkaar door het vuur en willen heel graag leren. Dat vind ik ontzettend belangrijk. En ze hebben het plezier in het spelletje weer teruggevonden. Dat is misschien nog wel het belangrijkste van alles.”

NFC O15-1

De kleedkamer als comedyclub

Pubers en humor zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat merkt De Waart vrijwel iedere training. Wie verwacht dat de spelers zich in stilte voorbereiden op de volgende oefenvorm, komt bedrogen uit. “Er zit een bepaalde humor in de groep. Als ze voor de training in de kleedkamer zitten, hoor je ze gillen en grapjes maken. Ze lopen elkaar op een leuke manier uit te dagen en te plagen. Dat vind ik heel leuk. Ze willen leren, hebben plezier met elkaar en ook met mij. Die combinatie van voetbalplezier en willen leren maakt deze groep bijzonder.”

Toch vraagt het werken met verschillende persoonlijkheden ook om geduld. De ene speler begrijpt een tactische aanwijzing vrijwel onmiddellijk, terwijl een ander meer herhaling nodig heeft. “Dat verschilt echt per persoon. We hebben bijvoorbeeld een speler die cognitief heel slim is. Die hoef je iets één keer te vertellen en dan begrijpt hij het eigenlijk al. Andere jongens hebben voetbalinhoudelijk nog niet altijd de juiste coaching gehad. Die begrijpen het misschien pas na de derde of vierde keer. Maar dat gaat nog steeds behoorlijk snel.”

De Waart wil uiteindelijk dat zijn spelers niet afhankelijk blijven van de aanwijzingen vanaf de zijlijn. “Ik wil dat ze op een gegeven moment zelf oplossingen gaan vinden. Dat ze niet iedere keer hoeven te horen wat ze moeten doen, maar zelf gaan nadenken. Dat gaat steeds beter. Het kost tijd en moeite, maar daar ben ik voor. Dat vind ik juist leuk.”

Ouders: betrokkenheid komt niet altijd vanzelf

Waar bij WV-HEDW de ouders bijna vanzelfsprekend een hechte gemeenschap vormen, is de situatie bij NFC anders. De internationale achtergrond van veel gezinnen zorgt volgens De Waart voor een andere dynamiek. “Ik merk dat het vaak dezelfde ouders zijn die reageren op een appje of langs de lijn staan. Het vervoer naar uitwedstrijden wordt onderling eigenlijk wel geregeld, maar dat zijn vaak ook dezelfde ouders die bij de thuiswedstrijden aanwezig zijn.”

Gelukkig kan de trainer rekenen op twee actieve teammanagers. “Die regelen ontzettend veel en zijn daar heel actief in. We hebben bijvoorbeeld een vlaggenschema opgesteld. Vorig seizoen hoorde ik dat ouders liever niet wilden vlaggen. Toen heb ik gezegd: dat is geen optie, want dan kunnen de kinderen niet spelen. Los het maar op. Sindsdien is het eigenlijk geen probleem meer geweest.”

Ook bij het organiseren van activiteiten ligt het initiatief vooral bij de begeleiding. “Als we uitjes hebben, doet eigenlijk niemand moeilijk over de kosten. Maar buiten de vaste ouders zie ik niet veel mensen die uit zichzelf iets oppakken. Dat moeten wij als trainers en teammanagers zelf organiseren. Het komt niet vanzelf.” Het is een herkenbare uitdaging binnen het amateurvoetbal: hoe zorg je ervoor dat niet telkens dezelfde vrijwilligers alle werkzaamheden blijven uitvoeren? Samen de schouders eronder.

Eerst het vertrouwen, dan de ranglijst

De ambities van de NFC-spelers zijn bepaald niet bescheiden. Als het aan de jongens ligt, eindigen ze bovenaan. “Als ik het aan die groep vraag, zeggen ze gewoon dat ze eerste willen worden. Hun ambities liggen heel hoog. Daar hebben we het samen ook over gehad.” De Waart vindt die instelling prachtig, maar kijkt zelf nadrukkelijk verder dan de ranglijst. “Wat ik vooral wil, is dat het vertrouwen onderling toeneemt. Winnen is leuk en daar gaan we natuurlijk voor. Maar ik wil dat ze dingen leren, elkaar beter leren kennen en voetbalinhoudelijk beter worden. Vanuit daar moeten ze wedstrijden gaan winnen.”

Hij ziet zichzelf daarbij niet als de allesbepalende leider, maar als iemand die de spelers helpt hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. “Ik zie mezelf gewoon als een verlengstuk van de jongens. Ik vind het mooi als ze dingen zelf doen. Zelf tactische oplossingen vinden in het veld, samen juichen en elkaar helpen. Dat zijn eigenlijk basisdingen die ze nu steeds meer beginnen te doen.” De eerste sportieve resultaten ondersteunen zijn aanpak. Na een moeizame start won NFC drie wedstrijden achter elkaar.

“Het vertrouwen was eerst heel laag. Ze verloren van hoofdklassers en dachten dat het niks zou worden. Dat is in drie of vier weken helemaal omgeslagen. Het teamgevoel ging omhoog, ze deden wat ze moesten doen en wonnen drie keer achter elkaar. Dat is prachtig om te zien.” Tot de winterstop blijft de ontwikkeling van het teamgevoel daarom minstens zo belangrijk als de uitslagen. “Als we omhooggaan op de ranglijst, is dat natuurlijk leuk. Dat willen die jongens en dat wil ik ook. Maar ik vind het vooral belangrijk dat het teamgevoel verder groeit. Ik denk dat je dan hele mooie dingen kunt doen met deze kinderen.”

Van L naar R: Luca en Mark

TOS-Actief: acht jaar meegroeien met de meiden

Bij TOS-Actief MO17-1 gaat het verhaal nog een stap verder. Luca van der Putten en Mark van Vlaanderen Oldenzeel begeleiden een groep meiden die voor een belangrijk deel al jarenlang met elkaar voetbalt. Van der Putten moest onlangs zelf even nadenken hoelang hij eigenlijk al trainer is. “Ik kwam in een oude appgroep van de MO9 uit het seizoen 2018-2019 terecht. Toen realiseerde ik me dat ik dit dus al acht jaar doe. Ik wil niet zeggen dat ik ervan schrok, maar ik dacht wel: dat is een tijdje geleden. Toen waren ze al leuk en lief. Nu natuurlijk ook nog wel, hoor.”

Zijn trainersloopbaan begon eigenlijk heel toevallig. Bij TOS-Actief wordt van ouders verwacht dat ze een bijdrage leveren aan de vereniging. “Toen mijn dochter Mathilde ging proeftrainen, zag ik iemand training geven en dacht ik: daar mist gewoon passie. En als ik dan toch een taakje moet doen, word ik wel trainer. Toen is bij mij het vuurtje gaan branden. En voor je het weet, ben je acht jaar verder.”

In die jaren zag hij meisjes komen en gaan, vriendschappen ontstaan en kinderen uitgroeien tot jonge vrouwen. “Ik vond laatst een foto van toen we begonnen. Daar stonden ongeveer acht meiden op. De helft voetbalt nog steeds. Anderen zijn gestopt vanwege andere interesses. Helaas zijn er ook meiden die door zware blessures niet meer voetballen.”

Vooral dat laatste raakt hem. “We hebben twee gevallen gehad waarbij kniebanden zijn gescheurd. Dat zijn dingen die ik heel akelig vind om mee te maken als trainer, coach én ouder. Je voelt toch een verantwoordelijkheid. Wat had ik kunnen doen? Had ik iets kunnen voorkomen? Dat zijn voor mij de minder leuke kanten van het trainerschap.”

Een plek waar school even niet bestaat

Van der Putten benadrukt dat een voetbalteam voor pubers ook een veilige sociale omgeving kan zijn. Een plek waar andere regels gelden dan op school en waar problemen soms makkelijker bespreekbaar worden. “Je ziet ze letterlijk en figuurlijk groeien, ook emotioneel. Ik vind het mooi om een plek te bieden waar school even niet belangrijk is. Waar de relaties die ze op school hebben, die soms ongemakkelijk kunnen zijn, er even minder toe doen. Ze zijn in een andere omgeving, met andere mensen.”

Soms merkt hij dat een speelster ergens mee zit. Een eenvoudig gesprekje kan dan veel betekenen. “Dan vraag je: hoe gaat het nou eigenlijk? Ik merk iets aan je. En dan komt er soms iets naar boven waarvan je helemaal geen weet had. Je merkt dat er een stukje opluchting ontstaat. Mark en ik praten daar regelmatig over. We staan er soms te weinig bij stil wat er allemaal in die koppies speelt.”

Voor Van der Putten zijn dat misschien wel de meest waardevolle momenten. “Dat je daar iets in kunt betekenen, voelt heel waardevol. Los van de vriendschappen die ontstaan. Uit eigen ervaring weet ik dat je sommige vriendschappen je hele leven meeneemt. Dat is toch fantastisch? Het gaat echt over veel meer dan voetbal alleen.”

Babbelrondjes en de geparkeerde bus

De meiden van TOS-Actief hebben een bijzondere traditie: de babbelrondjes. Nog voordat de training begint, wordt er uitgebreid bijgepraat. “We hebben al heel vroeg de babbelrondjes geïntroduceerd. Kom op tijd, loop even een rondje en praat met elkaar. Dat gebeurt nog steeds volop. Ook tijdens de warming-up en soms zelfs tijdens de training. Dan moeten we echt zeggen: nu even de focus op voetbal.”

Het sociale aspect is volgens Van der Putten enorm belangrijk. “Je zou denken dat ze de hele dag al op hun telefoon met elkaar communiceren. Maar juist dat ze elkaar ook fysiek ontmoeten en dingen bespreken, blijkt ontzettend waardevol. Soms is het lastig om de balans te vinden tussen gezelligheid en concentratie.”

Op wedstrijddagen verandert die gezelligheid regelmatig in een indrukwekkende onderlinge strijdlust. “We horen al jarenlang dat we een sterk team zijn. Niet alleen vanwege de voetbalkwaliteiten, maar vooral omdat ze voor elkaar door het vuur gaan. Op trainingen zie je dat niet altijd, maar tijdens wedstrijden is het soms bizar wat ze voor elkaar overhebben.”

Van der Putten herinnert zich een wedstrijd waarin de trainers besloten een verdedigende tactiek te gebruiken. Met slechts tien speelsters tegenover een sterke tegenstander werd de beroemde ‘geparkeerde bus’ van José Mourinho geïntroduceerd. “We hebben zelfs een filmpje opgezocht waarin Mourinho die tactiek uitlegde. Sommige meiden voerden het heel plichtgetrouw uit. Anderen konden gewoon niet accepteren dat we zo verdedigend gingen spelen. Dat hebben we later nog eens uitgelegd. Maar ik vind het prachtig dat je op deze leeftijd ook dat soort tactische dingen met ze kunt bespreken.”

De Jojo-test: niet geliefd, wel nuttig

Naast tactiek en teamgevoel besteden de trainers veel aandacht aan voetbalconditie. Daarvoor gebruiken ze de zogenoemde Jojo-test, een intervaltest waarbij spelers herhaaldelijk twintig meter heen en terug lopen, met korte rustmomenten. “We wilden kijken hoe we de conditie beter konden meten en ontwikkelen. De test werd door sommigen met behoorlijk wat weerstand ontvangen. Anderen gingen er juist ongelooflijk fanatiek mee aan de slag.”

De trainers gebruiken de resultaten vooral om individuele vooruitgang zichtbaar te maken. “Je ziet soms dat iets tussen de oren zit en soms dat het echt conditioneel is. Maar sommige meiden gaan over een drempel heen en groeien enorm. Dan kun je zeggen: je hebt een persoonlijk record gehaald, goed gedaan. We willen geen cijferdruk opleggen, maar het helpt wel om ontwikkeling zichtbaar te maken.”

Het past bij de filosofie van TOS-Actief, waar prestatiedrang en plezier elkaar moeten aanvullen. “We zijn geen team dat de hele vakanties doortraint. We zijn niet ontzettend streng, maar ook niet te los. TOS-Actief is een heel familiaire club met korte lijntjes. Dat vind ik prettig.”

Een klasse lager, maar de ambitie blijft

Sportief beleefde TOS-Actief MO17-1 een moeilijke eerste competitiefase. De ploeg speelde in de eerste klasse tegen sterke tegenstanders en moest uiteindelijk een stap terugdoen naar de tweede klasse. Mark Vlaanderen Oldenzeel verwacht dat zijn ploeg daar beter tot haar recht komt, al waarschuwt hij nadrukkelijk voor onderschatting. “We hebben een behoorlijk heftige eerste periode gehad. We hadden het idee dat de eerste klasse waarin we speelden erg sterk was. Sommige ploegen zouden volgens ons ook in de hoofdklasse serieus kunnen meedoen. Daarom vinden we dat we het helemaal niet zo gek hebben gedaan.”

Nu verandert de doelstelling. “We gaan een fase in waarin we een klasse lager spelen. Dan is het natuurlijk wel onze eer te na om niet bovenaan te willen eindigen. Dat wordt het doel. Maar we hebben de meiden ook verteld dat ze echt aan de bak moeten. Ze mogen niet denken dat het allemaal vanzelf gaat.”

De komende maanden blijven techniek, handelingssnelheid en conditie belangrijke aandachtspunten. “We focussen heel erg op snel passen, aannemen, kijken en doorspelen. We hebben door de jaren heen veel getraind op schijnbewegingen, draaien en balgevoel. Als dat allemaal automatisch gaat, kun je het tempo in wedstrijden verhogen. Daar kunnen we echt verschil mee maken.”

Minstens zo belangrijk is het om de groep fit te houden. “We zijn niet met heel veel speelsters. Als er iemand geblesseerd raakt, komt er direct meer op de schouders van de anderen terecht. Gelukkig hebben ze veel veerkracht en pakken ze dat goed op. Maar je moet blijven opletten dat ze niet overbelast raken door alles wat ze naast het voetbal ook nog doen.”

Dezelfde liefde voor het spel

Het verschil tussen de drie jeugdteams is groot. Bij WV-HEDW draait het om de uitdaging om op hoog niveau eindelijk die eerste overwinning te boeken. NFC werkt aan vertrouwen, zelfstandigheid en een hechtere spelersgroep. TOS-Actief probeert een groep meiden die al jarenlang samen optrekt, sportief en persoonlijk verder te ontwikkelen. Ook de trainers verschillen in aanpak. Maar uiteindelijk komen hun verhalen opvallend dicht bij elkaar. Een geslaagde panna op de training. Een kleedkamer vol lachende pubers. Ouders die langs de lijn staan. Een gezamenlijk uitje. Een speler die eindelijk begrijpt wat de trainer bedoelt. Een meisje dat na een moeilijk moment haar verhaal kwijt kan. Of een ploeg die na weken zonder overwinning toch met opgeheven hoofd het veld verlaat.

Het zijn momenten die niet op de ranglijst verschijnen, maar voor de ontwikkeling van jonge voetballers minstens zo belangrijk kunnen zijn. De komende weken worden sportief interessant. WV-HEDW jaagt op de eerste overwinning en handhaving in de Tweede Divisie. NFC wil het opgebouwde vertrouwen omzetten in verdere vooruitgang. TOS-Actief gaat in de tweede klasse op zoek naar nieuwe successen, zonder het plezier uit het oog te verliezen. En de trainers? Die staan weer langs de lijn. Met aanwijzingen, aanmoedigingen, soms wat frustratie en vooral veel enthousiasme. Want hoe verschillend hun spelersgroepen ook zijn, over één ding lijken ze het eens: het mooiste aan jeugdvoetbal is niet alleen wat kinderen op het veld leren, maar vooral hoe ze zich als mens ontwikkelen.

Programma zaterdag 31 oktober 2026

  • TOS-Actief MO17-1 – asv De Dijk MO17-1 (10.00 uur)
  • Purmerend O15-1 – NFC O15-1 (12.15 uur)
  • BFC O14-1 – WV-HEDW O14-1 (10.15 uur)

Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam.Klik hier. Samen vormen de drie jeugdteams een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien – op én naast het veld.

Lees ook:VOETBALAGENDA | VC1-opleidingen najaar 2026 van start: inschrijving geopend, belangstelling groot

Het bericht Het Amsterdamsche Jeugdvoetbal (7): de vier jeugdtrainers van NFC, TOS-Actief en WV-HEDW over ‘hun’ pubers, plezier, prestatiedruk en het pad richting de winterstop verscheen eerst op Het Amsterdamsche Voetbal.

  •  
❌